# Rechtbank Gelderland, 12-05-2026 (C/05/453107 / FA RK 25-2082)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Gelderland
- Identifier: ECLI:NL:RBGEL:2026:7773
- Date: 2026-05-12
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBGEL%3A2026%3A7773
- Canonical: https://overview.legal/posts/593208

## Summary

Wijziging voornaam en vaststelling geboortegegevens (artikel 1:4 lid 4 BW). Verzoeker stelt dat hij in 1972 op een valse naam naar Nederland is gekomen en wenst materieel vaststelling van de juiste gegevens. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van een gelegaliseerde versie van de geboorteakte.

## Full text

beschikking RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Arnhem Zaakgegevens: C/05/453107 / FA RK 25-2082 Datum uitspraak: 12 mei 2026 beschikking over wijziging van de voornaam in de zaak van [verzoeker] (voorheen: [verzoeker] ) (hierna: verzoeker) wonende in [woonplaats] , advocaat mr. J.A.P.M. van Dal in Arnhem. De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag (hierna: de ambtenaar), zetelend in Den Haag. en de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland (hierna: de officier van justitie). 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen: - het verzoekschrift, ingekomen bij de griffie op 16 juni 2025; - de brief van de officier van justitie van 23 juli 2025; - de brief van de ambtenaar van 6 november 2025 en 5 februari 2026; - het bericht van mr. Van Dal van 13 april 2026 met twee bijlagen; - het bericht van mr. Van Dal van 21 april 2026 met bijlage. 1.2. Tijdens de mondelinge behandeling van 21 april 2026 is verzoeker gehoord, bijgestaan door mr. Van Dal. Daarbij heeft verzoeker een nader stuk overgelegd. De officier van justitie en de ambtenaar zijn met kennisgeving niet verschenen tijdens de zitting. De zoon van verzoeker heeft de zitting als informant bijgewoond. 2 De feiten 2.1. Van verzoeker is geen geboorteakte opgenomen in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag. 2.2. Verzoeker is in 1972 vanuit Marokko naar Nederland gekomen. 2.3. Verzoeker stond op het moment van indienen van het verzoek in de Basisregistratie Personen (BRP) - voor zover van belang - als volgt geregistreerd: 0120 BSN [nummer] 0210 Voornamen [naam 1] 0240 Geslachtsnaam [naam 1] 0310 Geboortedatum [nummer] 0320 Geboorteplaats [nummer] 0330 Geboorteland Marokko (5022) 2.4. Verzoeker heeft ook een verzoek tot wijziging van zijn achternaam ingediend bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Bij koninklijk besluit van 26 februari 2026 is de wijziging van de geslachtsnaam van verzoeker in [naam 2] goedgekeurd. Deze wijziging is inmiddels verwerkt in de BRP. 3 Het verzoek 3.1. Verzoeker verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de wijziging van zijn voornaam te gelasten in die zin dat zijn voornaam zal luiden [naam 2] , zodat verzoeker vanaf het moment van inschrijving van de beschikking zal heten [naam 2] . 3.2. Verzoeker heeft tijdens de zitting zijn verzoek nader toegelicht. 4 Het standpunt van de ambtenaar 4.1. De ambtenaar is bij een voornaamswijziging geen belanghebbende en refereert zich ten aanzien van dit verzoek aan het oordeel van de rechtbank. De ambtenaar voert verweer tegen de last tot inschrijving van de buitenlandse akte. De namen van verzoeker en van zijn ouders wijken volledig af van hoe verzoeker nu geregistreerd staat in de BRP. Verzoeker heeft op geen enkele wijze aangetoond dat hij de in de geboorteakte genoemde persoon is. Ook is de geboorteakte niet gelegaliseerd. Het publieke belang is gebaat bij een betrouwbare registratie van persoonsgegevens in de registers van de burgerlijke stand. De ambtenaar vindt dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft aangeleverd dat de huidige geregistreerde gegevens in het BRP onjuist zijn, dat de nieuwe gegevens wel juist zijn en dat de nieuwe gegevens betrekking hebben op de man. 5 De beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht 5.1. Aangezien verzoeker in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). 