# Rechtbank Amsterdam, 07-10-2026 (13-167672-26)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:9925
- Date: 2026-10-07
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A9925
- Canonical: https://overview.legal/posts/599266

## Summary

Executie-EAB uit Roemenië. Roemeense detentieomstandigheden: recente CPT-rapport onderschrijft het aangenomen algemeen gevaar. Detentiegarantie afdoende. Overlevering toegestaan.

## Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-167672-26 Datum uitspraak: 7 oktober 2026 UITSPRAAK op de vordering van 28 juli 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 25 maart 2026 door de Iași City Court, Roemenië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Roemenië), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 23 september 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. R.P.G. van der Weide, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis, namelijk een criminal sentence no. 505 of 14 August 2025 of Iași City Court, met referentie 2533/99/2024, maintained and remained final via the criminal decision no. 277 of 18 March 2026 of Iași City Court of Appeal. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een samengevoegde vrijheidsstraf voor de duur van vijf jaren, vier maanden en 20 dagen. Bij deze samenvoeging is, naast het hiervoor vermelde vonnis van 18 maart 2026, ook het vonnis betrokken van criminal sentence no. 224 of 23 May 2024, passed by Pașcani City Court of Law in the file no. 2334/866/2023, final via lack of appeal on 06 June 2024. De hiervoor genoemde veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de beslissing in de laatste van die procedures relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom de beslissing van Iași City Court of Appeal van 18 maart 2026 toetsen aan artikel 12 OLW. Uit het EAB in combinatie met de aanvullende informatie van 12 augustus 2026 volgt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing. Ook ten aanzien van de beslissing van de Pașcani City Court of Law van 23 mei 2024, die tevens is betrokken bij de samengevoegde straf, volgt uit voornoemde aanvullende informatie dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom ook niet van toepassing ten aanzien van deze beslissing. 5 Strafbaarheid 5.1 Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: - informaticacriminaliteit; - georganiseerde of gewapende diefstal. Uit het EAB volgt dat voor deze feiten naar het recht van Roemenië een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. 6 Artikel 11 OLW: Roemeense detentieomstandigheden Het standpunt van de raadsman De raadsman heeft ondanks de ten behoeve van de opgeëiste persoon verstrekte detentiegarantie zijn zorgen geuit over de Roemeense detentieomstandigheden. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg staat, omdat de geboden garantie het reële gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling voor de opgeëiste persoon wegneemt. Het recente rapport van the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) van 3 september 2026 maakt bovendien ook niet dat moet worden getwijfeld of de verstrekte garantie nog wel kan worden nageleefd. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden in Roemenië, waaronder met name de overbevolking in de gevangenissen, voor gedetineerden in Roemeense gevangenissen een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). De rechtbank constateert dat het recente CPT-rapport van 3 september 2026 het reeds aangenomen algemeen gevaar van een onmenselijke en vernederende behandeling onderschrijft. De Roemeense autoriteiten hebben op 20 juli 2026 ten behoeve van de opgeëiste persoon een detentiegarantie verstrekt, waarin onder meer het volgende is opgenomen: “Provided the person arrested shall be handed over to the Romanian Authorities in Henri Coandä Airport of Bucharest, he shall be initially sent to Bucharest-Rahova Prison so as to execute the 21-day quarantine period, within a cell assuring a minimum space of at least 3 m2. (…) Having in view the punishment period, the inmate shall, most likely, initially execute the punishment with imprisonment in the closed prison regime . Moreover, having in view his domicile, the inmate shall, most likely, for the beginning, execute the punishment in Iași City Prison . (…) The said [opgeëiste persoon] shall benefit from an individual minimum space of 3 m2, throughout the entire length of the execution of the punishment including the bed and related furniture, but without comprising the space allotted to the restroom , the inmates' number being configured by relating to the surface of the cell. Each inmate shall benefit from individual bed fitted with specific bed linen. (…)” Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor het toestaan van de overlevering. 7 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 8 Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 9 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Iași City Court, Roemenië, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. van den Brink, voorzitter, mrs. I. Verstraeten en E.M. de Bie, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 oktober 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. HvJ EU 21 december 2023, C-397/22, ECLI:EU:C:2023:1030 ( Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Verstekvonnis) ), punt 47 en HvJ EU 21 december 2023, C-398/22, ECLI:EU:C:2023:1031 ( Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Verstekvonnis) ), punt 32. Zie bijvoorbeeld rechtbank Amsterdam, 11 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2513, rechtsoverweging 5. HvJ EU, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/599266 · 2026-10-16
