Skip to content
Case Law · Gerechtshof 's-Hertogenbosch ·ECLI:NL:GHSHE:2026:2877 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-10-2026 (20-002181-25)

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Decision

Het hof: verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-227442-23 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde; verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-312076-23 onder 3 tot en met 7 tenlastegelegde; vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-312076-23 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het in de zaak met parketnummer 03-312076-23 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden ; bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: - iPhone (1657755).

Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓

Summary

1. Onderzoek gegevens op smartphone. Richtlijn EU 2016/680. Sprake van vormverzuim, maar er zal worden volstaan met de constatering dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim (o.a. beperkt nadeel). 2. Schakelbewijs voor diefstal zeven auto's in totaal (1 in vereniging en 1 in vereniging met braak).

Full text

Parketnummer : 20-002181-25 Uitspraak : 9 oktober 2026 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 19 augustus 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 03-312076-23 en 03-227442-23, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2000, BRP-adres: [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte integraal vrijgesproken van de feiten 3 tot en met 7 onder parketnummer 03-312076-23 en van de feiten 1 en 2 onder parketnummer 03-227442-23. De rechtbank heeft het onder feiten 1 en 2 van parketnummer 03-312076-23 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak’ (feit 1) en ‘diefstal door twee of meer verenigde personen’ (feit 2), de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verder heeft de rechtbank de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding en de benadeelde partij veroordeeld in de proceskosten. Tot slot heeft de rechtbank de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast van de inbeslaggenomen iPhone (1657755). De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Omvang van het hoger beroep De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding voor een bedrag van € 14.019,85 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank heeft de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij heeft de vordering tot schadevergoeding in hoger beroep niet gehandhaafd, zodat in hoger beroep de vordering tot schadevergoeding niet meer aan de orde is. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de officier van justitie en de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het appel tegen de vrijspraken onder feit 1 en 2 van parketnummer 03-227442-23 en dat het hof het vonnis waarvan beroep voor het overige zal vernietigen en, in zoverre opnieuw rechtdoende, het onder feit 1 tot en met 7 van parketnummer 03-312076-23 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verder heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende zal gelasten van de iPhone (1657755). Namens de verdachte is bepleit dat ten aanzien van de feiten 3 tot en met 7 van parketnummer 03-312076-23 vrijspraak bepleit. De raadsman heeft ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten onder parketnummer 03-312076-23 een strafmaatverweer gevoerd. Ontvankelijkheid van het hoger beroep De verdachte is in eerste aanleg door de rechtbank integraal vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feiten 3 tot en met 7 van parketnummer 03-312076-23 en van het tenlastegelegde onder feiten 1 en 2 van parketnummer 03-227442-2. Blijkens de akte instellen hoger beroep d.d. 1 september 2025 is het hoger beroep van de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken. Blijkens de akte instellen hoger beroep d.d. 2 september 2025 is het hoger beroep van de officier van justitie onbeperkt ingesteld. Bij akte partiële intrekking rechtsmiddel d.d. 24 oktober 2025 is het hoger beroep van de officier van justitie ingetrokken ten aanzien van feit 1 en feit 2 in de zaak met parketnummer 03-312076-23. De officier van justitie heeft d.d. 15 september 2025 een appelschriftuur ingediend, inhoudende grieven tegen het vonnis van de rechtbank aangaande de vrijspraak van de feiten 3 tot en met 7 onder parketnummer 03-312076-23. De advocaat-generaal heeft op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat het hoger beroep zich enkel richt tegen de vrijspraak van de feiten 3 tot en met 7 onder parketnummer 03-312076-23 en dus niet tegen de vrijspraak van de feiten 1 en 2 onder parketnummer 03-227442-23. Het hof zal gelet op hetgeen is bepaald in artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren voor zover dit betrekking heeft op de feiten 1 en 2 onder parketnummer 03-227442-23. Zowel de verdachte als de officier van justitie zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het appel tegen de feiten 1 en 2 onder parketnummer 03-227442-23. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat nog aan het oordeel van het hof is onderworpen. Het hof zal hierna omwille van de leesbaarheid – met uitzondering van het dictum – de parketnummers weglaten, nu de feiten van parketnummer 03-227442-23 niet meer aan de orde zijn. Vonnis waarvan beroep Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing. Tenlastelegging Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep aan de orde – tenlastegelegd dat : 1. hij op of omstreeks 24 november 2023 te Cadier en Keer, gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Toyota RAV [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] en/of [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen auto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; 2. hij op of omstreeks 16 november 2023 te Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Toyota Corolla [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 3. hij op of omstreeks 16 november 2023 te Buchten, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Toyota Yaris [kenteken 3] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 4. hij op of omstreeks 23 november 2023 te Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Toyota RAV4 [kenteken 4] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 5. hij op of omstreeks 21 november 2023 te Voerendaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Toyota Corolla [kenteken 5] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 6. hij op of omstreeks 17 november 2023 te Bocholtz, gemeente Simpelveld, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Toyota C-HR [kenteken 6] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 7. hij op of omstreeks 23 november 2023 te Wittem, gemeente Gulpen-Wittem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto (Toyota RAV4 [kenteken 7] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1. hij op 24 november 2023 te Cadier en Keer, gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander, een auto (Toyota RAV [kenteken 1] ) die geheel aan [benadeelde 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak; 2. hij op 16 november 2023 te Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem, tezamen en in vereniging met een ander, een auto (Toyota Corolla [kenteken 2] ) die geheel [benadeelde 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 3. hij op 16 november 2023 te Buchten, gemeente Sittard-Geleen, een auto (Toyota Yaris [kenteken 3] ) die ten dele aan [benadeelde 3] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 4. hij op 23 november 2023 te Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem, een auto (Toyota RAV4 [kenteken 4] ) die geheel aan [benadeelde 4] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 5. hij op 21 november 2023 te Voerendaal een auto (Toyota Corolla [kenteken 5] ) die geheel aan [benadeelde 5] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 6. hij op 17 november 2023 te Bocholtz, gemeente Simpelveld een auto (Toyota C-HR [kenteken 6] die geheel aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 7. hij op 23 november 2023 te Wittem, gemeente Gulpen-Wittem een auto (Toyota RAV4 [kenteken 7] die geheel aan [benadeelde 7] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Hierna wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie Eenheid Limburg, zaakregistratienummer PL2300-2023186454, gesloten d.d. 14 februari 2024 en op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier, bevattende een verzameling van op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen en met doorgenummerde dossierpagina’s 1-273. De bewijsmiddelen zijn , voor zover nodig, zakelijk weergegeven. T.a.v. feit 1: - Het proces verbaal aangifte diefstal personenauto van [aangever 1] d.d. 24 november 2023 (pg. 97-100), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 1] : Ik ben de gebruiker van de Toyota RAV4 met het kenteken [kenteken 1] . Dit is een leaseauto van [benadeelde 1] Ik heb de auto op 23 november 2023 om 17:23 uur geparkeerd op de oprit van mijn woning aan [adres 2] . Op 24 november 2023 omstreeks 10:00 uur zag ik dat de auto niet meer op de oprit stond. Ik weet zeker dat de auto was afgesloten. Ik heb een app op mijn telefoon, waarop ik kan zien waar mijn auto gelokaliseerd is en ik kan de ritten van de auto zien. Ik zag op deze app dat de auto vannacht om 01:40 uur in beweging kwam. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit. - Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 november 2023 (pg. 133-134), voor zover inhoudende als relaas verbalisant [verbalisant 2] : Door mij werd een bevraging gedaan in de ANPR met betrekking tot het ANPR-portaal “N278 x Partijerweg ri Vaals”. Ik zag dat op 24 november 2024 om 02:00:32 uur een voertuig met het kenteken [kenteken 1] voorbij genoemd ANPR-portaal reed, rijdende over de Rijksweg N278 in de richting van Vaals. Ik zag dat het eerstvolgende voertuig op 24 november om 02:01:58 uur voorbij genoemd ANPR-portaal reed, rijdende over de Rijksweg N278 in de richting Vaals. Ik zag dat dit voertuig was voorzien van het kenteken [kenteken 8] . Bij bevraging van het kentekenregister is mij gebleken op naam is gesteld van [verdachte] . Het kenteken [kenteken 1] bleek bij bevraging te zijn afgegeven voor een Toyota RAV4, op naam gesteld van [benadeelde 1] . - Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 november 2023 (pg. 110-113), voor zover inhoudende als relaas verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] : Op 24 november 2023 omstreeks 00.56 uur zagen wij een auto voorzien van kenteken [kenteken 8] door een Automatic Number Plate Recognition (ANPR) portaal reed ter hoogte van A76 in Geleen. Deze auto betrof een Opel Zafira, welke op naam gesteld staat van [verdachte] . Omstreeks 01.05 uur zagen wij de eerdergenoemde Opel Zafira, over de A76 rijden. Op het moment dat wij de auto inhaalden zag ik, [verbalisant 4] , een mannelijke bestuurder en bijrijder in de auto zitten. De bestuurder herkenden wij ambtshalve als [verdachte] . De bijrijder herkenden wij als [medeverdachte] . Ambtshalve was ons bekend dat beide voornoemde personen antecedenten hadden met betrekking tot autodiefstallen. Omstreeks 02.00 uur zagen wij een auto over de N278 rijden in de richting van Vaals. Wij twijfelden of dit een Toyota RAV-4 zou zijn. Vlak erna zagen wij de voornoemde Opel Zafira ons ook passeerde en over de N278, in de richting van Vaals reden. Wij haalden de Opel Zafira in. Ik, [verbalisant 4] , scheen met mijn zaklamp in de auto en zag dat er een mannelijke bestuurder in de auto zat, maar geen bijrijder. Ik herkende de bestuurder als [verdachte] . Op het moment dat wij de Opel Zafira ingehaald hadden en de vermoedelijke Toyota RAV-4 naderden, zagen wij dat deze met een hoge snelheid over de N278 reed. Op een afstand van ongeveer 600 meter zagen wij dat de auto over de N278 in de richting van het centrum van Vaals reed. Wij hoorden via de portofoon dat collega’s op de [locatie 1] ( het hof begrijpt: in Vaals ) 2 manspersonen hadden staande gehouden. Wij hoorden via onze portofoon dat dit [verdachte] en [medeverdachte] waren. Even later hoorden we dat men op de [locatie 2] ( het hof begrijpt: in Vaals ) een Toyota RAV-4, kenteken [kenteken 1] , had aangetroffen. Tevens hoorden we dat een klein ruitje van een van de achterportieren opengebogen was en dat er duidelijk braaksporen waren aangetroffen. Wij zagen op de plattegrond van onze telefoon dat de afstand tussen voornoemde manspersonen en de Toyota RAV-4 circa 100 meter was. Ik, [verbalisant 3] , zag vervolgens de eerder genoemde Opel Zafira, welke op naam van [verdachte] staat in een parkeerhaven, ter hoogte van de t-splitsing [locatie 4] , geparkeerd staan. Wij zagen dat een voertuig van de hondengeleiders onze kant op kwam gereden. - Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 november 2023 (pg. 108-109), voor zover inhoudende als relaas verbalisant [verbalisant 5] : Op 24 november 2023 begaf ik mij naar de [locatie 2] te Vaals. Dit op verzoek van de aldaar aanwezige collegae die zojuist op deze straat een van diefstal afkomstige personenauto aangetroffen hadden. De personenauto was daar vermoedelijk enkele ogenblikken geleden geparkeerd en verlaten door de dader(s). Derhalve stelde ik een onderzoek in met mijn gecertificeerde surveillancehond Billie . Omstreeks 02:50 gaf ik Billie het commando om vanaf het bestuurdersportier van de gestolen personenauto te revieren naar de dader(s). Ik zag dat Billie resoluut een geurspoor begon te volgen. Ik zag dat hij vanaf de [locatie 2] te Vaals rechtsaf de [locatie 1] te Vaals op liep. Ter hoogte van [adres 3] zag ik twee personen staan in het bijzijn van enkele aanwezige collega’s. Ik zag dat Billie de collega’s negeerde, passeerde en resoluut naar de door de collega’s staande gehouden personen liep. Opgemerkt moet worden dat er op de afgezochte route geen collega’s hadden gelopen. Eveneens heb ik op deze route geen andere personen of voorwerpen aangetroffen. - Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, d.d. 5 augustus 2025, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] : Ik ben erbij betrokken geweest. Daar ben ik fout in geweest. ( het hof: de verdachte heeft het hier over feit 1 ) T.a.v. feit 2: - Het proces-verbaal aangifte van diefstal personenauto, met goederenbijlage, d.d. 16 november 2023 (pg. 172-175, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 2] : Ik ben de rechtmatige bestuurder van een personenauto van een personenauto van het merk Toyota, type Corolla, voorzien van kenteken [kenteken 2] . Ik heb een private leaseovereenkomst met [benadeelde 2] Op 15 november 2024 omstreeks 17:30 uur heb ik de auto geparkeerd aan [adres 4] , op mijn eigen oprit voor mijn woning. Ik heb de auto afgesloten. Op 16 november 2023 omstreeks 10:30 uur zag ik dat de auto was weggenomen. Ik heb de app “MyToyota” op mijn telefoon staan en