Skip to content
Case Law · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ·ECLI:NL:GHARL:2026:6022 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-09-2026 (25/2451 tm 25/2453 en 26/416 tm 26/419)

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Summary

IB/PVV. Tussenuitspraak. Soevereinenbeweging. Verzoek anoniem procederen Belastingdienst toegewezen.

Full text

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Arnhem nummers BK-ARN 25/2451 tot en met BK-ARN 25/2453, BK-ARN 26/416 tot en met BK-ARN 26/419 uitspraakdatum: 15 september 2026 Tussenuitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer in het hoger beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 7 oktober 2025, nummers LEE 24/521, LEE 24/522 en LEE 24/523, en van 14 april 2026, nummers LEE 25/1321 en LEE 25/1322, in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Den Haag (hierna: de Inspecteur) alsmede het daarmee samenhangende verzoek om een voorlopige voorziening 1 Ontstaan en loop van het geding 1.1. Aan belanghebbende zijn over de jaren 2015, 2016 en 2017 aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd. Daarbij is belastingrente berekend en zijn er verzuimboeten opgelegd. 1.2. De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV voor de jaren 2015 tot en met 2017 niet-ontvankelijk verklaard. 1.3. Ook voor het jaar 2022 is een aanslag IB/PVV opgelegd. Ook is er over dat jaar een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringwet (hierna: ZVW) opgelegd. Bij die aanslagen zijn belastingrentebeschikkingen vastgesteld en bij de aanslag IB/PVV voor 2022 tevens een verzuimboete. 1.4. De Inspecteur heeft de bezwaren tegen de aanslagen voor 2022 gegrond verklaard, de aanslag IB/PVV voor 2022 verminderd tot een lager bedrag, de aanslag ZVW verminderd tot nihil en de belastingrentebeschikkingen overeenkomstig verminderd. De verzuimboete is gehandhaafd. 1.5. Belanghebbende is tegen de hiervoor vermelde uitspraken op bezwaar in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.6. Voorafgaand aan de zittingen van de Rechtbank heeft de Inspecteur te kennen gegeven dat hij anoniem wenste te blijven. De Rechtbank heeft dit verzoek opgevat als een beroep op geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De geheimhoudingskamer van de Rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 25 maart 2025 in de zaken met de nummers LEE 24/521, LEE 24/522 en LEE 24/523 het verzoek van de Inspecteur om geheimhouding toegewezen. In haar tussenuitspraak van 27 januari 2026 is het verzoek van de Inspecteur om anoniem te procederen in de zaken LEE 25/1321 en LEE 25/1322 toegewezen. 1.7. De Rechtbank heeft het beroep met de nummers LEE 24/521, LEE 24/522 en LEE 24/523 op 14 juli 2024 ter zitting behandeld. Hieraan hebben twee vertegenwoordigers van de Inspecteur deelgenomen. Belanghebbende, bijgestaan door haar echtgenoot en kinderen, is ook ter zitting verschenen. Het beroep met de nummers LEE 25/1321 en LEE 25/1322 heeft de Rechtbank behandeld ter zitting van 2 februari 2026. Belanghebbende en namens de Inspecteur twee medewerkers van de Belastingdienst zijn aldaar verschenen. 1.8. De Rechtbank heeft op 7 oktober 2025 uitspraak gedaan in de zaken met de nummers LEE 24/521, LEE 24/522 en LEE 24/523. In haar uitspraak van 14 april 2026 heeft zij uitspraak gedaan in de zaken met nummers LEE 25/1321 en LEE 25/1322. 1.10. Belanghebbende heeft tegen de uitspraken van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Wat betreft het hoger beroep over de aanslagen IB/PVV en ZVW voor 2022 verzoekt belanghebbende om een voorlopige voorziening. Deze verzoeken zijn geregistreerd onder de nummers BK-ARN 26/418 en BK-ARN 26/419. In het hogerberoepschrift in de zaken met nummers BK-ARN 25/2451 tot en met BK-ARN 25/2453 heeft belanghebbende laten weten het niet eens te zijn met de tussenuitspraak van de geheimhoudingskamer van de Rechtbank. Dit uit zij ook in het hogerberoepschrift van 25 april 2026 in de zaken met nummers en BK-ARN 26/416 tot en met BK-ARN 26/419. 