Skip to content
Case Law · Rechtbank Rotterdam ·ECLI:NL:RBROT:2026:13950 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Rotterdam, 07-10-2026 (10-169891-26, 10-067901-26, 10-070097-26, 10-094812-26 en 10-186675-25. (TUL): 10-067901-26 (10-0679)

Veroordeling voor tweemaal diefstal met geweld, wederspannigheid en het vijfmaal beledigen van ambtenaren in functie tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Summary

De feiten worden in verminderde mate aan verdachte toegerekend. Vorderingen benadeelde partijen toegewezen. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf.

Full text

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummers: 10-169891-26, 10-067901-26, 10-070097-26, 10-094812-26 en 10-186675-25 Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-067901-26 (10-067901-26) Datum uitspraak: 7 oktober 2026 Datum zitting: 23 september 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1995 in [geboorteplaats 1] (Sierra Leone), ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [plaats] , gedetineerd in [verblijfplaats] . Advocaat van de verdachte: mr. K.T. Kan Officier van justitie: mr. R.J.E. Planken Benadeelde partijen: [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] Gemachtigde van de benadeelde partijen: [gemachtigde] Kern van het vonnis De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Ook heeft hij zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid en het vijfmaal beledigen van ambtenaren in functie. De feiten worden de verdachte in verminderde mate toegerekend. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 12 maanden met aftrek van voorarrest. De vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen. Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging. 1 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – twee personen van hun tas heeft beroofd, een vijftal ambtenaren in functie heeft beledigd door hen te bespugen en zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun taak. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat 10-169891-26 1 hij op of omstreeks 10 juni 2026 te Rotterdam een (schouder)tas (met inhoud, waaronder een ING-bankpas), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (met kracht) aan de (schouder)tas van die [slachtoffer 1] te trekken, als gevolg waarvan die [slachtoffer 1] ten val kwam; 2 hij op of omstreeks 13 juni 2026 te Rotterdam een (rug)tas (met inhoud, waaronder een paspoort), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (met kracht) aan de (rug)tas van die [slachtoffer 2] te trekken; 3 hij op of omstreeks 13 juni 2026 te Rotterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten als arrestantenverzorger bij de Politie Eenheid Rotterdam in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in het gezicht, althans in de richting, van die [slachtoffer 3] te spugen; 10-067901-26 hij op of omstreeks 5 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk een of meerdere ambtenaren, te weten [slachtoffer 4] , werkzaam als arrestantbeveiliger bij de Eenheid Rotterdam en/of [slachtoffer 5] , werkzaam als arrestantbeveiliger bij de Eenheid Rotterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door hem/haar/hen in het gezicht en/of op het veiligheidsvest te spugen; 10-070097-26 hij op of omstreeks 9 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk iemand, te weten [slachtoffer 6] (buitengewoon opsporingsambtenaar in het domein generieke opsporing bij de Eenheid Rotterdam), in tegenwoordigheid van die [slachtoffer 6] door feitelijkheden heeft beledigd, door die [slachtoffer 6] in het gezicht te spugen, in elk geval gedragingen van gelijke beledigende aard en/of strekking, terwijl deze belediging werd aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening; 10-094812-26 1 hij op of omstreeks 30 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meerdere ambtenaren, te weten tegen: - [slachtoffer 7] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, - [slachtoffer 8] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, en/of - [slachtoffer 9] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte door: - spanning op zijn spieren te houden, - zijn arm onder zijn lichaam te houden, - bijtende bewegingen richting die [slachtoffer 7] te maken, en/of - in de hand van die [slachtoffer 9] te knijpen; 2 hij op of omstreeks 30 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 7] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door die [slachtoffer 7] in zijn gezicht en op zijn steekvest te spugen. 