# Rechtbank Rotterdam, 08-09-2026 (C/10/724096 / JE RK 26-1515)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Rotterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBROT:2026:13583
- Date: 2026-09-08
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBROT%3A2026%3A13583
- Canonical: https://overview.legal/posts/599254

## Summary

verlengen ots + muhp + aanhouden

## Full text

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/724096 / JE RK 26-1515 Datum uitspraak: 8 september 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.J. Coxon, kantoorhoudende in Utrecht, [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [naam oma (vz)] , hierna te noemen: oma vaderszijde (vz), wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 juli 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; de vader; oma (vz); - een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ; 1.3. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hier geen gebruik van gemaakt. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft oma (vz). 2.3. Bij beschikking van 19 september 2025 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 19 september 2025 tot 19 september 2026 en is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij oma (vz), verleend met ingang van 19 september 2025 tot 19 juni 2026. 2.4. Bij beschikking van 15 juni 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening van pleegzorg verlengd tot 19 september 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. De GI vindt het noodzakelijk dat opvoedondersteuning wordt ingezet bij oma (vz). Er zijn zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Hulpverlening wordt bovendien tot op heden niet geaccepteerd, waardoor er geen goed zicht is op de opvoedsituatie van [voornaam minderjarige] . Er is gesproken met Jeugdprofs. Zij gaan de opvoedondersteuning bij oma (vz) opzetten. Er is echter wel een contra-indicatie, omdat oma (vz) en de vader niet willen meewerken aan de opvoedondersteuning. Ondanks dat wil Jeugdprofs het wel een kans geven. Zij willen het tot december proberen in de hoop dat er een samenwerking op gang komt. Daarnaast heeft de pleegzorg het pleegcontract beëindigd, omdat oma (vz) ook hier niet wilde samenwerken. De komende weken gaat wel PMT voor [voornaam minderjarige] weer opstarten, dus dat is positief. De hoop is dat de vader en oma (vz) zich de komende periode wel gaan openstellen voor de samenwerking, zodat [voornaam minderjarige] bij oma (vz) kan blijven wonen. Het contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige] is er op dit moment niet. Ook dat moet rustig opgestart worden, hiervoor is het wel van belang dat [voornaam minderjarige] van de vader en oma (vz) emotionele toestemming krijgt voor dit contact. Dat is op dit moment niet zo. 4.2. Door en namens de moeder is ingestemd met de ondertoezichtstelling. De moeder verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing voor kortere duur toe te wijzen, namelijk acht maanden. Het belang van [voornaam minderjarige] dient altijd voorop te staan. De moeder heeft in het verleden keuzes gemaakt waardoor zij nu minder contact heeft. Dat is spijtig, maar de moeder heeft de afgelopen tijd hard aan zichzelf gewerkt en inmiddels de rust gevonden. Vanuit het systeem moet dat contact weer opgebouwd worden met toestemming van alle partijen. [voornaam minderjarige] wil wel, want er is een tijd goed contact geweest, maar door de vader en oma (vz) wordt dit toch afgehouden. Dat is zonde, want het is wel in zijn belang om contact te hebben met beide ouders. De afgelopen periode, mede door PMT, gaat het een stuk beter met [voornaam minderjarige] . De periode van de machtiging tot uithuisplaatsing heeft de moeder liever korter zodat er zicht blijft op de situatie bij oma (vz). Inmiddels lijkt oma (vz) geen enkele hulp meer te willen accepteren en niet te willen samenwerken, dat heeft gevolgen voor de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Het is van belang dat de hulpverlening door alle partijen, in het belang van [voornaam minderjarige] , geaccepteerd gaat worden. Indien blijkt dat de plaatsing bij oma (vz) onvoldoende is, dan zal gekeken moeten worden naar een andere plaatsing. De moeder staat er eventueel voor open dat dat bij haar is. 4.3. De vader heeft ingestemd met het verzoek van de GI. De moeder doet goed haar best en het is fijn dat ze rust heeft. De vader is niet direct tegen opvoedondersteuning, maar het gaat om [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft een afkeer tegen hulpverlening. Dus moet voorkomen worden dat er nog meer hulpverleners met hem willen praten. Hij heeft grote stappen gezet bij PMT en dat moet door blijven gaan. Het is de vraag of de opvoedondersteuning niet averechts gaat werken. [voornaam minderjarige] staat nu niet open voor het contact met de moeder, maar de vader en oma (vz) zullen dat altijd blijven stimuleren. 