1.11. Bij brief van 24 maart 2026 heeft de Inspecteur verzocht ‘de namen van de medewerkers geheim te houden en dus anoniem te procederen’. Het Hof begrijpt dat de Inspecteur gelet op de omstandigheid dat hij namen van de medewerkers die hem ter zitting bij het Hof vertegenwoordigen en de betreffende mandaatbesluiten heeft verstrekt, verzoekt te bepalen dat slechts het Hof zal mogen kennisnemen van die na(a)m(en). Het Hof zal het verzoek van de Inspecteur behandelen met zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing van artikel 8:29 van de Awb. 1.12. Belanghebbende heeft op dit verzoek gereageerd. 2 Vaststaande feiten 2.1. In zijn brief van 24 maart 2026 verwijst de Inspecteur naar het rapport ‘Met de rug naar de samenleving. Een analyse van de soevereinenbeweging in Nederland’ (hierna: de fenomeenanalyse) van april 2024, uitgegeven door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De fenomeenanalyse vermeldt – voor zover hier van belang – het volgende: “(…) In deze analyse wordt ingegaan op de vraag hoe de Nederlandse soevereinenbeweging zich verhoudt tot deze democratische rechtsorde: is er vanuit deze beweging sprake van een ondermijning hiervan en zo ja, hoe uit dit zich? (…) 3 Drie categorieën Er zijn dus verschillen in gedachtegoed en narratieven en ook in de verschillende soorten gedragingen en mate waarin personen een dreiging kunnen vormen voor de democratische rechtsorde. Het geweld dat voortkomt uit de beweging is nog beperkt. De hierboven besproken narratieven zelf zetten in principe ook niet aan tot gewelddadig handelen, ondanks het vijandbeeld van een kwaadaardige elite die het volk wil onderdrukken, knechten of vermoorden. Iedereen kan er een eigen invulling aan geven. Hierbij worden er grofweg drie verschillende categorieën onderscheiden, namelijk: • Autonomen of soevereinen die verandering voorstaan binnen het huidige systeem. • Soevereinen die de legitimiteit en geldigheid van het huidige systeem ontkennen en zich daaraan onttrekken. • Actief verzet tegen het huidige systeem, al dan niet met geweld. De laatste stroming maakt per definitie deel uit van de tweede stroming; men moet eerst het systeem ontkennen om zich er actief tegen te zullen verzetten, desnoods met geweld. Andersom is dit niet het geval. Mensen kunnen het systeem ontkennen, zonder zich hier met geweld tegen te verzetten. Deze categorieën zijn niet altijd zo zwart-wit als ze lijken. Personen wisselen van categorie of maken deel uit van meerdere tegelijkertijd. Dit onderscheid betekent ook dat niet ieder persoon die zichzelf soeverein noemt per definitie wordt beschouwd als dreiging tegen de democratische rechtsorde. Behalve gedachtegoed zijn gedragingen dus evenzeer van belang. De drie categorieën zijn hieronder nader uitgewerkt (…) Gewelddadig verzet tegen het systeem De laatste categorie soevereinen bestaat uit mensen die geloven dat een toekomstige gewelddadige strijd met de overheid en democratische instituties onvermijdelijk is. Dit is de kleinste groep van enkele tientallen tot honderd mensen en betreft een subcategorie van de tweede categorie. Door de verspreiding van een angstaanjagend vijandbeeld van een kwaadaardige elite die uit is op onderdrukking, slavernij en moord, kunnen sommige soevereinen de conclusie trekken dat gewelddadig verzet noodzakelijk is. Dergelijke vijandbeelden demoniseren en dehumaniseren tegenstanders; het gebruik van termen als ‘onderdrukking’, ‘tribunalen’, ‘genocide’, ‘heilige oorlog’ en ‘existentiële strijd’ kan bijdragen aan de veronderstelde geweldsnood. De vermeende