Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:9367 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-09-2026 (BRE 26/3055)

NTB AVG

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Decision

De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; draagt de korpschef op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;

- bepaalt dat de korpschef aan eiser een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,- ; bepaalt dat de korpschef het griffierecht van € 200,- aan eiser moet vergoeden; veroordeelt de korpschef tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiser.

Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 26/3055 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: [gemachtigde] ), en de korpschef van politie (gemachtigde: mr. Q.J.D. van der Bent). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 9 december 2025. In die uitspraak staat dat de korpschef binnen drie weken moet beslissen op het bezwaar van eiser. Eiser stelt nu beroep in omdat de korpschef dat volgens hem niet heeft gedaan. 1.1. Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk en gegrond? 3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. Soms kan niet worden verwacht dat de betrokkene eerst een ingebrekestelling stuurt. Dat is in dit geval zo, omdat de rechtbank in haar uitspraak van 9 december 2025 al een termijn heeft gesteld waarbinnen de korpschef een beslissing op het bezwaar moest nemen. Welke beslistermijn moet aan de korpschef worden opgelegd? 4. Omdat de korpschef nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de korpschef dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet de korpschef dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. 4.1. De korpschef stelt in het verweerschrift van 26 juni 2026 dat de beslistermijn is overschreden, omdat de korpschef meerdere inzageverzoeken in behandeling heeft. Vanwege de omvang, de vereiste zorgvuldigheid en onderbezetting aan de zijde van de korpschef kosten de verzoeken meer tijd dan gehoopt. De korpschef verwacht dat de beslissing op het bezwaar nog twee maanden zal duren. 4.2. De rechtbank ziet geen aanleiding om een langere beslistermijn op te leggen dan twee weken. De rechtbank overweegt hierbij dat de verwachte duur van twee maanden namelijk ten tijde van deze uitspraak al zijn verstreken zonder dat de korpschef een besluit op het bezwaar kenbaar heeft gemaakt. Welke dwangsom wordt aan de korpschef opgelegd? 5. De rechtbank bepaalt dat de korpschef een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door de korpschef. Daarbij geldt wel een maximum van € 37.500,-. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt, de korpschef de onder 4.2. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan de korpschef de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd. 6.1. Omdat het beroep gegrond is moet de korpschef het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding voor zijn proceskosten. De korpschef moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; draagt de korpschef op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken; - bepaalt dat de korpschef aan eiser een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,- ; bepaalt dat de korpschef het griffierecht van € 200,- aan eiser moet vergoeden; veroordeelt de korpschef tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 25 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. BRE 25/5084, ECLI:NL:RBZWB:2025:8631. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Bijvoorbeeld: ECLI:NL:CRVB:2021:2305, ECLI:NL:RVS:2019:673 en ECLI:NL:RVS:2020:3156.