2 Bewijs 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor alle feiten moet worden veroordeeld. 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 2.3. Oordeel van de rechtbank 2.3.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat de verdachte zich tweemaal schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld. Ook heeft hij zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid en het vijfmaal beledigen van ambtenaren in functie. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2. De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering. 10-169891-26 Feit 1 1. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 1] Op 10 juni 2026, omstreeks 01.00 uur, liep ik ter hoogte van de winkel Undo (tattoo removal), gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam, in de richting van Delfshaven. Ik droeg mijn schoudertas over mijn linkerschouder. Opeens kwam er een man naar mij toe. Ik kan deze man als volgt omschrijven: -donkere huidskleur -zwart kort haar -donkere bovenkleding -donkere onderkleding -zwarte schoenen. Vervolgens zag ik dat de man achter mij ging lopen, nog steeds in de richting van Delfshaven. Opeens voelde ik dat er aan mijn schoudertas werd getrokken. Ik voelde dat mijn schoudertas van mijn arm ging. Ik zag dat de man, welke net daarvoor aan mijn schouder zat, mijn schoudertas in zijn handen had. Ik zag dat de man wegrende in de richting van het Eendrachtsplein. Ik viel, op het moment dat er aan mijn schoudertas werd getrokken op de grond. Ik viel omdat er opeens iemand met kracht aan de tas trok. Ik kwam op mijn rechterknie terecht op de grond. Ik voelde dat dit pijn deed en zag later dat ik twee schaafwonden op mijn rechterknie had. Deze schaafwonden had ik daarvoor niet. Ik zag dat er een voorbijganger achter de man aanfietste, welke mij eerder had bestolen van mijn schoudertas. Ik zag dat de voorbijganger op de fiets weer naar mij toe kwam. Ik zag dat die voorbijganger mijn schoudertas terug kwam brengen. Ik hoorde dat hij die van de man, welke mijn schoudertas gestolen had, had afgepakt. Ik zag dat al mijn spullen nog in mijn schoudertas zaten, behalve mijn bankpas. Dit betreft een oranje ING-bankpas met rekeningnummer. 2. Proces-verbaal van de politie Ik, verbalisant, nam op 10 juni 2026 aanrijdend telefonisch contact op met de melder. De melder/getuige bleek later te zijn genaamd: [getuige 1] . Ik, verbalisant, hoorde [getuige 1] zeggen dat de verdachte inmiddels over de Westblaak liep, ter hoogte van de Boomgaardhof. Ik hoorde dat [getuige 1] de verdachte als volgt kon omschrijven: -man, -donker getint, -witte capuchon op, -grijze jas tot aan de knie, -spijkerbroek. Wij, verbalisanten, zagen dat er over de Westblaak, ter hoogte van de Boomgaardhof, een man liep welke volledig voldeed aan het eerder benoemde signalement. De man gaf ons zijn persoonsgegevens op en na onderzoek in onze politiesystemen stelden wij de identiteit van de verdachte vast aan de hand van een politiefoto uit de strafrechtketendatabank. De man bleek te zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1995 ( [leeftijd] ) te [geboorteplaats 1] (Sierra Leone). Wij zagen dat [verdachte] er als volgt uitzag: -donkere huidskleur, -rond de 1.80 meter lang, -donker kroes haar, -donkere jas tot over zijn heupen, -lichtkleurige trui met capuchon, -lange lichtblauwe spijkerbroek, -donkere sneakers. Later hoorden wij [getuige 1] verklaren dat [verdachte] de verdachte was welke de vrouw had beroofd van haar schoudertas. [getuige 1] zag de beroving gebeuren en ging achter [verdachte] aan om de schoudertas terug te pakken. [getuige 1] pakte de schoudertas van [verdachte] af en bracht deze terug bij de vrouw. 3. Proces-verbaal van de politie Op 13 juni 2026 was ik, verbalisant [Naam politieagent 4] , belast met het uitkijken van camerabeelden in deze zaak. Deze camerabeelden zijn verstrekt door Cameratoezicht van de gemeente Rotterdam. Ik zag op de beelden de verdachte met het volgende signalement: - Normaal postuur; - Halflange zwart jas; - Witte capuchon op; - Lichtblauwe jeans; - Zwarte schoenen. Ik herkende uit dit signalement de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1995 te [geboorteplaats 1] , Sierra Leone. Ik herkende [verdachte] omdat politieagenten later in de nacht hem controleerden nadat een getuige hem aanwees als de verdachte van de straatroof. De agenten maakten toen foto's van [verdachte] . Ik zag dat de zwarte jas, de