# Rechtbank Den Haag, 04-08-2026 (12258316 RL EXPL 26-11817)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Den Haag
- Identifier: ECLI:NL:RBDHA:2026:30484
- Date: 2026-08-04
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBDHA%3A2026%3A30484
- Canonical: https://overview.legal/posts/603723

## Summary

Informatieverzoek op grond van artikel 195 Rv. Voldaan aan de vier vereisten dus toegewezen.

## Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Den Haag NAV/b Zaak-/rolnr.: 12258316 RL EXPL 26-11817 4 augustus 2026 Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van: de besloten vennootschap WESTLAND INFRA NETBEHEER B.V., gevestigd te Poeldijk, gemeente Westland, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, hierna te noemen: Westland Infra, gemachtigde: mr. F.J. van Velsen, tegen de naamloze vennootschap TVM VERZEKERINGEN N.V., gevestigd en kantoorhoudende te Hoogeveen, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, hierna te noemen: TVM, gemachtigde: mr. B.M. Bosker-de Waal. 1 De procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennis genomen van: de dagvaarding van 22 mei 2026; de incidentele conclusie tot bevel tot het verstrekken van inzage, afschrift dan wel uittreksel op grond van artikel 195 Rv van TVM, met producties (1 tot en met 3); de conclusie van antwoord in het incident. 1.2. Westland Infra heeft de kantonrechter in de conclusie van antwoord in het incident verzocht om een mondelinge behandeling in het incident, zo mogelijk in combinatie met een regiezitting in de hoofdzaak, te bepalen. De kantonrechter acht een mondelinge behandeling in dit stadium van de procedure echter niet nodig. De uitspraak van dit vonnis in het incident is vervolgens bepaald op vandaag. 2 De vordering in de hoofdzaak 2.1. Westland Infra vordert betaling van € 23.068,68, met rente en proceskosten. 2.2. Westland Infra legt aan deze vordering het volgende ten grondslag. Op 26 februari 2025 is geconstateerd dat er op de Sionsdreef in Den Hoorn, nabij nummer 5, schade is ontstaan aan een onderdeel van het elektriciteitsnet van Westland Infra. Op die dag heeft een vrachtwagen met kenteken [kenteken] bij het manoeuvreren over de openbare weg de hoogspanningsruimte met nummer 32197 beschadigd. Westland Infra stelt dat de schade een totaalbedrag van € 21.627,00 (exclusief rente) beloopt. Volgens Westland Infra heeft de bestuurder van deze vrachtwagen gehandeld in strijd met de in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid en is VTM daarom aansprakelijk voor deze schade. 3 De vordering en het verweer in het incident 3.1. TVM vordert om Westland Infra te bevelen om alle stukken te overleggen waaruit de toedracht van de aanrijding en de omvang van de schade blijkt, het gaat in het bijzonder om de volgende stukken: de videobeelden waarop de aanrijding te zien is; het incidentenrapport; foto’s van de beschadigingen waaruit de noodzaak tot herstel blijkt zoals dat herstel is uitgevoerd; de specificaties van de facturen waaruit blijkt welke werkzaamheden aan het elektriciteitshuis zijn verricht en wanneer deze hebben plaatsgevonden. 3.2. TVM legt aan deze vordering het volgende ten grondslag. Om haar verweer over de omvang van de schade en het causaal verband (verder) te kunnen onderbouwen wil TVM overlegging van en inzage in de hierboven in rechtsoverweging 3.1. genoemde stukken. TVM heeft er recht en belang bij om de stukken te ontvangen die in het bezit zijn van Westland Infra en die te maken hebben met de schade. 3.3. Westland Infra concludeert tot afwijzing van de vordering. Op haar verweer wordt hierna – voor zover van belang – ingegaan. 4 De beoordeling Het toetsingskader 4.1. TVM heeft aan haar incidentele vordering artikel 195 Rv ten grondslag gelegd. Op grond van dat artikel kan de kantonrechter naar aanleiding van een verzoek van de partij die daar ingevolge artikel 194 lid 1, eerste volzin, Rv recht op heeft, de wederpartij bevelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt. 4.2. Voor toewijzing van een vordering op grond van artikel 195 Rv moet aan de in de eerste volzin van artikel 194 lid 1 Rv genoemde eisen zijn voldaan. Een partij die gegevens van een ander verlangt moet (a) zelf partij zijn bij een rechtsbetrekking en (b) de verlangde gegevens moeten voldoende bepaalbaar zijn. Ook moet (c) een partij een voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en moet (d) degene van wie inzage wordt verlangd over de verlangde gegevens beschikken. (a) partij bij een rechtsbetrekking 4.3. Het begrip ‘partij bij een rechtsbetrekking’ moet ruim worden opgevat. Onder een rechtsbetrekking worden alle burgerrechtelijke