5.2. Deze rechtbank is bevoegd omdat verzoeker zijn woonplaats heeft in het arrondissement van deze rechtbank . 5.3. Het Nederlandse recht is van toepassing. Wijziging van de voornaam 5.4. Artikel 1:4 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat wijziging van de voornaam op verzoek van de betrokken persoon kan worden gelast door de rechtbank. De wijziging geschiedt doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte wordt toegevoegd. In geval van wijziging van de voornamen van een buiten Nederland geboren persoon geeft de rechtbank, als er geen akte van geboorte is ingeschreven, (zo nodig ambtshalve) een last tot inschrijving van de geboorteakte. Voor wijziging van de voornaam moet er een zwaarwegend belang zijn. 5.5. De rechtbank is van oordeel dat uit het verzoekschrift en de toelichting ter zitting blijkt dat verzoeker een zwaarwegend belang heeft bij wijziging van zijn voornaam. Verzoeker heeft toegelicht dat hij in 2023 bij zijn in reis in Marokko is aangehouden vanwege het gebruik van een onjuiste identiteit. Daar bleek dat verzoeker niet [naam 1] , maar [naam 2] heet. Verzoeker is in 1973 op jonge leeftijd vanuit Marokko vetrokken naar Nederland. Destijds heeft iemand een paspoort voor verzoeker geregeld. Daarop stonden echter niet zijn eigen gegevens, maar de naam [naam 1] . Verzoeker is analfabeet en wist niet welke naam op het paspoort stond. Met dat paspoort is verzoeker Nederland ingereisd. Personen uit de directe omgeving van verzoeker kennen verzoeker als [naam 2] . Hij heeft nu veel last van de situatie. Uit de door verzoeker overgelegde stukken blijkt dat hij een depressieve stoornis, PTSS en een acute stressstoornis heeft. Hij durft niet meer naar Marokko te reizen, omdat hij vreest dan opnieuw te worden aangehouden. Zijn zus, die in Marokko woont, is ziek. Verzoeker kan haar nu niet bezoeken. 5.6. Het verhaal van verzoeker wordt ondersteund door een vonnis van de rechtbank van Tanger van 17 april 2023. Daaruit volgt dat [naam 2] is vervolgd voor het aannemen van de identiteit van iemand anders, vervalsing en het gebruik maken van de vervalsing. Uit het vonnis volgt dat [naam 2] valselijk gebruik heeft gemaakt van de naam [naam 1] . [naam 2] is vrijgesproken van de vervalsing zelf en veroordeeld ter zake van de overige ten laste gelegde feiten. Uit het vonnis volgt dat degene die het paspoort indertijd heeft geregeld, de vader van [naam 1] was. 5.7. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de zoon van verzoeker het relaas van verzoeker bevestigd. Hij weet niet beter dan dat zijn vader [naam 2] heet maar ook dat hij bij formele instanties als [naam 1] bekendstaat. De zoon is van plan, nu de achternaam van zijn vader inmiddels officieel is gewijzigd in [naam 2] , zelf ook een verzoek in te dienen tot wijziging van zijn achternaam. 5.8. Op verzoek van de rechtbank heeft verzoeker bovendien - ter verdere onderbouwing dat dit vonnis betrekking op hem heeft - een kopie van een Marokkaans paspoort overgelegd uit 1992 op naam van [naam 1] , waarop de foto van verzoeker is bevestigd. De stempel in het paspoort van het koninkrijk Marokko loopt logisch door over de foto, zodat de rechtbank geen reden heeft te twijfelen aan de echtheid van dit paspoort. 