witte capuchon, de lichtblauwe spijkerbroek en de zwarte schoenen van [verdachte] volledig overeenkwamen met signalement van de verdachte op de camerabeelden. Ik zag dat het slachtoffer op de Nieuwe Binnenweg liep in de richting van de Mathenesserlaan. Ik zag tegelijkertijd dat [verdachte] ook op de Nieuwe Binnenweg liep in de richting van het slachtoffer. Ik zag dat [verdachte] en het slachtoffer in een schermutseling raakten. Ik zag dat er een persoon naar de grond bewoog. Ik zag dat [verdachte] vervolgens op de Nieuwe Binnenweg wegrende. Ik zag dat hij linksaf de Gouvernestraat in rende. Ik zag dat hij kort daarna weer de Gouvernestraat uit kwam rennen en linksaf de Nieuwe Binnenweg op rende in de richting van het Eendrachtsplein. Ik zag dat hier vlak achteraan een man fietste en een man rende. 4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 2] Op 10 juni 2026 rond 01.00 uur zag ik een groep zwervers staan ter hoogte van [naam winkel] bij de [adres 3] . Ik zag dat er bij deze groep een jongen stond en dat hij mijn richting op liep. Ik kan deze jongen als volgt omschrijven: - Lichte spijkerbroek; - Zwarte middellange jas; - Grijze capuchon kwam boven de jas uit, maar droeg hij niet; - Zwart huidskleur; - Kort haar. Toen ik binnen in het portiek stond hoorde ik van heel dichtbij een krijs van een vrouw. Ik deed de deur weer open en zag op de stoep, ongeveer 10 meter van mijn portiekdeur vandaan, een vrouw op de grond liggen. Ik zag dat deze vrouw op de grond zat of lag en zag en hoorde dat zij aan het huilen was. Ik hoorde dat ze stotterend zei: "Mijn tas." Ik keek op en zag toen dezelfde jongen die ik eerder op mij af zag lopen, wegrennen. Ik rende toen achter deze jongen aan. Ik rende ongeveer 50 meter achter hem. Ik zag dat de jongen links af sloeg de Gouvernestraat in. Ongeveer ter hoogte van de bioscoop zag ik dat hij zich omdraaide en mij aankeek. Ik zag dat de jongen in de tas van de vrouw keek en met zijn hand in te tas ging. Ik zag dat dit een witte of crèmekleurige kleine handtas/ damestas betrof. Toen belde ik al de politie, ik begon met bellen toen ik aan het rennen was. Toen kwamen er twee zwervers en die fietsten ook achter de jongen aan. Ik zag dat zij de tas terugbrachten naar de vrouw. Ik heb in de tussentijd de jongen op afstand gevolgd en de politie aan de telefoon gehouden. Toen zag ik dat de jongen heel hard weer wegrende en zei de politie aan de telefoon dat ze er bijna waren. Ik zag toen dat de politie aankwam en heb hen in de richting van de jongen gewezen. Feit 2 5. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 2] Ik ben eigenaar van een zwarte rugzak. In de rugzak zat een paspoort. Op 13 juni 2026 omstreeks 03:00 uur liep ik ergens in het centrum van Rotterdam. Ik vermoed ergens op de Blaak. Ik voelde dat er, uit het niets, hard aan mijn rugzak werd getrokken. Ik draaide mij om en ik zag een jongeman met mijn rugzak wegrennen. 6. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 3] Op 13 juni 2026 omstreeks 03:10 uur fietste ik over de Blaak te Rotterdam. Ter hoogte van de Keizerstraat zag ik een man die ik de politie heb aangewezen een tas van een andere man zijn rug trekken. Ik ben vervolgens achter de verdachte aangefietst en heb hem aan de politie aangewezen. Deze hebben hem aangehouden. 7. Proces-verbaal van de politie Op 13 juni 2026 omstreeks 03:15 uur zagen wij vanaf de Posthoornstraat te Rotterdam een man rennen. Deze man had een donkere huidskleur. Wij zagen dat hij een zwarte rugtas droeg. Deze man bleek ons later de verdachte: [verdachte] , geboren [geboortedag 1] 1995 [geboorteplaats 1] , (Sierra Leone). Wij zagen ook een man fietsen die naar ons zwaaide en wees naar de rennende man. Deze man bleek een getuige te zijn. Deze man bleek ons later te zijn: [getuige 3] . Wij zijn hierop achter [verdachte] aangereden, de Regentessebrug op, wij zagen dat de man de rugtas weglegde op een scooter op de Wijnhaven. Ik, [naam politieagent 1] , nam de tas in beslag en keek erin. Ik vond hierin een paspoort op naam van: [slachtoffer 2] , geboren [geboortedag 2] 1986 te [geboorteplaats 2] . Feit 3 8. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 3] Op 13 juni 2026 omstreeks 03:55 uur was ik, verbalisant [slachtoffer 3] , werkzaam als arrestantenverzorger op de arrestantenafdeling van politiebureau Doelwater. Mijn collega [getuige 4] en ik liepen samen met een arrestant genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1995 te [geboorteplaats 1] , richting cel nummer 15. Ik zag dat de arrestant mij aankeek. Ik zag dat hij zijn mond bewoog en zijn wangen opbolde. Ik zag dat de arrestant een spugende beweging maakte in mijn richting. Ik voelde spetters op mijn gezicht terecht komen. Ik keek naar mijn borst en ik zag dat er spetters op mijn steekvest en op mijn portofoon zaten. 