# Rechtbank Gelderland, 07-10-2026 (C/05/453107)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Gelderland
- Identifier: ECLI:NL:RBGEL:2026:7775
- Date: 2026-10-07
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBGEL%3A2026%3A7775
- Canonical: https://overview.legal/posts/593207

## Summary

Wijziging voornaam en inschrijving geboorteakte in de BRP (artikelen 1:20, 1:24, 1:25 en 1:25c BW). Inschrijving van een onjuiste geboorteakte met aanvullende wijziging van de gegevens is niet mogelijk. Inschrijving van juiste akte heeft mogelijk onbedoelde nevengevolgen. Voor wijziging van de BRP is de familierechter niet bevoegd. De rechtbank wijst de verzoeken af.

## Full text

beschikking RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Arnhem Zaakgegevens: C/05/453107 / FA RK 25-2082 Datum uitspraak: 7 oktober 2026 beschikking over wijziging van de voornaam in de zaak van [verzoeker] (voorheen: [verzoeker] ) (hierna: verzoeker) wonende in [woonplaats] , advocaat mr. J.A.P.M. van Dal in Arnhem. De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag (hierna: de ambtenaar), zetelend in Den Haag, en de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland (hierna: de officier van justitie). 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende stukken: de beschikking van deze rechtbank van 20 augustus 2026; de brief van de ambtenaar van 27 augustus 2026; de brief van mr. Van Dal van 4 september 2026 met gewijzigde verzoeken; de brief van mr. Van Dal van 5 september 2026 met een aanvulling van het verzoek. 2 Gewijzigde verzoeken 2.1. Verzoeker verzoekt, na wijziging en aanvulling, uitvoerbaar bij voorraad: primair wijziging van de voornaam [naam 1] (geslachtsnaam [naam 1] ) op de geboorteakte uit 1986 te gelasten, in die zin dat de voornaam van verzoeker zal luiden [naam 2] met als geslachtsnaam (volgens koninklijk besluit) [naam 2] ; subsidiair de gemeente Den Haag te gelasten de geboorteakte van de geboorteakte van [naam 1] uit 1986 in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) op te nemen waarna de gemeente Den Haag zal worden gelast de voornaam te wijzigen in die zin dat de voornaam van verzoeker zal luiden [naam 2] , geslachtsnaam [naam 2] ; meer subsidiair de vaststelling van de juiste identiteit/namen en een expliciete opname in de beschikking dat de Marokkaanse geboorteakte uit 1986 en/of de geboorteakte uit 2002 de leidende, rechtens juiste geboorteakte is voor deze persoon en dat de BRP dienovereenkomstig moet worden gecorrigeerd. 3 De verdere beoordeling 3.1. De rechtbank heeft bij beschikking van 20 augustus 2026 iedere verdere beslissing aangehouden om de ambtenaar en verzoeker in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over een aantal vragen. Voor de volledigheid geeft de rechtbank een overzicht van de situatie (met name gelet op het meer subsidiaire verzoek van verzoeker). 3.2. Verzoeker is in 1972 vanuit Marokko naar Nederland gekomen met gebruikmaking van papieren op naam van [naam 1] . De rechtbank heeft eerder al geoordeeld dat op basis van de overgelegde stukken voldoende is komen vast te staan dat verzoeker niet [naam 1] is. Dit is de naam van de zoon van een kennis van verzoeker die hem heeft geholpen naar Nederland te komen. In Marokko is vastgesteld dat degene die valselijk gebruik heeft gemaakt van de naam [naam 1] in werkelijkheid [naam 2] heet. De rechtbank ziet geen enkele reden om eraan te twijfelen dat dit verzoeker betreft. 3.3. Uit de nadere stukken die zijn overgelegd blijkt dat - anders dan de rechtbank uit de eerdere reactie van de ambtenaar had afgeleid - geen geboorteakte van verzoeker is opgenomen in de registers van de burgerlijke stand van Den Haag. In 1986 zijn de persoonsgegevens van verzoeker in de voorloper van de gemeentelijke basisadministratie (GBA), op een papieren persoonskaart, vastgesteld aan de hand van een geboorteakte op naam van [naam 1] . De geboorteakte is volgens de laatste toelichting van de ambtenaar niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, de gegevens uit de geboorteakte zijn louter gebruikt om deze te kunnen opnemen in wat later de GBA werd en