5.9. De rechtbank is gelet op al het voorgaande van oordeel dat verzoeker voldoende heeft aangetoond dat de veroordeling uit 2023 betrekking heeft op hem, dat zijn werkelijke naam [naam 2] is en dat er voor hem dan ook een zwaarwichtig belang bestaat om zijn voornaam te wijzigen. De verzochte voornaam [naam 2] is ook geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW: deze voornaam is niet ongepast en stemt evenmin overeen met bestaande geslachtsnamen. Het verzoek kan daarom in principe worden toegewezen. Verzoeker heeft echter pas daadwerkelijk belang bij zijn verzoek als de gewijzigde voornaam kan worden geformaliseerd door inschrijving van zijn gegevens. Daarom zal de rechtbank hierna op dat aspect ingaan. Vaststelling van de geboortegegevens 5.10. Van verzoeker is geen geboorteakte ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van Den Haag. Voor dat geval biedt artikel 1:4 lid 4 BW de rechtbank de mogelijkheid om een last tot inschrijving van de geboorteakte te geven, of - als geen akte kan worden overgelegd - de geboortegegevens ambtshalve vast te stellen. 5.11. De eerste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is daarom of er een geboorteakte van verzoeker is die kan worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Als productie 2A bij het verzoekschrift is een geboorteakte overgelegd (zowel van de inschrijving hiervan in 2022 als een extract uit 2023). 5.12. De ambtenaar heeft gewezen op onduidelijkheid in de jaartallen. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding te twijfelen aan het verhaal van verzoeker. De inschrijving van de geboorteakte heeft plaatsgevonden op 29 september 2022, op basis van een beslissing van de rechtbank in El Hoceima van 26 september 2022. Daaruit kan worden afgeleid dat belanghebbende kort voordien (dus inderdaad in 2022 en niet in 2023) is aangehouden. Dit volgt ook uit het feit dat blijkens het vonnis van de rechtbank in Tanger de zaak is gaan rollen toen verzoeker vervolgens met de geboorteakte die hij ook in deze procedure heeft overgelegd (nummer 10 van 2022) op 28 december 2022 een nieuwe ID-kaart heeft geprobeerd aan te vragen. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de vermelding van het jaar 2023 in het verzoekschrift een vergissing betreft. 5.13. De ambtenaar heeft er echter wel terecht op gewezen dat de geboorteakte niet is gelegaliseerd. Dat wil zeggen: op de akten bevinden zich wel stempels van de burgerlijke stand, maar er moet voor het gebruik in het buitenland nog een extra handeling plaatsvinden. Het Marokkaanse ministerie van justitie dient een zogeheten apostille af te geven. Daarmee wordt bevestigd dat de stempels van de burgerlijke stand authentiek zijn. De rechtbank en de ambtenaar kunnen dat namelijk niet zelf vaststellen. Deze legalisatie is vereist om zo veel mogelijk te waarborgen dat de gegevens die worden vermeld in de BRP juist zijn. 5.14. De rechtbank heeft overwogen het verzoek van verzoeker nu al toe te wijzen onder de voorwaarde dat verzoeker alsnog een gelegaliseerde versie van de geboorteakte aan de ambtenaar ter beschikking stelt. Om mogelijke discussie hierover te voorkomen zal de rechtbank de procedure echter aanhouden en verzoeker in de gelegenheid stellen alsnog binnen twee maanden een geboorteakte voorzien van apostille over te leggen aan de rechtbank, waarna de rechtbank het verzoek zal toewijzen. In afwachting hiervan houdt de rechtbank de beslissing aan. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. houdt de beslissing aan tot dinsdag 14 juli 2026 pro forma ; 6.2. stelt verzoeker in de gelegenheid uiterlijk op die datum een gelegaliseerd exemplaar van zijn geboorteakte over te leggen, of als dit niet mogelijk zou zijn, toe te lichten wat hij heeft ondernomen en waarom dit niet is gelukt. Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Eskes, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Beumer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: -door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, -door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! Artikel 262 Rv. schrijfwijze volgens de vertaling. Aan te vragen via www.apostille.ma/fr/deposer_demande.aspx.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/593208 · 2026-10-08
