# Rechtbank Amsterdam, 01-10-2026 (13-200302-26)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:9780
- Date: 2026-10-01
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A9780
- Canonical: https://overview.legal/posts/593226

## Summary

EAB Duitsland; verweer met betrekking tot de genoegzaamheid verworpen; overlevering toegestaan

## Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-200302-26 Datum uitspraak: 1 oktober 2026 UITSPRAAK op de vordering van 23 juli 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 15 juli 2026 door the Krefeld Local Court , Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 september 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. E. Alija, advocaat in Herten. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een remand detention arrest warrant by the Krefeld Local Court on 10 July 2026 (file ref. 23 Gs 408/26 (2 Js 328125). De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 3.1 Genoegzaamheid Standpunt van de raadsman De raadsman heeft betoogd dat het EAB niet genoegzaam is. De feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht zijn onvoldoende gespecificeerd en zien niet op concrete uitvoeringshandelingen van de opgeëiste persoon. Daarbij is de betrokkenheid van de opgeëiste persoon onvoldoende onderbouwd, waardoor de koppeling tussen de opgeëiste persoon en de feiten ontbreekt. De overlevering moet worden geweigerd, omdat de feitenomschrijving een ontoereikende onderbouwing biedt voor het overleveringsverzoek. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om aanhouding van de zaak om nadere vragen te stellen hierover. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt gevraagd. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen. Naar het oordeel van de rechtbank is - mede in aanmerking genomen dat sprake is van een verzoek tot overlevering in het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek - met de omschrijving in het EAB voldoende duidelijk voor de opgeëiste persoon waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Volgens die omschrijving gaat het namelijk om een verdenking van betrokkenheid bij het opzetten van drie amfetamine-laboratoria, in verschillende periodes: augustus/september 2025 in Nettal, 11 maart 2026 tot 29 mei 2026 in Nettal en 14 mei 2026 in Niederkrüchten. De opgeëiste persoon wordt ervan verdacht samen met een medeverdachte verantwoordelijk te zijn geweest voor het vervoeren van inventaris en werkmateriaal naar de laboratoria, het leveren van voorraden en grondstoffen, het afvoeren van afval voor de illegale stort en andere taken die horen bij de exploitatie van de laboratoria. De opgeëiste persoon is hierbij als medepleger aangemerkt. Gelet op het voorgaande is duidelijk van welke (strafbare) feiten hij wordt verdacht. Ten aanzien van wat de raadsman verder naar voren heeft gebracht, merkt de rechtbank op dat de uitvaardigende justitiële autoriteit de gronden van verdenking niet hoeft te vermelden. Het is namelijk niet aan deze rechtbank om te toetsen of er voldoende gronden zijn voor de beschreven verdenking dan wel om de rechtmatigheid van deze gronden te beoordelen. De rechtbank verwerpt het verweer. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om nadere vragen te stellen. 4 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt verder vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland dat hij uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie een eventuele straf beter in Nederland kan ondergaan dan in Duitsland. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland. De overlevering kan daarom worden toegestaan als is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon in Nederland de straf mag ondergaan wanneer hij na overlevering in Duitsland wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De Public Prosecutor te Krefeld heeft op 23 juli 2026 de volgende garantie gegeven: “It is assured that the person pursued, [de opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] /Netherlands will, in the event of a final conviction in the Federal Republic of Germany, on the basis of the currently valid version of the Council Framework Decision 2008/909/JI of 27 November 2008 on the application of the principle of mutual recognition to judgments in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union (OJ L 327 of 5/12/2008, p. 27), be transferred back to the Kingdom of the Netherlands to serve the remainder of his sentence, at his request.” Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 7 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 8 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Krefeld Local Court (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. E.M de Bie en J.T.H. Zimmerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek en M.C. Nooij, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 oktober 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. HvJ EU 6 juni 2023, C-700/21, ECLI:EU:C:2023:444 ( O.G. (Europees aanhoudingsbevel tegen een onderdaan van een derde land) ), punt 64.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/593226 · 2026-10-08
