Skip to content
Case Law · Rechtbank Den Haag ·ECLI:NL:RBDHA:2026:27133 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Den Haag, 18-08-2026 (C/09/704153 / HA RK 26-270)

Vaststellen staatloosheid.

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Full text

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: HA RK 26-270 Zaaknummer: C/09/704153 Datum beschikking: 18 augustus 2026 Vaststelling van staatloosheid Beschikking op het op 7 april 2026 ingekomen verzoekschrift van: [verzoeker], verzoeker, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.G. Grigorjan te Den Bosch. Als belanghebbende wordt aangemerkt: DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat, zetelende in ’s-Gravenhage, vertegenwoordigd door M. Marks. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - het bericht van de IND van 29 juli 2026; - de e-mail van verzoeker van 30 juli 2026. Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd. Feiten De volgende feiten blijken uit het dossier: - Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats]. - Aan verzoeker is op 9 maart 2026 een verblijfsvergunning asiel verleend met ingang van 16 januari 2026 tot 16 januari 2031. - Verzoeker is in het bezit van de volgende documenten: ­ een Palestijns paspoort, door de Koninklijke Marrechaussee vals bevonden op 17 januari 2026; ­ een UNRWA familiekaart; - Verzoeker staat in de Basisregistratie Personen geregistreerd met de nationaliteit ‘onbekend’. Verzoek en het advies van de Staat Verzoeker verzoekt vast te stellen dat hij staatloos is. De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen. Beoordeling Juridisch kader Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, hierna: Wvs). Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien haar niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd. Ontvankelijkheid De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek. Relevante landen De rechtbank ziet aanleiding om Griekenland, Duitsland en de Palestijnse gebieden in haar beoordeling over de staatloosheid van verzoeker betrekken. Ten aanzien van Griekenland en Duitsland is gebleken dat verzoeker in beide landen niet in aanmerking kwam voor naturalisatie volgens de daar geldende wet- en regelgeving, zodat het niet aannemelijk is dat hij de Griekse of Duitse nationaliteit heeft verkregen. Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse gebieden beschouwd? Door verzoeker en de Staat zijn verschillende stukken overgelegd met betrekking tot de identiteit van verzoeker. Daarbij geldt dat uit het onderzoek van de Koninklijke Marrechaussee naar voren is gekomen dat uit het paspoort van verzoeker verschillende pagina’s zijn verwijderd. Hoewel het paspoort daarom is aangemerkt als vervalst, heeft dit geen betrekking op de persoonsgegevens van verzoeker. Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat enige betrouwbaarheid aan het document kan worden ontleend met betrekking tot zijn identiteit. Door de Staat is verder naar voren gebracht dat ook in de asielprocedure de identiteit, nationaliteit en herkomst van verzoeker geloofwaardig zijn geacht. In de nareisprocedure van de kinderen van verzoeker, zijn hun geboorteaktes als echt beoordeeld. De rechtbank acht het gelet hierop aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is. Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende. Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen afkomstig uit de Palestijnse gebieden daarom als staatloos, tenzij zij nog een andere nationaliteit hebben. Conclusie De rechtbank stelt, gelet op het voornoemde, de staatloosheid van verzoeker vast. De rechtbank stuurt, na het onherroepelijk worden van deze beschikking, een afschrift van de beschikking naar de woongemeente van verzoeker. Beslissing De rechtbank: stelt vast dat verzoeker staatloos is. Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 18 augustus 2026.