BW v Europol and Eurojust
General Court EU
BW, een Servisch staatsburger, werd in Nederland vervolgd voor cocaïne-import op basis van onderschepte en ontsleutelde berichten van de versleutelde communicatiedienst Sky ECC. Franse autoriteiten hadden via een 'man-in-the-middle attack' de communicatie onderschept in het kader van een Joint In...
Case Summary
BW, een Servisch staatsburger, werd in Nederland vervolgd voor cocaïne-import op basis van onderschepte en ontsleutelde berichten van de versleutelde communicatiedienst Sky ECC. Franse autoriteiten hadden via een 'man-in-the-middle attack' de communicatie onderschept in het kader van een Joint Investigation Team (JIT) met België en Nederland. De data werden gedeeld met Europol en Eurojust. BW vorderde nietigverklaring van de JIT overeenkomst alsook de door Europol en Eurojust op grond daarvan vastgestelde handelingen en de handelingen inzake verwerking, analyse en uitwisseling tussen Europol, Eurojust en de betrokken lidstaten van gegevens van de Sky ECC-server die op hem betrekking hebben. (punt 10) Ook werd schadevergoeding gevorderd. Het Gerecht overweegt dat nietigverklaring op grond van art. 263 VWEU alleen kan als het een Uniehandeling betreft. (punt 22). Dat is de JIT-overeenkomst echter niet. Daarom kan het Gerecht deze ook niet nietig verklaren. (punten 23-31) “Gelet op het voorgaande is het Gerecht niet bevoegd om krachtens artikel 263 VWEU kennis te nemen van de machtiging door de Franse rechter van de door de Franse autoriteiten uitgevoerde onderscheppingsacties, het verloop van deze acties, de doorgifte door de Franse autoriteiten aan Europol van de naar aanleiding van die acties verkregen documenten en informatie, de doorgifte door de Franse autoriteiten aan Eurojust en de Servische autoriteiten van de documenten en informatie die de Servische autoriteiten in het kader van hun verzoeken om rechtshulp hadden gevraagd, de regelmatigheid van de strafprocedure bij de Servische rechterlijke instanties, en de GOT-overeenkomst. [JIT-overeenkomst, AB]” Dit heeft ook gevolgen voor de gevorderde schadevergoedingen. Die kunnen alleen worden beoordeeld voor zover het gaat om Uniehandelen, dus wordt apart het handelen voor zover toe te rekenen aan Europol en Eurojust behandeld. Inzake Europol overweegt het Gerecht dat er een bijzondere regeling van hoofdelijke aansprakelijkheid bestaat (art. 50 lid 1 Verordening 2016/794), waardoor Europol ook aansprakelijk kan worden gesteld voor onrechtmatige gegevensverwerking door lidstaten in het kader van hun samenwerking. Het Gerecht is echter op grond van art. 276 VWEU niet bevoegd om politieoperaties van lidstaten te toetsen, zoals de Franse onderscheppingsacties zelf (punten 37-46, zie ook 163). Inhoudelijk slaagt BW er niet in aan te tonen dat Europol of de lidstaten zijn gegevens onrechtmatig hebben verwerkt: de verwerking vond plaats binnen een welomschreven kader (het JIT/Sky ECC-onderzoek), voor legitieme doeleinden (zie r.o. 168 en 171) en BW was verdachte van een strafbaar feit dat onder Europols bevoegdheid valt (punten 168-188). Ook de grieven over het recht op een eerlijk proces (punt 193), gebrekkige coördinatie van de dubbele vervolging (NL/Servië) (punten 199-204) en onvoldoende beveiliging (punten 207-210) worden afgewezen. Inzake Eurojust is alleen de doorgifte van 24 juni 2022 een aanvechtbare handeling. Eurojust zond daarbij een link van de Franse autoriteiten door naar de Servische autoriteiten met Sky ECC-gegevens over BW. Het Gerecht acht dit aanvechtbaar juist omdat er na doorgifte aan een derde land geen andere Unierechtelijke toetsingsmogelijkheid meer bestaat (punten 113-119). Inhoudelijk oordeelt het Gerecht echter dat deze doorgifte rechtmatig was: zij vond plaats in het kader van Eurojusts taken, op verzoek van de Franse autoriteiten, ter uitvoering van rechtshulpverzoeken, op basis van een samenwerkingsovereenkomst met Servië en via een beveiligde downloadsite (punten 124-130). De overige grieven tegen Eurojust (gebrekkige coördinatie, onvoldoende beveiliging, geen effectbeoordeling) worden eveneens afgewezen. Eurojust heeft slechts een inspanningsverplichting bij coördinatie van vervolgingen; het vervolgingsbesluit ligt bij de nationale autoriteiten (punten 235-237). Alle vorderingen worden afgewezen.