daarop zie ik dat de auto op 16 november 2023 om 00:52 uur in beweging is gekomen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit. - Het proces-verbaal van bevindingen, met fotomap als bijlage, d.d. 27 november 2023 (pg. 179-190) , voor zover inhoudende als relaas verbalisant [verbalisant 6] : Op 16 november 2023, omstreeks 00.50 uur werd er een personenauto gestolen vanaf een oprit, behorende tot perceel [adres 4] . Het betrof hier een Toyota Corolla, voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 2] . Naar aanleiding van buurtonderzoek werden mij camerabeelden ter beschikking gesteld van een camera, welke bevestigd is aan perceel [adres 5] . De camera is gemonteerd op perceel [adres 5] en is zodanig gepositioneerd dat deze zicht geeft op de [locatie 3] . Het perceel, van waar de auto gestolen werd, betreft [adres 4] en bevindt zich rechts van de camera en wel op een afstand van circa 160 meter. Het bestand bestaat uit 7 fragmenten. Fragment 1: Aanvang op 16/11/2023 om 00.15.39 uur en eindigend op 00.15.59 uur: Uit de richting van Partij/Wittem komt over de [locatie 3] een auto aangereden en dit voertuig rijdt een kleine parkeerplaats op. welke schuin tegenover [adres 5] is gelegen Fragment 2: Aanvang op 16/11/2023 om 00.16.56 uur en eindigend op 00.17.11 uur: Er stappen twee personen uit de auto. Fragment 3: Aanvang op 16/11/2023 om 00.17.46 uur en eindigend op 00.18.07 uur: De twee personen lopen te voet vanaf hun auto in de richting van [adres 4] . Het betreffen 2 personen, te weten een langere en een ietwat kleinere persoon. De langere persoon zal verder in dit proces-verbaal worden aangeduid als zijnde NN1 en de kleinere als zijnde NN2. Op het moment dat beiden de camera naderen, trekt de kleinere persoon (=NN2) zijn capuchon over zijn hoofd. NN1: Mannelijke persoon, circa 1.80 à 1.85 meter groot, blank uiterlijk, smal tot normaal postuur en heeft zwart, kort haar. De persoon draagt witte sneakers, een zwarte broek en een jas (heupmodel) met capuchon. NN2: Mannelijke persoon, circa 1,70 meter groot, blank uiterlijk, normaal tot licht gezet postuur. Hij draagt een broek, een jas (heupmodel) met capuchon, zwarte sneakers met aan de zijkant een wit logo en witte zolen. Deze persoon heeft een zwarte rugzak op zijn rug. Fragment 6: Aanvang op 16/11/2023 om 00.44.58 uur en eindigend op 00.45.17 uur: NN1 en NN2 komen uit de richting van Partij aangelopen en lopen terug naar de parkeerplaats. Beiden hebben nu een capuchon over hun hoofd. Fragment 7: Aanvang op 16/11/2023 om 00.50.24 uur en eindigend op 00.50.42 uur: Het voertuig waarmee beiden zijn aangekomen, rijdt weg over de [locatie 3] in de richting van Partij. Opmerking verbalisant Op 24 november 2023 werden op de [locatie 1] te Vaals 2 personen aangehouden, genaamd [medeverdachte] en [verdachte] . Ik was betrokken bij de aanhouding van beiden. Ik herkende [medeverdachte] aan de hand van zijn postuur, kleding, haardracht en gezicht direct terug als zijnde NN1. De verdachte [verdachte] is qua postuur en grootte gelijkend op NN2. Verder droeg [verdachte] ten tijde van de aanhouding sneakers, welke qua vorm, kleur en uiterlijk exact gelijkend waren aan de sneakers welke NN2 draagt. - Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 november 2023 (pg. 203-205), voor zover inhoudende als relaas verbalisant [verbalisant 3] : Ik keek naar de beelden waarop het volgende stond: Fragment 1 ( het hof begrijpt: fragment 3 ): 16-11-2023 00:17:46 tot 00:18:07 Fragment 2 ( het hof begrijpt: fragment 6 ): 16-11-2023 00:44:57 tot 00:45:17 Fragment 3 ( het hof begrijpt: fragment 7 ): 16-11-2023 00:50:23 tot 00:50:42 Op deze beelden herkende ik beide mannen als [verdachte] en [medeverdachte] . [verdachte] betreft de kleinere en wat gezettere jongen welke zijn muts opzet, Nike schoenen aanheeft en een rugtas omheeft. Alvorens hij zijn muts opzet zie je zijn gezicht. Hier valt de vorm in combinatie met zijn opgeschoren kapsel op. Hij heeft een 'rond' gezicht. Ik heb recent tijdens mijn surveillance met mijn dienstvoertuig naast hem gereden op de snelweg A76, ter hoogte van Kunderberg. Hij reed toen in zijn eigen Opel Zafira voorzien van Nederlandse kentekenplaten [kenteken 8] . Ik heb toen met mijn zaklamp in de auto geschenen en zag [verdachte] achter het stuur zitten en zag dat [medeverdachte] de bijrijder betrof. Doordat ik de zaklamp gebruikte kon ik goed hun gezichten zien waardoor ik beide gezichten goed herken. - Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 november 2023 (pg. 200-201), voor zover inhoudende als relaas verbalisant [verbalisant 7] : Ik keek naar de beelden waarop het volgende stond: Fragment 1 ( het hof begrijpt: fragment 3 ): 16-11-2023 00:17:46 tot 00:18:07 Fragment 2 ( het hof begrijpt: fragment 6 ): 16-11-2023 00:44:57 tot 00:45:17 Fragment 3 ( het hof begrijpt: fragment 7 ): 16-11-2023 00:50:23 tot 00:50:42 Op deze beelden herkende ik een van de twee mannen als [verdachte] . Dit betreft de jongen welke zijn muts opzet, Nike schoenen aanheeft en een rugtas omheeft. Alvorens hij zijn muts opzet zie je zijn gezicht. Hier valt de vorm in combinatie met zijn opgeschoren kapsel op. Hij heeft een 'rond' gezicht. Ik heb hem recent aangehouden en heb toen lang met hem gesproken. Derhalve herken ik hem. Daarnaast is op fragment 2 ( het hof begrijpt: fragment 6 ) duidelijk te zien dat hij een opvallend loopje heeft. Zijn linkerbeen beweegt iets anders dan zijn rechterbeen. Dit viel mij toen ook op. - Het proces-verbaal aanvullend d.d. 29 november 2023 (pg. 217-218), voor zover inhoudende als relaas verbalisant [verbalisant 8] : Door politieambtenaar [verbalisant 7] werden een tweetal processenverbaal opgemaakt van herkenning van de verdachten [medeverdachte] en [verdachte] . Door genoemde politieambtenaar [verbalisant 7] werden beeldfragmenten bekeken van personen welke betrokken waren bij de mogelijke diefstal van een personenauto van het merk Toyota Corolla. Deze diefstal heeft plaatsgevonden op 16-11-2023 op de locatie [adres 4] . Tijdens een buurtonderzoek werden van de bewoners van perceel [adres 5] beelden van de beveiligingscamera gevorderd. Deze beelden werden aangeleverd en opgeslagen op de lokale en interne, O-schijf, van de politie-eenheid Limburg, voor nader onderzoek. Er werden 7 beeldfragmenten aangeleverd, datum 16-11-2023, starttijd 00:15:42 en eindtijd 00:50:42. Beeldmateriaal: In het kader van waarheidsvinding is hierboven genoemd beeldmateriaal ter beschikking gesteld aan meerdere politieambtenaren van politie-eenheid Limburg. T.a.v. feit 3: - Het proces-verbaal aangifte van diefstal personenauto d.d. 16 november 2023 (pg. 231-235), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde 3] : Ik ben samen met mijn man eigenaar van een Toyota Yaris Cross met kenteken [kenteken 3] . Op 15 november 2023 omstreeks 22.00 uur parkeerde ik de auto op de oprit op [adres 6] . Ik sloot de auto af. Ik hoorde de auto in het slot vallen. Op 16 november 2023 omstreeks 09.00 uur zag ik dat de auto weggenomen was. Zelf heb ik niets gemerkt van de diefstal. T.a.v. feit 4: - Het proces-verbaal aangifte van diefstal personenauto d.d. 23 november 2023 (pg. 237-241), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde 4] : Ik ben eigenaar van de personenauto van het merk Toyota, type RAV4, voorzien van het kenteken [kenteken 4] . Op 22 november 2023, omstreeks 20.45 uur, heb ik de auto geparkeerd zien staan op de openbare weg aan [adres 7] . De auto stond geparkeerd tegenover onze oprit, aan de andere kant van de straat. Ik heb de auto afgesloten door middel van het keyless-systeem. Ik weet zeker dat de auto op slot zat. Ik zag tijdens het afsluiten namelijk de spiegels inklappen. Op 23 november 2023, omstreeks 08.00 uur, zag ik dat de auto niet meer op de hierboven genoemde locatie stond. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit. T.a.v. feit 5: - Het proces-verbaal aangifte van diefstal personenauto d.d. 21 november 2023 (pg. 244-248), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 3] : Ik ben eigenaar van de personenauto van het merk Toyota, type Corolla, voorzien van het kenteken [kenteken 5] . De auto staat in het kentekenregister op naam van mijn bedrijf “ [benadeelde 5] ” Op 20 november 2023, omstreeks 23:00 uur, heb ik de auto geparkeerd op mijn oprit naast de woning aan [adres 8] . Ik heb de auto afgesloten door middel van een afstandsbediening. Ik weet zeker dat de auto op slot zat. Ik zag de spiegels naar binnen draaien. Op 21 november 2023, omstreeks 08:45 uur, zag ik dat de auto niet meer op de hierboven genoemde locatie stond. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit. T.a.v. feit 6: - Het proces-verbaal aangifte van diefstal personenauto d.d. 17 november 2023 (pg. 252-256), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde 6] : Ik ben geen eigenaar, maar de bestuurder van een auto van het merk Toyota, type C-HR, voorzien van het kenteken [kenteken 6] . De auto is in eigendom van [benadeelde 2] . De auto staat in het kentekenregister van de RDW op mijn naam in verband met private lease. Op 17 november 2023, omstreeks 00:15 uur, zag ik de auto nog staan. De auto stond geparkeerd op de oprit van mijn woning aan [adres 9] . Ik heb de auto afgesloten met het keyless entry-systeem. Ik zag dat de spiegels inklapten en zo weet ik zeker dat ik de auto goed had afgesloten. Op 17 november 2023, omstreeks 06:30 uur, zag ik dat mijn auto niet meer op de oprit stond geparkeerd. Mijn overbuurman wonende aan [adres 10] beschikt over een ringdeurbelcamera en daarop is alleen een beweging zichtbaar omstreeks 05:05 uur en 05:30 uur. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit. T.a.v. feit 7: - Het proces-verbaal aangifte van diefstal personenauto d.d. 23 november 2023 (pg. 257-261), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 4] : Ik ben bestuurder van een personenauto, merk Toyota, type RAV4, kenteken [kenteken 7] . De auto is eigendom van leasemaatschappij [benadeelde 7] Op 22 november 2023, omstreeks 21.00 uur, heb ik de auto geparkeerd op de oprit bij onze woning, [adres 11] . Ik heb de auto afgesloten door met de vingers op het slot te duwen. Ik zie dan de spiegels inklappen en weet dan dat de auto goed is afgesloten. Op 23 november 2023, omstreeks 08.00 uur, zag ik dat de auto niet meer op de oprit geparkeerd stond. Zelf heb ik niet iets gemerkt van de diefstal van de auto. T.a.v. feit 1 - 7: - Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2024 (pg. 60-66), voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant [verbalisant 2] : Zakelijk en in essentie weergegeven werden op 24 november 2023 omstreeks 03.00 uur, op de [locatie 1] te Vaals , als verdacht van overtreding van artikel 416 Wetboek van Strafrecht, aangehouden [medeverdachte] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 1974 en [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2000. Nabij de plaats van hun aanhouding werd op de [locatie 2] te Vaals de voornoemde personenauto van het merk Toyota met kenteken [kenteken 1] aangetroffen en op de [locatie 5] te Vaals werd een personenauto, merk Opel Zafira met kenteken [kenteken 8] aangetroffen. Dit kenteken is op naam gesteld van genoemde [verdachte] en kort voor hun aanhouding was door politieambtenaren gezien geworden dat [verdachte] en [medeverdachte] samen in de genoemde Opel Zafira gezeten waren. In de genoemde Opel Zafira, werden bij onderzoek een mobiele telefoon van het merk Apple iPhone 11 en een mobiele telefoon van het merk Apple iPhone 15 aangetroffen, waarvan aannemelijk was dat deze toebehoorden aan [verdachte] en [medeverdachte] . Beide telefoons werden ter waarheidsvinding in beslaggenomen. Door mr. [verbalisant 9] , officier van justitie bij de Rechtbank Limburg werd toestemming gegeven tot het doorzoeken van de in beide mobiele telefoon aanwezige datagegevens. De in de Apple iPhone 11 – gemerkt als beslag goednummer 1657754 – aanwezige datagegevens werden door de afdeling digitale recherche middels forensische hard- en software veiliggesteld en aan mij, [verbalisant 2] , ter beschikking gesteld. Bij onderzoek aan de aanwezige datagegevens zag ik, [verbalisant 2] , dat het volgens de toestelgegevens een Apple Iphone 11 betrof met als MSISDN (=telefoonnummer) [telefoonnummer 1] en als "last user MSISDN" [telefoonnummer 2] . Het toestel had als IMEI-nummers [IMEI-nummer 1] en [IMEI-nummer 2] . De zogeheten Device name luidde "Iphone van [betrokkene 1] " en het zogeheten Apple ID luidde " [betrokkene 1] @icloud.com". Chatberichten : In de map "Chats", waarin de chatberichten van het toestel waren opgeslagen, trof ik een chatsessie aan tussen de gebruiker van het onderzochte toestel met de naam " [betrokkene 1] "( [telefoonnummer 3] .whatsapp.net [betrokkene 1] ) en de gebruiker van een toestel met de naam " [betrokkene 2] " ( [telefoonnummer 4] @s.whatsapp.net [betrokkene 2] ). De sessie start op 21-11-2023 om 07.32.26 uur (UTC+0) en eindigt op 24-11-2023 om 01.11.27 uur (UTC+0) Samengevat blijkt uit het chatgesprek dat beide gebruikers afspreken om samen ergens heen te gaan. Op 24-11-2023 om 01.08.20 uur (UTC+0) vraagt [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] of het veilig op die parking is. [betrokkene 2] moet hem de locatie sturen en opschieten. Op 24-11-2023 om 01.11.27 uur (UTC+0) stuurt [betrokkene 2] een locatie met de GPS coördinaten [coördinaten 1] door. Deze coördinaten blijken te behoren bij de [locatie 1] in Vaals. Met betrekking tot de locatie [locatie 1] in Vaals wordt opgemerkt dat [verdachte] en [medeverdachte] op 24 november 2023 omstreeks 03.00 uur werden aangehouden op de [locatie 1] in Vaals. Bij bevraging in de politiesystemen zag ik dat het telefoonnummer [telefoonnummer 4] van gebruiker " [betrokkene 2] " in deze systemen was opgenomen en ik zag dat dit telefoonnummer "gelabeld" was aan de in deze systemen geregistreerde voormelde [medeverdachte] . Ik trof verder in de map waarin de Chat berichten waren opgeslagen, een berichtsessie aan van de gebruiker van het onderzochte toestel, aangeduid met de naam [telefoonnummer 3] .net [betrokkene 1] . Deze berichtensessie was niet aan een andere gebruiker gericht en het betrof mogelijk een soort "reminder" of "agenda" voor de gebruiker [betrokkene 1] . In de berichtensessie, aanvangend op 13-11-2023 05.24.32 uur (UTC+0) en eindigend op 17-11-2023 02.44.46 uur (UTC+0), waren de onderstaande adressen vermeld: - [adres 12] ; - [adres 13] ; - [adres 7] ; - [adres 11] ; - [adres 2] RAV4 - [adres 14] RAV4. Ik trof verder in de map waarin de Chat berichten waren opgeslagen, een Chatsessie aan tussen de gebruiker van het onderzochte toestel met de naam [telefoonnummer 1] @whatsapp.net [betrokkene 1] en de gebruiker van een toestel aangeduid met de naam [telefoonnummer 5] @whatsapp.net [betrokkene 3] . Deze sessie start op 21-11-2023 om 15.35.19 uur (UTC+1) en eindigt op 24-11-2023 om 11.30.58 uur. (UTC+1) " [betrokkene 