Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:8071 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-07-2026 (C/02/446731 FA RK 26-1699)

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Summary

Beslissing op verzoek eenhoofdig gezag aangehouden in afwachting van een raadsonderzoek

Full text

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/446731 FA RK 26-1699 datum uitspraak: 23 juli 2026 beschikking over gezag in de zaak van [de vrouw] , hierna: de vrouw, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. P.F.M. Gulickx te Breda, tegen [de man] , hierna: de man, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. N.A.H. Limbourg te Breda, over de minderjarige: - [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2020 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] . Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd. 1 Het procesverloop 1.1 In het dossier zitten de volgende stukken: - het op 1 april 2026 ontvangen verzoek van de vrouw, met bijlagen; - het op 18 juni 2026 ontvangen verweerschrift van de man, tevens houdende zelfstandigde verzoeken, met bijlagen. 1.2 Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 24 juni 2026. Bij die zitting zijn gekomen partijen met hun advocaten. Tevens was er voor partijen een tolk aanwezig in de Arabische taal ( [tolknummer] ) die slechts beperkt de tijd had. Ook was er een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad. Verder was -met instemming van de aanwezigen- aanwezig de heer [persoon] , een begeleider van de man van [hulpverlening] aan wie, de rechtbank, bijzondere toestemming heeft verleend om de zitting te mogen bijwonen. 2 De feiten 2.1 Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum 1] 2019 te Palestina. Bij beschikking van deze rechtbank van 28 december 2023 is de echtscheiding uitgesproken en deze beschikking is op [datum 2] 2024 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, die daarvoor zijn bedoeld. 2.2 Tijdens het huwelijk van partijen is [minderjarige] op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] in Nederland geboren. 2.3 [minderjarige] heeft haar hoofdverblijf bij de vrouw. 2.4 De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige] . 2.5 Partijen zijn in het kader van de zorg- en opvoedingstaken een ouderschapsplan met elkaar overeengekomen, welk plan aan voormelde echtscheidingsbeschikking is aangehecht als bijlage. 2.5 De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de nationaliteit van de vrouw is onbekend. 3 De verzoeken 3.1 De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat: I. het gezamenlijk gezag van partijen over de [minderjarige] wordt beëindigd en om het verzoek van de vrouw tot eenhoofdig gezag voor alleen de vrouw over [minderjarige] toe te wijzen, alsmede; II. een en ander kosten rechtens; 3.2 De man is het niet eens met het de verzoeken van de vrouw en verzoekt de rechtbank om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Primair I. het verzoek van de vrouw tot de beëindiging van het gezamenlijk gezag af te wijzen; II. de vrouw te veroordelen in de proceskosten. Subsidiair III. een beslissing op het verzoek van de vrouw aan te houden en om de Raad te verzoeken tot het uitvoeren van een onderzoek naar de noodzaak voor de beëindiging van het gezamenlijk oudergezag. 3.3 Op de standpunten van alle betrokkenen wordt, voor zover nodig om het verzoek te beoordelen, hierna ingegaan. 4 De beoordeling Rechtsmacht 4.1. Vanwege het feit dat de vrouw een voor Nederland onbekende nationaliteit heeft maar zij is geboren in Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of de rechtbank internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek. 4.2 De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen aangezien de [minderjarige] ten tijde van de indiening van het verzoek haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is op het verzoek het Nederlands recht van toepassing. Gewijzigde omstandigheden: 4.3. Ten aanzien van de gewijzigde omstandigheden stelt de vrouw dat zij samen met [minderjarige] op een safegroup woont vanwege het agressieve gedrag en de houding van de man, waarbij er zorgen zijn over de veiligheid van [minderjarige] . De man is niet betrokken bij de opvoeding van [minderjarige] en sinds het verblijf bij de safegroup is er geen fysieke omgang meer tussen de man en [minderjarige] . De vrouw voedt [minderjarige] alleen op. De rechtbank oordeelt mede gelet hierop dat de vrouw kan worden ontvangen in haar verzoek. Gezag 4.4. De vrouw stelt dat een wijziging in het gezag in belang van [minderjarige] is. De man is niet in staat om zijn gezag over haar uit te voeren en om met de vrouw in onderling overleg belangrijke beslissingen over [minderjarige] te kunnen nemen. De man maakt zich in de communicatie schuldig aan bedreiging en geweld richting de vrouw. De vrouw heeft inmiddels al meerdere aangiftes tegen de man gedaan. Dit heeft geleid tot een door de officier van justitie opgelegd contact- en straatverbod. De vrouw beschikt over een huurwoning maar verblijft momenteel noodgedwongen samen met [minderjarige] op een safegroup naar aanleiding van het gedrag van de man. De vrouw is niet langer veilig thuis. De man heeft meerdere malen gedreigd, en ook geprobeerd, om de woning binnen te dringen. Na de scheiding was er sprake van mishandeling van de vrouw door de man in het bijzijn van [minderjarige] . De vrouw is benaderd door Veilig Thuis die haar een veilig onderdak heeft geboden. Er wordt voldaan aan het klemcriterium, nu het ontbreekt aan oudercommunicatie en aan samenwerking en nu er ,vanwege de gewelddadige houding van de man, sprake is van een veiligheidsrisico. Er is geen zicht op een verbetering van deze situatie en de vrouw heeft er ook geen vertrouwen in dat dit nog wel kan veranderen. Bovendien kunnen de ouders feitelijk geen gezamenlijke gezagsbeslissingen nemen in verband met het contactverbod. De man werkt de vrouw tegen. Ook bijvoorbeeld bij het aanvragen van een paspoort voor [minderjarige] . De man weigert hieraan mee te werken, waardoor de vrouw ook niet met [minderjarige] op vakantie kan. De vrouw geeft desgevraagd aan dat zij bereid is om mee te werken aan een raadsonderzoek. De vrouw benadrukt hierbij wel dat zi,j conform de regels bij de safegroup, geen direct contact mag hebben met de man en dat dit altijd via de safegroup moet lopen. 