9. Proces-verbaal van de politie Toen de arrestant [verdachte] zijn cel in was, hoorde ik de arrestant spugen. Ik zag dat collega [slachtoffer 3] geschokt keek. Ik hoorde collega [slachtoffer 3] zeggen: "Hij heeft op mijn gezicht getuft". Ik zag dat collega [slachtoffer 3] speeksel op zijn gezicht en borst had. 10-067901-26 10. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 5] Op 05-03-2026, omstreeks 09.15 uur, was ik aan het werk als arrestantenbeveiliger op het cellencomplex van bureau West in Rotterdam. Ik droeg een opvallend politie-uniform. Ik zag dat er een man binnengebracht werd. Ik liep het Voorlopige Arrestanten Verblijf (VAV) in. Ik draaide mij om, waarna ik in mijn gezicht ben bespuugd. Ik zag dat er speeksel uit de man zijn mond kwam en met kracht richting mijn gezicht ging. Ik voelde dat het speeksel van de man op mijn wang kwam en zag dat het op mijn veiligheidsvest kwam. Mijn collega trok mij weg uit het VAV, waarna hij zelf in zijn gezicht werd bespuugd. Ik zag dat er met kracht speeksel uit de man zijn mond kwam. Ik zag dat het op het gezicht van mijn collega kwam. Ik zag dat de man genoemd was: [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] -1995 te [geboorteplaats 1] (Sierra Leone). 11. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 4] Op 05-03-2026, omstreeks 09:15 uur, was ik aan het werk als arrestantenbeveiliger op het cellencomplex van bureau West in Rotterdam. Ik droeg een opvallend politie-uniform. Mijn collega [slachtoffer 5] wilde de man benaderen. Op dat moment werd hij in zijn gezicht gespuugd. Ik zag dat er speeksel uit de man zijn mond kwam en met kracht richting het gezicht van mijn collega kwam. Ik zag dat het speeksel van de man op de wang en op het veiligheidsvest van mijn collega kwam. Ik trok mijn collega van achteren weg. Op dat moment werd ik ook in mijn gezicht gespuugd. Ik zag dat er met hoge snelheid speeksel uit de mond van de man kwam. Ik voelde dat het speeksel op mijn rechter wang terecht kwam. Ook zag ik dat het speeksel op mijn veiligheidsvest kwam. Ik zag dat de man genoemd was: [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] -1995 te [geboorteplaats 1] (Sierra Leone). 10-070097-26 12. Proces-verbaal van de politie Op 9 maart 2026 omstreeks 01:10 uur was ik verbalisant [slachtoffer 6] ( [nummer] ), in dienst bij politie-eenheid Rotterdam, gekleed in politie-uniform werkzaam op het arrestantenafdeling aan de Schiedamseweg 400 te Rotterdam. Arrestant [verdachte] is zelf de vav in gelopen. Ik wilde net de deur dicht doen waarna ik in mijn gezicht ben bespuugd. Ik voelde het spuug op mijn gezicht en lichaam. 13. Proces-verbaal van de politie Ik, verbalisant [getuige 5] , hoorde commotie bij de fouillering van arrestant [verdachte] geboren op [geboortedag 1] -1995 te Sierra Leone in [geboorteplaats 1] . Ik zag dat collega [slachtoffer 6] de deur dicht wilde doen waarna hij in zijn gezicht werd bespuugd. 10-094812-26 Feiten 1 en 2 14. Proces-verbaal van [slachtoffer 7] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, van 30 maart 2026 Ik, [slachtoffer 7] , in dienst van het vervoerbedrijf RET NV, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, bevond mij op 30 mrt 2026 om 01:30 uur, in uniform gekleed en met handhaving belast, in centrale hal van metrostation Eendrachtsplein. Ik zag dat een man naar achter leunde, mij recht in de ogen aankeek, een stap naar voren deed en in de richting van mijn hoofd spuugde. Ik zag en voelde dat het spuug op mijn gezicht en op mijn steekvest belandde. Ik voelde het spuug van mijn gezicht naar beneden druipen. Mijn collega [slachtoffer 9] heeft de man direct aangehouden als verdachte inzake belediging. Ik heb de verdachte samen met collega [slachtoffer 9] naar de grond gebracht. Ik voelde dat de verdachte zijn spieren aanspande. Ik voelde dat de verdachte zijn arm klemde tussen zijn torso en het trottoir. Ik hoorde de verdachte een roggelend geluid maken. Ik heb de verdachte luidkeels gezegd dat hij mee diende te werken. Ik heb de verdachte een vuistslag op zijn bovenlichaam gegeven met als doel dat de verdachte zijn verzet zou staken. Ik heb de verdachte zijn hoofd onder controle getracht te brengen. Hier zag ik dat de verdachte een bijtende beweging richting mij maakte. 