inmiddels de BRP is. 3.4. Verzoeker heeft in eerste instantie enkel gevraagd om voornaamswijziging en heeft via de Koning een achternaamswijziging bewerkstelligd, waardoor hij inmiddels [naam 1] [naam 2] heet. De rechtbank heeft eerder overwogen dat enkel wijziging van zijn voornaam niet voldoende is, omdat op de persoonskaart van verzoeker ook de namen van zijn gefingeerde ouders staan. In feite betreft deze situatie niet de wijziging van een naam maar de vaststelling dat er van meet af aan een onjuiste naam is gebruikt. Dat is iets anders. Om de gegevens te kunnen wijzigen, moet er bovendien een in te schrijven geboorteakte zijn waarop de wijziging kan worden aangebracht , tenzij kan worden aangetoond dat die geboorteakte niet kan worden overgelegd . Daarop heeft verzoeker een geboorteakte overgelegd op naam van [naam 2] . Omdat de gegevens op die akte juist zijn en er nog geen geboorteakte is ingeschreven, wordt aan een wijziging niet toegekomen. Het is immers in beginsel mogelijk de juiste gegevens direct in te schrijven. Om die reden kan het primaire verzoek niet worden toegewezen. 3.5. Verzoeker verzoekt subsidiair om opname van de geboorteakte in de BRP. Dit verzoek wijst de rechtbank af. De ambtenaar kan wel (ambtshalve) aktes inschrijven maar dit ziet niet op de BRP, dat betreft de registers van de burgerlijke stand. Het college van burgemeester en wethouders gaat over de BRP. Verzoeker dient dit verzoek dan ook in te dienen bij hen. Voor zover verzoeker heeft bedoeld de ambtenaar te gelasten de geboorteakte in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand, geldt wat hiervoor in 3.4. is overwogen. De rechtbank kan de ambtenaar niet gelasten een geboorteakte in te schrijven waarvan nu duidelijk is dat die geen betrekking heeft op hem, hooguit de geboorteakte die al de juiste namen bevat. Dat verzoek is niet gedaan, het is maar de vraag of deze rechtbank daarvoor bevoegd is en niet Rechtbank Den Haag, en daarnaast heeft de ambtenaar terecht gewezen op een nieuw probleem. De Marokkaanse huwelijksakte van verzoeker en zijn echtgenote vermeldt namelijk eveneens [naam 1] als naam van verzoeker. Inschrijving van de geboorteakte op naam van [naam 2] zal mogelijk onduidelijkheid doen ontstaan over de rechtsgeldigheid van dat huwelijk. Het is de vraag of het aan de Nederlandse rechter is te bepalen dat de persoon die is omschreven als [naam 1] in de huwelijksakte verzoeker is. 3.6. Meer subsidiair heeft verzoeker verzocht om de juiste identiteit van verzoeker vast te stellen in de beschikking zodat hij met deze uitspraak naar de gemeente Arnhem kan gaan om te vragen om de historische fouten te herstellen en de Marokkaanse akte te accepteren. De rechtbank heeft hiervoor in haar overwegingen duidelijk gemaakt hoe de gang van zaken volgens haar is geweest. Zoals de rechtbank in de beschikking van 12 mei 2026 heeft overwogen, heeft verzoeker voldoende aangetoond dat zijn werkelijke naam [naam 2] is. Een wettelijke grondslag ontbreekt voor een uitdrukkelijke beslissing hierover door de familierechter. Dit geldt ook voor het verzoek om op te dragen dat de BRP gecorrigeerd wordt. Het is aan verzoeker om eventueel een verzoek in te dienen bij het college van burgermeester en wethouders. Indien daaraan geen gehoor zou worden gegeven, is het aan verzoeker om te beoordelen welke wegen nog resteren. 3.7. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de wens van verzoeker, en zij daaraan in beginsel ook tegemoet zou willen komen, ziet zij hiertoe vanuit haar rol geen mogelijkheden. Daarom wijst zij de verzoeken af. 4 De beslissing De rechtbank wijst de verzoeken af. Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Eskes, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Beumer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: -door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, -door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! Artikel 1:4 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Zie artikelen 1:20, 1:24, 1:25 en 1:25c BW. Artikel 1:25 lid 1 en 3 BW.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/593207 · 2026-10-08
