Skip to content
Case Law
EN

xx v ww, yy, zz, vv

CJEU

CJEU

Case Summary

Mag het lichaam van een overledene worden opgegraven om afstamming daarvan te bevestigen of te ontkrachten? Kan het recht op menselijke waardigheid (art. 1 Handvest) ook doorwerken in het recht op respect voor het menselijk lichaam na overlijden? Volgens AG Čapeta wel. Haar overwegingen zijn bovendien interessant omdat het recht op privéleven (net als enkele andere rechten) kan worden opgevat als een concrete uitdrukking van het recht op menselijke waardigheid (para. 98). Daarmee wil zij aantonen dat menselijke waardigheid in sommige gevallen absoluut kan zijn, maar dat dit niet altijd zo hoeft te zijn (para. 95), bijvoorbeeld wanneer deze dus tot uitdrukking wordt gebracht in een fundamenteel recht dat beperkingen daarop kent. Čapeta stelt verder dat wanneer een uitdrukking van menselijke waardigheid niet kan worden gerechtvaardigd, zoals in geval van een schending van art. 7 Handvest (eerbiediging van het privéleven) die in het concrete geval een uiting vormt van menselijke waardigheid, óók het recht op menselijke waardigheid zelf is geschonden (para. 99). Daarna herhaalt Čapeta dat het recht op eerbiediging van het menselijk lichaam na overlijden eveneens een uitvloeisel is van menselijke waardigheid. Dit recht kan bovendien, via art. 7 Handvest, worden beschouwd als onderdeel van het recht op eerbiediging van het privéleven (para. 101). Hoewel ook de overige overwegingen relevant zijn, sluit ik af met Čapeta’s conclusie op dit punt: “het recht op eerbiediging van het menselijk lichaam na overlijden bestaat als een algemeen beginsel van het Unierecht en kan worden begrepen als een uiting van menselijke waardigheid” (para. 105).