Skip to content
Case Law
NL

Rechtbank Gelderland

Rechtbank Gelderland

Rechtbank Gelderland

Case Summary

RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: 11704700 \ CV EXPL 25-1411 Vonnis van 7 januari 2026 in de zaak van [eiseres] , te [plaats 1] (Duitsland), eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. D.G.A. Rossi, tegen [gedaagde] , te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend bij: [gemachtigde] . 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 18 juni 2025, - de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door de gemachtigde van [eiseres] nagezonden producties, - de mondelinge behandeling van 6 november 2025, ter gelegenheid waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling haar eis gewijzigd. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Op 31 juli 2023 is tussen partijen een koopovereenkomst tot stand gekomen op grond waarvan [gedaagde] een brommobiel van het merk Ligier, type JS60 Sport Ultimate, uit het bouwjaar 2022 en met een kilometerstand van circa 3.500 (hierna: de brommobiel), aan [eiseres] heeft verkocht. Partijen hebben de koopsom bepaald op € 16.250,00. 2.2. [eiseres] heeft een aanbetaling van € 1.000,00 gedaan. 2.3. Op 21 augustus 2023 heeft [gedaagde] de brommobiel aan [eiseres] geleverd. Op dezelfde datum heeft [eiseres] de openstaande koopsom van € 15.250,00 en de transportkosten van € 250,00 aan [gedaagde] betaald. 2.4. In november 2023 constateerde [eiseres] dat de door [gedaagde] geleverde set winterbanden niet op de brommobiel pasten omdat de maat daarvan (185/50/16) niet overeenstemde met de benodigde maat (165/50/16). 2.5. Bij e-mail van 27 november 2023 heeft [eiseres] [gedaagde] verzocht om vier winterbanden in de correcte maat naar hem toe te sturen. 2.6. In reactie daarop heeft [gedaagde] bij e-mail van 28 november 2023 aan [eiseres] bericht dat zij helaas geen winterbanden in de maat 165/60/16 kan bestellen. 2.7. In december 2023 heeft [eiseres] door [bedrijf] vier winterbanden in de juiste maat onder de brommobiel laten plaatsen. Daarnaast heeft [bedrijf] de uitlaat, die inmiddels was afgebroken, opnieuw aan het voertuig gelast. [bedrijf] heeft voor de winterbanden een bedrag van € 247,23 (incl. btw) aan [eiseres] in rekening gebracht en voor de reparatie van de uitlaat een bedrag van € 139,94 (incl. btw). 2.8. In februari 2024 heeft [gedaagde] een COC-document voor de brommobiel aangeschaft. De kosten daarvan bedragen € 214,00 (incl. btw). 2.9. In april 2024 heeft [eiseres] het remsysteem van de brommobiel door [bedrijf] laten vervangen omdat de reminstallatie defect was. [bedrijf] heeft hiervoor een bedrag van € 972,73 (incl. btw) aan [eiseres] in rekening gebracht. 2.10. Medio 2024 constateerde [eiseres] dat de brommobiel motorschade heeft waardoor niet meer met de brommobiel kon worden gereden. 2.11. Bij brief van 25 juli 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde] gesommeerd om de ontstane motorschade aan de brommobiel deugdelijk te (laten) herstellen en om de navolgende bedragen te betalen: - € 247,23 voor de winterbanden. - € 214,00 voor het COC-document en - € 20,00 voor de aankoop van een reservesleutel. 2.12. Bij e-mail van 14 augustus 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan [gedaagde] bericht dat er ook andere gebreken aan de brommobiel zijn ontdekt die gerepareerd moeten worden, namelijk een defect centraal display en een defecte elektronische achterklepvergrendeling. [gedaagde] is gesommeerd deze gebreken ook te herstellen. 2.13. Op 20 augustus 2024 heeft [gedaagde] de brommobiel bij [eiseres] opgehaald om de motorschade te (laten) repareren. 2.14. [gedaagde] heeft de motorschade door de fabrikant van de brommobiel (Ligier) laten herstellen. 2.15. Op 26 september 2024 heeft [gedaagde] de brommobiel weer afgeleverd bij [eiseres] . 2.16. Per email van 30 september 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan [gedaagde] bericht dat het centrale display en de achterklepvergrendeling niet functioneren. [gedaagde] wordt gesommeerd deze gebreken binnen 7 dagen te repareren. 2.17. Bij brief van 24 februari 2025 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan [gedaagde] onder meer bericht dat zij de laatste gelegenheid krijgt om de gebreken aan het centrale display en de elektronische achterklapvergrendeling te herstellen. [gedaagde] heeft aan deze sommatie geen gevolg gegeven. 2.18. [eiseres] heeft het gebrek aan de elektronische achterklepvergrendeling laten verhelpen door een derde. 