# Hof wijst mededelingenverbod X (Twitter) af bij inzageverzoek AVG

- Type: Case Law
- Source: Gerechtshof
- Date: 2025-10-07
- Original: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2667
- Canonical: https://overview.legal/posts/51232
- Topics: Right of Access, Social Media, Automated Decision-Making, Profiling, Processing, Consent, Personal Data, Processors, Security, Right to Object

## Summary

Hoger beroep van een beschikking inzake een inzageverzoek idzv artikel 15 AVG aan X (voorheen: Twitter). Procedurele beslissingen: het hof acht zich bevoegd en X is ontvankelijk in haar hoger beroep. Het hof wijst het door X verzochte mededelingenverbod omtrent de niet-geredigeerde Guano Notes af en bepaalt dat uitsluitend het hof van deze gegevens kennis zal nemen (artikel 22 lid 2 en 3 Rv).

## Sections (27)

### ¶3

Beoordeling

### ¶3.1

In eerste aanleg heeft [geïntimeerde] verzocht dat de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, X - op straffe van een dwangsom - beveelt te reageren op zijn inzageverzoek in de zin van artikel

> Topics: Right of Access

### ¶15

Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) en het verzoek om informatie te krijgen over geautomatiseerde besluitvorming in de zin van artikel

> Topics: Automated Decision-Making, Profiling

### ¶22

AVG, met veroordeling van X in de proceskosten.

### ¶3.2

De rechtbank heeft, samengevat, (in rechtsoverweging 4.37) geoordeeld dat X dient te reageren op het artikel 15 lid

### ¶3.3

Tegen deze beslissing heeft X in hoger beroep vijf grieven aangevoerd. X heeft, na wijziging van haar verzoek, samengevat, geconcludeerd dat het hof: zal bepalen dat de in de bestreden beschikking opgelegde dwangsommen kunnen verbeuren tot een maximumbedrag; en primair: de bestreden beschikking zal vernietigen voor zover daarin de verzoeken van [geïntimeerde] op inzage in persoonsgegevens in het systeem [y] zijn toegewezen en X is bevolen de in rechtsoverweging 4.37 genoemde informatie te verstrekken; en subsidiair: voor het geval het hof het bevel in stand laat, de bestreden beschikking zal vernietigen, voor zover het bevel is toegewezen en, opnieuw rechtdoende, zal bepalen dat daarvan zijn uitgezonderd gegevens waaruit de werking van de contentmoderatiesystemen, spamfilters en adverteerdersinstellingen van X kan worden afgeleid, zonder daarbij een dwangsom op te leggen, althans de dwangsommen te maximeren. 3.4. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd dat het hof, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking: Primair: zichzelf onbevoegd zal verklaren en de zaak zal doorverwijzen naar de executierechter; Subsidiair: X niet-ontvankelijk zal verklaren; Meer subsidiair: de bestreden beschikking zal bekrachtigen; Meest subsidiair: de bestreden beschikking zal bekrachtigen, althans gedeeltelijk zal bekrachtigen, alsdan aangevuld met hetgeen in dit verweerschrift is aangevoerd en, voor zover het hof komt tot een herbeoordeling, de dwangsom zal verhogen tot €8.000 of een door het hof in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag of deel daarvan dat X in gebreke blijft, althans deze te handhaven. Alles met veroordeling van X in de proceskosten, vermeerderd met nakosten en rente. 3.5. [geïntimeerde] heeft bezwaar gemaakt tegen de schriftelijke reactie van X op zijn bevoegdheids- en niet-ontvankelijkheidsverweer. Bevoegdheid en ontvankelijkheid

> Topics: Right of Access, Personal Data

### ¶3.6

Het hof stelt allereerst vast dat [geïntimeerde] woont te [plaats] en dat daarmee de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om zijn op de AVG gegronde verzoek te beoordelen is gegeven. 3.7. [geïntimeerde] heeft aangevoerd dat het hof onbevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep. Uit het beroepschrift blijkt dat X het hof verzoekt om te beoordelen in hoeverre aan de hoofdveroordeling is voldaan, en het beroep voor al het overige voorwaardelijk heeft ingesteld en afhankelijk gemaakt van die beoordeling. Het oordeel in hoeverre X volledig aan de bestreden beschikking heeft voldaan behoort op grond van artikel