betrekkingen tussen twee of meer partijen verstaan. Hieronder vallen de rechten en plichten van partijen bij een tussen hen gesloten overeenkomst en bij verbintenissen uit de wet. 4.4. Aan deze voorwaarde is voldaan. De rechtsbetrekking tussen partijen bestaat in dit geval uit een verbintenis uit de wet, namelijk onrechtmatige daad. (c) voldoende belang 4.5. Onder het tot 1 januari 2025 geldende artikel 843a Rv (oud) was voor het toewijzen van een inzagevordering een rechtmatig belang vereist. Dit vereiste is vervangen door de eis van ‘voldoende’ belang. Als een partij aannemelijk heeft gemaakt dat zij belang heeft bij het verkrijgen van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens, moet de inzage worden verstrekt. 4.6. Aan deze voorwaarde is voldaan. TVM heeft namelijk aannemelijk gemaakt dat zij voldoende belang heeft bij haar informatieverzoek. TVM heeft in dat verband in voldoende mate toegelicht dat zij, om haar verweer over de omvang van de schade alsmede het causaal verband verder te kunnen onderbouwen, de verlangde gegevens nodig heeft. Bovendien gaat het om informatie waarover TVM niet beschikt, maar Westland Infra (mogelijk) wel. (b) verlangde informatie voldoende bepaald 4.7. Het recht op inzage bestaat alleen van bepaalde gegevens die relevant zijn voor de rechtsbetrekking waarbij de informatieverzoeker partij is. De gegevens waarvan bij incident inzage wordt verzocht moeten in elk geval concreet worden omschreven zodat duidelijk is waarop wordt gedoeld. Van belang is dat de wederpartij weet (of kan weten) welke stukken worden verlangd. 4.8. Ook aan deze voorwaarde is voldaan. TVM heeft de informatie waarvan zij inzage verlangt voldoende concreet omschreven. Westland Infra voert ook niet als verweer aan dat zij niet weet welke stukken TVM van haar verlangt. (d) beschikken over de verlangde gegevens 4.9. Het recht op inzage in de gegevens bestaat tegenover degene die over die gegevens beschikt. Van het beschikken over gegevens is in elk geval sprake als een partij de gegevens waarvan inzage wordt verlangd, fysiek onder zich heeft. Het kan ook zijn dat een partij deze gegevens niet fysiek ter beschikking heeft, maar deze gegevens wel makkelijk van een derde kan verkrijgen. Gelet op de verplichting van een partij bij een rechtsbetrekking om mee te werken aan de opheldering van feiten en aan de oplossing van een geschil moet de zinsnede ‘tegenover degene die daarover beschikt’ zo ruim worden uitgelegd dat de aangesproken partij ook in dat geval gehouden is om de gegevens bij die derde op te vragen. 4.10. Ook aan deze voorwaarde is voldaan. Westland Infra heeft niet weersproken dat zij over de verlangde gegevens beschikt, zodat van haar kan worden verlangd die gegevens aan TVM te verstrekken. Conclusie 4.11. Omdat aan alle voorwaarden voor toewijzing van het informatieverzoek is voldaan, zal de kantonrechter de incidentele vordering van TVM toewijzen. Wat door Westland Infra verder is aangevoerd maakt dat niet anders. Proceskosten 4.12. Westland Infra is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten in het incident van TVM worden begroot op: - salaris gemachtigde € 87,00 (1 punt × € 87,00) - nakosten € 43,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 130,50 Het vervolg in de hoofdzaak 4.13. TVM heeft nog niet gereageerd op de dagvaarding. Dat mag zij nog doen. Daarom wordt de hoofdzaak verwezen naar de hierna bij de beslissing genoemde rolzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord. 4.14. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 5 De beslissing De kantonrechter: in het incident 5.1. veroordeelt Westland Infra om binnen dertig dagen na vandaag aan TVM op kosten van TVM een afschrift te sturen van: de videobeelden waarop de aanrijding te zien is; het incidentenrapport; foto’s van de beschadigingen waaruit de noodzaak tot herstel blijkt zoals dat herstel is uitgevoerd; de specificaties van de facturen waaruit blijkt welke werkzaamheden aan het elektriciteitshuis zijn verricht en wanneer deze hebben plaatsgevonden; 5.2. veroordeelt Westland Infra in de proceskosten van het incident van € 130,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Westland Infra niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.4. wijst af het meer of anders gevorderde; in de hoofdzaak 5.5. verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 30 september 2026 te 11:00 uur voor het nemen van een conclusie van antwoord; 5.6. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Japenga, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 augustus 2026.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/603723 · 2026-10-22