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert , na wijziging van eis, samengevat en naast een proceskostenveroordeling, dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Primair 1. indien en voor zover Nederlands recht van toepassing is: voor recht zal verklaren dat de auto non-conform is, 2. indien en voor zover Duits recht van toepassing is: voor recht zal verklaren dat de brommobiel non-conform is en dat er sprake is van een ‘Sachmangel’ in de zin van § 434 BGB, 3. voor recht zal verklaren dat [gedaagde] tekort is gekomen in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen, 4. de tussen partijen gesloten koopovereenkomst zal ontbinden, subsidiair: 5. de tussen partijen gesloten koopovereenkomst zal vernietigen wegens dwaling, meer subsidiair: 6. voor recht zal verklaren dat [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld, zowel primair, subsidiair en meer subsidiair: 7. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 16.500,00, vermeerderd met rente, meest subsidiair: 8. [gedaagde] zal veroordelen om binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis kosteloos het display van het voertuig te herstellen, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt, 9. [gedaagde] zal veroordelen om aan [eiseres] alle schriftelijke documenten ter zake de reparatie van de motorschade binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis te verstrekken, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt, zowel primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair: 10. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 553,41 (€ 481,23 + € 72,18), althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente, alsmede [gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente. 3.2. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Vooropgesteld wordt dat deze procedure een internationaal karakter heeft omdat [eiseres] haar woonplaats heeft in Duitsland. Daarom moet eerst ambtshalve worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het voorliggende geschil van toepassing is. 4.2. [gedaagde] is gevestigd in Nederland, zodat de EEX Verordening (EU) Nr. 1215/2012 in dit geval van toepassing is. Op grond van de hoofdregel van artikel 4 van deze verordening wordt de gedaagde partij in beginsel opgeroepen voor een gerecht van de lidstaat waarin hij of zij woont. Een grondslag voor afwijking van deze hoofdregel is niet gesteld of gebleken. Dat betekent dat de Nederlandse rechter in dit geval rechtsmacht heeft. Gelet op de vestigingsplaats van [gedaagde] is de Rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Zutphen, bevoegd van de vordering kennis te nemen. 4.3. Tussen partijen is een koopovereenkomst tot stand gekomen op grond waarvan [gedaagde] een brommobiel aan [eiseres] heeft geleverd. Dit brengt met zich dat de Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) op onderhavig geval van toepassing is. Aangezien van een (impliciete) rechtskeuze door partijen niet is gebleken, is op grond van artikel 4 lid 1 sub a van voormelde verordening Nederlands recht van toepassing. Ontbinding van de koopovereenkomst? 4.4. [eiseres] vordert primair dat de koopovereenkomst tussen partijen zal worden ontbonden omdat de brommobiel volgens [eiseres] niet de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. 4.5. Op grond van artikel 7:17 lid 2 BW beantwoordt een afgeleverde zaak (in dit geval de brommobiel) niet aan de koopovereenkomst als de zaak, mede gelet op de aard daarvan en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag in elk geval verwachten dat het afgeleverde de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien. 4.6. [eiseres] stelt dat de brommobiel de volgende gebreken heeft: niet passende winterbanden, geen origineel geleverd COC-formulier, ontbrekende reservesleutel, afgebroken uitlaat, defecte reminstallatie, niet functionerende centrale display, niet functionerende elektronische achterklepvergrendeling. Volgens [eiseres] leiden deze gebreken tezamen tot de conclusie dat de brommobiel niet aan de koopovereenkomst beantwoordt. Deze gestelde gebreken zullen hierna afzonderlijk aan de orde komen. a. a) winterbanden 4.6.1. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] bij de brommobiel vier winterbanden aan [eiseres] zou leveren. Niet in geschil is dat de vervolgens door [gedaagde] geleverde winterbanden niet geschikt zijn voor de brommobiel omdat de maat daarvan niet correct is. Dit levert een gebrek op. b) COC-formulier 4.6.2. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] bij de levering van de brommobiel een COC-formulier aan [eiseres] zou afgeven. [eiseres] stelt dat het door [gedaagde] afgegeven COC-formulier niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen omdat dit formulier niet afkomstig is van de fabrikant, geen stempel en handtekening bevat en daarop ook tal van overige data ontbreekt, aldus [eiseres] . 