# Rechtbank Midden-Nederland, 22-09-2026 (C/16/608667 / HA RK 26-54)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Midden-Nederland
- Identifier: ECLI:NL:RBMNE:2026:6775
- Date: 2026-09-22
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBMNE%3A2026%3A6775
- Canonical: https://overview.legal/posts/593248

## Summary

Verzoeker heeft primair een AVG verzoek gedaan, subsidiair een 195 Rv verzoek, voor afgifte/inzage van kopieën van e-mails en onderliggende metadata. Het verzoek voor afgifte van e-mails wordt toegewezen. Het verzoek voor afgifte van metadata om de stukken te kunnen controleren wordt afgewezen.

## Full text

RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer / rekestnummer: C/16/608667 / HA RK 26-54 Beschikking van 22 september 2026 in de zaak van [verzoeker] , wonend in [woonplaats] , verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker] , advocaat: mr. M. Kartal, tegen [verweerder] , gevestigd te [vestigingsplaats] , verweerder, hierna te noemen: [verweerder] , advocaat: mr. S. Prekpalaj. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met 5 producties, ontvangen op 18 maart 2026; - een aanvullende productie (genoemd productie 1) bij het verzoekschrift, ontvangen op 24 maart 2026; - de akte aanvulling en toelichting van het verzoekschrift, ontvangen op 22 juli 2026; - producties 6 tot en met 13 bij het verzoekschrift, ontvangen op 13 augustus 2026; - het verweerschrift met producties 1A, 1B en 2, ontvangen op 14 augustus 2026; - de mondelinge behandeling op 25 augustus 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2 De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De kern van de zaak 2.1 [verzoeker] heeft de rechtbank verzocht [verweerder] te bevelen (persoons)gegevens of documenten over hem af te geven, met onderliggende verzend-metadata. [verweerder] heeft al aan [verzoeker] een overzicht van zijn verwerkte persoonsgegevens verstrekt, maar [verzoeker] acht dit niet voldoende. In deze zaak gaat het erom of [verweerder] in het kader van het inzagerecht van de AVG nog aanvullende stukken moet verstrekken aan [verzoeker] , of niet. De rechtbank oordeelt dat [verzoeker] grotendeels gelijk krijgt. [verweerder] moet nog nadere stukken verstrekken over het aan [verzoeker] opgelegde communicatieverbod (voorheen een schoolpleinverbod), de opzegging van zijn lidmaatschap bij de gemeenschappelijke ouderraad (GMR) en contacten tussen [verweerder] en [opleidingsinstelling] over zijn stageplaats. Het verzoek tot afgifte van onderliggende verzend-metadata wordt afgewezen. 3 De beoordeling De omvang van het verzoek 3.1 [verzoeker] heeft de rechtbank verzocht [verweerder] te bevelen om binnen veertien dagen na de te geven beschikking een volledige en leesbare kopie te verstrekken van door hem aangeduide documenten en correspondentie. De daarin vermelde namen van onbekende derden mogen worden geanonimiseerd of onleesbaar worden gemaakt. Verder verzoekt [verzoeker] afgifte van de onderliggende verzend-metadata van de documenten die persoonsgegevens van [verzoeker] bevatten. Tot slot heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht [verweerder] een dwangsom op te leggen van € 250,- voor iedere dag dat [verweerder] in gebreke blijft om aan de beschikking te voldoen, met een maximum van € 25.000,-. 3.2 [verzoeker] heeft eerst een zelf opgesteld verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft mr. Kartal aanvullende stukken ingediend waarin hij het verzoek van [verzoeker] afbakent en concretiseert. Op de mondelinge behandeling is vast komen te staan dat [verweerder] inmiddels aan een deel van het oorspronkelijke verzoek heeft voldaan. Verder heeft mr. Kartal verklaard dat [verzoeker] van [verweerder] geen kopieën hoeft te hebben van stukken die al namens [verzoeker] zijn overgelegd en al in zijn bezit zijn. Dit betekent dat het verzoek van [verzoeker] nu nog neerkomt op verstrekking van de volgende stukken: de e-mail van 22 mei 2025 van de directie van [A] aan [opleidingsinstelling] ; de reactie van 11 juni 2025 van [opleidingsinstelling] aan