ECLI:NL:OGHACMB:2026:169 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 30-06-2026 / CUR2020H00234 - CUR2020H00235 - CUR2020H00238
OGHACMB
Case Summary
Burgerlijke zaken over 2026 Registratienummers: CUR201601312 en CUR2020H00234 - CUR2020H00235 - CUR2020H00238 Uitspraak: 30 juni 2026 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Zevende tussenbeschikking betreffende een verzoek op grond artikel 3:200a e.v. van het Burgerlijk Wetboek (BW) tot toekenning van de grond behorende tot de langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap: VETTER te Curaçao, groot 207.226 m2, gelegen ten noorden van Abrahams, ook bekend als Plantage Vetter, omschreven in meetbrief no. 561 van 2003 (Plantageregister no. 110), ten name staand van Maria BICENTO, geboren en overleden in de 19e eeuw. In de bestreden beschikking van het Gerecht in eerste aanleg, zittingsplaats Curaçao, van 11 juni 2020 (ECLI:NL:OGEAC:2020:321) zijn als belanghebbenden (met nummer) aangemerkt: 1. [belanghebbende 1], 2. [belanghebbende 2], 3. [belanghebbende 3], 4. [belanghebbende 4], 5. [belanghebbende 5], 6. [belanghebbende 6], 7. [belanghebbende 7], 8. [belanghebbende 8], 9. [belanghebbende 9], 10. [belanghebbende 10], 11. [belanghebbende 11], 12. [belanghebbende 12], 13. [belanghebbende 13], 14. [belanghebbende 14], 15. [belanghebbende 15], 16. [belanghebbende 16], 17. [belanghebbende 17], 18. [belanghebbende 18], 19. [belanghebbende 19], 20. [belanghebbende 20], 21. [belanghebbende 21], 22. [belanghebbende 22], 23. [belanghebbende 23], 24. [belanghebbende 24], 25. [belanghebbende 25], 26. [belanghebbende 26], 27. [belanghebbende 27], 28. [belanghebbende 28], 29. [belanghebbende 29], 30. [belanghebbende 30], 31. [belanghebbenden 31], 32. [belanghebbende 32], 33. [belanghebbende 33], 34. [belanghebbende 34], 35. [belanghebbende 35], 36. [belanghebbenden 36], 37. [belanghebbende 37], 38. [belanghebbende 38], 39. [belanghebbenden 39], 40. [belanghebbende 40], 41. [belanghebbende 41], 42. [belanghebbenden 42], 43. [belanghebbende 43], 44. [belanghebbende 44], 45 [belanghebbende 45], 46. [belanghebbende 46], 47. [belanghebbende 47], 48. [belanghebbende 48], 49. [belanghebbende 49], 50. [belanghebbende 50], 51. [belanghebbende 51], 52. [belanghebbende 52], 53. [belanghebbende 53], 54. [belanghebbende 54], 55.[belanghebbende 55], 56. [belanghebbende 56], 57.[belanghebbende 57], 58. [belanghebbende 58], 59. [belanghebbende 59], 60. [belanghebbende 60], 61. [belanghebbende 61], 62. [belanghebbende 62], 63. [belanghebbende 63], 64. [belanghebbende 64], 65. [belanghebbende 65], 66. [belanghebbende 66], 67. [belanghebbende 67], 68. [belanghebbende 68], 69. [belanghebbende 69], 70. [belanghebbende 70], 71. [belanghebbende 71], 72. [belanghebbende 72], 73. [belanghebbende 73], 74. [belanghebbende 74], 75. [belanghebbende 75] en 76. [belanghebbende 76] , 77. [belanghebbende 77], 78.[belanghebbende 78], 79. [belanghebbende 79], 80. [belanghebbende 80] , wonende te [woonplaats 1] en [woonplaats 2], verzoekers, gemachtigde: advocaat mr. L.L.A. Davelaar-Franklin, met als verschenen belanghebbenden, veelal tevens verzoekers: 81. [belanghebbende 81], 82. [belanghebbende 82], 83. [belanghebbende 83], 84. [belanghebbende 84], 85. [belanghebbende 85], 86. [belanghebbende 86], 87. [belanghebbende 87], 88. [belanghebbende 88], 89. [belanghebbende 89], 90. [belanghebbende 90], 91. [belanghebbende 91], 92. [belanghebbende 92], 93. [belanghebbende 93] en 94. [belanghebbende 94] , wonende te [woonplaats 1] en [woonplaats 2 ], gemachtigde: oud-notaris mr. M.L. Alexander, en 95 [belanghebbende 95] en96. [belanghebbende 96], wonende te [woonplaats 1], gemachtigde: advocaat mr. A.V.G. Rooijer, en 97 [belanghebbende 97], wonende te [woonplaats 1], gemachtigde: advocaat mr. A.V.G. Rooijer en advocaat mr. A.K. Kleinmoedig, en 98. de erven [belanghebbende 98], 99. [belanghebbende 