4.5. De man stelt dat er niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor het gedane verzoek en hij verzoekt daarom primair om het verzoek af te wijzen en subsidiair om een raadsonderzoek te gelasten. Partijen hebben wel een moeizame relatie met elkaar en kunnen op dit moment inderdaad slechts door de tussenkomst van de hulpverlening met elkaar communiceren maar dit is nog geen reden voor een beëindiging van het ouderlijk gezag van de man, aldus de man. De man blokkeert geenszins belangrijke beslissingen over [minderjarige] en houdt die ook niet tegen. Het is niet in het belang van [minderjarige] dat de positie van de man ondergeschikt wordt gemaakt aan die van de vrouw. De man vreest dat hij bij een toekenning van het verzoek volledig buiten spel zal worden gezet. Het verzoek strekt tot een vergaande, ingrijpende maatregel die op basis van de door de vrouw geschetste omstandigheden niet gerechtvaardigd kan worden. De strafzaak, die ziet op de verdenking van mishandeling van de vrouw, is geseponeerd op grond van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Van de vernieling is de man vrijgesproken door de politierechter. De gedragsaanwijzing die de officier van justitie had opgelegd is op 20 mei 2026 komen te vervallen. De man heeft zich hieraan gehouden en hij heeft nimmer direct contact gezocht met de vrouw. In de kort geding procedure van 7 april 2026 zijn er door partijen afspraken gemaakt over een en ander en deze afspraken zijn vastgelegd in het vonnis van 21 april 2026. De vrouw heeft vervolgens haar vorderingen ingetrokken en op dit moment ligt er verder geen strafrechtelijk- dan wel civielrechtelijk contact- of locatiegebod. De man heeft zich gehouden aan de afspraken en contact tussen partijen vindt enkel plaats door de tussenkomst van de betrokken begeleiders. De man staat open voor hulpverlening. Veilig Thuis heeft de regie overgedragen aan het Sociaal Team [woonplaats] . De man heeft al een intakegesprek gehad voor de inzet van [zorgaanbieder] . Deze instantie zal bemiddelen tussen partijen over de zorg- en opvoeding van [minderjarige] . Inmiddels is er wekelijks sprake van een (video)belcontact tussen de man en [minderjarige] . Wanneer [zorgaanbieder] wordt ingezet, zal er toegewerkt worden naar fysieke (begeleide) omgangsmomenten. Verder is [hulpverlening] als hulpverlening bij de man betrokken. Raadsonderzoek 4.6 Gelet op de overgelegde stukken en gelet op wat er tijdens de zitting is besproken, concludeert de rechtbank dat partijen uiteenlopende standpunten innemen over het voorliggende verzoek tot het wijzigen van het ouderlijk gezag. De rechtbank acht zich op basis van de nu beschikbare informatie onvoldoende geïnformeerd om te kunnen beslissen op het verzoek. De rechtbank zal daarom de Raad, met instemming van partijen, verzoeken om onderzoek te verrichten naar hun situatie en verzoekt de Raad om, naar aanleiding daarvan, te rapporteren en om de rechtbank te adviseren over het voorliggende verzoek over het ouderlijk gezag. Partijen hebben er op zitting toestemming gegeven dat er tijdens het onderzoek gebruik wordt gemaakt van de MASIC-tool. 4.7 De rechtbank verzoekt de Raad om onderzoek te verrichten ter beantwoording van de volgende vraag: - Bestaat er, bij een instandhouding van het gezamenlijk gezag van beide ouders, een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders en is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of is het anderszins in het belang van [minderjarige] te achten om af te wijken van het in de wet neergelegde uitgangspunt dat ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen? Daarnaast verzoekt de rechtbank de Raad -ondanks dat dit niet is verzocht- om in het onderzoek ook mee te nemen welke vorm van contact tussen de man en [minderjarige] het meest tegemoetkomt aan het belang van [minderjarige] en hoe zich dat verhoudt tot het voorliggende verzoek. Gebleken is dat er inmiddels sprake is van een wekelijks (bel)contact tussen de man en [minderjarige] . Dit dient te worden gemonitord en de bevindingen van deze opbouwende contactregeling zijn relevant voor de in deze zaak te nemen beslissing over het gezamenlijk ouderlijk gezag. In dat kader heeft de Raad ook toestemming gekregen van partijen om informatie te delen met de nu al betrokken [zorgaanbieder] in het kader van de contactregeling. 4.8 In afwachting van het rapport en het advies van de Raad, zal de rechtbank de beslissing op het verzoek tot een wijziging gezag PRO FORMA aanhouden voor de duur van zeven maanden. Vervolgens zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld om binnen twee weken (via hun advocaten) hierop te reageren en daarbij het door hen gewenste verdere verloop van deze procedure aan te geven. 5 De beslissing De rechtbank 5.1. verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, om een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de hierboven in rechtsoverweging 4.7. vermelde vraag en daarover te rapporteren en te adviseren, welk rapport uiterlijk op dinsdag 26 januari 2027 PRO FORMA bij de rechtbank dient te worden ingediend, zulks onder de gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de advocaten van partijen; 5.2. stelt de advocaten van partijen vervolgens in de gelegenheid om binnen twee weken na ontvangst ervan te reageren op het rapport en advies van de Raad en om daarbij het door hen gewenste verdere verloop van deze procedure kenbaar te maken; 5.3. houdt de beslissing voor het overige aan. Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026, in tegenwoordigheid van Akkermans-Bruijs, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.