Gerechtshof Den Haag, 09-09-2026 (BK-26/205 tot en met BK-26/208)
Status Not cited by any decision here yet
Judgment
Art. 8:29 Awb. Geheimhoudingsbeslissing. AVG levert geen algemene rechtvaardigingsgrond op voor geheimhouding en heeft geen betrekking op verwerking van gegevens over rechtspersonen. Inspecteur beroept zich wel terecht op privacy van genoemde (rechts)personen. Vermelding van namen, adressen en bedrijfsactiviteiten en koppeling daarvan aan fiscale positie raakt aan persoonlijke levenssfeer of bedrijfsvertrouwelijke sfeer. Verzoek om geheimhouding is gerechtvaardigd.
Full text
GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht enkelvoudige geheimhoudingskamer nummers BK-26/205 tot en met BK-26/208 Beslissing van 9 september 2026 in het geding tussen: Stichting [X] te [Z] , belanghebbende, (gemachtigde: A. de Jager) en de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur, (vertegenwoordiger: […] ) op het geheimhoudingsverzoek van de Inspecteur als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Procesverloop 1.1. Bij drie beschikkingen met dagtekening 26 januari 2024 heeft de Inspecteur de verzoeken van belanghebbende om teruggaaf van omzetbelasting over de eerste drie kwartalen van 2023 afgewezen. Bij beschikking met dagtekening 16 februari 2024 heeft de Inspecteur ook het verzoek van belanghebbende om teruggaaf van omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2023 afgewezen. 1.2. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur de onder 1.1 vermelde beschikkingen gehandhaafd. 1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank). De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.4. De Inspecteur heeft een geheimhoudingsverzoek ingediend met twee bijlagen, die weggelakte delen bevatten. De Inspecteur heeft onder verwijzing naar artikel 8:29 Awb verzocht om de weggelakte delen geheim te houden. De geheimhoudingskamer van de Rechtbank heeft bij beslissing van 21 november 2025 het verzoek om geheimhouding toegewezen. 1.5. De Rechtbank heeft op 5 februari 2026 in de hoofdzaak uitspraak gedaan. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. 1.6. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. De Inspecteur heeft op 21 juli 2026 een verzoek om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 Awb gedaan. 1.7. Belanghebbende is bij bericht van 21 juli 2026 in de gelegenheid gesteld op het verzoek van de Inspecteur te reageren. Belanghebbende heeft niet gereageerd. 1.8. De geheimhoudingskamer heeft besloten het verzoek zonder zitting te behandelen. Oordeel van de geheimhoudingskamer van de Rechtbank 2. De geheimhoudingskamer van de Rechtbank heeft geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Inspecteur als verweerder: “3. Eiseres heeft aan de hand van de uitkomst van een door [naam] opgestelde berekening aftrek van voorbelasting geclaimd. De berekening ziet op alle onroerende zaken die in de [gemeente] als niet-woning zijn aangemerkt. Ter zake van deze groep onroerende zaken is een onderscheid gemaakt tussen gebruikers van de onroerende zaken die volgens [naam] aftrekgerechtigd zijn voor de omzetbelasting en gebruikers die dat volgens de [naam] niet zijn. 4. De stukken waarin delen zijn weggelakt betreffen twee door [naam] verstrekte overzichten van subjectgegevens uit de OZB-administratie van de [gemeente] (de overzichten): - Het eerste overzicht bevat een opsomming van alle onroerende zaken in de [gemeente] die als niet-woningen zijn aangemerkt. Naast kolommen met adresgegevens en bijbehorende postcodes bevatten de weggelakte delen van het overzicht kolommen met een omschrijving van de bestemming van de betreffende niet-woning alsmede kolommen met de namen van de eigenaren en de gebruikers van die zaak. - In het tweede overzicht is een kolom met namen van de gebruikers van de niet-woningen weggelakt. 5. Verweerder wijst op het belang van de privacy van de in de overzichten genoemde (rechts)personen. Daarmee is naar het oordeel van de geheimhoudingskamer een gewichtige reden gegeven die geheimhouding van de weggelakte gegevens rechtvaardigt. De geheimhoudingskamer weegt mee dat de weggelakte delen geen betrekking hebben op eiseres. Het belang van de privacy van de genoemde (rechts)personen is dan ook groter dan het belang dat eiseres heeft bij kennisname van de weggelakte gegevens. 