de directie van [A] ; het verzoek om royement van de directie van [A] aan het College van Bestuur en de voorzitter van de GMR van 30 januari 2025; de e-mail over het veroorzaken van onrust van de directie van [A] aan het College van Bestuur en de voorzitter van de GMR van 8 maart 2025; de reactie van het College van Bestuur aan de directie van [A] van 10 maart 2025. Het toetsingskader van de AVG 3.3 Een betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens. Wanneer dat het geval is, dient men inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van (onder meer) de verwerkingsdoeleinden, de betrokken categorieën van persoonsgegevens, de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, en de periode gedurende de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, dan wel de criteria om die termijn te bepalen. Het inzagerecht is beperkt tot persoonsgegevens in de zin van artikel 4, aanhef en onder 1 van de AVG. Het toetsingskader van artikel 194 en 195 Rv 3.4 In artikel 195 lid 1 Rv is bepaald dat de rechter op verzoek van de partij die daar op grond van artikel 194 lid 1 Rv recht op heeft, de wederpartij kan bevelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt. 3.5 Op grond van artikel 194 lid 1 Rv komt het recht op inzage, afschrift of uittreksel van a) bepaalde gegevens toe aan b) een partij bij een rechtsbetrekking, als zij c) daarbij voldoende belang heeft. Degene die inzage, afschrift of uittreksel verzoekt, moet zijn belang daarbij duidelijk omschrijven en zo nodig onderbouwen. Het verzoek voor vertrekking van persoonsgegevens wordt toegewezen 3.6 De rechtbank zal dit deel van het verzoek van [verzoeker] toewijzen en licht dit als volgt toe. [verweerder] heeft in beginsel aan het AVG-verzoek van [verzoeker] voldaan met het verstrekken van het overzicht van geregistreerde persoonsgegevens. Dat veel van deze informatie al bekend was bij [verzoeker] , doet niets af aan zijn recht op inzage. Maar het verstrekken van afschriften, kopieën of uittreksels door de verwerkingsverantwoordelijke kan ook onder het inzagerecht van de AVG vallen. Dat is het geval als de verstrekking van die stukken onontbeerlijk is om de betrokkene in staat te stellen de hem bij de AVG verleende rechten daadwerkelijk uit te oefenen. 3.7 Naar het oordeel van de rechtbank heeft [verzoeker] voldoende omstandigheden aangedragen om de noodzaak van het ontvangen van een kopie van de interne en externe e-mails, zoals genoemd onder r.o. 3.2. aan te nemen. [verzoeker] kan namelijk slechts door de verstrekking van de volledige e-mails de juistheid en volledigheid van hierin verwerkte persoonsgegevens controleren, in samenhang met de context. De afgifte van deze documenten moet gebeuren met passende anonimisering of afscherming van de persoonsgegevens van derden. 3.8 Mr. Prekpalaj heeft op de mondelinge behandeling verwezen naar een drietal arresten, ter onderbouwing van het standpunt van [verweerder] dat zij geen verdere stukken hoeft te verstrekken. De aangehaalde jurisprudentie leidt niet tot een ander oordeel in deze procedure, omdat de jurisprudentie niet (voldoende) vergelijkbaar is. De uitspraak van rechtbank Amsterdam gaat over een ongespecificeerd AVG-verzoek, zodat de verwerkingsverantwoordelijke mocht volstaan met een algemeen overzicht van de verwerkte persoonsgegevens. In deze procedure heeft mr. Kartal juist wél het verzoek toegespitst op vijf specifiek genoemde bestanden. De verwijzing naar de uitspraak van rechtbank Den Haag mist doel, omdat in die procedure de verstrekte persoonsgegevens, de verstrekte weergave en de verwerkingsinformatie wél een voldoende duidelijk en volledig overzicht opleverden. Verder was het in die zaak de vraag of verzoeker met het verzoek inzicht probeerde te krijgen in de werkprocessen van de Belastingdienst (de verwerkingsverantwoordelijke). Het derde arrest genoemd door mr. Prekpalaj betreft een strafzaak en heeft niets met de AVG van doen. Voor zover [verweerder] zich beroept op een andere uitspraak van Hof ’s-Hertogenbosch in een AVG-procedure met