3] " stuurt meerdere berichten, zonder dat [betrokkene 1] daarop kennelijk antwoord, althans deze werden niet in de datagegevens aangetroffen. Op 22-11-2023 om 22.25 uur stuurt [betrokkene 3] onder meer het bericht: "Bitte kannst du für mich finden eine gute Corolla cross AWD weiss." Op 22-11-2023 om 22.26 uur stuurt [betrokkene 3] het navolgende bericht: "oder BMW x3/x4 m paket bitte such bis sonntag". Device locations: Ik zag dat in de map Device Locations van het toestel in totaal 40706 locatie1s waren gelogd in de periode van 15-11-2023 om 23.22 uur tot 24-11-2023 om 19.35 uur, waardoor de locatie geschiedenis van het toestel is vast te stellen. Deze toestellogging van een locatie vindt plaats middels GPS (Global Positioning System) en wordt weergegeven door middel van een lengte- en breedtegraad coördinaat in combinatie met een datum- en tijdaanduiding. Door het ingeven van deze coördinaten in, bijvoorbeeld Google Maps, kan worden vastgesteld waar exact het toestel zich op betreffende datum en tijdstip heeft bevonden. Ik zag dat in het toestel coördinaten waren gelogd die overeenkwamen met de locatie, datum en tijd, waar en omstreeks wanneer de beide hierboven genoemde voertuigen van het merk Toyota werden ontvreemd. Ik zag verder dat in het toestel coördinaten waren gelogd die overeenkwamen met de locatie, datum en tijd, waar en omstreeks wanneer nog een vijftal andere personenauto's van het merk Toyota waren weggenomen. 1 Diefstal personenauto, merk Toyota Yaris, kenteken [kenteken 3] : (proces-verbaal van aangifte PL2300-2023181920): Tussen 15 november 2023 om 22.00 uur en 16 november 2023 om 09:00 uur, werd vanaf de oprit van de woning gelegen aan [adres 6] een personenauto, merk Toyota, type Yaris, kenteken [kenteken 3] , ontvreemd. Ik zag dat op 16/11/2023 om 04:09:49 uur tot 16/11/2023 om 04:11:57 uur de coördinaten [coördinaten 2] waren gelogd. Deze komen overeen met de locatie [adres 6] . 2 Diefstal personenauto, merk Toyota Corolla, kenteken [kenteken 2] : (proces-verbaal van aangifte PL2300-2023181931): Tussen 15 november 2023 om 17.30 uur en 16 november 2023 om 10.30 uur, werd vanaf de oprit van de woning gelegen aan [adres 4] , een personenauto, merk Toyota, type Corolla, kenteken [kenteken 2] , ontvreemd. Ik zag dat op 16/11/2023 om 00:50:50 uur de coördinaten [coördinaten 3] waren gelogd. Deze komen overeen met de locatie [adres 15] . 3 Diefstal personenauto, merk Toyota CHR, kenteken [kenteken 6] : (proces-verbaal van aangifte PL2300-2023182468): Tussen 17 november 2023 om 00.15 uur en 17 november 2023 om 06.30 uur, werd vanaf de oprit van de woning gelegen aan [adres 9] , een personenauto, merk Toyota, type CHR, kenteken [kenteken 6] , ontvreemd. Ik zag dat op 17/11/2023 om 05:09:28 uur tot 17/11/2023 om 05:13:07 uur de coördinaten [coördinaten 4] waren gelogd. Deze komen overeen met de locatie [adres 16] . 4 Diefstal personenauto, merk Toyota Corolla, kenteken [kenteken 5] : (proces-verbaal van aangifte PL2300-2023184640): Tussen 20 november 2023 om 23.00 uur en 21 november 2023 om 08.45 uur, werd vanaf de oprit naast de woning gelegen aan [adres 8] , een personenauto, merk Toyota, type Corolla, kenteken [kenteken 5] , ontvreemd. Ik zag dat op 21/11/2023 om 01:45:52 uur de coördinaten [coördinaten 5] waren gelogd. Deze komen overeen met de locatie [adres 8] . 5 Diefstal personenauto, merk Toyota RAV4, kenteken [kenteken 4] : (proces-verbaal van aangifte PL2300-2023185837): Tussen 22 november 2023 om 20.45 uur en 23 november 2023 om 08:00 uur, werd vanaf de oprit van de woning gelegen aan [adres 7] , een personenauto, merk Toyota, type RAV4, kenteken [kenteken 4] , ontvreemd. Ik zag dat op 23/11/2023 om 04:07:49 uur de coördinaten [coördinaten 6] waren gelogd. Deze komen overeen met de locatie [adres 17] . 6 Diefstal personenauto, merk Toyota RAV4, kenteken [kenteken 7] : (proces-verbaal van aangifte PL2300-2023185848): Tussen 22 november 2023 om 21.00 uur en 23 november 2023 om 08.00 uur, werd vanaf de oprit van de woning gelegen aan [adres 11] . gemeente Gulpen, een personenauto, merk Toyota, type RAV4, kenteken [kenteken 7] , ontvreemd. Ik zag dat op 23/11/2023 om 01:35:22 uur de coördinaten [coördinaten 7] waren gelogd. Deze komen overeen met de locatie [adres 11] . 7 Diefstal personenauto, merk Toyota RAV4, kenteken [kenteken 1] : (proces-verbaal van aangifte PL2300-2023186832): Tussen 23 november 2023 om 17.23 uur en 24 november 2023 om 10.00 uur, werd vanaf de oprit van de woning gelegen aan [adres 2] een personenauto, merk Toyota, type RAV4, kenteken [kenteken 1] , ontvreemd. Ik, [verbalisant 2] , zag dat op 24/11/2023 om 01:38:41 uur de coördinaten [coördinaten 8] waren gelogd. Deze komen overeen met de locatie [adres 2] . Contacts: In de map waarin de "Contacts" van de telefoon waren opgeslagen, trof ik meerdere telefoonnummers aan, waaronder het nummer [telefoonnummer 6] met de vermelding " [naam 4] ". Bij bevraging in de politiesystemen zag ik dat dit telefoonnummer hierin was opgenomen en "gelabeld" was aan een in de systemen opgenomen persoon, genaamd [betrokkene 4] , geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 3] 2004 en volgens Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven op het adres [adres 18] . Genoemde [betrokkene 4] bleek volgens de in de systemen opgenomen gegevens, de vriendin c.q. ex-vriendin van [verdachte] te betreffen. Gebruiker onderzochte telefoon: Gebleken is dat de verdachte [verdachte] ingevolge de BRP is Ingeschreven op het adres [adres 19] , terwijl diens vriendin [betrokkene 4] , zoals eerder voormeld, is ingeschreven op het adres [adres 18] in de gemeente Heerlen. In de map Device Locations (locatie geschiedenis) van het toestel waren, zoals eerder vermeld, in een bepaalde periode meerdere locaties gelogd, weergegeven door middel van een lengte- en breedtegraad coördinaat in combinatie met een datum- en tijdaanduiding. *** Ik zag dat op 15/11/2023 om 23.27.50 uur (UTC+1) in het toestel de coördinaten [coördinaten 9] waren gelogd. Deze bleken overeen te komen met de locatie [adres 19] . (opmerking verbalisant: Op 16/11/2023 om 04:09:49 uur tot 16/11/2023 om 04:11:57 uur werden door het toestel coördinaten gelogd, die overeenkwamen met de locatie [adres 6] , alwaar de diefstal van een personenauto had plaatsgevonden) *** Ik zag dat op 17/11/2023 om 05.57.28 uur (UTC+1) in het toestel de coördinaten [coördinaten 10] waren gelogd. Deze bleken overeen te komen met de locatie [adres 19] . (opmerking verbalisant: Op 17/11/2023 om 05:09:28 uur tot 17/11/2023 om 05:13:07 uur werden door het toestel coördinaten gelogd, die overeenkwamen met de locatie [adres 16] , alwaar de diefstal van een personenauto had plaatsgevonden) *** Ik zag dat op 19/11/2023 om 03.25.42 uur (UTC+l) in het toestel de coördinaten [coördinaten 11] waren gelogd. Deze bleken overeen te komen met de locatie [adres 19] . *** Ik zag dat op 21/11/2023 om 03.54.28 uur (UTC+1) in het toestel de coördinaten [coördinaten 12] waren gelogd. Deze bleken overeen te komen met de locatie [adres 19] . (opmerking verbalisant: Op 21/11/2023 om 01:45:52 uur werden door het toestel coördinaten gelogd, die overeenkwamen met de locatie [adres 8] , alwaar de diefstal van een personenauto had plaatsgevonden) *** Ik zag dat op 23/11/2023 om 00.28.49 uur (UTC+l) in het toestel de coördinaten [coördinaten 13] waren gelogd. Deze bleken overeen te komen met de locatie [adres 19] . (opmerking verbalisant: Op 23/11/2023 