99] , 100. [belanghebbende 100], 101. [belanghebbende 101], 102. [belanghebbende 102], 103. [belanghebbende 103], 104. [belanghebbende 104], 105. [belanghebbende 105], 106. [belanghebbende 106], 107. [belanghebbende 107], 108. [belanghebbende 108], 109. [belanghebbende 109], 110. [belanghebbende 110], 111. [belanghebbende 111], 112. [belanghebbende 112], 113. [belanghebbende 113], 114. [belanghebbende 114], 115. [belanghebbende 115], 116. [belanghebbende 116], 117. [belanghebbende 117], 118. [belanghebbende 118], 119. [belanghebbende 119], 120. [belanghebbende 120], 121. [belanghebbende 121], 122. [belanghebbende 122], 123. [belanghebbende 123], 124. [belanghebbende 124], 125. [belanghebbende 125], 126. [belanghebbende 126], 127. [belanghebbende 127] 128. [belanghebbende 128], 129. [belanghebbende 129], 130. [belanghebbende 130], 131. [belanghebbende 131], 132. [belanghebbende 132], 133. [belanghebbende 133], 134. [belanghebbende 134], 135. [belanghebbende 135], 136. [belanghebbende 136], 137. [belanghebbende 137], 138. [belanghebbende 138], 139. [belanghebbende 139], 140. [belanghebbende 140], 141. [belanghebbende 141], wonende te [woonplaats 1], hierna te noemen: [belanghebbende 98 t/m 141], gemachtigde: advocaat mr. A.K. Kleinmoedig, en 142. [belanghebbende 142] , wonende te [woonplaats 1], verschenen in persoon, en de openbare rechtspersoon HET LAND CURAÇAO , zetelend te Curaçao, hierna: het Land, gemachtigde: Giselle Hollander ([email]), en de stichting FUNDASHON KAS POPULAR , gevestigd in Curaçao, hierna: FKP, gemachtige: mr. H.W. Braam, en ANDERE BELANGHEBBENDEN , al dan niet verschenen, aan wie een openbare oproeping is gedaan en die van de processtukken kunnen kennisnemen via de website van het Gemeenschappelijk Hof ( www.gemhofvanjustitie.org/uitspraken/onverdeelde-boedels ). 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. Het Hof verwijst naar: - de bestreden eindbeschikking van het Gerecht van 11 juni 2020 (ECLI:NL:OGEAC:2020:321) en zijndaaraan voorafgaande dertien tussenbeschikkingen; en de zes tussenbeschikkingen tot heden van het Hof van: - 6 april 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:95 (eerste tussenbeschikking; Vetter I), - 25 januari 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:292 (tweede tussenbeschikking; Vetter II), hersteld bij herstelbeschikking van 22 februari 2022, - 16 augustus 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:291 (derde tussenbeschikking; Vetter III) en - 23 januari 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:314 (vierde tussenbeschikking; Vetter IV); - 27 mei 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:145 (vijfde tussenbeschikking; Vetter V); - 16 december 2025, binnenkort op rechtspraak.nl (zesde tussenbeschikking; Vetter VI). 1.2. Op 24 maart 2026 heeft FKP een akte genomen, met zes kaarten, waarvan vijf betrekking hebben op Vetter en één (de laatste) op New Orleans. 1.3. Mr. Alexander, namens de door hem vertegenwoordigde personen ([belanghebbende 81]), heeft een antwoordakte d.d. 15 mei 2026 genomen. 1.4. Op 19 mei 2026 heeft mr. Davelaar-Franklin, namens de door haar vertegenwoordigde personen ([belanghebbende 1]), een akte genomen. 1.5. Ook op 19 mei 2026 heeft mr. Kleinmoedig namens de erven [belanghebbende 98] een akte genomen, met producties. Blijkens productie A is [belanghebbende 98] op [overlijdensdatum] n2025 overleden en is de zaak overgenomen door zijn erfgenamen. 1.6. Beschikking is bepaald op heden. 