Verzoek was geen inzageverzoek maar Wob-verzoek
Raad van State
Hoger beroep: ECLI:NL:RBNNE:2023:4854. Afdeling bevestigd uitspraak Rb. r.o. 6.1. βIn dit geding is het verzoek dus alleen aan de orde voor zover [appellant] daarbij heeft verwezen naar de AVG. Uit de bewoordingen van het verzoek, en wat gedurende de beroepsprocedure daarover is voorgevallen, bli...
Case Summary
Hoger beroep: ECLI:NL:RBNNE:2023:4854. Afdeling bevestigd uitspraak Rb. r.o. 6.1. βIn dit geding is het verzoek dus alleen aan de orde voor zover [appellant] daarbij heeft verwezen naar de AVG. Uit de bewoordingen van het verzoek, en wat gedurende de beroepsprocedure daarover is voorgevallen, blijkt dat het was gericht op documenten over verzoeken om ondersteuning, adviesrapporten, en communicatie tussen het RIEC en een aantal instanties over bedrijven waarvan [appellant] bestuurder was. Zoals [appellant] op de zitting bij de Afdeling heeft toegelicht, wilde hij inzage in de correspondentie en andere documenten die op hem betrekking hebben om te achterhalen of en in hoeverre het handelen van het RIEC zijn bedrijven benadeelde. De Afdeling is van oordeel dat het verzoek van [appellant] daarmee was gericht op verstrekking van bestuurlijke documenten. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat met dat verzoek geen inzage in persoonsgegevens als bedoeld in artikel 15 van de AVG is beoogd. Daarom is artikel 34 van de UAVG ook niet op het verzoek van toepassing. Het verzoek van [appellant] is daarentegen enkel een Wob-verzoek.β