om 01:35:22 uur werden door het toestel coördinaten gelogd, die overeenkwamen met de locatie [adres 11] , alwaar de diefstal van een personenauto had plaatsgevonden) *** Ik zag dat op 23/11/2023 om 20.05.33 uur (UTC+1) in het toestel de coördinaten [coördinaten 14] waren gelogd. Deze bleken overeen te komen met de locatie [adres 19] . *** Ik zag dat op 16/11/2023 om 06.26.58 uur (UTC+1) in het toestel de coördinaten [coördinaten 15] waren gelogd. Deze bleken overeen te komen met de locatie [adres 18] . (opmerking verbalisant: Op 16/11/2023 om 04:09:49 uur tot 16/11/2023 om 04:11:57 uur werden door het toestel coördinaten gelogd, die overeenkwamen met de locatie [adres 6] , alwaar de diefstal van een personenauto had plaatsgevonden). Resumé: Uit bovenstaande blijkt dat de gebruiker van het onderzochte toestel zich op de betreffende data en tijdstippen heeft bevonden op de adressen [adres 19] en de [adres 18] , alsook op de adressen alwaar diefstallen van personenauto's van het merk Toyota hadden plaatsgevonden. Verder is gebleken dat het onderzochte telefoontoestel op 24 november 2023 werd aangetroffen in het voertuig eigendom van verdachte [verdachte] . Bewijsoverwegingen I Vormverzuim in het voorbereidend onderzoek? De raadsman heeft bepleit dat de gegevens die door de politie zijn verkregen als gevolg van onderzoek aan de telefoon (G1657754) die onder de verdachte inbeslaggenomen is, dienen te worden uitgesloten van het bewijs. De politie had enkel een machtiging verkregen van de officier van justitie en niet van de rechter-commissaris, terwijl dat wel vereist was. Er is sprake van een onherstelbaar vormverzuim. De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat bewijsuitsluiting noodzakelijk wordt geacht als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden en om zodoende te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst zullen plaatsvinden. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat strafvermindering dient te volgen. De politie heeft de locatiegegevens van de verdachte verkregen, daardoor is er een compleet beeld ontstaan van zijn persoonlijke leven. Er is sprake van een inbreuk op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ( hierna: EVRM ). De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering ( hierna: Sv ). De politie heeft destijds gehandeld conform de op dat moment geldende afspraken, welke zijn voortgevloeid uit het Smartphone -arrest. Echter, op het moment dat de politie de telefoon van de verdachte doorzocht bestond reeds de richtlijn van de Europese Unie waaruit blijkt dat de voorafgaande toestemming van een rechter of onafhankelijk bestuursorgaan vereist is. Gelet op het voorgaande is sprake van een onherstelbaar vormverzuim, maar de werkwijze is na de Landeck-jurisprudentie aangepast en de advocaat-generaal acht het zodoende niet nodig om over te gaan tot bewijsuitsluiting als rechtstatelijke waarborg. Primair is de advocaat-generaal van mening dat kan worden volstaan met de constatering van het vormverzuim en subsidiair dient het vormverzuim te leiden tot strafvermindering. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Het Hof van Justitie van de Europese Unie ( hierna: HvJ EU ) heeft geoordeeld dat een onderzoek naar de gegevens die beschikbaar zijn in een elektronische gegevensdrager, zoals een smartphone, valt onder de reikwijdte van de Richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging (EU) 2016/680 ( hierna: de richtlijn ). Hieruit volgt tevens dat voor onderzoek aan een gegevensdrager, waarmee meer dan een beperkte inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer, voorafgaande toestemming van een onafhankelijk bestuursorgaan of van de rechter vereist is. De richtlijn diende uiterlijk op 6 mei 2018 in nationale wetgeving te zijn omgezet. De Hoge Raad heeft daarop bij arrest van 18 maart 2025 zijn rechtspraak over opsporingsonderzoek aan gegevensdragers bijgesteld. Als politie en justitie aan gegevensdragers onderzoek willen verrichten dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zal teweegbrengen, is daarvoor – behalve in spoedeisende gevallen – voortaan een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist, waar voorheen toestemming van de officier van justitie voldoende was. De rechter-commissaris toetst of de inbreuk die door het onderzoek aan de gegevensdrager op de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker wordt gemaakt, gerechtvaardigd is, mede gelet op de ernst van het strafbare feit waarop de verdenking betrekking heeft en het belang van het onderzoek voor de waarheidsvinding. Het onderzoek aan de telefoon van de verdachte dateert van voor het arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025, maar is wel verricht na de uiterste datum waarop de richtlijn omgezet moest zijn in nationale wetgeving. Aldus is het hof van oordeel dat voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris vereist was voor het doen van onderzoek aan de telefoon van de verdachte. Er is sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Gevolg van het vormverzuim Het hof overweegt dat er geen aanleiding bestaat tot het anders sanctioneren van vormverzuimen met betrekking tot het doen van onderzoek aan gegevensdragers, dan normaliter gebruikelijk is bij vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek. Artikel 359a Sv is onverminderd van toepassing. Uitgangspunt bij toepassing van de verschillende in artikel 359a Sv genoemde rechtsgevolgen is dat het rechtsgevolg in verhouding moet staan tot (1) de aard, (2) de ernst en (3) de gevolgen van het vormverzuim (d.w.z. het daardoor teweeggebrachte nadeel). Hierbij is het uitgangspunt dat wordt volstaan met het minst verstrekkende rechtsgevolg. Dit betekent dat bewijsuitsluiting slechts plaatsvindt om een schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM) te voorkomen of onder bijzondere omstandigheden als rechtsstatelijke waarborg bij ernstige schendingen van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel. Het ontbreken van toestemming van de rechter-commissaris voor onderzoek aan een gegevensdrager levert in beginsel geen grond voor bewijsuitsluiting op. Voor toepassing van strafvermindering is vereist dat de verdachte door een voldoende ernstig vormverzuim daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden, dat het vormverzuim concreet de belangen van de verdachte in de strafzaak heeft aangetast en dat strafvermindering vanwege het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim gerechtvaardigd is. Als het vormverzuim bestaat uit het uitoefenen van een opsporingsbevoegdheid zonder machtiging van de rechter-commissaris, kan de rechter bij zijn beslissing over toepassing van artikel 359a Sv meewegen dat de rechter-commissaris hoogstwaarschijnlijk wel een machtiging zou hebben afgegeven als hem dat tijdig zou zijn gevraagd. Dat zegt immers iets over de aard, ernst en gevolgen van het verzuim. Naar het oordeel van het hof is – gelet op het voorgaande – het uitsluiten van het verkregen bewijsmateriaal door het vormverzuim niet noodzakelijk om een schending van het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM te voorkomen. Daarnaast is het hof van oordeel dat het niet noodzakelijk is om het bewijsmateriaal uit te sluiten omwille van een signaal naar de opsporingsautoriteiten, zodat zij in overeenstemming met de voorgeschreven norm gaan handelen. Het hof neemt daarbij in overweging dat ten tijde van het vormverzuim de