vertegenwoordigers van de elite ontvangen regelmatig bedreigingen. Hierbij wordt over het algemeen gedreigd met burgerarresten of tribunalen. Hoe deze tribunalen eruit moeten komen te zien, wordt niet duidelijk. Bij een deel van deze groep blijft het mogelijk bij grootspraak, maar zulke boodschappen kunnen voor enkelen gewelddadig handelen legitimeren tegen deze veronderstelde vertegenwoordigers. Deze dreiging wordt vergroot door doxing. In online groepen van soevereinen worden regelmatig adressen en persoonsgegevens verspreid van bijvoorbeeld deurwaarders, politiepersoneel en (gemeente)ambtenaren. Vanuit de overtuiging dat ieder individu eigen rechten heeft waaraan niemand mag tornen, circuleren er bovendien handleidingen voor zogenaamde ‘sheriffs’ en soevereine ‘rechtbanken’. De sheriffs zijn zelf soeverein en zouden het natuur- en gewoonterecht verdedigen. Door de inzet van deze sheriffs moet bovendien de overgang naar een nieuwe samenleving worden bewerkstelligd. Zij zouden zijn gekwalificeerd en getraind in (vuur)wapengebruik en zelfverdedigingstechnieken. De gearresteerde personen moeten vervolgens op grond van het gewoonterecht worden berecht. Ook wordt gesproken over het vormen van ‘burgermilities’ die onder leiding van zulke sheriffs het gewoonterecht moeten handhaven. Als men vanwege die eigenrichting tegenover de politie komt te staan of tegenover personen die weigeren om mee te werken, kan dat in potentie tot geweld leiden. Daarnaast wordt in sociale mediakanalen een zogenaamde ‘Resolutie van het soevereine Nederlandse volk’ gedeeld. Hierin staan verwijzingen naar de ‘kwaadaardige elite’ en de termen ‘oorlog’ en ‘genocide’. Deze resolutie kan worden beschouwd als een oproep tot geweld. Zo wordt er in deze resolutie gesteld: “(…) Doen wij, het vrije Nederlandse volk, de onherroepelijke aanzegging die ons het recht geeft om de plegers van de misdaden tegen de menselijkheid te arresteren, te berechten en hen zo nodig in het kader daarvan te doden (…)”. In de resolutie wordt verder opgeroepen tot eigen bewapening en de arrestatie van vijanden. Een nog kleinere groep soevereinen gaat zo ver dat zij zichzelf online en fysiek organiseert en voorbereidt om zich te kunnen verdedigen in de, door deze groep verwachte, gewelddadige strijd met de overheid en instituties, of spreekt zelfs van een offensieve aanpak. Eenzelfde ontwikkeling vond eerder plaats onder Amerikaanse sovereign citizens en de Duitse Reichsbürger. Ook in Nederland worden lessen in vechtsporten gevolgd of wordt gesproken over het gebruik van geweld en het verzamelen van (veelal ook legale) wapens. Dit verlaagt mogelijk de drempel om geweld te gebruiken. Zulke voorbereidingen zijn vaak defensief van aard, hoewel er ook aanhoudingen zijn verricht wegens bedreiging met geweld tegen ambtenaren, het bezetten van- of een aanslag plegen op een gemeentehuis en het arresteren van een rechter. Bij meerdere soevereinen werden (vuur)wapens en munitie aangetroffen. In september werd een soeverein veroordeeld tot acht maanden celstraf, omdat hij had geprobeerd om semi-automatische wapens en munitie te kopen voor een groep gelijkgestemden. (…) 5 Conclusie In deze analyse wordt de vraag beantwoord of er vanuit de Nederlandse soevereinenbeweging sprake is van een ondermijning van de democratische rechtsorde en zo ja, hoe deze zich uit. De democratische rechtsorde bestaat uit een democratische rechtsstaat (politiek systeem) en de manier van samenleven (open samenleving), ook wel de verticale en horizontale dimensie van de democratische rechtsorde genoemd. (…) De verticale dimensie wordt wel degelijk ondermijnd. Dit gebeurt zowel op de langere termijn door de feitelijk onjuiste boodschappen achter de soevereine ideologie en narratieven, als door de geweldsdreiging op korte termijn. En dan