4.4. De oma (vz) heeft ingestemd met het verzoek van de GI. Er moeten de komende periode stappen gezet worden in het contact met de moeder. Daar is oma (vz) altijd voor geweest, maar zij gaat [voornaam minderjarige] niet dwingen. De opvoedondersteuning is prima, maar dan één keer in de maand. Oma (vz) werkt en zorgt voor [voornaam minderjarige] dus heeft geen behoefte aan nieuwe hulpverleners die wekelijks over de vloer komen. 5 De beoordeling 5.1. Gelet op het feit dat er ter zitting is ingestemd met een verlenging van de ondertoezichtstelling en de kinderrechter op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel is dat de gronden van de ondertoezichtstelling zoals gesteld in art. 1:255 BW aanwezig zijn, zal de ondertoezichtstelling worden verlengd voor de duur van één jaar. 5.2. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. Wel ziet de kinderrechter aanleiding om de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor kortere duur dan verzocht, namelijk tot 19 april 2027, zodat er een vinger aan de pols gehouden kan worden. De situatie is op dit moment zorgelijk. Er zijn zorgen over de opvoedsituatie bij oma (vz) en de hulpverlening wordt onvoldoende geaccepteerd. Het is noodzakelijk dat er zicht komt de opvoedsituatie bij oma (vz). De GI wil hiervoor ondersteuning inzetten vanuit Jeugdprofs. Jeugdprofs heeft echter al aangegeven dat zij een contra-indicatie zien in de samenwerking, omdat de vader en oma (vz) er negatief tegenover staan. Jeugdprofs wil het echter wel een kans geven, namelijk tot december. De kinderrechter hoopt dat oma (vz) en de vader deze kans met beide handen aangrijpen in het belang van [voornaam minderjarige] . De kinderrechter begrijpt dat [voornaam minderjarige] hulpverleningsmoe is, maar deze hulpverlening, of een andere vorm dan hulpverlening, is voor hem en het verkrijgen van zicht op de opvoedsituatie noodzakelijk. Daarnaast zal de komende periode ook gekeken moeten worden naar het contactherstel tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. Het is begrijpelijk dat partijen daar gezamenlijk niet uitkomen, omdat het ingewikkeld is. Daarom is het, wederom in het belang van [voornaam minderjarige] , van belang dat de hulpverlening hiervoor geaccepteerd wordt. Het verzoek wordt gelet op het voorgaande voor het overig verzochte aangehouden tot de hierna genoemde pro forma datum. 5.3. De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de genoemde datum te rapporteren (met afschrift aan de belanghebbenden en de advocaat) over het verloop van de machtiging tot uithuisplaatsing en of het verzoek voor het overige verzochte al dan niet wordt gehandhaafd. Daarbij wordt ook de rapportage van Jeugdprofs verwacht. De belanghebbenden mogen ook stukken indienen, zolang dit maar uiterlijk één week voor de genoemde datum ingediend is. 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 19 september 2027; 6.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 19 april 2027; en alvorens verder te beslissen: 6.3. houdt de beslissing over de machtiging tot uithuisplaatsing voor het overige aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 maart 2027 pro forma ; 6.4. bepaalt dat de GI, de moeder, haar advocaat, de vader en oma (vz) op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen; 6.5. verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde pro forma data de kinderrechter (met afschrift daarvan aan met afschrift aan de moeder, haar advocaat, de vader en oma (vz) de onder sub. 5.3. verzochte rapportage te doen toekomen. 6.6. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 21 september 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/599254 · 2026-10-16
