# Rechtbank Noord-Holland, 07-09-2026 (HAA 25/4551)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Noord-Holland
- Identifier: ECLI:NL:RBNHO:2026:12871
- Date: 2026-09-07
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBNHO%3A2026%3A12871
- Canonical: https://overview.legal/posts/599223

## Summary

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is.

## Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/4551 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en Raad voor Plantenrassen (gemachtigde: mr. C.J.A. Groenewoud). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het niet tijdig beslissen door de Raad. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen door de Raad. De Raad heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift. 2.1. De rechtbank heeft het beroep op 15 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: eiser. De Raad heeft zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank Feiten en omstandigheden 3. Op 28 augustus 2025 heeft eiser de Raad verzocht om openbaarmaking van informatie die hij onder zich heeft op het gebied van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in de periode van 2018 tot heden. 3.1. Op 29 september 2025 heeft eiser de Raad in gebreke gesteld. 3.2. Op 6 oktober 2025 heeft de Raad eiser verzocht om binnen twee weken zijn verzoek te concretiseren. Gedurende die periode heeft de Raad het verzoek aangehouden. 3.3. Op 15 oktober 2025 heeft de Raad de privacyverklaring en verwerkersovereenkomst tussen de Raad en Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw) doorgezonden naar eiser en hem verzocht om verdere concretisering van zijn verzoek. 3.4. Op 16 oktober 2025 heeft eiser beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een beslissing door de Raad op zijn Woo-verzoek. 3.5. Op 29 oktober 2025 heeft de Raad op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De Raad heeft dit op 4 november 2025 aangevuld. Heeft de Raad niet tijdig beslist op het Woo-verzoek van eiser? 4. Eiser betoogt dat de Raad niet tijdig heeft beslist op zijn Woo-verzoek. Op 28 augustus 2025 heeft hij zijn verzoek ingediend. De termijn om daarop te beslissen is inmiddels verstreken. Eiser heeft de Raad vervolgens in gebreke gesteld. Ook deze termijn van twee weken is verstreken. 4.1. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser prematuur beroep heeft ingesteld. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Op 6 oktober 2025 heeft de Raad de beslistermijn opgeschort met twee weken, dus tot en met 19 oktober 2025. Op grond van artikel 4.1 van de Woo moet het bestuursorgaan binnen twee weken eiser verzoeken om zijn Woo-verzoek te concretiseren. Deze termijn van twee weken is niet fataal. De vraag of het Woo-verzoek van eiser wel of niet in de spamfilter van het college is terechtgekomen en het Woo-verzoek daarom later in ontvangst is genomen laat de rechtbank, gelet op de niet-fatale termijn van artikel 4.1 van de Woo, in het midden. Terwijl de opschorting van de beslistermijn nog liep, heeft eiser beroep ingesteld. Dit was gelet op het vorenstaande prematuur. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, rechter, in aanwezigheid van mr. N.G. Dankerlui, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 7 september 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van rechtbank Den Haag van 6 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18115, r.o. 8.1.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/599223 · 2026-10-16