4.6.3. [gedaagde] betwist dat zij niet het juiste COC-formulier aan [eiseres] heeft geleverd maar deze betwisting valt niet te rijmen met het door [eiseres] overgelegde COC-formulier waarop te zien is dat diverse gegevens niet zijn ingevuld en een datum, handtekening en stempel van de fabrikant van de brommobiel ontbreken. In het licht van deze omstandigheden had het op de weg van [gedaagde] gelegen om verder toe te lichten en te onderbouwen dat het door haar afgegeven COC-formulier wel voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Daarom staat als onvoldoende gemotiveerd weersproken vast dat het door [gedaagde] geleverde COC-formulier niet geldig is. Aangezien niet in geschil is dat [eiseres] een geldig COC-formulier nodig heeft om te kunnen rijden op de openbare weg in Duitsland, levert het ontbreken daarvan een gebrek op. c) reservesleutel 4.6.4. [eiseres] stelt dat [gedaagde] maar één sleutel heeft geleverd terwijl zij twee sleutels had moeten leveren. Gelet op de betwisting van deze stelling door [gedaagde] , had het op de weg van [eiseres] gelegen om het bestaan van deze afspraak nader te onderbouwen. [eiseres] heeft dat niet gedaan. Uit de koopovereenkomst en overige overgelegde stukken blijkt niet dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] twee sleutels aan [eiseres] zou leveren. Van een gebrek op dit punt is dan ook niet gebleken. d) afgebroken uitlaat 4.6.5. Niet in geschil is dat de uitlaat van de brommobiel binnen twaalf maanden na levering van de brommobiel is afgebroken. Dit gebrek kan alleen non-conformiteit opleveren als de oorzaak van het gebrek al bij aflevering van de brommobiel aanwezig was. Daarover verschillen partijen van mening. 4.6.6. In dit geval is sprake van een consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:5 lid 1 BW. Dit heeft tot gevolg dat het bewijsvermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW geldt. Dit bewijsvermoeden houdt in dat als zich binnen twaalf maanden na aflevering van de zaak een afwijking aan de zaak openbaart, in beginsel wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de koopovereenkomst beantwoordde. Dat is alleen anders als de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van deze uitzondering. Daarom wordt in dit geval vermoed dat de oorzaak van de defecte uitlaat al bij de levering van de brommobiel aanwezig was, tenzij [gedaagde] bewijs van het tegendeel van dit vermoeden levert. [gedaagde] heeft onvoldoende gesteld om toegelaten te worden tot het leveren van bewijs van het tegendeel. De niet nader onderbouwde stellingen van [gedaagde] dat [eiseres] waarschijnlijk zelf ergens tegenaan of overheen heeft gereden, is daarvoor in elk geval niet genoeg. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat de oorzaak van de afgebroken uitlaat van de brommobiel al bij levering aanwezig was. Daarmee is sprake van een gebrek. e) reminstallatie 4.6.7. De reminstallatie van de brommobiel is binnen acht maanden na levering van de brommobiel zodanig defect geraakt dat de reminstallatie moest worden vervangen. Volgens [gedaagde] kunnen de remmen van een brommobiel binnen deze termijn versleten raken omdat remschijven tegenwoordig zeer dun zijn. [gedaagde] stelt zich hiermee kennelijk op het standpunt dat [eiseres] gelet op de aard van de zaak (een brommobiel) mocht verwachten dat de reminstallatie binnen acht maanden na levering defect zou raken. [gedaagde] wordt niet in dit standpunt gevolgd. Vast staat namelijk dat de brommobiel bij aankoop slechts één jaar oud was en een kilometerstand had van nog maar 3.500. Gelet op deze omstandigheden en het feit dat de koopsom van brommobiel is bepaald op € 16.250,00, is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] mocht verwachten dat hij langer dan acht maanden met de brommobiel kon rijden zonder dat de reminstallatie defect zou raken. Hiermee is sprake van een gebrek. f) centrale display en elektronische achterklepvergrendeling 4.6.8. Niet in geschil is dat het centrale display van de brommobiel defect is geraakt. Dit levert een gebrek op. g) elektronische achterklepvergrendeling 4.6.9. Niet in geschil is dat de elektronische achterklepvergrendeling van de brommobiel defect is geraakt. Dit levert een gebrek op. Conclusie 4.7. Hiervoor is vastgesteld dat de brommobiel bij aflevering diverse gebreken had, namelijk de gebreken a), b), d) e), f) en g), althans dat de oorzaak van deze gebreken bij aflevering aanwezig was. Gelet op de omstandigheden dat de brommobiel ten tijde van de levering nog maar één jaar oud was, slechts 3.500 kilometer had gereden en de koopsom van de brommobiel is bepaald op € 