zijn er ook nog tal van strafbare gedragingen die de werking van de democratische rechtsorde kunnen aantasten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de intimidatie en bedreiging van ambtenaren en politici, waardoor zij worden belemmerd in de uitvoering van hun werk. Autonomen of soevereinen die verandering zoeken binnen het huidige systeem ondermijnen de democratische rechtsorde weliswaar niet door hun gedragingen, maar ook zij dragen bij aan de instandhouding en mogelijke groei van de beweging als geheel. Het onderstaande gaat nader in op de ondermijning van de verticale dimensie van de democratische rechtsorde. (…) Geweldsdreiging op de korte termijn In tegenstelling tot de bredere anti-institutionele beweging, schrijven het soevereine narratief en organisaties en personen verschillende mogelijkheden tot handelen voor. Bovendien weet de soevereine beweging zich te organiseren. Dit is met name zorgwekkend als het gaat om de tweede en de derde categorie binnen de beweging van soevereinen: personen die het huidige systeem ontkennen en personen die plannen maken om zich actief tegen het huidige systeem te verzetten, desnoods met gewelddadige handelingen. Vanuit aanhangers van die categorieën is geregeld sprake van geweldsincidenten, bijvoorbeeld in een reactie op verkeerscontroles, aanhoudingen of huisuitzettingen. Bovendien zijn bij verschillende aanhangers (vuur)wapens aangetroffen. Sommige soevereinen bereiden zich voor op een gewelddadige confrontatie met de overheid en dreigen met geweld. In combinatie van de verwachte groei van de soevereinenbeweging als geheel, is het aannemelijk dat ook deze dreiging in de toekomst zal toenemen.” 3 Geschil In geschil is of het verzoek van de Inspecteur om anoniem te procederen en daarmee of de geheimhouding/beperkte kennisneming van de namen van de personen die zowel bij de Rechtbank als bij het Hof namens de Inspecteur ter zitting optraden respectievelijk zullen optreden, gerechtvaardigd is. 4 Beoordeling van het geschil 4.1. Tot de gedingstukken in het hoger beroep met de nummers BK-ARN 25/2451 tot en met BK-ARN 25/2453 behoort de brief van belanghebbende van 3 juni 2026. In haar brief van 25 april 2026, die behoort tot de gedingstukken van BK-ARN 26/416 tot en met BK-ARN 26/419, verwijst belanghebbende voor haar verweer tegen het verzoek van de Inspecteur om anoniem te procederen naar de stukken in het hoger beroep met de nummers BK-ARN 25/2451 tot en met BK-ARN 25/2453. In de brief van 3 juni 2026, schrijft belanghebbende als volgt: “(…) De belastingdienst wil graag burgertjes zoals ik die geen aangifte doen en zichzelf ook nog eens soeverein noemen, genadeloos afstraffen, zonder eerst ook de balk uit hun eigen ogen te halen (…).” 4.2. Het Hof acht aannemelijk dat belanghebbende is aan te merken als behorend tot de in de fenomeenanalyse beschreven soevereinenbeweging. 4.3. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de namen en de mandaten bekend moeten worden gemaakt. Hierbij geeft zij aan dat anoniem procederen in strijd is met de beginselen van de rechtsstaat zoals artikel 1 van de Grondwet, met internationale verdragen, dat zij enkel een juridische strijd voert en dat er niet is vastgesteld of bewezen dat zij zich bijvoorbeeld tijdens de procedure bij de Rechtbank bedreigend en gewelddadig heeft gedragen. Belanghebbende vindt dat er sprake is van vooringenomenheid en partijdigheid door zonder concrete aanwijzing ervan uit te gaan dat zij bedreigend of gewelddadig is. Zij wil niet geassocieerd worden met de categorie soevereinen die bedreigend en/of gewelddadig kan zijn. Daarnaast stelt zij dat enkele namen van medewerkers van de Belastingdienst uit de eerdere bezwaar- en klachtprocedures haar bekend zijn, zodat zij niet inziet waarom de Inspecteur voor de rechter anoniem wil procederen. 