Skip to content
Case Law
NL

Deurbelcamera die gemeenschappelijke ruimte registreert of die van appartementeigenaren filmt moet weg.

Rechtbank

Rechtbank

Case Summary

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11666524 \ CV EXPL 25-1522 (NE) Vonnis van 8 oktober 2025 in de zaak van de vereniging [vereniging] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: de [vereniging] , gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. De zaak in het kort De zaak gaat over een geschil tussen een [vereniging] en een lid van de [vereniging] over de nakoming van bepalingen uit onder andere het modelreglement en de vraag of de [vereniging] rechtsgeldig boetes voor de overtredingen heeft opgelegd. Alleen voor de hondenkar in de gemeenschappelijke ruimte en de cameradeurbel is vastgesteld dat dit overtredingen zijn die nog steeds voortduren. De gevorderde boete wordt afgewezen, omdat uit de waarschuwingsbrief niet kan worden afgeleid voor welke overtreding een boete zal worden opgelegd bij voortduring daarvan en hoe hoog de boete is. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 8 april 2025 met producties - het mondeling antwoord met daarbij een schriftelijk verweer en producties - de e-mail van 7 mei 2025 van [gedaagde] met een correctie op het mondeling antwoord - het tussenvonnis van 14 mei 2025 - de brief van 26 augustus 2025 met productie 21 van de [vereniging] - de mondelinge behandeling van 9 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De [vereniging] voert het beheer over het appartementsgebouw [adres] te [woonplaats] . 2.2. Bij splitsingsakte van 9 november 2015 is het gebouw gesplitst in appartementsrechten. De appartementsrechten A-2 (de woningen) zijn bij akte van dezelfde datum ondergesplitst. In de splitsingsakten is het splitsingsreglement opgenomen. Op de splitsingsreglementen is het Modelreglement 2006 van toepassing verklaard. Ook is het huishoudelijk reglement vastgesteld. 2.3. [gedaagde] is eigenaar van het appartementsrecht [naam] in het appartementsgebouw [adres] te [woonplaats] . [gedaagde] is van rechtswege lid van de [vereniging] . 2.4. De [vereniging] heeft [gedaagde] per brief van 24 april 2024 gesommeerd de gemeenschappelijke gedeelten vrij te houden (waarbij diverse voertuigen en voorwerpen worden benoemd die daar staan), zijn hond aangelijnd te houden, de cameradeurbel te verwijderen en het onheus bejegenen van bestuursleden te staken. Ook heeft de [vereniging] [gedaagde] erop gewezen dat deze brief een officiĆ«le waarschuwing is en als de overtredingen niet op tijd worden beĆ«indigd nadere juridische maatregelen zullen worden getroffen, waaronder in ieder geval het opleggen van een boete per overtreding. Op 30 april 2024 heeft de [vereniging] een rappel verstuurd aan [gedaagde] . 2.5. In een nieuwsbrief van juli 2024 laat het bestuur van de [vereniging] aan de leden, onder toezending van een plattegrond, weten dat zij van plan is de fietsenstalling een kleine herinrichting te geven om ruimte te creĆ«ren voor het stallen van scootmobielen en driewielers. In ruimte A kunnen twee driewielers, in ruimte B twee en mogelijk drie scootmobielen, in ruimte C twee driewielers en in ruimte D een scootmobiel worden geplaatst. 2.6. In de e-mail van 4 juli 2024 schrijft de [vereniging] aan [gedaagde] dat zij genoodzaakt is vanaf die datum een boete op te leggen van 3 x € 5,00 per dag voor drie overtredingen, namelijk het stallen van de scootmobiel in de hal tevens vluchtroute, het stallen van de hondenkar in de hal tevens vluchtroute en het niet verwijderen van de camera in de deur. De [vereniging] verwijst in deze e-mail naar een brief van 19 juli 2024 waarin is geconstateerd dat [gedaagde] de overtredingen nog steeds niet volledig heeft beĆ«indigd. Daarna heeft de [vereniging] verschillende e-mails naar [gedaagde] verstuurd over de hoogte van de inmiddels verbeurde boetes en wordt ook daarin verwezen naar de brief van 19 juli 2024. 3 Het geschil 3.1. De [vereniging] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.857,45 aan schadevergoeding en verbeurde boetes, vermeerderd met rente. De [vereniging] vordert verder veroordeling van [gedaagde] tot beĆ«indiging en beĆ«indigd houden van zijn overtredingen, wat wil zeggen dat hij gestalde zaken in de gemeenschappelijke gedeelten moet verwijderen en verwijderd houden, zijn cameradeurbel moet verwijderen en verwijderd houden, zijn hond altijd moet aanlijnen in de gemeenschappelijke gedeelten en gepast en respectvol moet zijn naar het bestuur. Dit alles op straffe van een dwangsom. 