Skip to content
Case Law
NL

ECLI:NL:RVS:2026:746

Raad van State

Raad van State
Summary

Beroep van ECLI:NL:RBGEL:2022:2431. Appellant wil met contant geld een bioscoopkaartje en consumpties in de bios kunnen kopen. Het beleid dat enkel met pin of creditcard betaald kan worden wordt door eiser gezien als in strijd met zijn recht op privéleven omdat daarbij onnodig persoonsgegevens va...

Case Summary

Beroep van ECLI:NL:RBGEL:2022:2431. Appellant wil met contant geld een bioscoopkaartje en consumpties in de bios kunnen kopen. Het beleid dat enkel met pin of creditcard betaald kan worden wordt door eiser gezien als in strijd met zijn recht op privéleven omdat daarbij onnodig persoonsgegevens van hem verwerkt worden. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft het handhavingsverzoek afgewezen. De rechtbank was het daarmee eens, (r.o. 4) de ABRvS echter niet. m.b.t. de persoonsgegevens die worden verwerkt met een pinbetaling (r.o. 8). De Afdeling overweegt dat er geen sprake is van een verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens (r.o. 9). Het enkele feit dat een bezoeker geen keuze heeft t.a.v. het betaalmiddel betekent nog niet dat er geen overeenkomst (relevant ex art 6(1)(b) AVG) tot stand zou komen (r.o. 10). Dan de vraag of de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst. Hiervoor verwijst de Afdeling overigens niet naar de Meta/Bundeskartelamt zaak (C‑252/21). De Afdeling geeft aan dat het toetsingskader vereist dat er sprake is van een gerechtvaardigd doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt (ex art. 5(1)(b) AVG) en indien de verwerking van de persoonsgegevens voor het bereiken van het specifieke doel in deze zin noodzakelijk is, moet vervolgens worden beoordeeld of de inbreuk op de privacy evenredig is met de belangen die zijn gediend met de verwerking van de persoonsgegevens. (r.o. 11) Ten aanzien van aangedragen alternatieven en de weging daarvan overweegt de Afdeling voorts dat: “Met name moet steeds worden beoordeeld of het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt in redelijkheid niet op een andere, voor de bij de verwerking van persoonsgegevens betrokken personen minder nadelige wijze kan worden verwezenlijkt. De intensiteit waarmee dit dient te gebeuren wordt mede bepaald door de specificiteit van de aangedragen alternatieven. Met andere woorden: hoe gedetailleerder de betrokkene het alternatief beschrijft, hoe indringender het onderzoek van de AP moet zijn.” De reden waarom deze keuze is gemaakt (uitsluitend pinbetalingen accepteren) gelegen is in de overwegingen “om de veiligheid van haar horecamedewerkers en filmtheaterkassiers beter te kunnen garanderen. Op 11 juni 2019 heeft Focus gereageerd op het bezwaarschrift van [appellant], en toegelicht dat zij het als haar zorgplicht ziet om de veiligheid van haar medewerkers zo goed mogelijk te beschermen, vooral nu in het filmtheater veel met vrijwilligers wordt gewerkt. Daarnaast wil Focus hen niet onnodig belasten met de verantwoordelijkheid voor contant geld. Volgens Focus is het een feit van algemene bekendheid dat de afwezigheid van cash-geld in een bedrijf de aantrekkelijkheid daarvan voor potentiële overvallers vermindert.” (r.o. 12) De Afdeling oordeelt vervolgens : “De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de veiligheid van de medewerkers van Focus een gerechtvaardigd doel is voor de invoering van de verplichte pinbetaling en de afschaffing van de mogelijkheid om met contant geld te betalen. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de hiervoor genoemde uitspraak van 10 november 2021, r.o. 12, is het begrip (sociale) veiligheid weliswaar ruim, maar niet zodanig dat het te onbepaald en niet uitdrukkelijk genoeg is. (Sociale) veiligheid kan dus een gerechtvaardigd doel zijn voor het invoeren van verplichte pinbetalingen. Op basis van de beschikbare informatie kan echter niet worden vastgesteld dat in dit concrete geval de veiligheid van de medewerkers van Focus in het geding is. Dat heeft [appellant] gemotiveerd betwist en de AP heeft daar niets tegenover gesteld. Uit niets blijkt dat het afschaffen van contant geld in dit geval een wezenlijk effect heeft op de veiligheid van de medewerkers. De enkele omstandigheid dat contant geld vatbaar is voor diefstal is op zichzelf onvoldoende om (sociale) veiligheid een gerechtvaardigd doel te achten voor verplichte pinbetalingen.” (r.o. 13) Dit leidt tot een motiveringsgebrek. (r.o. 14). De AP moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen. Opmerking AB: Ik vond dit enigszins opmerkelijk, nu uit de aangevallen uitspraak juist wel aanknopingspunten genoeg (me dunkt) zijn om in dit geval te kunnen spreken van iets meer dan enkel een algemene vrees. Uit die uitspraak blijkt namelijk dat in het voormalige pand van de bioscoop er al twee incidenten zijn geweest waarbij geld uit de kassa is gestolen. Zie r.o. 3.6 (ECLI:NL:RBGEL:2022:2431).

Similar Content