opsporingsautoriteiten in Nederland nog handelden conform de oude – weliswaar onjuiste – norm en dat de officier van justitie om toestemming is gevraagd. De opsporingsautoriteiten handelden destijds te goeder trouw. Voor zover het hof bekend is, handelen de opsporingsautoriteiten na het Post-Landeck -arrest wel conform de juiste norm en wordt alvorens onderzoek wordt gedaan aan een gegevensdrager de vereiste machtiging van de rechter-commissaris gevraagd. Het hof ziet aldus ook geen aanleiding om over te gaan tot bewijsuitsluiting als rechtstatelijke waarborg. Ten aanzien van eventuele strafvermindering overweegt het hof dat vanuit de zijde van de verdediging niet geconcretiseerd is wat het nadeel is geweest dat de verdachte heeft geleden, anders dan dat er een min of meer compleet beeld verkregen is van het privéleven van de verdachte. Het hof overweegt dat er locatiegegevens van de verdachte zijn verkregen evenals contactgegevens van derden en chatberichten met de medeverdachte en ene “ [betrokkene 3] ”. Echter, deze locatiegegevens, contactgegevens en chatberichten betreffen naar het oordeel van het hof geen gegevens/berichten die naar hun aard uitermate privé zijn, en hebben deels te maken met de gepleegde strafbare feiten of (mogelijk) strafbaar handelen. Het hof is van oordeel dat het in aanmerking te nemen nadeel dat de verdachte heeft geleden, zodoende zeer beperkt is gebleven. Verder neemt het hof in overweging dat de rechter-commissaris hoogstwaarschijnlijk wel een machtiging zou hebben afgegeven voor het gedane onderzoek, gelet op de ernst van de strafbare feiten waarvan de verdachte verdacht en waarvoor hij aangehouden en in verzekering gesteld werd. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat strafvermindering niet aan de orde is en zal worden volstaan met de constatering dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. II Feit 1 Op 24 november 2023 omstreeks 01:05 uur worden de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen in de auto van de verdachte gezien. Vervolgens wordt omstreeks 01:40 uur een Toyota RAV4 met kenteken [kenteken 1] gestolen op het adres [adres 2] . Om 02:00:32 uur passeert de gestolen auto een ANPR-Portaal op de N278 richting Vaals. De eerstvolgende auto die dat portaal passeert (02:01:58 uur) betreft de auto van de verdachte. Rond dat tijdstip zien verbalisanten vermoedelijk een Toyota RAV4 rijden op de N278 in de richting van Vaals, met daarachter de auto van de verdachte. De verdachte wordt wederom als bestuurder herkend, maar dit keer zit hij alleen in de auto. De vermoedelijke Toyota RAV4 rijdt met hoge snelheid weg in de richting van het centrum van Vaals. Daar worden de verdachte en [medeverdachte] kort daarna aangetroffen op de [locatie 1] , op slechts 100 meter afstand van de plaats waar de gestolen Toyota RAV4 met braakschade staat. Een geurspoor leidt de speurhond van de politie vervolgens direct van de gestolen auto naar de verdachte en [medeverdachte] en ook de auto van de verdachte wordt in de omgeving aangetroffen. Aldus zijn de verdachte en [medeverdachte] voor de diefstal samen gezien, de verdachte rijdt kort na de diefstal achter het gestolen voertuig richting Vaals, alwaar hij samen met [medeverdachte] op korte afstand van het gestolen voertuig wordt aangetroffen, terwijl een geurspoor vanaf het gestolen voertuig naar hen leidt. Deze feiten en omstandigheden zijn naar het oordeel van het hof in beginsel redengevend voor het bewijs dat de verdachte en [medeverdachte] de Toyota RAV4 in nauwe en bewuste samenwerking hebben gestolen. De verdachte heeft zijn betrokkenheid bij de diefstal ook toegegeven, maar heeft over zijn rol verder niet willen uitweiden. Hij heeft daarmee geen verklaring afgelegd die de redengevendheid van de bewijsmiddelen ontzenuwt. De omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden kan op zichzelf, mede gelet op het bepaalde in artikel 29, eerste lid, Sv, niet tot het bewijs bijdragen. Dat brengt echter niet mee dat de rechter, indien een verdachte voor een omstandigheid, die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken. Op grond van het voorgaande acht het hof het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Feit 2 Op 16 november 2023, om 00.15 uur, parkeerde een auto op een parkeerplaats tegenover [adres 5] . Uit de auto stapten twee personen die rond 00.17 uur richting [adres 4] liepen. Rond 00.44 uur liepen zij terug naar de parkeerplaats. Om 00.50 uur reed de auto weg in de richting van [adres 4] . Om 00.52 uur, dus slechts twee minuten later, werd vervolgens een Toyota Corolla met kenteken [kenteken 2] gestolen op het adres aan [adres 4] . De twee personen die op de beelden te zien zijn, zijn door verschillende verbalisanten herkend als de verdachte en [medeverdachte] . Hieruit volgt dat de verdachte en [medeverdachte] zich, in de nachtelijke uren, in een gemeente waar zij – voor zover voor het hof kenbaar – niets (legaals) te zoeken hadden, gedurende circa 30 minuten hebben opgehouden in de buurt van een plek waar twee minuten na hun vertrek vanaf de plaats waar zij hun auto hadden geparkeerd, een auto is gestolen. Daarbij komt dat zij gezamenlijk, zoals het hof hiervoor heeft vastgesteld, enkele dagen later ook betrokken zijn geweest bij de diefstal van een auto. Dit alles is in beginsel redengevend voor het bewijs dat de verdachte en [medeverdachte] de Toyota Corolla in nauwe en bewuste samenwerking hebben gestolen. De verdachte heeft geen verklaring gegeven die voornoemde redengevendheid van de bewijsmiddelen ontzenuwt. Het hof wijst ook bij dit feit – onder verwijzing naar de overweging bij feit 1 – op de omstandigheid dat een verdachte die weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf, mede gelet op het bepaalde in artikel 29, eerste lid, Sv, niet tot het bewijs kan bijdragen. Dat brengt echter niet mee dat de rechter, indien een verdachte voor een omstandigheid, die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken. Op grond van het voorgaande acht het hof het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Feiten 3 tot en met 7 Ten aanzien van deze feiten overweegt het hof dat er telkens een aangifte ligt van een gestolen Toyota. Verder is onderzoek gedaan aan de telefoon van de verdachte. Daaruit zijn locatiegegevens van de telefoon van de verdachte naar voren gekomen. Hieruit blijkt dat de telefoon telkens aanwezig is geweest op de coördinaten welke behoren bij het adres waar de Toyota’s zijn gestolen, dan wel bij het adres van de overburen. De aanwezigheid van de telefoon van de verdachte op de coördinaten waar de auto’s zijn ontvreemd vindt ook telkens plaats gedurende de nacht waarin de Toyota’s zijn gestolen. Verder blijkt uit het onderzoek aan de telefoon van de verdachte dat er een berichtsessie was, welke niet gericht was aan een andere gebruiker, maar mogelijk een notitie voor de gebruiker zelf. Daarin zijn enkele adressen vermeld, onder meer de adressen [adres 7] , [adres 11] en [adres 2] . Op deze adressen zijn respectievelijk de onder de feiten 4, 7 en 1 genoemde Toyota’s weggenomen. Het hof wijst ter zake van het gebruik van zogenoemd schakelbewijs op het volgende. Met de gebezigde term ‘schakelbewijs’ pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt. Tevens geldt dat indien voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten was betrokken, de vraag of de redengevendheid van dergelijk – in diverse varianten voorkomend – zogenoemd schakelbewijs begrijpelijk