2 Verdere beoordeling Comparitie van partijen 2.1. Het Hof is in beginsel voornemens ingevolge artikel 3:200d lid 1 BW de eigendom van geheel Vetter toe te kennen aan FKP. 2.2. Alvorens een eindbeschikking te geven wil het Hof, ter vermijding van onvolledigheden of misslagen, een comparitie van partijen houden. Uitvoering van aanwijzing van gebruikers door het Gerecht 2.3. FKP heeft gesteld bij akte van 15 mei 2026, onder 1: Een recht van erfpacht of huur binnen dit project zal onvoldoende zijn om de kosten van de noodzakelijke infrastructuur binnen het te ontwikkelen gebied volledig te kunnen dekken. Om deze reden kan/zal gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid zoals opgenomen in artikel 3: 2003 e lid 2 [lees: 3:200e lid 2], welke voorziet in de verkoop van een deel van de gronden ten behoeve van sociale woningbouw en betaalbare woningen. Deze benadering/dit scenario maakt het mogelijk om de infrastructuurkosten op een financieel verantwoorde en evenwichtige wijze te dragen, zonder afbreuk te doen aan de betaalbaarheid van de woningen. 2.4. Het Hof heeft hiertegen geen bedenkingen. 2.5. Kennisneming van de vier tekeningen van FKP, overgelegd op 15 mei 2026, met een blauwe plangrens, lijkt te leren dat deze voorgenomen externe verkoop door FKP van een deel van de gronden ten behoeve van sociale woningbouw en betaalbare woningen niet in de weg staat aan de verkrijging te zijner tijd van een woning ingevolge artikel 3:200e lid 2 BW door de gebruikers die door het Gerecht zijn aangewezen. Vernietiging van toekenning aan de Stichting Plantage Vetter 2.6. Zoals reeds aangekondigd in Vetter II, zal de toekenning door het Gerecht aan de Stichting Plantage Vetter worden vernietigd in de eindbeschikking van het Hof. Het gaat om het dictum van het Gerecht, onder 5.4. Het Hof overwoog in Vetter II: 2.8. Nu ook het aandeel van de deelgenoten in de groep [belanghebbenden 1 tot en met 80] ‘zeer gering’ is, ontvalt de basis aan de toepassing van de hybride regeling van artikel 3:200a lid 3 BW. De bestreden beschikking moet in zoverre – voor zover kavels in eigendom zijn toegedeeld aan de Stichting Plantage Vetter – worden vernietigd. Het Hof zal geheel Vetter afwikkelen, voor zover nog niet door het Gerecht onbestreden verricht, met toepassing van de algemene regeling van artikel 3:200a e.v. BW. Kavels zonder gebruikers, bedoeld in artikel 3:200b BW 2.7. De door het Gerecht aan de Stichting Plantage Vetter toekende kavels komen dus vrij. 2.8. Bovendien zullen niet alle door het Gerecht aangewezen gebruikers van hun aanwijzing gebruik maken. Het gaat kennelijk om totaal 164 kavels en 83 aanwijzingen als gebruiker door het Gerecht; (Vetter II, , rov. 2.30). 2.9. Voor de gebruikers gelden voorwaarden voor verkrijging. Zo heeft men bij een braakliggende kavel een bouwplicht en een zelfbewoningsplicht. Onmogelijkheid om financiering te krijgen kan roet in het eten gooien. Een enkele gebruiker zal op het moment van toekenning door FKP wellicht zijn overleden. 2.10. De bouwplicht en zelfbewoningsplicht gelden niet alleen bij de verkrijging van erfpacht, maar ook bij de verkrijging van de eigendom. Zie Vetter I,: 5.14 In dit verband oordeelt het Hof dat niet alleen een toekomstige erfpachter, maar ook een toekomstige eigenaar voornemens moet zijn daadwerkelijk in Vetter te wonen en verplicht zijn binnen zes maanden na overdracht of vestiging te bouwen (algemeen uitgangspunt x uit Rancho). Het karakter van de regeling van artikel 3:200a e.v. BW als sociale regeling brengt dat mee. 2.11. Kortom, er is ruimte voor nieuwe gebruikers die een band met Vetter hebben. Gedacht moet vooral worden aan personen die thans (in)wonen in Vetter (Groep A uit Vetter II, rov. 2.22) en vervolgens aan personen die in Vetter hebben gewoond (Groep B, Vetter II, rov. 2.23). Uittreksels uit de basisregistratie persoonsgegevens zijn nodig. 2.12. In het algemeen gaan gegadigden met een band met Vetter voor op andere gegadigden. Taak FKP 2.13. Het Hof is niet voornemens zelf nieuwe gebruikers aan te wijzen. Mr. Alexander heeft drie personen ‘met goede papieren’ aangedragen (laatstelijk bij akte van 15 mei 2026). Mr. Davelaar heeft ruim 30 personen aangedragen in haar productie 117 bij haar hogerberoepschrift van 22 juli 2020, bestaande uit een bewerking met ‘track changes’ van de toekenningen/afwijzingen door het Gerecht. 