16.250,00, hoefde [eiseres] voormelde gebreken op grond van de overeenkomst niet te verwachten. In zoverre beantwoordt de brommobiel niet aan de koopovereenkomst en leveren de gebreken non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 lid 2 BW op. Toch heeft [eiseres] niet de bevoegdheid om de koopovereenkomst te ontbinden. Daarvoor is redengevend dat de hiervoor vastgestelde gebreken gelet op hun geringe betekenis geen algehele ontbinding van de koopovereenkomst met haar gevolgen rechtvaardigen (artikel 7:22 lid 1 sub b BW). Vast staat namelijk [eiseres] de gebreken a), b), d), e) en g) op eenvoudige wijze heeft kunnen laten herstellen. [eiseres] heeft alleen het gebrek aan de centrale display f) nog niet laten herstellen. [gedaagde] heeft gesteld dat dit gebrek is ontstaan in verband met een defecte zekering en dat dit eenvoudig en goedkoop is te repareren. [eiseres] heeft onvoldoende tegen deze stelling ingebracht om de juistheid daarvan te betwisten. Daarmee staat vast dat ook het gebrek aan het centrale display eenvoudig is te repareren. Verder is niet in geschil dat voormelde gebreken niet in de weg stonden/staan aan het normaal gebruik van de brommobiel. [eiseres] heeft sinds de levering van de brommobiel 22.000 kilometer met de brommobiel gereden en maakt naar eigen zeggen nog dagelijks gebruik van de brommobiel. De conclusie is dan ook dat de gevorderde ontbinding van de koopovereenkomst zal worden afgewezen. Beroep op dwaling 4.8. [eiseres] vordert subsidiair vernietiging van de overeenkomst wegens (wederzijdse) dwaling. 4.9. Op grond van artikel 6:228 lid 1 BW is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling vernietigbaar. Voor een succesvol beroep op dwaling is vereist dat sprake is van a) een onjuiste voorstelling van zaken op grond waarvan een overeenkomst is aangegaan (dwaling), b) dat deze overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten (causaal verband) en c) dat de wederpartij begreep of moest begrijpen dat het betreffende punt (de onjuiste voorstelling) voor de ander van doorslaggevend belang was (kenbaarheid). Verder is vereist dat sprake is van één van de drie dwalingsgevallen uit artikel 6:228 lid 1 BW. 4.10. In dit geval is niet aan het causaliteitsvereiste voldaan. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om te stellen en aannemelijk te maken dat zij de overeenkomst niet of niet op de daadwerkelijk overeengekomen voorwaarden zou hebben gesloten als zij wist dat de brommobiel de hiervoor vastgestelde gebreken had. Dat heeft zij onvoldoende gedaan. De hiervoor vastgestelde gebreken aan de brommobiel zijn van zodanig ondergeschikt belang dat het niet aannemelijk is dat als [eiseres] wist dat de auto deze gebreken ging vertonen na aankoop, zij de brommobiel niet of slechts tegen andere voorwaarden zou hebben gekocht. 4.11. De conclusie is dat niet aan alle vereisten van artikel 6:228 lid 1 BW is voldaan. Het beroep op dwaling faalt daarom. Onrechtmatige daad 4.12. [eiseres] vordert meer subsidiair een verklaring voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. [eiseres] legt aan deze vordering ten grondslag dat [gedaagde] in strijd heeft gehandeld met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt omdat [gedaagde] de op haar rustende mededelingsplicht heeft geschonden. Volgens [eiseres] wist [gedaagde] van het bestaan van de gebreken, althans behoorde zij dat te zijn. 4.13. [eiseres] heeft onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat op [gedaagde] een mededelingsplicht rustte en dat zij die heeft geschonden. De hiervoor vastgestelde gebreken aan de brommobiel hebben zich niet eerder dan na aankoop van de brommobiel geopenbaard. Uit niets blijkt dat [gedaagde] ten tijde van de verkoop van de brommobiel op de hoogte was van de gebreken die zich later hebben geopenbaard. Van een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 BW is dan ook geen sprake. Dit onderdeel van de vordering zal daarom worden afgewezen. Herstel en nakoming 4.14. [eiseres] vordert meer subsidiair herstel van het display van het voertuig door [gedaagde] . Op grond van artikel 7:21 lid 1 sub b BW is [gedaagde] verplicht over te gaan tot herstel van het defecte display van de brommobiel. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden toegewezen. 4.15. Er bestaat voldoende aanleiding voor toewijzing van de in dit verband gevorderde dwangsom. De dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd zoals hierna in de beslissing is omschreven. Schadevergoeding 4.16. [eiseres] maakt aanspraak op betaling van een schadevergoeding van € 481,23. Dit bedrag is opgebouwd uit de volgende posten: - koop en montage passende winterbanden ad € 247,23, - aanschaf COC-formulier ad € 214,00, - aanschaf reservesleutel ad € 20,00. 