een vergelijkbaar ECLI-nummer overweegt de rechtbank als volgt. De verzoekster had daar een algemene abstracte aanspraak geformuleerd betreffende verwerkingen vanaf 1987. De verzoekster had niet onderbouwd waarom het verbeteren van eventuele fouten vóór 2008 een nuttige rol zou vervullen. Evenmin had zij betwist dat zij zelf over deze gegevens (heeft) beschikt. Het Hof wees daarom het verzoek (versterkt met een dwangsom) af wegens misbruik van recht. Ook deze uitspraak is daarmee onvoldoende vergelijkbaar met de onderhavige zaak. 3.9 De gevorderde dwangsommen worden toegewezen als na te melden. Het verzoek voor afgifte van verzend-metadata wordt afgewezen 3.10 De rechtbank wijst dit deel van het verzoek af. Uit de toelichting van [verzoeker] blijkt dat hij afgifte van verzend-metadata verzoekt om te controleren of de al verstrekte persoonsgegevens juist en compleet zijn. Dat valt buiten de reikwijdte van artikel 15 AVG. Verder ziet de rechtbank geen grond voor de vrees van [verzoeker] dat [verweerder] bewust informatie zou hebben aangepast of achtergehouden. De documenten die [verweerder] tot nu toe verstrekt heeft, geven namelijk daar geen aanleiding voor, zodat ook niet is gebleken dat de door [verzoeker] gestelde integriteit en volledigheid van de documenten in het geding is. 3.11 [verzoeker] heeft evenmin op grond van artikel 195 Rv recht op afgifte van metadata. Gelet op de al verstrekte en de nog te verstrekken e-mailberichten, heeft [verzoeker] onvoldoende belang (zie 3.5.) bij een afzonderlijke afgifte van verzend-metadata. Uit de voornoemde e-mailberichten kan [verzoeker] namelijk alle verzend-metadata (tijdstip verzending, geadresseerde, afzender) aflezen die hij van belang acht. Welk belang [verzoeker] verder nog heeft bij afgifte van de metadata heeft hij verder niet gesteld en is dus niet gebleken. [verweerder] moet de proceskosten betalen 3.12 [verweerder] heeft grotendeels ongelijk gekregen, daarom moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verzoeker] worden begroot op: - griffierecht € 341,00 - salaris gemachtigde € 1.306,00 (twee punten x tarief € 653,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.836,00 4 De beslissing De rechtbank: 4.1 veroordeelt [verweerder] om binnen veertien dagen na betekening van de beschikking een volledige en leesbare kopie te verstrekken van de e-mailberichten genoemd onder rechtsoverweging 3.2. (punten a tot en met e), waarbij de namen van de bij [verzoeker] onbekende derden door [verweerder] mogen worden geanonimiseerd of onleesbaar gemaakt, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 25.000,-; 4.2. bepaalt dat geen dwangsommen zullen worden verbeurd voor zover dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan de beslissing is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding; 4.3. veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 1.836,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking wordt daarna betekend; 4.4. verklaart de veroordelingen van deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 4.5. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. L. van het Hof en is in haar afwezigheid ondertekend door mr. J.G. van Ommeren. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026. 4054 Op grond van artikel 15 AVG. Primair op grond van artikel 15 AVG, subsidiair op grond van artikel 194 jo. 195 Rv. Artikel 15 AVG. Overgelegd als productie 1B bij het verweerschrift. HR 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:723. Dit is ook overeenkomstig jurisprudentie over de tot 25 mei 2018 geldende Wet bescherming persoonsgegevens, zie HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4663 (Dexia). Rb Amsterdam 20 september 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5815. Rb Den Haag 18 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:13489. Hof ’s-Hertogenbosch 31 juli 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2606. Hof ’s-Hertogenbosch 15 augustus 2024, ECLI:GHSHE:2024:2602.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/593248 · 2026-10-08