15. Proces-verbaal van [slachtoffer 8] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, van 30 maart 2026 Ik, [slachtoffer 8] , in dienst van het vervoerbedrijf RET NV, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, bevond mij op 30 maart 2026 omstreeks 01:26 uur in uniform gekleed en met handhaving belast, in een metrostation Eendrachtsplein. Ik hoorde deze man een gorgelend en rochelend geluid maken in zijn mond. Ik hoorde dat de man spuug aan het verzamelen was in zijn mond. Ik hoorde mijn collega [slachtoffer 7] roepen:" Hij spuugt me in me bek". Ik zag dat er speeksel op de linkerkant van het gezicht van [slachtoffer 7] zat. Ik zag ook dat er speeksel op de linkerkant van zijn steekwerend vest zat. Ik zag dat mijn collega [slachtoffer 7] op het bovenlichaam van de verdachte zat. Ik pakte de benen van de verdachte en legde deze in een beenklem om hem onder controle te brengen. Ik deelde de verdachte mede dat hij moest meewerken anders ga ik geweld gebruiken. Ik voelde dat de verdachte zijn spieren had aangespannen in zijn benen, en zijn bovenlichaam. Ik hoorde mijn collega [slachtoffer 7] roepen:" hij probeert mij te bijten". Ik drukte het gezicht van de verdachte tegen het trottoir aan om ervoor te zorgen dat hij mij of mijn collega's niet kon bijten. Ik hoorde de verdachte nog steeds gorgelende geluiden naar ons maakte. Uiteindelijk hebben we de verdachte onder controle gekregen en in de boeien gezet ten behoeve van het vervoer. Ik voelde dat de verdachte nog steeds zijn spieren had aangespannen. 16. Proces-verbaal van [slachtoffer 9] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, van 30 maart 2026 Ik, [slachtoffer 9] , in dienst van het vervoerbedrijf RET NV, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, hield op 30 mrt 2026 omstreeks 01:30 uur, in uniform gekleed en met handhaving belast, in metrostation Eendrachtsplein, als verdachte aan: [verdachte] . Ik zag dat deze man richting collega [slachtoffer 7] keek. Ik hoorde deze man speeksel oprochelen. Ik zag dat deze man zijn hoofd naar achteren leunde en daarna gelijk voorwaarts bewoog richting collega [slachtoffer 7] . Ik zag dat deze man een klodder spuug richting het hoofd van collega [slachtoffer 7] spuugde. Ik zag een klodderspuug richting collega [slachtoffer 7] 's gezicht vliegen. Ik riep luidkeels tegen de deze man dat hij was aangehouden. Ik bracht met collega [slachtoffer 7] de verdachte naar zijn buik. Ik riep tegen de verdachte: "Spreid je armen"! Ik zag dat er geen controle was over de rechterarm van de verdachte omdat de verdachte zijn rechterarm onder zich hield. Ik hield mijn andere hand in de buurt van de geboeide polsen van de verdachte om te controleren of de transportboeien waren "gelocked". Ik voelde dat de verdachte mijn hand vastpakte met krachtige samenkneep. Ik voelde daarbij lichte pijn. 17. Proces-verbaal van de politie Wij, verbalisanten [naam politieagent 2] en [naam politieagent 3] , verklaren het volgende: Op 30 maart 2026 om 01:54 uur werd door ons op de locatie Eendrachtsplein 30 te Rotterdam (Metro Eendrachtsplein), van een burger, [slachtoffer 9] , overgenomen de door deze op 30 maart 2026 om 01:30 uur op heterdaad aangehouden verdachte: [verdachte] , geboortedatum: [geboortedag 1] 1995. 2.3.2. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat: 10-169891-26 1 hij op 10 juni 2026 te Rotterdam een schoudertas (met inhoud, waaronder een ING-bankpas), die aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door met kracht aan de schoudertas van die [slachtoffer 1] te trekken, als gevolg waarvan die [slachtoffer 1] ten val kwam; 2 hij op 13 juni 2026 te Rotterdam een rugtas (met inhoud, waaronder een paspoort), die aan [slachtoffer 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door met kracht aan de rugtas van die [slachtoffer 2] te trekken; 3 hij op 13 juni 2026 te Rotterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten als arrestantenverzorger bij de Politie Eenheid Rotterdam in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in het gezicht van die [slachtoffer 3] te spugen; 10-067901-26 hij op 5 maart 2026 te Rotterdam opzettelijk meerdere ambtenaren, te weten [slachtoffer 4] , werkzaam als arrestantbeveiliger bij de Eenheid Rotterdam en [slachtoffer 5] , werkzaam als arrestantbeveiliger bij de Eenheid Rotterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door