Rechtbank Midden-Nederland, 01-10-2026 (C/16/606615 / HA RK 26-16)
AVG-verzoek van voormalig werknemer bij de voormalige werkgever.
Status Not cited by any decision here yet
Judgment
Verzoeker is nog wel aandeelhouder van het bedrijf. Het verzoek om inzage in de persoonsgegevens wordt toegewezen, inclusief de persoonsgegevens uit e-mailbestanden en het personeelsdossier van verzoeker. Het verzoek tot volledige inzage in gegevens overschrijdt de reikwijdte van het AVG-recht op inzage.
Full text
RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer / rekestnummer: C/16/606615 / HA RK 26-16 Beschikking van 1 oktober 2026 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker] , procederend in persoon, tegen [verweerder] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , verweerder, hierna te noemen: [verweerder] , vertegenwoordigd door A.A. Ibrahim en [A] . 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met producties A tot en met G, ontvangen op 9 februari 2026; - productie H bij het verzoek, ontvangen op 12 februari 2026; - de onttrekking van mr. R. de Jong als advocaat van [verweerder] op 29 mei 2026; - productie I en J bij het verzoek, ontvangen op 3 juni 2026; - het verweerschrift, ontvangen op 3 juni 2026; - de schriftelijke reactie van [verzoeker] , ontvangen op 5 juni 2026; - de mondelinge behandeling van 10 juni 2026; - het bericht van [verzoeker] waarin hij na aanhouding van de procedure om uitspraak vraagt, ontvangen op 6 juli 2026. 1.2 De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De kern van de zaak 2.1 [verzoeker] is de oprichter van [bedrijf] ; een online platform en uitgaansagenda. Nadat [bedrijf] in de loop der jaren rechtspersoonlijkheid heeft verkregen (B.V.) is deze onderneming in 2017 door [verzoeker] verkocht aan [verweerder] B.V (hierna: [verweerder] ). [verzoeker] trad in dienst van dit bedrijf en [verzoeker] B.V. werd één van de drie aandeelhouders van [verweerder] . In 2025 zijn de aandeelhouders van [verweerder] met elkaar in conflict geraakt. [verweerder] heeft het dienstverband met [verzoeker] in december 2025 beëindigd. [verzoeker] verzoekt de rechtbank [verweerder] op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) te bevelen om volledige inzage te verstrekken in zijn gegevens die door [verweerder] zijn verwerkt. De rechtbank oordeelt dat [verweerder] slechts verplicht is om die persoonsgegevens te verstrekken waarvan zij verwerkingsverantwoordelijke is en wijst het verzoek daarom maar gedeeltelijk toe. 3 De beoordeling [verzoeker] is ontvankelijk in zijn verzoek 3.1 [verzoeker] heeft [verweerder] voor het laatst op 15 januari 2026 verzocht om (onder andere) inzage van zijn door [verweerder] verwerkte persoonsgegevens te verstrekken. Op 15 januari 2026 heeft bestuurder [A] namens [verweerder] per e-mailbericht geantwoord niet in te gaan op [verzoeker] verzoek. [verzoeker] heeft zijn verzoekschrift ingediend op 9 februari 2026, binnen de hiervoor bepaalde termijn van zes weken. [verzoeker] is daarom ontvankelijk in zijn verzoek. De verzoeken 3.2 [verzoeker] verzoekt – samengevat – de rechtbank - vast te stellen [verweerder] haar verplichtingen uit hoofde van artikelen 12 en 15 AVG heeft geschonden en dat [verzoeker] gerechtigd is om de rechtbank te verzoeken om [verweerder] te bevelen deze verplichtingen na te komen; [verweerder] te bevelen om binnen 14 dagen na betekening van de beschikking volledige inzage te geven, waaronder gegevens uit Slack-historie en zakelijke WhatsApp-groepen; - te bepalen dat een kopie wordt verstrekt in begrijpelijke zin, in de zin van artikel 15 AVG. In de schriftelijke reactie van 5 juni 2026 voert [verzoeker] aan dat [verweerder] in ieder geval zijn persoonsgegevens uit de Appic-database, de [bedrijf] -database en uit de stukken met betrekking tot re-integratie, UWV en job coaching moet verstrekken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] verklaard af te zien van zijn verzoek aan de rechtbank om [verweerder] een dwangsom op te leggen om over te gaan tot inzage van de stukken. [verzoeker] heeft inzagerecht op grond van de AVG 3.3 2 [verweerder] heeft betoogd dat [verzoeker] zijn verzoek alleen heeft gedaan om zijn procespositie bij juridische procedures tegen haar te versterken. De rechtbank kan de juistheid van die stelling niet beoordelen. Maar dat doet niets af aan het recht van [verzoeker] om een verzoek tot inzage te doen. Op grond van artikel 15 AVG kan een betrokkene van een verwerkingsverantwoordelijke verlangen dat wordt meegedeeld of persoonsgegevens worden verwerkt en als dat zo is, dat inzage in die gegevens wordt verstrekt. Ook moet dan de informatie worden verstrekt als genoemd in de onderdelen a tot en met h van artikel 15 AVG. Dat wil zeggen informatie over de verwerkingsdoeleinden, de categorieën van gegevens, bewaartermijnen of -criteria, informatie over verbeterings- en verwijderingsrechten, alsmede het recht om te klagen bij de toezichthouder, informatie over de herkomst van de gegevens, tenzij deze bij de betrokkene zelf zijn verkregen, en informatie over eventueel geautomatiseerde besluitvorming en profilering, waaronder nuttige informatie over de onderliggende logica en het belang en de gevolgen van de verwerking voor betrokkene. De omvang van het inzagerecht in persoonsgegevens 3.4 In de AVG is het begrip persoonsgegevens gedefinieerd als alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Het begrip ‘persoonsgegevens’ moet ruim worden uitgelegd en strekt zich potentieel uit tot elk soort informatie, zowel objectieve als subjectieve, in de vorm van meningen of beoordelingen, op voorwaarde dat deze informatie de betrokkene betreft. Van dat laatste is sprake als de informatie wegens haar inhoud, doel of gevolg gelieerd is aan een bepaalde persoon. Er wordt geen verklaring voor recht gegeven 3.5 Het eerste verzoek van [verzoeker] is een verklaring voor recht. Dit verzoek heeft een te algemene strekking en zal om die reden worden afgewezen. De Slack-gegevens zijn al verstrekt 3.6 Een deel van het verzoek heeft betrekking op inzage van de Slack-gegevens. Hierop hoeft niet meer te worden beslist omdat [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling heeft bevestigd dat hij deze gegevens op dinsdag 9 juni 2026 van [verweerder] heeft ontvangen. Om die reden heeft [verzoeker] geen belang meer bij toewijzing van dit onderdeel van het verzoek. De Whats-App gegevens hoeven niet verstrekt te worden 3.7 Ook het deel van het verzoek dat ziet op inzage van Whats-App gegevens wordt afgewezen. [verweerder] is voor deze gegevens niet als verwerkingsverantwoordelijke aan te merken. Op de mondelinge behandeling is voldoende vast komen te staan dat er geen zakelijke account van [verweerder] bij Whats-App is aangemaakt. De Whats-App communicatie verliep via privételefoons en voor zakelijke communicatie werd Slack gebruikt. Gegevens van de Appic-app hoeven niet verstrekt te worden 3.8 2 [verweerder] hoeft geen inzage te geven van de Appic-appgegevens aan [verzoeker] . De Appic-app van [verweerder] is een digitaal platform voor festivalliefhebbers en evenementen. Het is mogelijk voor gebruikers om informatie/berichten in deze digitale omgeving te plaatsen. De rechtbank is van oordeel dat eventuele door [verzoeker] zelf geplaatste berichten in de Appic-app niet vallen onder de categorie ‘persoonsgegevens’ zoals bedoeld in artikel 4 AVG. Persoonsgegevens uit de e-mailberichten moeten deels verstrekt te worden 3.9 Met betrekking tot de e-mailberichten in de database van [verweerder] overweegt de rechtbank als volgt. Uit de stukken blijkt dat het hierbij gaat om berichten die gestuurd zijn met behulp van de e-mailadressen @ [emailadres] .com en @ [emailadres] .nl. [verweerder] is van de persoonsgegevens in de e-mailberichten van de voornoemde e-mailadressen aan te merken als verwerkingsverantwoordelijke. Voor zover in de e-mailberichten met domeinnaam @ [emailadres] .com en @ [emailadres] .nl persoonsgegevens van [verzoeker] zijn vermeld, dient [verweerder] deze te verstrekken aan [verzoeker] . [verzoeker] heeft niet weersproken dat hij zelf beschikt over de e-mailberichten van het @ [bedrijf] .nl-adres van de laatste vijf jaren. [verweerder] is daarom niet verplicht over die periode persoonsgegevens van [verzoeker] te verstrekken betreffende de @ [emailadres] .nl e-mailberichten. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat [verzoeker] op grond van de AVG geen recht heeft op integrale kopieën van deze e-mails. Persoonsgegevens uit personeelsstukken moeten verstrekt worden 3.10 Een personeelsdossier, een plan van aanpak en een reïntegratieplan zijn aan te merken als bestanden in de zin van de AVG, waarmee deze onder het materiële toepassingsgebied van artikel 2 lid 1 AVG vallen. [verzoeker] heeft daarom het recht op inzage op de personeelsgegevens die zich bevinden in deze stukken. [verzoeker] heeft geen recht op volledige kopieën van deze personeelsstukken. De rechtbank verwijst hiervoor naar hetgeen in rechtsoverweging 3.4. is overwogen over de omvang van het inzagerecht. De notulen van de vergaderingen van aandeelhouders 3.10 Op de mondelinge behandeling heeft [verweerder] verklaard bereid te zijn om de notulen van de vergaderingen van aandeelhouders vanaf 2017 tot en met juni 2026 aan [verzoeker] toe te zenden. De rechtbank gaat ervan uit dat [verweerder] zich aan deze toezegging zal houden. Het verzoek tot volledige inzage wordt afgewezen 3.11 [verzoeker] heeft de rechtbank verzocht om [verweerder] ‘volledige inzage te geven, waaronder (maar niet beperkt tot) gegevens uit Slack-historie en zakelijke WhatsApp-groepen, tezamen met een volledige en onverkorte kopie van de persoonsgegevens zoals deze door verweerder worden verwerkt’. Vanwege de jarenlange samenwerking tussen [verweerder] en [verzoeker] , tezamen met de prominente positie van [verzoeker] in het bedrijf, heeft [verweerder] een grote hoeveelheid gegevens betreffende [verzoeker] verwerkt. Het is aan [verzoeker] om een inzageverzoek van persoons gegevens (voldoende) gepreciseerd te formuleren. Een verzoek om ‘volledige inzage van gegevens’ overschrijdt de reikwijdte van het recht op inzage van persoonsgegevens door [verzoeker] Het overige door [verzoeker] verzochte wordt aangemerkt als een fishing expedition. Op [verweerder] rust geen verplichting aan [verzoeker] een volledige inzage van gegevens te verstrekken. Dit deel van het verzoek wordt daarom afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd 3.12 Een deel van het verzoek wordt afgewezen. Verder heeft [verzoeker] zijn oorspronkelijke verzoek aan [verweerder] regelmatig aangepast en uitgebreid, zodat het voor [verweerder] heel moeilijk werd om tijdig en volledig aan het verzoek van [verzoeker] te voldoen In deze omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om te beslissen dat iedere partij haar eigen kosten draagt. 4 De beslissing De rechtbank 4.1 beveelt [verweerder] om binnen 4 weken na betekening van deze beschikking aan [verzoeker] inzage te verstrekken in: de persoonsgegevens betreffende [verzoeker] uit de e-mails behorende bij het e-mailaccount @ [emailadres] .nl tot het jaar 2016 en het e-mailaccount @ [emailadres] .com, vanaf 2017 tot 2026; de persoonsgegevens van [verzoeker] uit zijn personeelsdossier, het plan van aanpak en het plan van re-integratie; de bijbehorende informatie als genoemd in de onderdelen a tot en met h van artikel 15 AVG; en, alleen onder de voorwaarde dat [verweerder] haar toezegging over de toezending van de notulen niet is nagekomen: de persoonsgegevens betreffende [verzoeker] uit de notulen van de vergadering van aandeelhouders van [verweerder] over de periode 2017 tot en met juni 2026; 4.2 compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt; 4.3 wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.P. Drijkoningen en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! Een inhoudelijke reactie van [verweerder] , ontvangen op 13 juli 2026, is buiten behandeling gelaten. Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016. Artikel 35 lid 2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG). Slack is een online platform voor communicatie en samenwerking. Artikel 4 AVG. HvJ EU 20 december 2017, C-434/16, ECLI:EU:C:2017:994, r.o. 34 en 35 (Nowak). Opmerking 63 bij de considerans van de AVG.