Skip to content
Case Law · Rechtbank Gelderland ·ECLI:NL:RBGEL:2026:1739 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Gelderland, 26-02-2026 (AWB 24/5997)

Beslissing van de geheimhoudingskamer.

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Decision

De rechtbank: wijst het verzoek toe, behalve de derde anonimisering op pagina 2 van 4 van het verslag afstemmingsoverleg, de laatste anonimisering op pagina 1 en de laatste twee anonimiseringen op pagina 3 van het globaal verslag van 9 juni 2023 en de contactgegevens van de heer [naam] in de mailwisseling gedateerd 5 september 2023; stelt de inspecteur in de gelegenheid binnen twee weken de geanonimiseerde stukken opnieuw toe te voegen aan het digitale dossier met inachtneming van deze beslissing en daarbij ook kenbaar te maken of een beroep wordt gedaan op geheimhouding of op beperkte kennisneming. Deze beslissing is genomen door mr. R.A. Eskes, rechter, in aanwezigheid van B.C. Bilge, griffier. griffier rechter Deze beslissing is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Informatie over hoger beroep Tegen deze beslissing kan slechts tegelijk met het hoger beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaak hoger beroep worden ingesteld.

Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓

Summary

Het belang van belanghebbende bij kennisneming weegt in een aantal gevallen zwaarder dan het belang van de inspecteur bij geheimhouding. Toetsing mede aan het fair-playbeginsel.