hen in het gezicht en op het veiligheidsvest te spugen; 10-070097-26 hij op 9 maart 2026 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 6] (buitengewoon opsporingsambtenaar in het domein generieke opsporing bij de Eenheid Rotterdam), in tegenwoordigheid van die [slachtoffer 6] door feitelijkheden heeft beledigd, door die [slachtoffer 6] in het gezicht te spugen, terwijl deze belediging werd aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening; 10-094812-26 1 hij op 30 maart 2026 te Rotterdam zich met geweld heeft verzet tegen meerdere ambtenaren, te weten tegen: - [slachtoffer 7] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, - [slachtoffer 8] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, en/of - [slachtoffer 9] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door: - spanning op zijn spieren te houden, - zijn arm onder zijn lichaam te houden, - bijtende bewegingen richting die [slachtoffer 7] te maken, en - in de hand van die [slachtoffer 9] te knijpen; 2 hij op 30 maart 2026 te Rotterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 7] , buitengewoon opsporingsambtenaar bij RET NV, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door die [slachtoffer 7] in zijn gezicht en op zijn steekvest te spugen. 3 Kwalificatie en strafbaarheid 3.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: 10-169891-26 Feiten 1 en 2 diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, meermalen gepleegd; Feit 3 eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening; 10-067901-26 eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd; 10-070097-26 eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening; 10-094812-26 Feit 1 wederspannigheid; Feit 2 eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. 3.2. Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar. 4 Straf 4.1. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden. 4.2. Standpunt van de verdediging Indien de rechtbank tot strafoplegging komt, wordt verzocht om rekening te houden met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten. De verdachte heeft begin maart 2026 een drietal politieambtenaren in functie beledigd door hen in het gezicht (en op het veiligheidsvest) te spugen. Eind maart 2026 heeft de verdachte zich met geweld verzet tegen buitengewoon opsporingsambtenaren van de RET en heeft hij een van hen beledigd door hem in het gezicht en op zijn steekvest te spugen. Het gedrag van de verdachte tegen ambtenaren in functie bemoeilijkt hen in hun werk en getuigt van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag. Bovendien is het zeer kwalijk en vies gedrag, dat de lichamelijke integriteit van deze ambtenaren aantast. Ook zijn zij aangetast in hun eer en goede naam. Medio juni 2026 heeft de verdachte enkele dagen na elkaar twee personen in de nachtelijke uren op straat van hun tas beroofd. Een straatroof kan, naar algemeen bekend is, naast materiële schade tevens psychische schade bij de slachtoffers teweeg brengen en draagt ook in het algemeen bij aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft zich hier niks van aangetrokken en zich kennelijk enkel laten leiden door zijn eigen financieel gewin zonder oog te hebben voor de gevolgen ervan voor de slachtoffers. Ook daarna heeft hij geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden en de gevolgen daarvan. Na zijn aanhouding heeft hij wederom een politieambtenaar in functie beledigd door hem in het gezicht te spugen. 4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden Strafblad Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 21 september 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor diefstallen, een poging tot diefstal met geweld en belediging van een ambtenaar in functie. Rapporten van de reclassering en de deskundige In het rapport van Reclassering Nederland van 12 juni 2026 staat het volgende. Doordat de reclassering de verdachte niet heeft kunnen spreken, is er te weinig duidelijkheid over het (delict)gedrag, eventuele motieven en mogelijk gerelateerde onderliggend problematisch psychosociaal functioneren en middelengebruik van de verdachte. De reclassering kan hierdoor onvoldoende de risico’s in kaart brengen of onderbouwde analyses maken. Volgens de basisregistratie personen verblijft de verdachte sinds 7 januari 2026 in een noodopvang van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Vanuit de dossierinformatie komen vele politieregistraties naar voren van