AP hoefde geen nader onderzoek te doen o.b.v. klacht van voormalig burgemeester gemeente Weert over verwerking diens persoonsgegevens
Rechtbank
βDe klacht ging over het verwerken van persoonsgegevens in de digitale werkomgeving (met name e-mails) van de gemeente Weert (de derdepartij 2) in de periode dat eiser burgemeester was van deze gemeente. Eiser is het daar niet mee eens.β Per klachtgrond wordt gekeken of de AP juist heeft gehandel...
Case Summary
βDe klacht ging over het verwerken van persoonsgegevens in de digitale werkomgeving (met name e-mails) van de gemeente Weert (de derdepartij 2) in de periode dat eiser burgemeester was van deze gemeente. Eiser is het daar niet mee eens.β Per klachtgrond wordt gekeken of de AP juist heeft gehandeld. (1) De onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens, zie r.o. 5.1. (2) Niet tijdig informeren over de verwerking van persoonsgegevens - zie r.o. 6.2. (3) Het niet uitvoeren van een DPIA door de derde-partij - r.o. 7.2 : βDe AP heeft naar het oordeel van de rechtbank mogen concluderen dat zij niet heeft kunnen vaststellen of in het geval van eiser het verwerken van persoonsgegevens in het kader van een het uitvoeren van een integriteitsonderzoek (te weten: het veiligstellen van eisers werkomgeving zonder doorzoeking) moet worden beschouwd als een verwerking, die een hoog risico oplevert voor de rechten en vrijheden van eiser (als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de AVG) op basis waarvan een DPIA vereist is. De AP kan dan ook niet zonder nader onderzoek uitsluiten dat een DPIA noodzakelijk zou zijn geweest.β. Kortom, βUit het globale bureauonderzoek kan de AP niet bepalen of het college de AVG heeft overtreden.β. (r.o. 8). Zie over toepassing prioriteringsbeleid, r.o. 9.2.