4.17. Hiervoor is al vast komen te staan dat [gedaagde] ondeugdelijke winterbanden aan [eiseres] heeft geleverd en dat zij een ongeldig COC-formulier aan [eiseres] heeft verstrekt. [gedaagde] is op deze onderdelen tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Op grond van artikel 6:74 BW is [gedaagde] gehouden de schade die [eiseres] als gevolg daarvan lijdt, te vergoeden. [gedaagde] heeft de hoogte van de gevorderde schade ter hoogte van € 247,23 voor de winterbanden en ter hoogte van € 214,00 voor de aanschaf van het COC-formulier, niet betwist. Deze bedragen zullen worden toegewezen. De niet betwiste wettelijke rente daarover is eveneens toewijsbaar. 4.18. De gevorderde schadevergoeding van € 20,00 in verband met de aanschaf van een reservesleutel zal worden afgewezen omdat op dit onderdeel geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Afschrift stukken reparatie 4.19. [eiseres] vordert dat [gedaagde] alle schriftelijke documenten die betrekking hebben op de reparatie van de schade aan de motor van de brommobiel aan [eiseres] verstrekt. 4.20. Voor het recht op inzage (daaronder valt ook het recht op afschrift of uittreksel) moet op grond van artikel 194 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: - degene die om de informatie verzoekt is partij bij een rechtsbetrekking, - degene van wie inzage wordt verlangd beschikt over de gevraagde informatie of kan deze makkelijk van een derde verkrijgen, - er is sprake van voldoende belang bij het informatieverzoek, - de verlangde informatie is voldoende bepaald. 4.21. Aan de vereisten van artikel 194 Rv is voldaan. Niet in geschil is dat [eiseres] als eigenaar van de brommobiel partij is bij een rechtsbetrekking. [eiseres] heeft voorts een voldoende belang bij een afschrift van de betreffende stukken omdat het haar onbekend is welke werkzaamheden aan de motor van de brommobiel zijn verricht. Aangezien [gedaagde] weigert daarover inzicht te verschaffen, kan [eiseres] niet (laten) beoordelen of de reparatie deugdelijk is verricht. De gevraagde stukken zijn verder voldoende bepaald. Ook is niet in geschil dat [gedaagde] over de gevraagde informatie beschikt. Aan de vereisten van artikel 194 Rv is dus voldaan. Dit onderdeel van de vordering zal daarom worden toegewezen. 4.22. Er bestaat voldoende aanleiding voor toewijzing van de in dit verband gevorderde dwangsom. De dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd zoals hierna in de beslissing is omschreven. Buitengerechtelijke incassokosten 4.23. [eiseres] heeft onweersproken gesteld dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht dan wel heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De hoogte van het gevorderde bedrag is in overeenstemming met het tarief dat is weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en dat geacht wordt redelijk te zijn. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ad € 72,18 zullen dan ook worden toegewezen. Proceskosten 4.24. [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiseres] betalen. Van het in rekening gebrachte griffierecht blijft een bedrag van € 506,00 (€ 732,00 -/- € 226,00) voor rekening van [eiseres] gelet op de hoogte van de toegewezen vordering. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiseres] als volgt vastgesteld en begroot: - kosten van de dagvaarding € 148,04 - griffierecht € 226,00 - salaris gemachtigde € 270,00 (2 punten × € 135,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 779,04 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 461,23, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 14 augustus 2024 tot aan de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 72,18 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 mei 2025 tot aan de dag van volledige betaling, 5.3. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] alle schriftelijke documenten ter zake de reparatie van de schade aan de motor van de brommobiel binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis te verstrekken, 5.4. veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis kosteloos het display van de brommobiel te herstellen, 5.5. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het onder 5.3. en/of 5.4. bepaalde, aan [eiseres] een dwangsom verbeurt van € 250,00 en bepaalt het maximum van de uit hoofde van dit vonnis te verbeuren dwangsommen op een bedrag van € 5.000,00, 5.6. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 779,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.7. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.9. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.