overlastgevend en verward gedrag en problemen met alcohol en/of drugs. De reclassering heeft zorgen over het psychisch functioneren van de verdachte. Ondanks deze zorgen en het feit dat begeleiding en hulp geïndiceerd lijken, is dit in een juridisch kader door de reclassering op dit moment niet mogelijk. Uit informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst blijkt dat de asielaanvraag van de verdachte van december 2024 in december 2025 ongegrond is verklaard. Wegens medische redenen heeft de verdachte tot 11 juli 2026 uitstel van vertrek gekregen. De verdachte heeft op dit moment geen verblijfsrecht. Zonder rechtmatig verblijfsrecht is een reclasseringstoezicht niet mogelijk. In het advies van psychiater [naam psychiater] van het NIFP naar aanleiding van het voorgeleidingsconsult van 16 juni 2026 staat het volgende. De verdachte toont zich bij het consult geagiteerd, met snel oplopende dysfore stemming, waarbij het door de taalbarrière en de houding van de verdachte onvoldoende duidelijk wordt of er sprake is van een floride psychose. De verdachte zegt schizofrenie te hebben, bij Antes in zorg te zijn en de afgelopen dagen de anti-psychotische medicatie (quetiapine) niet te hebben ontvangen. Een psychotische stoornis is niet uit te sluiten noch te bevestigen. Hetzelfde geldt voor eventuele antisociale persoonlijkheidstrekken. In elk geval is momenteel sprake van dusdanige affectieve instabiliteit dat een plaatsing in een penitentiair psychiatrische centrum wordt geadviseerd. In de aanvraag van onderhavig consult wordt gesproken over een zorgmachtiging die mogelijk reeds aanwezig is. Nadere informatie hierover ontbreekt echter. Overige persoonlijke omstandigheden De raadsman van de verdachte heeft op de zitting meegedeeld dat uit het behandelplan van Veldzicht volgt dat de verdachte op zwakbegaafd niveau functioneert. De verdachte is in januari 2026 uit de noodopvang van het COA verwijderd, omdat hij daar ruzie had gemaakt. Vervolgens is op 12 januari 2026 een zorgmachtiging voor zes maanden afgegeven. Omdat de verdachte opnieuw door de politie is aangehouden en niet de juiste zorg heeft gekregen, is deze zorgmachtiging nooit geëffectueerd. De verdachte functioneert sinds zijn verblijf in de psychiatrische kliniek met de juiste medicatie en begeleiding goed. De verblijfsstatus van de verdachte is door verscheidene detenties verlopen. De verdachte heeft vooral hulp nodig, maar het ontbreken van een verblijfsstatus vormt daarvoor een belemmering. De verdachte is voornemens om na zijn detentie naar Frankrijk te gaan. 4.3.3. Oplegging straf Straf Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Gelet op de psychische problematiek van de verdachte concludeert de rechtbank dat het niet anders kan dan dat deze psychische problematiek ook aanwezig was ten tijde van het plegen van de strafbare feiten. Daarom zullen de strafbare feiten in verminderde mate aan de verdachte worden toegerekend. Nu de reclassering geen mogelijkheden ziet voor uitvoering van een reclasseringstoezicht en begeleiding door de reclassering, ziet de rechtbank geen aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen met oplegging van bijzondere voorwaarden. De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma. 5 Vorderingen van de benadeelde partijen 5.1. Vorderingen [benadeelde 1] (feit 3 van parketnummer 10-169891-26), [benadeelde 2] en [benadeelde 3] (parketnummer 10-067901-26) en [benadeelde 4] (parketnummer 10-070097-26) hebben als benadeelde partijen voor de bewezenverklaarde feiten ieder € 400,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 5.2. Standpunt van de officier van justitie De vorderingen van de benadeelde partijen kunnen in zijn geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 5.3. Standpunt van de verdediging De vorderingen van de benadeelde partijen moeten worden afgewezen, omdat de verdachte zich niet volledig bewust is geweest van zijn handelen en zijn financiële draagkracht niet toereikend is. 5.4. Oordeel van de rechtbank De benadeelde partijen hebben als gevolg van de strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade geleden. De schade zal op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid voor ieder worden begroot op € 400,-. In alle gevallen wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en toepassing van de wettelijke rente passend en geboden geacht, met toepassing van de wettelijke rente voor [benadeelde 1] vanaf 13 juni 2026, voor [benadeelde 2] en [benadeelde 3] vanaf 5 maart 2026 en voor [benadeelde 4] vanaf 9 maart 2026. Gelet op de bijzondere omstandigheden en de persoon van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast. Nu de vorderingen van de benadeelde partijen zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. 