4.4. De Inspecteur heeft verzocht de namen van de medewerkers die namens de Belastingdienst ter zitting bij het Hof in onderhavige procedure zullen verschijnen geheim te houden, alsmede geheim te houden de van deze medewerkers overgelegde mandaten in verband met de veiligheid van deze medewerkers. Ter onderbouwing verwijst de Inspecteur naar de fenomeenanalyse soevereinbeweging in Nederland ‘Met de rug naar de samenleving’ van april 2024 (zie 2.1). De Inspecteur schrijft als volgt: “(…) Hierbij verzoek ik u om de namen van de medewerkers geheim te houden en dus anoniem te procederen. De reden voor mijn verzoek is de volgende. De Belastingdienst heeft de afgelopen periode veel dossiers te behandelen gekregen van burgers die het soevereine gedachtegoed volgen. Het volgen van dit gedachtegoed is een persoonlijke keuze. Het resultaat is echter ook dat er onjuiste aangiften inkomstenheffing of verzoeken om vermindering en bezwaren tegen eerdere aanslagen worden ingediend. De meeste zaken betreffen het opvoeren van huur, premies ziektekosten en andere overheidsheffingen als gift. Dat is fiscaal onjuist. Deze giften worden door de inspecteur gecorrigeerd. Als gevolg van deze correcties is bij de behandeling van dergelijke zaken gebleken dat namen van medewerkers op internet (onder andere via Facebook) worden verspreid. Ook worden de namen van medewerkers opgezocht op het internet teneinde op privé-accounts bedreigingen te uiten. Deze voorvallen acht de Belastingdienst volstrekt onacceptabel. De Belastingdienst heeft om die reden gekozen om in zaken van soevereine mensen anoniem te werken (onder nummer of via postbussen). Op deze wijze kan de Belastingdienst de medewerker beschermen. Bij de afhandeling van zaken van soevereine mensen is overigens een beperkt aantal medewerkers betrokken waarbinnen één lijn wordt getrokken om te voorkomen dat via een achterdeur namen alsnog bekend worden bij andere zich soeverein noemende mensen. Onlangs heeft de AIVD in hun fenomeenanalyse geconcludeerd dat de soevereinenbeweging de democratische rechtsorde ondermijnt. Van een klein deel van de soevereinenbeweging gaat ook een geweldsdreiging uit op korte termijn. Recent zijn ter zitting, bij een rechtszaak van een andere burger, de namen van de vertegenwoordigers van de Belastingdienst genoteerd door de als bijstand meegegane burger met de opmerking: ‘nu wordt het interessant’. U begrijpt dat deze quote in de context van het soevereine gedachtegoed, de fenomeenanalyse van de AIVD en de eerdergenoemde voorvallen bedreigend is voor de medewerkers van de Belastingdienst. Ik hoop dat deze toelichting voldoende is en verzoek u dan ook de namen van de ambtenaren niet te vermelden. Bijgevoegd treft u de mandaten van de medewerkers die namens de inspecteur ter zitting aanwezig zullen zijn. Ten overvloede merk ik op dat deze stukken ook onder het verzoek om geheimhouding vallen en enkel zijn bijgevoegd om aan u aan te tonen dat deze medewerkers bevoegd zijn namens de Belastingdienst op te treden.” 4.5. In zijn uitspraak van 20 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:264, heeft het Hof op de voet van artikel 8:29 van de Awb een tussenuitspraak gedaan ter zake van eenzelfde verzoek van de Belastingdienst om anoniem te procederen. Ook die procedure betrof een belanghebbende die aan te merken is als een persoon die behoort tot de in de fenomeenanalyse beschreven soevereinenbeweging. Voor de onderbouwing van de toewijzing van het verzoek van de Inspecteur in de onderhavige zaak verwijst het Hof naar de aldaar gebezigde rechtsoverwegingen en de gemaakte belangenafweging onder 4.3. tot en met 4.6. Onder verwijzing van de aldaar opgenomen rechtsoverwegingen is het Hof ook van oordeel dat de Rechtbank de bij haar gedane verzoeken van de Inspecteur terecht heeft toegewezen. 