ECLI:NL:RBMNE:2026:3726 Rechtbank Midden-Nederland , 17-06-2026 / 12140680 \ LC EXPL 26-519
Rechtbank Midden-Nederland
Case Summary
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: 12140680 \ LC EXPL 26-519 Vonnis in het incident van 17 juni 2026 in de zaak van [eiser] , wonend in [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , procederend in persoon, tegen de vereniging van eigenaars [gedaagde] " , gevestigd in [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de VvE, gemachtigde: mr. D.N. Reijnders, advocaat in Utrecht. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van [eiser] ; - de conclusie van antwoord tevens houdende exceptie van onbevoegdheid van de VvE; - de conclusie van antwoord in het incident van [eiser] . 1.2 Ten slotte is vonnis in het incident bepaald. 2 De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.1 [eiser] is als appartementseigenaar lid van de VvE. De VvE heeft het gebouw verzekerd tegen brandschade. In maart 2025 heeft een brand tot schade in het appartement van [eiser] geleid. De VvE heeft haar vordering op haar verzekeringsmaatschappij overgedragen aan de firma [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ), welke voor de uitvoering van de herstelwerkzaamheden is ingeschakeld. [eiser] wil inzicht in de besteding van de ontvangen verzekeringsuitkering en vordert afgifte van stukken. De VvE meent dat de kantonrechter onbevoegd is om van het geschil kennis te nemen. De vordering van [eiser] in de hoofdzaak 2.2 [eiser] vordert in de hoofdzaak dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: vaststelt dat sprake is van een geschil als bedoeld in artikel 5:138 BW; de VvE veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis aan [eiser] te verstrekken: a. de akte van cessie en bijbehorende factuur van [bedrijf] uit het schade-expertiserapport; b. een volledige financiële eindafrekening zoals onder hoofdstuk III van de dagvaarding is omschreven; c. alle facturen die ten grondslag liggen aan de aanwending van het bedrag van € 135.637,73; d. de bijbehorende bankafschriften waaruit blijkt dat deze facturen daadwerkelijk zijn betaald; 3. bepaalt uitdrukkelijk dat, nu de onder 2) genoemde bescheiden feitelijk bij [bedrijf] berusten, de VvE gehouden is alle redelijke en noodzakelijke maatregelen te treffen om deze bescheiden te verkrijgen, waaronder doch niet uitsluitend het schriftelijk sommeren van [bedrijf] , het stellen van termijnen en het zo nodig treffen van rechtsmaatregelen, en dat de VvE gehouden is deze bescheiden integraal, onverkort en zonder selectie aan eiser te verstrekken, onder overlegging van bewijs van de verrichte opvragingen; 4. de VvE veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 500,00 per dag dat zij in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, met een maximum van € 25.000,00; 5. de VvE veroordeelt in de proceskosten. De vordering van de VvE in het incident en de beoordeling daarvan 2.3 In het incident vordert de VvE dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart, de zaak verwijst naar de handelskamer van de rechtbank Midden-Nederland en [eiser] veroordeelt in de proceskosten. 2.4 De kantonrechter overweegt dat [eiser] in de hoofdzaak afgifte van afschriften van gegevens verlangt. Het recht op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens voorafgaande aan een procedure is geregeld de artikelen 196 - 204 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Vast staat dat tussen partijen geen civiele procedure aanhangig is ten behoeve waarvan nu afschriften worden verzocht. De kantonrechter merkt daarom dat verzoek aan als een verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen zoals bedoeld in artikel 196 Rv. 2.5 Artikel 197 lid 1 Rv regelt bij welke rechter het verzoek moet worden ingediend als nog geen zaak aanhangig is. Hierin staat: Het verzoek wordt gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt. Het verzoek kan ook worden gedaan aan de rechter tot wiens absolute bevoegdheid de zaak behoort en binnen wiens rechtsgebied degenen van wie informatie wordt verlangd, of het grootste aantal van hen, woonplaats hebben of, als zij geen bekende woonplaats in Nederland hebben, werkelijk verblijven. Als de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist, wordt het verzoek gedaan aan de kantonrechter. De rechter beoordeelt summierlijk of hij absoluut bevoegd is en of de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist. In spoedeisende gevallen kan het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens ook worden gedaan aan de voorzieningenrechter. 