6 Vordering tot tenuitvoerlegging 6.1. Vordering 10-186675-25 De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 4 weken, omdat de verdachte zich, zoals tenlastegelegd in de dagvaarding met parketnummer 10-067901-26, niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten. 6.2. Standpunt van de officier van justitie en de verdediging De officier van justitie en de verdediging hebben zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk is. 6.3. Oordeel van de rechtbank Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 13 januari 2026 (parketnummer 10-186675-25) is aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. De rechtbank heeft geconstateerd dat deze voorwaardelijke straf al ten uitvoer is gelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 13 maart 2026. Derhalve zal de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging van het vonnis. 7 Wettelijke voorschriften De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 57, 63, 180, 266, 267 en 312 van het Wetboek van Strafrecht. 8 Beslissingen De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd; Kwalificatie en strafbaarheid stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; Straf Gevangenisstraf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden ; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-186675-25) verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in haar vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 13 januari 2026 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf; Vorderingen benadeelde partijen 10-169891-26 [benadeelde 1] veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 3 van parketnummer 10-169891-26), te betalen een bedrag van € 400,- , bestaande uit vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 13 juni 2026 tot de dag van volledige betaling; veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] aan de staat € 400,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 13 juni 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 (nul) dagen ; 10-067901-26 [benadeelde 2] veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde 2] (parketnummer 10-067901-26), te betalen een bedrag van € 400,- , bestaande uit vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 5 maart 2026 tot de dag van volledige betaling; veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] aan de staat € 400,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 5 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 (nul) dagen ; [benadeelde 3] veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde 3] (parketnummer 10-067901-26), te betalen een bedrag van € 400,- , bestaande uit vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 5 maart 2026 tot de dag van volledige betaling; veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 3] aan de staat € 400,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 5 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 (nul) dagen ; 10-070097-26 [benadeelde 4] veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde 4] (parketnummer 10-070097-26), te betalen een bedrag van € 400,- , bestaande uit vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 9 maart 2026 tot de dag van volledige betaling; veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 4] aan de staat € 400,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 9 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 (nul) dagen. 9 Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. J.L.M. Boek, voorzitter, en mrs. J.C. Oord en A.B. Baumgarten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 oktober 2026. Mr. A.B. Baumgarten is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het betreffende zaaksdossier. proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 8] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 9] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 10] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 11] . proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 12] . Pagina 7 e.v. van het zaaksdossier. Pagina 9 e.v. van het zaaksdossier. Pagina 13 e.v. van het zaaksdossier. proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 13] .