4.6. Artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb bepaalt dat indien de bestuursrechter heeft beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, hij slechts met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die inlichtingen onderscheidenlijk die stukken uitspraak kan doen. Indien de toestemming wordt geweigerd, wordt de zaak verwezen naar een andere kamer. 4.7. Indien belanghebbende geen toestemming geeft dat de hoofdkamer de mandaatbesluiten ook kan bekijken en door middel van legitimatie ter zitting (welke ook geheim kan blijven) de medewerkers kan identificeren (beperkte kennisneming), kan de hoofdkamer praktisch gezien niet controleren dat de namen van degene die zich ter zitting melden namens de Inspecteur, ook overeenkomen met de namen die de geheimhoudingskamer thans ziet staan in de mandaatbesluiten. In dat geval zal een raadsheer die geen onderdeel uitmaakt van de hoofdkamer benoemd worden tot raadsheer-commissaris (artikel 8:12 van de Awb) en op de geplande zittingsdatum aanwezig zijn voordat de zitting begint om te kunnen controleren dat de personen die zich melden namens de Inspecteur genoemd staan op de mandaatbesluiten die de geheimhoudingskamer kent. De raadsheer-commissaris zal alleen de positieve of negatieve uitkomst (dus zonder de namen van de betrokken personen te noemen) van die identificatie en controle van het mandaatbesluit vastleggen in een proces-verbaal en dit proces-verbaal direct aan de hoofdkamer doen toekomen. Daarbij zal de raadsheer-commissaris bij het begin van de zitting ten overstaan van de hoofdkamer elke medewerker van de Belastingdienst een nummer geven dat op dat moment aan de hoofdkamer zal worden medegedeeld en waarmee de hoofdkamer kan onderscheiden welke medewerker ter zitting verklaart of handelt. Deze nummering zal op (de afschriften van) de mandaten worden genoteerd en eveneens onder de geheimhouding vallen. Op deze wijze is te allen tijde controleerbaar wie wat heeft gedaan namens de Belastingdienst. 4.8. In het proces-verbaal van de zitting(en) en de uitspraak zullen de vertegenwoordigers van de Inspecteur - in afwijking van artikel 8:61, vierde lid, en artikel 8:77, eerste lid, van de Awb - worden aangeduid met het hiervoor bedoelde nummer. 4.9. Het vorengaande betekent dat het verzoek van de Inspecteur om geheimhouding/beperkte kennisneming wordt toegewezen. 5 Beslissing De geheimhoudingskamer: bepaalt dat beperking van de kennisgeving van de namen van de medewerkers van de Belastingdienst die ter zitting zullen verschijnen gerechtvaardigd is; stelt belanghebbende op de voet van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb in de gelegenheid binnen twee weken het Hof te berichten of zij toestemming geeft dat het Hof uitspraak doet met kennisname van de namen van de medewerkers van de Belastingdienst die ter zitting aanwezig zullen zijn. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van de Merwe, in tegenwoordigheid van mr. K. de Jong-Braaksma als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026. De griffier, De voorzitter, (K. de Jong-Braaksma) (J. van de Merwe) Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden. Tegen tussenbeslissingen, zoals de onderhavige, stelt de wet geen afzonderlijk, tussentijds beroep in cassatie open. Tegen dergelijke beslissingen kan ingevolge artikel 28, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen slechts worden opgekomen tegelijkertijd met het beroep in cassatie tegen de einduitspraak. Vgl. artikel 2.8b van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken (Stcrt. 2024, 37.982). https://www.aivd.nl/documenten/publicaties/2024/04/09/fenomeenanalyse-soevereinenbeweging-in-nederland-met-de-rug-naar-de-samenleving . Bijlage bij Kamerstukken II 30.821, nr. 216.