2.6 In artikel 93 Rv is bepaald dat door de kantonrechter wordt behandeld en beslist: zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000, de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente daarbij inbegrepen, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist; zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000; zaken betreffende een arbeidsovereenkomst, een collectieve arbeidsovereenkomst, algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst, een vut-overeenkomst als bedoeld in de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel, een agentuur-, huur- of consumentenkoopovereenkomst, een overeenkomst van consumentenkrediet als bedoeld in artikel 57 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=57) of van goederenkrediet als bedoeld in artikel 84 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=84), telkens ongeacht het beloop of de waarde van de vordering; andere zaken ten aanzien waarvan de wet dit bepaalt. 2.7 [eiser] stelt dat de kantonrechter op grond van artikel 5:138 Burgerlijk Wetboek (BW) bevoegd is om van zijn vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen. De VvE betwist dat. 2.8 Artikel 5:138 BW bepaalt dat geschillen over herstel of de wijze van herstel van het gebouw worden beslist door de kantonrechter van de rechtbank (van het arrondissement waarin het gebouw of het grootste gedeelte daarvan is gelegen), op verzoek van de meest gerede partij. 2.9 De kantonrechter overweegt dat de zaak tussen partijen geen geschil betreft over herstel of de wijze van herstel zoals bedoeld in artikel 5:138 BW. Het artikel ziet enkel op de situatie dat nog hersteld moet gaan worden en niet, zoals hier, wanneer herstel al heeft plaatsgevonden. 2.10 De conclusie van de kantonrechter is dat niet hij maar de rechter van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken bevoegd is. De kantonrechter zal de zaak in de staat en stand waarin deze zich bevindt op grond van artikel 71 Rv dan ook verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank. 2.11 De kantonrechter wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure alleen bij advocaat kunnen procederen. Verkeerd inleidend processtuk 2.12 De kantonrechter moet op grond van artikel 69 Rv onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk aanhangig is gemaakt. Als de zaak op het verkeerde ‘spoor’ zit, moet de kantonrechter ervoor zorgen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor. 2.13 In artikel 197 Rv staat uitdrukkelijk dat een verzoek als het onderhavige met een verzoekschrift moeten worden ingeleid. [eiser] had de zaak dus niet moeten beginnen met een dagvaarding, maar met een verzoekschrift. Gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv zal daarom worden beslist als hierna onder ‘De beslissing’ staat vermeld. Proceskosten in het incident 2.14 [eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De proceskosten van de VvE worden begroot op: - salaris gemachtigde € 288,00 (1 punt × € 288,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 432,00 3 De beslissing De kantonrechter in het incident: 3.1 wijst de vordering van de VvE toe; 3.2 veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident van € 432,00 te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening betalen; 3.3 verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad; in de hoofdzaak: 3.4 verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevind naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de afdeling Civiel recht van deze rechtbank, zittingslocatie Lelystad en beveelt dat de zaak zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure; 3.5 wijst partijen erop dat zij in deze procedure moeten procederen bij advocaat; 3.6 stelt partijen zo nodig in de gelegenheid hun stellingen aan te passen aan de toepasselijke procesregels; 3.7 wijst partijen erop dat de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de afdeling Civiel recht van deze rechtbank zal beslissen over de proceskosten in deze procedure, waaronder het door de kantonrechter berekende griffierecht van € 93,00 voor [eiser] ; 3.8 bepaalt dat [eiser] na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat deze verhoging binnen 4 weken na vandaag moet zijn bijgeschreven op de rekening van deze rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort; 3.9 bepaalt dat de VvE na verwijzing een griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen 4 weken na vandaag moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort. Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026. 13702