Full text

RECHTBANK GELDERLAND Belastingrecht zaaknummer: ARN 24/5997 beslissing van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van in de zaak tussen [belanghebbende], uit [woonplaats], belanghebbende, gemachtigde: [gemachtigde], en de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, de inspecteur. Procesverloop Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 4 juni 2024. Daarin is het bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2020 (aanslagnummer [aanslagnummer]) ongegrond verklaard. De inspecteur heeft bij het verweerschrift voor vijf bijlagen een verzoek gedaan tot geheimhouding op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft belanghebbende op 21 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek. Hij heeft dit alsnog gedaan bij brief van 26 februari 2026. Overwegingen 1. Ten behoeve van het nemen van deze tussenbeslissing heeft de rechtbank voor zover nodig (en mogelijk) kennisgenomen van het gehele procesdossier. Uitdrukkelijk wijst de rechtbank erop dat met de beslissing over de beperkte kennisname geen voorschot wordt genomen op de beslissing in de onderliggende zaak. Naar zijn aard kan een beslissing over geheimhouding of beperkte kennisneming slechts beperkt gemotiveerd worden. 2. Partijen die verplicht zijn stukken over te leggen, kunnen, als daarvoor gewichtige redenen zijn, op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Awb het overleggen van stukken weigeren of de bestuursrechter meedelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de stukken. 3. De rechtbank stelt voorop dat het recht van partijen op gelijke proceskansen het uitgangspunt is in bestuursrechtelijke procedures. Dat betekent dat partijen in beginsel onbeperkt kennis moeten kunnen nemen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken. Daarop zijn uitzonderingen mogelijk. Een beroep op beperkte kennisneming in de zin van artikel 8:29 van de Awb is zo’n uitzondering. Deze beperking is alleen bij gewichtige redenen mogelijk. Dat vergt een belangenafweging, waarbij de aangevoerde redenen voor beperkte kennisneming aanzienlijk zwaarder moeten wegen dan het belang van de wederpartij bij onbeperkte kennisneming van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Daarbij speelt de betekenis van het stuk voor het oordeel van de rechter in de hoofdzaak een belangrijke rol, alsmede de procespositie van partijen. Zo is het van belang om te beoordelen of een partij door de beperkte kennisneming wezenlijk in zijn procesvoering wordt belemmerd. Als de weggelakte passages niet de kern van de rechtsstrijd van partijen raken en de betekenis daarvan voor de hoofdzaak gering is, wordt de procespositie van de wederpartij niet geraakt. In dat geval zal het belang bij beperkte kennisneming snel zwaarder wegen dan het belang bij gelijke toegang tot de processtukken. Gewichtige redenen zijn voor een bestuursorgaan in ieder geval niet aanwezig voor zover op grond van de Wet open overheid (Woo) de verplichting zou bestaan een verzoek om informatie, vervat in de over te leggen stukken, in te willigen. Andersom betekent dit dat ook als een beperking op grond van de Woo van toepassing is, er toch nog altijd een belangenafweging moet plaatsvinden. 4. Gelet op de aard van de procedure volstaat de rechtbank met een beknopte motivering. 5. Belanghebbende is via zijn persoonlijke holding [bv 1] (hierna: [bv 1]) minderheidsaandeelhouder van [bv 2] (hierna: [bv 2]). [bv 2] heeft overeenkomsten gesloten met [bv 3] over het leveren van mondkapjes. In de aangifte IB/PVV over 2020 heeft belanghebbende een bedrag aan inkomen uit werk en woning aangegeven van (per saldo) € 127.968. Ook heeft hij een inkomen uit aanmerkelijk belang aangegeven van € 91.000 ter zake van een dividenduitkering van [bv 1]. De inspecteur heeft bij de aanslag het inkomen gecorrigeerd met een bedrag van [bedrag] aan resultaat uit overige werkzaamheden. Volgens de inspecteur hebben belanghebbende en zijn twee zakenpartners over de inkomsten uit de overeenkomsten ter zake van de leveringen van de mondkapjes beschikt en zijn deze daarom aan hen toe te rekenen. Belanghebbende bestrijdt dit. 6. De inspecteur heeft ter zake van vijf stukken een beroep op geheimhouding. Dit betreft een bijlage bij een e-mail van 21 juni 2022, de e-mail zelf, een globaal verslag, een mailwisseling van 5 september 2023 en een e-mail van 22 oktober 2024. De rechtbank zal deze hierna stuk voor stuk bespreken. E-mail van 21 juni 2022 en de bijlage daarbij 7. Als toelichting heeft de inspecteur - kort gezegd - het volgende aangevoerd. Het eerste stuk bevat interne overwegingen van strategische aard en een anlayse van de informatiepositie van de inspecteur, verder is sprake van derden betrokkenen (persoonsgegevens). Daarbij zijn ook gegevens geanonimiseerd van belastingambtenaren die niet direct betrokken zijn geweest bij de besluitvorming. Belanghebbende heeft aangevoerd dat niet valt te controleren wat is geanonimiseerd en of dit niet - gelet op de omvang ervan - veel meer is. Ook acht belanghebbende de motivering te algemeen. Zijn belang bij kennisneming is gelegen in het feit dat hij zich heeft beroepen op schending van het fair-playbeginsel en de inhoud van deze stukken hiervoor relevant kan zijn. Tegen het anonimiseren van persoonsgegvens verzet belanghebbende zich niet. 8. De rechtbank begrijpt de gegeven onderbouwing als een beroep