Rechtbank Limburg, 14-10-2026 (12248313 \ CV EXPL 26-2764)
Status Not cited by any decision here yet
Judgment
Decision
De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 866,93, 5.2. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.
Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓
Vordering achterstallige ziektekostenpremies toegewezen
Full text
RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 12248313 \ CV EXPL 26-2764 Vonnis van 14 oktober 2026 in de zaak van ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. , te Leiden, eisende partij, hierna te noemen: Zilveren Kruis, gemachtigde: LAVG Groningen, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: [gemachtigde] . 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] is bij Zilveren Kruis verzekerd (geweest) tegen ziektekosten. In 2018 is [gedaagde] verhuisd naar Frankrijk en in 2021 is zij weer teruggekeerd naar Nederland. 2.2. Vanaf 2017/2018 tot nu is [gedaagde] 4 keer verhuisd. 3 Het geschil 3.1. Zilveren Kruis vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 866,93 aan hoofdsom, € 242,91 aan rente tot aan de dag van dagvaarding en € 157,35 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. Ter onderbouwing van haar vordering stelt Zilveren Kruis dat [gedaagde] een aantal premies in de periode van 1 mei 2017 tot 1 december 2018 niet heeft betaald. Ook is de zorgkostennota van 14 juni 2018 niet betaald. 3.3. [gedaagde] voert verweer en beroept zich op verjaring. De overgelegde aanmaningsbrieven zijn [gedaagde] niet bekend. Er wordt correspondentie aangeleverd met datum 9 november 2023 (kantonrechter: bedoeld zal zijn 2018) en de daarop volgende dateert van 8 november 2023. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Het beroep op verjaring slaagt niet 4.1. [gedaagde] beroept zich op verjaring. Slaagt dit verweer dan gaat de rechtsvordering teniet. De verjaringstermijn bedraagt vijf jaar. De termijn gaat in op de dag dat de factuur of premie betaald had moeten zijn. De verjaring kan vervolgens worden gestuit door – onder meer – het sturen van aanmaningen. 4.2. De kantonrechter stelt vast dat Zilveren Kruis een groot aantal aanmaningen heeft gestuurd. Het verweer van [gedaagde] deze niet ontvangen te hebben, verwerpt de kantonrechter. Het is niet geloofwaardig en ook niet aannemelijk dat geen enkele aanmaning [gedaagde] heeft bereikt. Deze zijn, met uitzondering van de aanmaning van 5 november 2024, gestuurd naar het adres waarop [gedaagde] volgens het uittreksel BRP stond ingeschreven. 4.3. Het is juist dat tussen de aanmaning van 9 november 2018 en die van 8 november 2023 geen aanmaning is gestuurd, althans daarvan is niet gebleken. Daarmee is de vordering echter niet verjaard omdat de termijn van 5 jaar net niet is verstreken. Het beroep op verjaring wordt daarom gepasseerd. De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen 4.4. [gedaagde] voert aan de verzekering te hebben opgezegd. Dit wordt erkend door Zilveren Kruis zodat dit geen punt van discussie betreft. Zilveren Kruis vordert betaling van premies en de zorgkostenkosten van de periode voorafgaand aan de opzegging. [gedaagde] heeft aangevoerd dat de premies altijd automatisch werden afgeschreven. Zij geeft echter ook aan dit niet aan te kunnen tonen omdat de bankrekeningen zijn opgeheven in verband met het vertrek naar Frankrijk. 4.5. De kantonrechter constateert dat [gedaagde] de hoogte van de gevorderde bedragen op zich niet betwist zodat deze tussen partijen vast staan. Hoewel niet met zoveel woorden door [gedaagde] gezegd, beroept zij zich erop dat er geen betalingen meer open kunnen staan.. [gedaagde] toont dit niet aan en geeft ook aan niet meer over de bankrekeningen of rekeningafschriften te beschikken om dit aan te tonen. Dit verweer wordt daarom bij gebrek aan onderbouwing verworpen. Dit houdt in dat de gevorderde hoofdsom wordt toegewezen. De gevorderde rente en incassokosten worden afgewezen 4.6. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ, EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971). 4.7. Vanaf 1 april 2025 dienen bij alle dagvaardingen in consumentenzaken de voor de beoordeling relevante stukken op papier aangeleverd te worden, zo ook de algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn. Omdat Zilveren Kruis in onderhavige kwestie deze niet althans niet volledig heeft overgelegd kan er niet getoetst worden of de algemene voorwaarden oneerlijke bedingen bevatten. De kantonrechter zal daarom de buitengerechtelijke incassokosten, de reeds vervallen rente en de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding afwijzen. De proceskosten 4.8. Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 866,93, 5.2. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.