is, dient te worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering. Het hof constateert aan de hand van de bewijsmiddelen dat de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de weggenomen auto’s onder de feiten 1 tot en met 7 op essentiële punten overeenkomsten vertoont. De verdachte maakt immers gebruik van een specifieke handelswijze. In alle zeven zaken is een Toyota gestolen die (dicht) bij huis geparkeerd stond. In het geval van de feiten 1 en 2 is gebleken dat ’s nachts de auto’s zijn gestolen. Onder de feiten 3 tot en met 7 heeft de eigenaar, dan wel gebruiker, ’s avonds de auto bij huis geparkeerd en was deze ’s ochtends weg. Verder zijn alle zeven voertuigen gestolen in de regio Zuid-Limburg in een tijdsbestek van ruim één week. Kortom de gestolen voertuigen zijn telkens van het merk Toyota, zijn deze voertuigen gestolen terwijl deze bij huis geparkeerd stonden, hebben de diefstallen plaatsgevonden in de periode van ruim één week en hebben ze telkens plaatsgevonden in de regio Zuid-Limburg. Het hof ziet hierin een typerende modus operandi die kan worden gebruikt als schakelbewijs om het bewijs per zaak te versterken. Voor zover geen direct bewijsmiddel aanwezig is voor één van de onderdelen van een bewezenverklaarde diefstal, voorziet het schakelbewijs in steunbewijs. Mede gelet op de eerder vastgestelde nachtelijke aanwezigheid van de telefoon van de verdachte bij de huizen waar de auto’s zijn gestolen in de nacht van de diefstallen, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het ook de verdachte is geweest die de auto’s heeft gestolen. Het hof komt wel tot de conclusie dat er buiten het schakelbewijs geen andere aanwijzingen zijn dat de verdachte de diefstallen onder feiten 3 tot en met 7 in vereniging heeft gepleegd, zodat het hof de verdachte zal daarvan partieel zal vrijspreken. Resumerend acht het hof, gelet op het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, op wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. III Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud en het hiervoor overwogene betrekking heeft. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder feit 1 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. Het onder feit 2 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: diefstal door twee of meer verenigde personen. Het onder feit 3, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde wordt (telkens) gekwalificeerd als: diefstal. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Het hof overweegt daartoe in het bijzonder als volgt. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zeven auto’s heeft gestolen, waarvan één auto in vereniging en één auto in vereniging met braak. Met zijn handelen heeft de verdachte blijk gegeven van een gebrek aan respect voor andermans eigendomsrecht. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezenverklaard. Uit het dossier komt naar voren dat een contact van de verdachte onder de naam ‘ [betrokkene 3] ’ berichten stuurt naar de verdachte. Deze berichten lijken op een bestelling van een bepaald type Toyota. Dit duidt erop dat de verdachte op bestelling Toyota’s steelt en daaruit blijkt een bepaalde mate van professionaliteit. Het hof neemt dat mee in strafverzwarende zin. Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 6 juli 2026. Uit dit uittreksel komt naar voren dat de verdachte eerder twee keer onherroepelijk is veroordeeld voor in totaal acht soortgelijke strafbare feiten. Deze eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden om te handelen zoals bewezenverklaard. Verder komt uit voornoemd uittreksel naar voren dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Voorts heeft het hof acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. Het uitgangspunt bij diefstal van een auto (in geparkeerde toestand door middel van braak) is een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden in het geval van veelvuldige recidive voor soortgelijke strafbare feiten. Hoewel niet telkens braak bewezenverklaard is, zoekt het hof wel aansluiting bij dit oriëntatiepunt, maar het hof weegt wel mee dat braak niet telkens bewezen is verklaard. Verder heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is niet verschenen ter terechtzitting in hoger beroep, aangezien hij ziek was. De verdachte heeft middels zijn raadsman laten weten dat hij spijt heeft van wat er gebeurd is. Het voorarrest van de verdachte is geschorst geweest sinds januari 2024, sinds die tijd heeft de verdachte zich aan alle bij de schorsing behorende voorwaarden gehouden. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd omdat daarin de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten – zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd – en de omstandigheid dat de verdachte reeds eerder ter zake soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld, onvoldoende tot uitdrukking komt. Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Met oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Beslag Ten aanzien van de inbeslaggenomen iPhone 15 (1657755) zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-227442-23 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde; verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-312076-23 onder 3 tot en met 7 tenlastegelegde; vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-312076-23 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het in de zaak met parketnummer 03-312076-23 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden ; bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: - iPhone (1657755). Aldus gewezen door: mr. A.R. Hartmann, voorzitter, mr. W.F. Koolen en mr. J.C. Gillesse, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. D.S. Yap, griffier, en op 9 oktober 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Vgl. HvJ EU 4 oktober 2024, zaak C-548/21, ECLI:EU:C:2024:830 (C.G. tegen Bezirkshauptmannschaft Landeck), hierna: HvJ EU Landeck. Vgl. HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:409, NJ 2025/116 m.nt. Reijntjes . Vgl. PHR 24 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:298, randnummer 29. Vgl. HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, NJ 2004/376 m.nt. Buruma, rov. 3.5 en HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, NJ 2021/169 m.nt. Jörg, rov. 2.1.3. Vgl. HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, NJ 2021/169 m.nt. Jörg, rov. 2.4.1-2.4.4. Vgl. HR 9 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:898, RvdW 2026/734 en de bijbehorende conclusie PHR 24 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:298, randnummers 29-30, 35-36. Vgl. HR 1 december, ECLI:NL:HR:2020:1889, NJ 2021/169 m.nt. Jörg, rov. 2.3 en HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475, rov. 6.12.5. Vgl. HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321, NJ 2013/308 m.nt. Keulen, rov. 2.7.5. Vgl. o.a. HR 3 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0733, NJ 1997/584; HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315; HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1323; HR 28 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3022 en HR 16 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1700, rov. 3.2.2. Vgl. HR 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3118, rov. 2.4 en HR 26 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1303, rov. 3.8. Vgl. HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1455, rov. 3.3.1.