op artikel 5.1., aanhef en eerste lid, onder d, (persoonsgegevens) en tweede lid onder e, (persoonlijke levenssfeer) en artikel 5.1., aanhef en tweede lid onder i, (het goed functioneren van bestuursorganen) en artikel 5.2., eerste lid, (intern beraad) van de Woo. Dit kunnen gerechtvaardigde gronden zijn om stukken niet ter inzage te verstrekken. Per definitie kan belanghebbende niet controleren of wat is geanonimiseerd beperkt is tot hetgeen op grond van de wet is toegestaan; het is nu juist aan de geheimhoudingskamer om dit te toetsen, inclusief de vraag of de motivering voldoende is. 9. In het verslag afstemmingsoverleg zijn op pagina 1 van 4 na het tweede subkopje de eerste twee woorden strikt genomen ten onrechte geanonimiseerd. Inhoudelijk heeft dit echter geen consequenties, omdat deze woorden geen toegevoegde waarde hebben, zodat de rechtbank dit zal laten voor wat het is omdat er bij belanghebbende ook geen belang is hiervan kennis te nemen. Verder weegt de rechtbank het belang van belanghebbende om kennis te nemen van de derde anonimisering op pagina 2 van 4 (na de zin die eindigt op “entiteiten”) zwaarder dan het belang van de inspecteur bij geheimhouding. Voor het overige vallen de anonimiseringen binnen de reikwijdte van de Woo en weegt het belang van de inspecteur bij geheimhouding aanzienlijk zwaarder dan het belang van belanghebbende hiervan kennis te nemen, ook rekening houdend met het feit dat belanghebbende zich beroept op schending van het fair-playbeginsel. Globaal verslag van 9 juni 2023 10. De geanonimiseerde delen betreffen volgens de inspecteur contactgegevens van derden, die zijn geanonimiseerd vanwege hun privacy. Er zijn ook in de tekst passages geanonimiseerd waarbij het eveneens gaat om aangelegenheden van derden, die voor het onderhavige geschil niet van belang zijn, aldus de inspecteur. Belanghebbende heeft opnieuw aangevoerd dat de motivering van de geheimhouding onvoldoende is. Verder heeft hij erop gewezen dat het juist van belang is wel kennis te kunnen nemen van inhoudelijke tekst die gaat over de belastingplicht van de genoemde rechtspersonen en van [bv 2], omdat dat de kern van de zaak raakt. De rechtbank kan belanghebbende in dat laatste standpunt volgen. 11. Met inachtneming hiervan constateert de rechtbank dat het onder meer een e-mail betreft die is gestuurd aan de heer [naam], belastingadviseur bij [bedrijf] in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van [bv 4] en [stichting]. Gelet op de betrokkenheid van belanghebbende bij die rechtspersonen en het feit dat het gaat om een externe e-mail, ziet de geheimhoudingskamer niet in dat er sprake is van een zwaarwegend belang van de inspecteur bij geheimhouding van deze tekst. Het betreft de volledige tekst op pagina 1 onder: “Zoals besproken met de heer [naam], stuur ik hierbij onderwerpen waar wij graag met jullie over zouden spreken:”. 12. Verder weegt de rechtbank het belang van belanghebbende bij kennisneming van de laatste twee anonimiseringen op pagina 3 van het globaal verslag zwaarder dan het belang van de inspecteur bij geheimhouding. De overige anonimiseringen kunnen in stand blijven. Mailwisseling gedateerd 5 september 2023 13. Hier gaat het in de eerste plaats om contactgegevens van de heer [naam], waarvan aangenomen kan worden dat die bij belanghebbende bekend zijn. Ook hier valt dus de belangenafweging in het voordeel van belanghebbende uit. Anders is dat waar het de gegevens van een verder niet betrokken belastingambtenaar betreft. Die anonimisering kan in stand blijven. E-mail van 22 oktober 2024 14. In dit geval betreft het de anonimisering van namen van FIOD-medewerkers die niet direct betrokken zijn geweest bij de fiscale besluitvorming. Belanghebbende heeft geen belang bij kennisname van die namen, zodat het belang van de inspecteur zwaarder weegt en het beroep op geheimhouding slaagt. Belanghebbende heeft hiertegen ook geen specifieke bezwaren geuit. Verder verloop van de procedure 15. De inspecteur wordt in de gelegenheid gesteld de anonimiseringen binnen twee weken in overeenstemming te brengen met deze beslissing en daarbij ook aan te geven of een beroep wordt gedaan op geheimhouding of op beperkte kennisneming. In het laatste geval kunnen de rechters die de zaak inhoudelijk behandelen wel kennis nemen van de ongeanonimiseerde stukken, voor zover belanghebbende daarvoor toestemming geeft. Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek toe, behalve de derde anonimisering op pagina 2 van 4 van het verslag afstemmingsoverleg, de laatste anonimisering op pagina 1 en de laatste twee anonimiseringen op pagina 3 van het globaal verslag van 9 juni 2023 en de contactgegevens van de heer [naam] in de mailwisseling gedateerd 5 september 2023; stelt de inspecteur in de gelegenheid binnen twee weken de geanonimiseerde stukken opnieuw toe te voegen aan het digitale dossier met inachtneming van deze beslissing en daarbij ook kenbaar te maken of een beroep wordt gedaan op geheimhouding of op beperkte kennisneming. Deze beslissing is genomen door mr. R.A. Eskes, rechter, in aanwezigheid van B.C. Bilge, griffier. griffier rechter Deze beslissing is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Informatie over hoger beroep Tegen deze beslissing kan slechts tegelijk met het hoger beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaak hoger beroep worden ingesteld.