### ¶428

Rv tot de exclusieve competentie van de executierechter en komt dus neer op een executiegeschil. Deze beoordeling valt buiten de competentie van het hof in dit hoger beroep, aldus [geïntimeerde] . 3.8. [geïntimeerde] heeft voorts aangevoerd dat X niet-ontvankelijk is in het hoger beroep omdat zij geen kenbare en concrete grief tegen de beschikking heeft aangevoerd; het beroepschrift bevat geen voldragen gronden. X maakt misbruik van recht door het hoger beroep in te stellen als middel om [geïntimeerde] onder druk te zetten om in te stemmen met geheimhouding. Daarnaast heeft X de waarheids- en volledigheidsplicht van artikel

### ¶3.9

Uit het beroepschrift is af te leiden dat X het hof verzoekt de bestreden beschikking op onderdelen te vernietigen en het inleidende verzoek van [geïntimeerde] alsnog op onderdelen af te wijzen. X heeft daartoe voldoende welomschreven grieven – die er in de kern op neer komen dat de rechtbank X niet had mogen veroordelen om (volledige) inzage te geven in de gegevensverwerking in het systeem [y] – tegen de bestreden beschikking geformuleerd. Met een en ander is de bevoegdheid van dit hof om over dit hoger beroep te oordelen gegeven en is X ontvankelijk in dat beroep.

### ¶3.10

Aan het voorgaande doet niet af dat X aanvaardt dat zij geen belang heeft bij haar hoger beroep als het hof van oordeel is dat zij volledig aan de bestreden beschikking heeft voldaan. Wat daarvan verder zij, daarmee heeft X van dit hoger beroep geen executiegeschil gemaakt, zoals [geïntimeerde] betoogt. Voorts heeft X in haar schriftelijke reactie verduidelijkt dat haar beroepsgronden geen voorwaardelijk karakter hebben en – voor zover nodig – elk daarin te lezen verzoek om eerst te beoordelen of X aan de bestreden beschikking heeft voldaan, intrekt. Het bezwaar van [geïntimeerde] tegen deze verduidelijking, die door hem is opgevat als een eiswijziging, gaat reeds hierom niet op.

### ¶3.11

Ook als X haar in artikel

### ¶21

Rv neergelegde mededelingsplicht heeft geschonden op de door [geïntimeerde] gestelde wijze, ziet het hof geen aanleiding daar de consequentie van niet-ontvankelijkverklaring aan te verbinden. Bij deze stand van zaken kan in het midden blijven of X haar mededelingsplicht heeft geschonden. Het gestelde misbruik van procesrecht is geen grond voor niet-ontvankelijkverklaring van X’s hoger beroep. Ook overigens bestaat er geen grond om X niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep. Het verzoek tot oplegging van het mededelingenverbod ex artikel 28 lid

### ¶3.12

X meent dat de rechtbank ten onrechte inzage in het systeem [y] ( [y] ) heeft bevolen. X heeft daartoe in eerste aanleg en in hoger beroep onder meer aangevoerd dat de informatie van [y] mag worden uitgezonderd van het inzagerecht omdat deze bedrijfsgeheime informatie bevat in de zin van de Wet Bescherming Bedrijfsgeheimen, en deze informatie bovendien vertrouwelijk dient te blijven ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden. Volledige inzage zou gevoelige informatie prijsgeven over de werking van de automatische contentmoderatie systemen van X en de wijze waarop het Safety team signaleringen opvolgt. Als deze informatie in de verkeerde handen belandt, kan deze worden misbruikt om de (beveiligings)systemen van X te omzeilen. X heeft daarom vooralsnog alleen een geredigeerde versie van [y] aan [geïntimeerde] verstrekt, waarin alle vertrouwelijke informatie is weggelakt. [geïntimeerde] betwist dat [y] bedrijfsgeheime informatie betreffen of bevatten en betwist dat X deze informatie mag uitzonderen van het inzagerecht. X voert aan dat zij gelet op deze betwisting, ter onderbouwing van haar stellingen, zal moeten verwijzen naar de niet-geredigeerde [y] zodat zij deze in het geding zal moeten brengen. Daarbij is het van belang dat zij niet hoeft te vrezen voor openbaarmaking van die vertrouwelijke informatie, waardoor haar bedrijfsgeheimen op straat zouden komen te liggen. Het risico dat kwaadwillenden de veiligheid van het platform van X in gevaar kunnen brengen zou dan toenemen volgens X. X heeft het hof daarom verzocht om [geïntimeerde] een mededelingenverbod in de zin van artikel 28 lid 1 sub b Rv op te leggen ten aanzien van de nog in te brengen niet-geredigeerde [y] . Het mededelingenverbod ziet op alle informatie die in [y] weg is gelakt. X heeft het hof daarnaast verzocht om het mededelingenverbod te versterken met een passende dwangsom. 3.13. [geïntimeerde] heeft ter regiezitting in hoger beroep aangevoerd dat artikel 22 lid

