Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-09-2026 (12204766 CV EXPL 26-1527)
De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden.
Status Not cited by any decision here yet
Judgment
Decision
De kantonrechter 5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres 2] en veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Alwel zijn, en de sleutels af te geven aan Alwel, voorwaardelijk, te weten voor het geval dat gedurende de tijd dat de huidige huurachterstand van € 4.672,31 nog niet volledig is afbetaald de lopende huur niet stipt wordt betaald en de huurachterstand derhalve verder (c.q. opnieuw) oploopt, 5.2. veroordeelt [huurder] om te betalen aan Alwel: - € 4.672,31 aan achterstallige huur tot en met juli 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening, - € 740,51 per maand vanaf de maand dat de huurovereenkomst (onvoorwaardelijk) is ontbonden tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, 5.3. veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.402,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓
Gedaagde heeft een huurachterstand laten ontstaan, als gevolg waarvan gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Gedaagde heeft echter stappen ondernomen om onder bewind te gaan, wat vertrouwen biedt voor de betalingen van de toekomstige huurtermijnen. Daarnaast heeft gedaagde onbewist gesteld dat hij alleenstaande vader is en derhalve de zorg heeft over zijn zesjarige zoontje. Dit aspect weegt zwaar mee.
Full text
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 12204766 \ CV EXPL 26-1527 Vonnis van 16 september 2026 in de zaak van STICHTING ALWEL , te Roosendaal, eisende partij, hierna te noemen: Alwel, gemachtigde: LAVG Groningen, tegen [huurder] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder] , gemachtigde: mr. Y.H.M. van Mierlo. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding 14 april 2026 met producties, - de conclusie van antwoord met producties, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald, - de akte overlegging producties van Alwel, - de mondelinge behandeling van 19 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Tussen Alwel en [huurder] gold tussen 10 maart 2023 en 15 april 2024 een huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan [adres 1] . 2.2. Alwel verhuurt met ingang van 19 maart 2024 aan [huurder] de woning aan het [adres 2] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 740,51 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. 2.3. [huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Alwel heeft [huurder] aangemaand op 6 augustus 2024 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. 2.4. Alwel heeft op 8 december 2025 een melding in het kader van het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening gemaakt bij de gemeente Roosendaal 3 Het geschil 3.1. Alwel vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 4.680,56 aan huurachterstand. 3.2. Alwel legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Alwel de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [huurder] voert verweer. [huurder] erkent dat hij een huurachterstand heeft laten ontstaan, maar betwist de hoogte ervan. Volgens hem geldt er geen huurprijs van € 740,51, maar van € 663,14. Verder wijst hij erop dat een ontbinding van de huurovereenkomst in dit geval niet gerechtvaardigd is. De huurachterstand ziet niet alleen op de huidige huurovereenkomst, maar ook op een oude huurovereenkomst. Een oude huurachterstand kan niet leiden tot een ontbinding van de huidige huurachterstand. Verder wijst hij op het belang van het behoud van zijn woning. [huurder] heeft een tijd geen inkomen gehad, als gevolg waarvan de huurachterstand is ontstaan. Inmiddels is er een uitkering toegekend en probeert hij zijn financiële situatie te stabiliseren. Bovendien is hij bezig met het aanvragen van beschermingsbewind. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling De huurachterstand 4.1. [huurder] heeft erkend dat hij een huurachterstand heeft laten ontstaan. Voorafgaand aan de zitting heeft Alwel bij akte een overzicht van de huurachterstand overgelegd, alsmede de door [huurder] gevraagde factuur. Verder heeft Alwel nader onderbouwd dat zij de huurprijs rechtmatig heeft verhoogd, waardoor de maandelijkse huurprijs thans € 740,51 bedraagt. 4.2. Uit het door Alwel overgelegde overzicht blijkt dat de huurachterstand tot en met juli 2026 € 4.672,31 bedraagt. [huurder] heeft de hoogte van dit bedrag niet betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van het door Alwel overgelegde overzicht. [huurder] zal dan ook worden veroordeeld tot betaling van € 4.672,31 aan Alwel. De ontbinding 4.3. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Alwel heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.4. Het betalen van huur, dat wil zeggen maandelijks en bij vooruitbetaling, is één van de essentiële verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst. [huurder] is hierin ernstig tekortgeschoten. Vast staat namelijk dat [huurder] een achterstand heeft van meer dan drie maanden huur, namelijk ongeveer vijf maanden. Deze huurachterstand van ongeveer vijf maanden rechtvaardigt in beginsel dus de gevorderde ontbinding. Het gegeven dat de huurachterstand deels ziet op een eerder gesloten huurovereenkomst maakt dit niet anders, nu dit slechts gaat om een gering deel van de totale huurachterstand. De kantonrechter ziet in deze zaak daarentegen aanleiding om de huurovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden. Dit wordt nader toegelicht. 4.4.1. Uit het door Alwel overgelegde overzicht blijkt dat [huurder] de huurachterstand niet verder heeft laten oplopen. Hij voldoet op dit moment dus aan zijn verplichting om de huur te betalen. Dit ondersteunt het standpunt van [huurder] dat hij de situatie wil stabiliseren en een verdere achterstand wil voorkomen. Daarbij neemt de kantonrechter in acht dat [huurder] ook daadwerkelijk stappen onderneemt om de situatie verder en houdbaar te verbeteren door in gesprek te gaan met een bewindvoerder, om vervolgens daadwerkelijk onder bewind te gaan. Bewind zal leiden tot een beter beheer van de financiële middelen van [huurder] , wat vertrouwen voor de toekomst biedt. 4.4.2. Verder acht de kantonrechter het van belang dat [huurder] onweersproken heeft gesteld alleenstaande vader te zijn van een zesjarig zoontje. De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind de belangen van kinderen een eerste overweging moeten vormen. Niet alleen [huurder] , maar ook zijn zoontje zal bij een ontbinding van de huurovereenkomst, en de daarbij gepaard gaan ontruiming, het dak boven zijn hoofd verliezen. Gelet op deze ingrijpende gevolgen, overweegt de kantonrechter dat deze belangen zwaar meewegen. 4.5. De voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst wordt als volgt toegewezen. Gedurende de periode dat [huurder] de huidige huurachterstand niet verder laat oplopen, wordt de huurovereenkomst niet ontbonden. Mocht [huurder] deze huurachterstand dus wel verder laten oplopen en de lopende huur wordt betaald, dan wordt de huurovereenkomst ontbonden. Hij moet het gehuurde dan binnen veertien dagen ontruimen. Gebruiksvergoeding 4.6. Alwel wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 740,51, te rekenen vanaf de maand dat de huurovereenkomst is ontbonden tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen zoals vermeld onder de beslissing. De proceskosten 4.7. [huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alwel worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 153,77 - griffierecht € 529,00 - salaris gemachtigde € 576,00 (2 punten × € 288,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.402,77 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres 2] en veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Alwel zijn, en de sleutels af te geven aan Alwel, voorwaardelijk, te weten voor het geval dat gedurende de tijd dat de huidige huurachterstand van € 4.672,31 nog niet volledig is afbetaald de lopende huur niet stipt wordt betaald en de huurachterstand derhalve verder (c.q. opnieuw) oploopt, 5.2. veroordeelt [huurder] om te betalen aan Alwel: - € 4.672,31 aan achterstallige huur tot en met juli 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening, - € 740,51 per maand vanaf de maand dat de huurovereenkomst (onvoorwaardelijk) is ontbonden tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, 5.3. veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.402,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.