Skip to content
Case Law
NL

Burenruzie. Camera's moeten weg, van beide partijen.

Rechtbank

Rechtbank

Case Summary

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11679387 \ CV EXPL 25-1522 Vonnis van 17 december 2025 in de zaak van [partij 1] , te [plaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [partij 1] , gemachtigde: [gemachtigde] , DAS Rechtsbijstand Amsterdam, tegen 1 [persoon 1] , te [plaats] , 2. [persoon 2] , te [plaats] , gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: [partij 2] , gemachtigde: mr. K.Y. Tan, Rassers Advocaten. De zaak in het kort [partij 1] en [partij 2] zijn buren en wonen schuin tegenover elkaar in dezelfde straat. [partij 1] wil dat [partij 2] zijn camera’s verwijdert of aanpast, omdat deze haar privacy schenden. Als geoordeeld wordt dat [partij 2] zijn camera’s moet verwijderen, dan wil [partij 2] dat [partij 1] ook wordt veroordeeld om haar camera’s te verwijderen. Geoordeeld wordt dat beide partijen hun camera’s moeten verwijderen, omdat deze een onrechtmatige inbreuk maken op elkaars privacy. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 16 juli 2025 met de daarin genoemde stukken, de conclusie van antwoord in reconventie, het bericht van 23 oktober 2025 met producties van [partij 1] , de spreekaantekeningen van [partij 2] , het proces-verbaal van de plaatsopneming en bezichtiging van 4 november 2025, de mondelinge behandeling van 4 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [partij 2] woont aan [adres 1] in [plaats] . Hij heeft twee camera’s aan de voorzijde van zijn woning. Daarnaast heeft [partij 2] nog een deurbelcamera en een camera bij zijn binnentuin, maar deze twee camera’s zijn geen onderdeel van deze procedure. 2.2. [partij 1] woont aan [adres 2] in [plaats] . Zij heeft een deurbelcamera en een camera onder haar carport. 2.3. In 2021 heeft tussen partijen een discussie gespeeld over de op het perceel van [partij 2] aanwezige camera. [partij 2] heeft zijn camera naar aanleiding hiervan gedraaid. 2.4. In 2024 heeft [partij 2] de betreffende camera vervangen en een extra camera opgehangen. 3 Het geschil in conventie 3.1. [partij 1] vordert - samengevat – veroordeling van [partij 2] tot verwijdering van de camera-installatie, of aanpassing daarvan in lijn met geldende regelgeving, op straffe van een dwangsom, vermeerderd met rente en kosten. [partij 1] legt aan de vordering ten grondslag dat de camera’s van [partij 2] een onrechtmatige inbreuk maken op haar recht op privacy. 3.2. [partij 2] voert verweer. [partij 2] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [partij 1] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij 1] in de kosten van deze procedure. [partij 2] voert aan dat het perceel van [partij 1] niet in beeld wordt gebracht. Voor zover sprake zou zijn van inbreuk op persoonlijk levenssfeer van [partij 1] , dan is sprake van een rechtvaardigingsgrond, omdat het cameratoezicht noodzakelijk is ter bescherming van de eigendommen van [partij 2] en de eigen veiligheid. in reconventie 3.3. [partij 2] vordert - samengevat – (voorwaardelijk) voor zover in conventie geoordeeld wordt dat hij zijn camera’s moet verwijderen, dat [partij 1] haar camera’s moet verwijderen of aanpassen op straffe van een dwangsom. [partij 2] legt aan de vordering ten grondslag dat de camera’s van [partij 1] een onrechtmatige inbreuk maken op zijn recht op privacy. 3.4. [partij 1] voert verweer. [partij 1] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij 2] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij 2] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij 2] in de kosten van deze procedure. [partij 1] voert aan dat [partij 2] met deze voorwaardelijke vordering misbruik maakt van zijn procesrecht. Ook voert zij aan dat haar camera’s geen buitenproportionele inbreuk maken op de privacy van [partij 2] . 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling in conventie en reconventie 4.1. Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen beide geschillen gezamenlijk worden behandeld. Toetsingskader 4.2. In deze zaak gaat het om de vraag of partijen hun camera’s moeten verwijderen of verplaatsen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is dat in beginsel iedereen het recht heeft om zijn of haar eigendommen te beschermen door bijvoorbeeld camera’s op te hangen. Daar tegenover staat het recht van de ander op privacy en het recht om ‘onbespied’ te zijn vanuit de eigen woning en tuin. Een inbreuk op dit recht op privacy is in beginsel een onrechtmatige daad. Een rechtvaardigingsgrond kan aan het onrechtmatige karakter in de weg staan. Of er sprake is van een rechtvaardigingsgrond, wordt beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval en onder afweging van de ernst van de inbreuk enerzijds en de belangen die met de inbreukmakende handelingen redelijkerwijs kunnen worden gediend anderzijds. Ook moet worden bekeken of het gebruik van de camera’s voldoet aan de eisen van proportionaliteit (er moet een redelijke verhouding zijn tussen het doel en het middel) en subsidiariteit (het minst ingrijpende middel om een doel te bereiken). De camera’s van [partij 2] 4.3. In deze procedure gaat het om de twee camera’s die [partij 2] heeft geplaatst aan de voorzijde van zijn woning. Tijdens de bezichtiging ter plaatse heeft de kantonrechter geconstateerd dat de twee camera’s een klein strookje van het eigen perceel van [partij 2] (een deel van zijn garage en een deel van zijn heg) filmen en verder de volledige breedte van de openbare weg tot aan de woning van [partij 1] , zoals te zien is op onderstaande foto’s. [afbeelding geanonimiseerd] 4.4. De woning van [partij 1] is net niet in beeld, maar door dit zicht kan [partij 2] wel zien wanneer [partij 1] thuiskomt en van huis gaat. Gezichten van voorbijgangers zijn ook goed zichtbaar. [partij 2] heeft in zijn woonkamer naast zijn televisie een scherm aan de muur hangen waarop beide camerabeelden te zien zijn. Hoewel hij aangeeft dat hij dit scherm alleen in de avond aan zet, kan hij in feite de gehele dag door deze beelden live bekijken. Er bestaat dus de mogelijkheid van stelselmatige observatie. Dit vormt een onrechtmatige inbreuk op de privacy van [partij 1] . 4.5. [partij 2] heeft een overzicht overgelegd van het aantal diefstallen dat in de buurt wordt gepleegd, maar dit is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende rechtvaardiging voor de camera’s. De kantonrechter overweegt dat het op zichzelf genomen een legitieme wens is van [partij 2] dat hij zijn eigendommen en zichzelf wil beveiligen door middel van camera’s. Het doel van veiligheid kan echter ook worden bereikt door niet de gehele breedte van de openbare weg in beeld brengen, maar voornamelijk het eigen perceel van [partij 2] . Daarnaast is er nog de mogelijkheid om de andere camera gericht op de binnentuin van [partij 2] te activeren, die momenteel niet in werking is. De kantonrechter is van oordeel dat er geen rechtvaardigingsgrond is en dat het gebruik van de twee camera’s aan de buitenzijde van de woning van [partij 2] niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. 4.6. Het voorgaande betekent dat [partij 2] zijn twee camera’s aan de voorzijde van zijn woning moet verwijderen. De kantonrechter acht hiervoor een termijn van 1 maand na betekening van het vonnis een redelijke termijn. De hierbij gevorderde dwangsom zal worden beperkt, omdat deze dient als prikkel tot nakoming. De kantonrechter acht een dwangsom van € 50,00 per dag met een maximum van € 3.000,00 op zijn plaats. Buitengerechtelijke incassokosten 4.7. [partij 1] maakt ook aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-Integraal 2013, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Met inachtneming hiervan kan het gevorderde bedrag van € 412,50 worden toegewezen. Vordering in reconventie 4.8. Nu hiervoor geoordeeld is dat [partij 2] zijn camera’s moet verwijderen moet ook geoordeeld worden over de vraag of [partij 1] haar camera’s moet verwijderen. [partij 1] heeft aangevoerd dat [partij 2] met deze voorwaardelijke vordering in reconventie misbruik heeft gemaakt van zijn procesrecht, maar hier gaat de kantonrechter niet in mee. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het instellen van een vordering in reconventie past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter. De camera’s van [partij 1] 4.9. Tijdens de bezichtiging heeft de kantonrechter geconstateerd dat de camera’s van [partij 1] gericht zijn op haar voortuin en onder haar carport. Daarbij wordt ook een stuk van de openbare weg en de heg en bovenkant van de woning van [partij 2] gefilmd, zoals te zien op onderstaande foto’s. [afbeelding geanonimiseerd] 4.10. [partij 1] heeft aangevoerd dat zij zoveel mogelijk rekening heeft gehouden met de privacy van anderen door de instellingen van beide camera’s zo beperkt mogelijk te houden (met een beperkte activeringszone en zo min mogelijk zicht op de openbare weg). Dit neemt niet weg dat met haar camera’s zij momenteel wel zicht heeft op de openbare weg en een stuk van het perceel en de (boven)woning van [partij 2] . Dit zicht is niet afgeschermd met zogenaamde ‘privacymasks’. Volgens [partij 1] is het niet mogelijk om de deurbelcamera anders af te stellen, omdat zij dan de gezichten van personen die voor haar deur staan niet meer kan zien. De kantonrechter is van oordeel dat de camera ook in een andere hoek kan worden geplaatst, waardoor deze meer gericht is op haar voortuin en niet op de woning van [partij 2] . Daarnaast heeft [partij 1] tijdens de bezichtiging zelf aangegeven dat de camera in de carport gericht is op haar bus, maar dat deze ook op een andere positie kan worden geplaatst, zodat de openbare weg niet in beeld wordt gebracht. Met het huidige zicht van de camera’s op de woning van [partij 2] en de openbare weg is niet voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. 4.11. Verder is tijdens de bezichtiging besproken dat de beelden van de camera’s van [partij 1] automatisch voor onbepaalde tijd worden bewaard. Hoewel [partij 1] heeft aangegeven dat zij de opgenomen beelden bijna dagelijks wist, blijft dit afhankelijk van een actieve handeling die zij zelf moet verrichten. Tijdens de descente heeft [partij 1] aangegeven dat de camera’s alleen bij beweging worden geactiveerd, maar zij heeft vervolgens toegelicht dat de beelden ook op elk willekeurig moment kunnen worden bekeken. De kantonrechter is van oordeel dat de camera-installatie van [partij 1] een onrechtmatige inbreuk maakt op de privacy van [partij 2] . [partij 1] moet haar camera’s verwijderen 4.12. Het voorgaande betekent dat de vordering van [partij 2] tot verwijdering van de camera’s door [partij 1] kan worden toegewezen. De kantonrechter acht hiervoor een termijn van 1 maand na betekening van het vonnis een redelijke termijn. De hierbij gevorderde dwangsom zal worden beperkt naar € 50,00 per dag. De kantonrechter ziet aanleiding om deze aan een maximum te binden van € 3.000,00, omdat de dwangsom dient als prikkel tot nakoming. in conventie 4.13. [partij 2] is in het ongelijk gesteld in conventie en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij 1] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 147,48 - griffierecht € 90,00 - salaris gemachtigde € 813,00 (3 punten × € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.185,48 4.14. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4.15. De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. in reconventie 4.16. [partij 1] is in het ongelijk gesteld in reconventie en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij 2] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 406,50 (3 punten × 0,5 x € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 541,50 5 De beslissing De kantonrechter in conventie 5.1. veroordeelt [partij 2] om zijn camera-installatie te verwijderen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, 5.2. veroordeelt [partij 2] om aan [partij 1] een dwangsom te betalen van € 50,00 voor iedere dag dat hij niet aan de hoofdveroordeling onder 5.1 voldoet, tot een maximum van € 3.000,00 is bereikt, 5.3. veroordeelt [partij 2] om aan [partij 1] te betalen een bedrag van € 412,50 aan buitengerechtelijke kosten 5.4. veroordeelt [partij 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.185,48, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.5. veroordeelt [partij 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.6. verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad, 5.7. wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 5.8. veroordeelt [partij 1] om haar camera-installatie te verwijderen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, 5.9. veroordeelt [partij 1] om aan [partij 2] een dwangsom te betalen van € 50,00 voor iedere dag dat hij niet aan de hoofdveroordeling onder 5.8 voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt, 5.10. veroordeelt [partij 1] in de proceskosten van € 541,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.11. verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad, 5.12. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.