> Topics: Right of Access

### ¶3.14

X heeft ter zitting in hoger beroep haar verzoek tot het opleggen van een mededelingenverbod gehandhaafd. Het hof begrijpt uit de houding van X ter zitting dat zij, ingeval het hof – met toepassing van artikel 22 lid

### ¶1

Rv – aan X zal bevelen de ongeredigeerde [y] over te leggen, een beroep wenst te doen op beperkte kennisneming van het stuk als bedoeld in artikel 22 lid

### ¶3.15

Gelet op de onder 3.13 weergegeven visie van [geïntimeerde] , dat een mededelingenverbod hem meer belast dan een beperkte kennisneming, zal het hof de beperkte kennisneming gelasten als hierna nader toe te lichten Het is niet aan X om te wijzen op de nadelen van die oplossing voor het recht op wederhoor van [geïntimeerde] . [geïntimeerde] is zich daarvan bewust. Hij vertrouwt in dat opzicht terecht op de prudentie van het hof.

### ¶3.16

Gelet op de toestemming van [geïntimeerde] als bedoeld in artikel 22 lid

> Topics: Consent

### ¶5

Rv levert de toepassing van artikel 22 lid

### ¶2

Rv geen vertraging op van de behandeling van dit hoger beroep. Aan de stelling van X over onnodige vertraging van de procedure komt dan ook geen betekenis meer toe.

### ¶3.17

Het hof ziet dan ook voldoende aanleiding X te bevelen een ongeredigeerde versie van [y] in het geding te brengen waarvan uitsluitend het hof kennis zal nemen. Alleen dan kan het hof immers beoordelen of X al dan niet gehouden is [geïntimeerde] die ongeredigeerde versie te verstrekken. Het hof oordeelt dat een dergelijke beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is op grond van het volgende.

### ¶3.18

Uit de thans overgelegde geredigeerde versie van [y] , en de toelichting daarop, is niet zonder meer af te leiden dat de ongeredigeerde versie te beschermen bedrijfsgeheimen bevat, maar dat is ook niet uit te sluiten. Ervan uitgaande dat [y] bedrijfsgeheimen bevatten, zijn bij de huidige stand van zaken de belangen van partijen met een beperkte kennisneming zoveel mogelijk in evenwicht.

### ¶3.19

Het hof verwacht dat X onder de beperkte kennisneming een volledig ongeredigeerde versie van [y] aan het hof zal verstrekken. Daarbij dient bijvoorbeeld ook de volledige datum en tijd van de diverse acties - die in de geredigeerde versie, zonder dat daarop overigens expliciet gewezen is, ontbreekt - te worden vermeld. Ook alle andere gegevens, voor zover nu al dan niet zichtbaar geredigeerd/weggelaten, dienen te worden vermeld.

### ¶3.20

X dient voorts een toelichting op [y] te verstrekken die inzicht geeft in de betekenis van de diverse in dat systeem gebruikte termen. Deze toelichting kan in algemene bewoordingen worden geformuleerd en kan aansluiten bij de reeds overgelegde geredigeerde versie. Voor zover voor de toelichting voorbeelden nodig zijn, wordt X in staat geacht om voorbeelden te geven die haar bedrijfsgeheimen niet openbaren. Deze aldus opgestelde toelichting dient ook aan [geïntimeerde] te worden verstrekt.

### ¶3.21

Het hof wijst het door X verzochte mededelingenverbod af. Met de hiervoor bedoelde beperkte kennisneming is voldoende gewaarborgd wat X met dat verbod wil bereiken, namelijk de bescherming van de door haar gestelde bedrijfsgeheimen. X heeft daarom geen belang bij toewijzing van haar verzoek. De andere geschilpunten tussen partijen (onder meer van procesrechtelijke aard) behoeven thans geen nadere bespreking.

### ¶3.22

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

### ¶4

Beslissing Het hof: wijst het door X verzochte mededelingenverbod in de zin van artikel

### ¶28

Rv af; beveelt X om een volledig ongeredigeerde versie van [y] aan het hof over te leggen; bepaalt dat uitsluitend het hof kennis zal nemen van de door X overgelegde ongeredigeerde [y] ; beveelt X een toelichting op [y] in het geding te brengen die inzicht geeft in de betekenis van de diverse in dat systeem gebruikte termen, van welke toelichting ook [geïntimeerde] kennis mag nemen; bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 21 oktober 2025 voor het overleggen van de ongeredigeerde [y] en de daarbij behorende toelichting; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mrs. D. Kingma, P.F.G.T. Hofmeijer en L. Alwin en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/51232 · 2026-08-22