3.2. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de [vereniging] , met veroordeling van de [vereniging] in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Schade aan een pilaar in de gemeenschappelijke hal 4.1. De [vereniging] vordert vergoeding van schade aan een pilaar in de gemeenschappelijke hal. Volgens de [vereniging] is [gedaagde] met zijn scootmobiel tegen de pilaar aangereden en heeft hij daarbij schade toegebracht, wat is te zien op camerabeelden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de [vereniging] schermafbeeldingen van de camerabeelden en foto’s van de beschadigde pilaar en een schroef van de wiel van een scootmobiel overgelegd. [gedaagde] betwist dat hij schade heeft veroorzaakt aan de pilaar en wijst er onder andere op dat hij iemand met een steekwagen met bier erop in de buurt van de pilaar heeft gezien en hij het toen hoorde schuren. 4.2. In tegenstelling tot wat de [vereniging] stelt is op de overgelegde foto’s niet te zien dat [gedaagde] met zijn scootmobiel de pilaar raakt en beschadigt. Ook het feit dat op de schroef van de wiel van een scootmobiel op enig moment wit kalk was te zien, brengt niet mee dat de [vereniging] aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] de schade heeft veroorzaakt. De [vereniging] heeft alleen gewezen op camerabeelden en op wit kalk op de schroef van de wiel. Omdat [gedaagde] gemotiveerd heeft betwist dat hij de schade heeft veroorzaakt, had het op de weg van de [vereniging] gelegen haar onderbouwing concreter te maken. Dat heeft de [vereniging] niet gedaan. Daarom is niet komen vast te staan dat de schade aan de pilaar is veroorzaakt door [gedaagde] . Dit leidt tot afwijzing van deze vordering van de [vereniging] . Opgelegde boete 4.3. De [vereniging] vordert verder betaling van [gedaagde] van door haar opgelegde boetes. [gedaagde] is in de brief van 24 april 2024 op verschillende overtredingen aangesproken. Volgens de [vereniging] is op 19 juni 2024 een boete opgelegd voor overtredingen en is de boete inmiddels opgelopen tot € 1.610,00. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij na het stopzetten van de boete er niet op is gewezen dat deze weer openstaat en nog moet worden betaald. 4.4. Het bestuur is op grond van het modelreglement gerechtigd bij overtreding van bepalingen uit de wet, het splitsingsreglement, het huishoudelijk reglement of een besluit van de [vereniging] boetes op te leggen nadat zij eerst een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven per aangetekende brief. In het huishoudelijk reglement zijn de boetebedragen per overtreding gespecificeerd. 4.5. Het moet voor een appartementseigenaar duidelijk zijn voor welke overtreding welke boete wordt opgelegd. De brief van 24 april 2024 voldoet daar niet aan. Uit deze brief kan [gedaagde] niet afleiden voor welke overtreding een boete zal worden opgelegd bij voortduring daarvan en hoe hoog de boete is. Het bestuur maakt in de vanaf 4 juli 2024 aan [gedaagde] verstuurde e-mails aanspraak op verbeurde boetes en maakt daarin duidelijk voor welke drie overtredingen welke boetes worden opgelegd. In deze e-mails wordt steeds verwezen naar een brief van 19 juni 2024. Deze brief is echter niet in het geding gebracht, zodat hieraan dus geen gevolgen kunnen worden verbonden. Dit brengt mee dat waar [gedaagde] stelt dat hij niet wist dat hij nog boetes verbeurde, hem het voordeel van de twijfel wordt gegeven. De gevorderde boete wordt afgewezen. BeĆ«indigen en beĆ«indigd houden van overtredingen 4.6. De [vereniging] stelt zich verder op het standpunt dat [gedaagde] in overtreding is met verschillende bepalingen uit het splitsingsreglement en huishoudelijk reglement en vordert beĆ«indiging en beĆ«indigd houden daarvan. Voortuigen en voorwerpen in de gemeenschappelijke gedeelten 4.7. [gedaagde] houdt de gemeenschappelijke gedeelten volgens de [vereniging] niet vrij door daar structureel zaken te plaatsen. Hij stalt zonder toestemming van de [vereniging] zijn scootmobiel en hondenkar en andere voorwerpen (een kinderglijbaan en -fiets) in de gemeenschappelijke hal en een kast, tandem en driewieler in het gemeenschappelijke gedeelte van de fietsenstalling. Ook heeft [gedaagde] zijn (volledige) inboedel in de gemeenschappelijke gedeelten geplaatst. Dit is op grond van het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement niet toegestaan. Het verweer van [gedaagde] komt erop neer dat verschillende voorwerpen er tijdelijk hebben gestaan en zijn inboedel wat langer vanwege de plaatsing van een nieuwe vloer in zijn appartement. Verder past de tandem niet in zijn berging, zou voor de driewieler een plek worden gecreĆ«erd, wat nog niet is gebeurd, en is [gedaagde] nog in afwachting waar hij de scootmobiel mag stallen. 