2.14. Op het eerste gezicht lijkt er voor deze personen ruimte te zijn. Zie Vetter II,, rov. 2.19 en 2.31 en Vetter III, rov. 2.11. 2.15. Het Hof laat het aan FKP – dat orgaan wordt in het wettelijke sociale systeem van de artikelen 3:200a e.v. BW – over om nieuwe gebruikers aan te wijzen. Dit met toepassing van de maatstaven van de artikelen 3:200a e.v. BW, zoals door het Hof uitgelegd en toegepast in de zaken Rancho en Vetter. Zie daarvoor: - Rancho, GHvJ 30 januari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:46, rov. 3.2-3.38 (cassatieberoep verworpen bij HR 14 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:257; en - Vetter I, rov. 5.13-5.18. 2.16. In Rancho heeft het Hof over de taak van het Land ingevolge artikel 3:200e BW overwogen: Aanwijzing als gebruiker 3.11. Het Hof zal de eigendom aan het Land toekennen (zie rov. 3.5), maar wel, voor zover mogelijk in deze procedure, gebruikers aanwijzen. Zowel het Land als de verschenen belanghebbenden willen dit. 3.12. Niet is uitgesloten dat in de toekomst, nadat de eindbeschikking van het Hof kracht van gewijsde heeft verkregen, iemand die zich in deze procedure niet tijdig als belanghebbende/potentiële gebruiker heeft gemeld, jegens het Land bewijst gebruiker te zijn. De wet maakt het mogelijk dat de rechter de grond of delen van de grond in eigendom toekent aan – door de rechter aangewezen – gebruikers (artikel 3:200a lid 1 BW). Dat gebeurt echter niet in deze beschikking. De eigendom van Rancho wordt ingevolge artikel 3:200d lid 1 BW toegekend aan het Land. Vervolgens moet het Land, na ontwikkeling van de grond, ingevolge artikel 3:200e lid 2, eerste zin, BW de grond uitgeven aan de gebruikers, afhankelijk van wat in het gegeven geval redelijk en mogelijk is. Laatstgenoemde bepaling schrijft niet voor dat deze gebruikers door de rechter zijn aangewezen. Het Hof heeft wel een groot aantal gebruikers aangewezen, overeenkomstig de wens van partijen, maar niet noodzakelijkerwijs alle. Indien na afloop van deze procedure iemand zich meldt en stelt en eventueel bewijst ‘gebruiker’ te zijn, zal het Land die stelling moeten honoreren, afhankelijk van wat in het gegeven geval redelijk en mogelijk is. Het Land kan de in deze beschikking aangereikte criteria benutten. In elk geval is het Land gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Kortom, met het oog op de rechtszekerheid heeft het Hof – op verzoek van partijen – zijn best gedaan, maar volledige zekerheid wordt niet geboden op het punt van de vraag wie gebruiker is, mede doordat deze procedure lang genoeg geduurd heeft (‘lites finiri oportet’). 2.17. Deze overwegingen zijn van overeenkomstige toepassing op FKP in het onderhavige geval. Ook FKP moet de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen. 2.18. Het Hof acht FKP goed in staat om uit te maken of een gegadigde een band met Vetter heeft en hoe sterk die band is. Non-speculatiebeding 2.19. Het Hof laat het ook aan FKP over om, wijs geworden in New Orleans (zie akte FKP van 24 maart 2026, onder 3) bij de uitgifte van kavels, ingevolge artikel 3:200e lid 2, tweede zin, BW, antispeculatiebedingen op te nemen, in de trant van verval van de toekenning bij vervreemding binnen vijf jaar. Eventueel stukken indienen voor comparitie 2.20. De comparitie zal worden gehouden na het reces, te weten op maandag 17 augustus 2026. Desgewenst mogen partijen tijdig vóór deze datum conclusies en stukken indienen. 2.21. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 2 Beslissing Het Hof: - gelast een comparitie van partijen; - verwijst de zaak daartoe naar een zitting in het Kas di Korte op maandag 17 augustus 2026 om 9 uur ; - houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en is ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 30 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.