6. Gelet op het voorgaande wijst de geheimhoudingskamer het 8:29-verzoek toe. De geheimhoudingskamer zal de ongeschoonde versie van de overzichten aan verweerder retour sturen.” Overwegingen 3.1. Op grond van artikel 8:29, lid 1, Awb kan de inspecteur, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, weigeren stukken, of gedeelten daarvan, te overleggen (geheimhouding) dan wel deze alleen aan de rechter ter kennis brengen (beperkte kennisneming). Ingevolge artikel 8:29, lid 5, Awb is beperkte kennisneming enkel toegestaan met toestemming van de andere partij. Bij de toepassing van artikel 8:29 Awb dient de grootst mogelijke terughoudendheid te worden betracht. Slechts indien de door de inspecteur aangevoerde redenen aanzienlijk zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming van (delen van) de op de zaak betrekking hebbende stukken, is sprake van gewichtige redenen die de weigering om stukken ongeschoond te verstrekken rechtvaardigen. 3.2. Het onderhavige verzoek heeft betrekking op de bijlagen 4 en 5 daarbij. Bijlage 4 bevat een lijst van de adressen van alle onroerende zaken in de [gemeente] die niet in hoofdzaak tot woning dienen (niet-woningen), waarbij telkens ook een omschrijving van de bestemming, de namen van de eigenaar en de gebruiker, een aanduiding van het bestaan van een aftrekrecht voor de omzetbelasting en eventueel een bedrijfsnaam en nadere aantekeningen over de bestemming van de onroerende zaak. Van deze lijst heeft de Inspecteur alle gegevens zwartgelakt, behalve de aanduiding van het bestaan van een aftrekrecht voor de omzetbelasting en de eventuele aantekeningen over de bestemming van de onroerende zaak. Bijlage 5 bevat een lijst van alle (rechts)personen die op de eerste lijst voorkomen, waarbij voor iedere (rechts)persoon vermeld wordt voor hoeveel onroerende zaken zij wel en niet recht hebben op aftrek van voorbelasting. Van deze lijst zijn alle gegevens zwartgelakt, behalve de vermelde aantallen onroerende zaken. De lijsten zijn samengesteld door de [naam] op basis van de administratie van de [gemeente] . 3.3. Voor de zwartgelakte delen beroept de Inspecteur zich op artikel 8:29 Awb. Hij brengt naar voren dat de lijsten (persoons)gegevens bevatten van (rechts)personen die niet bij de onderhavige hogerberoepszaken betrokken zijn. Het belang bij kennisneming van deze gegevens weegt niet op tegen dat van de privacy van deze (rechts)personen, aldus de Inspecteur. Voorts wijst de Inspecteur erop dat de [naam] hem met een beroep op de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) uitdrukkelijk heeft verzocht deze informatie niet aan belanghebbende te verstrekken. De handelwijze van de [naam] is volgens de Inspecteur ook te volgen zonder deze gegevens te raadplegen. 3.4. Het Hof stelt voorop dat de AVG geen algemene rechtvaardigingsgrond voor geheimhouding oplevert. De Inspecteur is namelijk op grond van artikel 8:42, lid 1, Awb wettelijk verplicht de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechter toe te zenden. Voor zover die toezending een verwerking van persoonsgegevens inhoudt, is die op grond van artikel 6, lid 1, aanhef en letter c, AVG dus rechtmatig omdat ze noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de Inspecteur rust. De AVG heeft overigens ook geen betrekking op de verwerking van gegevens over rechtspersonen. 3.5. De Inspecteur beroept zich naar het oordeel van het Hof wel terecht op de privacy van de in de lijsten genoemde (rechts)personen. De vermelding van hun namen, adressen en bedrijfsactiviteiten en de koppeling daarvan aan hun fiscale positie voor de omzetbelasting raakt aan hun persoonlijke levenssfeer of bedrijfsvertrouwelijke sfeer. Ook volgt het Hof de Inspecteur erin dat de eerbiediging daarvan in dit geval voldoende rechtvaardiging vormt voor geheimhouding van de zwartgelakte gegevens, nu het gaat om onderdelen van de lijsten die voor de behandeling van de zaken in hoger beroep niet van belang zijn. 3.6. De slotsom luidt dat het verzoek om geheimhouding gerechtvaardigd is. Beslissing Het Gerechtshof bepaalt dat de door de Inspecteur verzochte geheimhouding gerechtvaardigd is. Deze beslissing is gedaan door C. Maas, lid van de geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd. De griffier, de voorzitter, L. van den Bogerd C. Maas De beslissing is op 9 september 2026 in het openbaar uitgesproken. Deze beslissing is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: Tegen tussenbeslissingen, zoals die bedoeld in artikel 8:29, lid 3, Awb, stelt de wet geen afzonderlijk, tussentijds beroep in cassatie open. Tegen dergelijke beslissingen kan ingevolge artikel 28, lid 5, AWR slechts worden opgekomen tegelijkertijd met het beroep in cassatie tegen de einduitspraak.