4.8. [gedaagde] betwist dus niet dat hij voertuigen en voorwerpen stalt of heeft gestald in de gemeenschappelijke ruimten. Wat betreft de inboedel en verschillende door de [vereniging] gespecificeerde zaken die [gedaagde] in de gemeenschappelijke ruimten heeft geplaatst (de kinderglijbaan en -fiets en inboedel), kan worden vastgesteld dat daar inmiddels geen sprake meer van is en dat dit een tijdelijk karakter had. 4.9. De hondenkar plaatst [gedaagde] echter nog wel in een niet daarvoor bestemde gemeenschappelijke ruimte. Op grond van het modelreglement is dit niet toegestaan, terwijl [gedaagde] ook de mogelijkheid heeft de hondenkar in zijn berging te plaatsen. [gedaagde] moet deze overtreding dan ook beĆ«indigen en beĆ«indigd houden en zal daartoe worden veroordeeld. 4.10. Voor zover de [vereniging] betoogt dat de driewieler daar niet mag staan, heeft de [vereniging] plek C, zijnde de toegezegde ruimte voor driewielers, niet gecreĆ«erd omdat daarvoor geen noodzaak was vanwege de ruimte voor de driewieler op plek B (voor de eigen berging van [gedaagde] ). De [vereniging] heeft niet duidelijk gemaakt waar [gedaagde] de driewieler wel moet plaatsen. Dat had wel op haar weg gelegen. 4.11. Wat betreft de tandem van [gedaagde] geldt dat deze tegen de achtermuur bij zijn berging staat en dat de tandem niet in de berging en in de fietsenstalling kan worden geplaatst. [gedaagde] heeft op de zitting duidelijk gemaakt dat de tandem wordt gebruikt vanwege zijn slechte zicht. Hoewel op grond van het Modelreglement in de gemeenschappelijke ruimte geen voertuigen mogen worden geplaatst, is voor scootmobielen en kennelijk ook voor driewielers een uitzondering gemaakt. De [vereniging] heeft niet uitgelegd waarom deze uitzondering niet ook zou moeten gelden voor de tandem van [gedaagde] . Daarbij staat de tandem tegen de muur en dus niet in de weg of in een vluchtroute. 4.12. Op de foto’s van 16 en 17 augustus 2025 is verder de scootmobiel van [gedaagde] te zien. Deze scootmobiel mag daar volgens de [vereniging] niet staan, omdat daarvan geen gebruik wordt gemaakt door [gedaagde] . [gedaagde] heeft dit erkend en heeft verklaard dat hij de scootmobiel aan iemand heeft aangeboden ter overname. Aangezien de scootmobiel op een door de [vereniging] aangewezen plek staat, is (nu nog) geen sprake van een overtreding. Dit kan anders worden als [gedaagde] er niet met de nodige voortvarendheid voor zorgt dat de scootmobiel wordt overgedragen en daarmee ruimte maakt voor eventueel scootmobielen en driewielers van andere appartementseigenaren. 4.13. Ten slotte is op de hiervoor vermelde foto’s te zien dat in de hoek een kast staat die onbetwist van [gedaagde] is en daar op grond van het modelreglement niet mag staan. [gedaagde] moet deze overtreding beĆ«indigen en beĆ«indigd houden en zal daartoe worden veroordeeld. 4.14. Voor zover nog andere voertuigen of voorwerpen in de gemeenschappelijke ruimte staan die volgens de [vereniging] moeten worden verwijderd en verwijderd blijven, had de [vereniging] dat moeten specificeren. In de dagvaarding heeft de [vereniging] de hiervoor vermelde voertuigen en voorwerpen benoemd zodat daarop kan worden beslist. Een vordering tot het verwijderen en verwijderd houden van zaken in de algemene ruimte zonder concreet te maken om welke zaken het gaat is echter te vaag en onbepaald en daarom niet toewijsbaar. Aanlijnen hond 4.15. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] de hond moet aanlijnen in de gemeenschappelijke ruimten. Volgens [gedaagde] houdt hij zich daar ook aan, maar gebeurt het wel eens dat zijn hond naar buiten glipt als hij zijn voordeur opent. De [vereniging] heeft vervolgens geen nadere toelichting gegeven voor haar standpunt dat [gedaagde] zijn hond los laat lopen in de gemeenschappelijke ruimten. Een enkele keer dat de hond ontsnapt is daartoe onvoldoende. Cameradeurbel 4.16. