Pachtkamer. Grondslag over verstrekken persoonsgegevens in het kader van art. 195 Rv.
Rechtbank
De pachtkamer moet zich uitlaten over de AVG: In deze pachtzaak vordert de verpachter ontbinding van de pachtovereenkomst voor circa 13 hectare landbouwgrond, omdat de pachter het land niet meer bedrijfsmatig voor landbouw zou gebruiken. Om dit te onderbouwen wordt in een incident op grond van ar...
Case Summary
De pachtkamer moet zich uitlaten over de AVG: In deze pachtzaak vordert de verpachter ontbinding van de pachtovereenkomst voor circa 13 hectare landbouwgrond, omdat de pachter het land niet meer bedrijfsmatig voor landbouw zou gebruiken. Om dit te onderbouwen wordt in een incident op grond van artikel 195 Rv overlegging gevorderd van de Gecombineerde Opgave en jaarrekeningen over 2022–2024. “partij 2] heeft tot slot aangevoerd dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing is en er voor [partij 1] geen grondslag bestaat om de financiële persoonsgegevens van [partij 2] rechtmatig te verwerken. De pachtkamer volgt hem hierin niet. Voor zover de jaarrekeningen al persoonsgegevens bevatten en voor zover het in het kader van een civiele procedure als bewijsmiddel overleggen van die jaarrekeningen al onder het materiële toepassingsgebied van de AVG valt, dan zijn er in deze zaak er wettelijke grondslagen voor rechtmatige verwerking als bedoeld in artikel 6 AVG. Voor het verstrekken van de gegevens door [partij 2] geldt dat een toegewezen verzoek tot inzage (op grond van artikel 194 en 195 Rv) leidt tot een wettelijke verplichting van degene die persoonsgegevens onder zich houdt om die te verstrekken. Op grond van artikel 6 lid 1 sub c AVG is dit een grondslag voor rechtmatige verwerking. Wat betreft het verwerken van de gegevens door [partij 1] geldt dat de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van zijn gerechtvaardigde belangen zoals die hiervoor bij de beoordeling van het inzageverzoek zijn uiteengezet, welke belangen naar het oordeel van de pachtkamer zwaarder wegen dan de belangen van [partij 2] bij de bescherming van zijn persoonsgegevens. Op grond van artikel 6 lid 1 sub f AVG is dit een grondslag voor rechtmatige verwerking.”