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] in zijn deur of kozijn een cameradeurbel heeft geplaatst die beelden in de gemeenschappelijke ruimte registreert en opslaat en waarvoor hij geen toestemming heeft van de [vereniging] of van de individuele appartementseigenaren. Het is in beginsel niet geoorloofd enige andere ruimte dan de eigen ruimte (zoals in dit geval de gemeenschappelijke ruimte in het appartementengebouw) te filmen. Daarmee wordt inbreuk gemaakt op de privacy van de andere appartementseigenaren. Onder omstandigheden en met inachtneming van een belangenafweging kan het belang van privacy echter ondergeschikt raken aan een belang om de woning te beveiligen. [gedaagde] heeft alleen aangevoerd dat in de gemeenschappelijke ruimte werd gerookt en heeft verder geen belang aangevoerd. Van een gerechtvaardigd belang bij de deurbelcamera is dan ook niet gebleken. [gedaagde] moet de deurbelcamera daarom verwijderen en verwijderd houden. Daartoe zal [gedaagde] worden veroordeeld. Wijze van bejegenen bestuursleden 4.17. De [vereniging] heeft voldoende met stukken onderbouwd dat [gedaagde] bestuursleden onheus heeft bejegend door dingen als ā€œvuile verraderā€ te zeggen en beledigende en/of bedreigende e-mails te versturen. [gedaagde] moet zich respectvol gedragen naar de bestuursleden en door ā€œvuile verraderā€ te zeggen en beledigende en bedreigende e-mails te versturen, doet hij dat niet. De [vereniging] heeft echter tijdens de zitting verklaard dat dit gedrag is gestopt nadat [gedaagde] op 10 juli 2024 is aangeschreven door de [vereniging] over de onacceptabele wijze waarop hij met het bestuur communiceert en hij op 11 juli 2024 zijn excuses heeft aangeboden voor het versturen van een foto naar een bestuurslid van zijn overleden vrouw. Met de [vereniging] is de kantonrechter van oordeel dat dergelijk gedrag onacceptabel is, maar inmiddels is volgens de verklaring van de [vereniging] van dergelijk gedrag meer dan een jaar geen sprake. Deze vordering wordt daarom afgewezen. Dwangsom 4.18. De gevorderde dwangsom voor het geval [gedaagde] niet voldoet aan het verwijderen en verwijderd houden van de hondenkar en kast in de gemeenschappelijke ruimte en de deurbelcamera in zijn deur dan wel kozijn worden als volgt toegewezen. Als [gedaagde] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis deze overtredingen niet heeft beĆ«indigd moet hij per overtreding eenmalig € 50,00 aan de [vereniging] betalen en bij voortduring moet [gedaagde] per overtreding € 5,00 betalen voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling voldoet (het beĆ«indigen en beĆ«indigd houden van de hiervoor vermelde overtredingen), tot een maximum van € 2.500,00 is bereikt. Deze dwangsom komt in de plaats van de boete die de [vereniging] op grond van het modelreglement voor deze overtredingen kan opleggen. Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom is aangesloten bij de bedragen vermeld in het huishoudelijk reglement. Proceskosten 4.19. Hoewel een groot deel van de vorderingen van de [vereniging] wordt afgewezen, hecht de kantonrechter eraan om erop te wijzen dat uit de processtukken en wat tijdens de zitting naar voren is gebracht voldoende is komen vast te staan dat [gedaagde] zich in het verlenen beledigend en dreigend heeft uitgelaten tegen bestuursleden en dat hij zijn voertuigen of voorwerpen herhaaldelijk in de gemeenschappelijke ruimten plaatst of heeft geplaatst, wat niet is toegestaan. Daarbij communicatie [gedaagde] niet met het bestuur, wat maakt dat het bestuur zich genoodzaakt zag deze procedure te starten. Dit maakt dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de hondenkar en de kast in de gemeenschappelijke ruimte en de deurbelcamera in de deur dan wel het kozijn te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom die [gedaagde] moet betalen van eenmalig € 50,00 per overtreding en bij voortduring daarvan van € 5,00 per overtreding voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 2.500,00 is bereikt, 5.2. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2025. Artikel 41 lid 1 en 2 van het Modelreglement. Artikel 20 lid 1 en artikel 21 lid 1 van het Modelreglement. De artikelen 21 in de splitsingsakte en ondersplitsingsakte. Productie 21 van de [vereniging] .