Rechtbank Amsterdam, 15-10-2026 (C/13/793832 / KG ZA 26-821)
Status Not cited by any decision here yet
Judgment
Decision
De voorzieningenrechter 5.1. weigert de gevraagde voorzieningen, 5.2. veroordeelt Lawbooks in de proceskosten van € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend, 5.3. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2026. Overgenomen uit het leesexemplaar van de dagvaarding. Coll: GR
Verbatim, from the decision of the court. Read it in the text ↓
de vraag of gedaagde er nog steeds misleidende handelspraktijken op nahoudt door in whatsappgroepen met studenten niet duidelijk te maken dat zij een commerciële partij is en door gebruik te maken van nepaccounts waarmee zij de producten en diensten van eiseres zwart maakt, is een nader onderzoek naar de feiten nodig, waarvoor het kort geding zich niet leent
Full text
RECHTBANK Amsterdam Civiel recht, voorzieningenrechter Zaaknummer: C/13/793832 / KG ZA 26-821 NB/EB Vonnis in kort geding van 15 oktober 2026 in de zaak van STUDYBOOKS B.V. , te Zeist, eisende partij bij gelijkluidende dagvaardingen van 21 september 2026, hierna te noemen: Lawbooks, advocaat: mr. R. de Beer, tegen 1 ATHENASTUDIES B.V., te Amsterdam, 2. ATHENADOCS B.V. , te Amsterdam, 3. PALLAS ATHENA GROUP B.V. , te Amsterdam, gedaagde partijen, hierna samen te noemen: Athena, advocaat mr. V.F. den Hollander. 1 De procedure Op de zitting van 1 oktober 2026 heeft Lawbooks de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Athena heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties ingediend en gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die aan het procesdossier zijn toegevoegd. Op de zitting waren aan de zijde van Lawbooks aanwezig [naam 1] (statutair bestuurder) en mr. De Beer. Aan de zijde van Athena waren aanwezig [naam 2] ((indirect) statutair bestuurder van alle drie de vennootschappen) en mr. Den Hollander. Vonnis is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Partijen zijn allebei actief in de commerciële ondersteuning van studenten in het (met name juridisch) hoger onderwijs. Zij bieden onder meer samenvattingen en trainingen aan ter voorbereiding van tentamens en zijn actief aan de Nederlandse universiteiten. Zij maken bij hun marketing allebei gebruik van WhatsAppgroepen die zijn ingericht rondom specifieke universiteiten, opleidingen en jaargangen. 2.2. AthenaStudies werkt(e in het verleden) met zogenoemde ‘ambassadeurs’. In een powerpoint-prestatie uit die tijd is uiteengezet dat het de taak van ambassadeurs is om Athena via sociale media en WhatsApp in een positief daglicht te zetten bij studenten. AthenaStudies traint of trainde haar ambassadeurs door middel van zogenoemde ‘ambagames’, waarin de betrokkenen oefenen in het geloofwaardig, in eigen, studentikoze taal voeren van gesprekken waarin zij producten/diensten van Athena terloops aanprijzen. Een schriftelijke verklaring met deze strekking, die [naam 3] op 2 september 2026 heeft afgelegd over zijn tijd als Athena-ambassadeur in 2021, maakt onderdeel uit van het dossier. 2.3. De Universiteit van Tilburg heeft haar rechtenstudenten op 21 september 2022 de volgende waarschuwing gestuurd: Wij zijn geïnformeerd dat sommige studenten hun mailaccount in Canvas (een door universiteiten gebruikt besloten digitaal onderwijsplatform, vzr.) op een ongepaste manier gebruiken. Er zijn aanwijzingen dat de commerciële instelling Athena Studies reclame maakt en studenten benadert voor studieondersteuning via het Canvas-netwerk van TiU. Het is ten strengste verboden voor studenten om gebruik te maken van hun Canvas account om reclame te maken voor Athena Studies of andere commerciële partijen! Mocht je dit soort activiteiten op (jouw) Canvas signaleren, meld dit dan zo snel mogelijk (…). Zodra dit gebeurt, moeten we je mailaccount in CANVAS sluiten en verdere acties ondernemen. (…)” 2.4. Op 18 juli 2024 heeft de Reclame Code Commissie (RCC) AthenaStudies op de vingers getikt voor haar marketing via WhatsApp-groepen, omdat – kort gezegd – AthenaStudies zich daarin op bedrieglijke wijze voordeed als consument en ten onrechte de suggestie wekte dat er een officiële relatie bestond tussen adverteerder en de betreffende universiteit. De RCC heeft het AthenaStudies aanbevolen om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. 3 Het geschil 3.1. Lawbooks vordert: I. gedaagden te bevelen om binnen 24 uur na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis iedere jegens Lawbooks onrechtmatige gedraging te staken en gestaakt te houden, in het bijzonder: (i) het doen of laten doen van verhulde commercieel ingegeven (misleidende) uitingen, waaronder in ieder geval verstaan wordt, a. het uitvoeren, of het instrueren van werknemers of opdrachtnemers tot het uitvoeren, van gecoördineerde rollenspellen in WhatsApp-groepen en andere commerciële kanalen; b. het anderszins uitvoeren, of het instrueren van werknemers of opdrachtnemers tot het uitvoeren, van niet als zodanig herkenbare commercieel ingegeven uitingen in WhatsApp-groepen en andere commerciële kanalen; c. het benaderen, of het instrueren van werknemers of opdrachtnemers tot het benaderen, van studenten met uitnodiging naar een WhatsApp-groep of ander commercieel kanaal, zonder dat hierbij kenbaar wordt gemaakt dat Athena achter deze groep en/of benadering zit; (ii) het hanteren of laten hanteren van gefingeerde studentenprofielen in de marketingmethode van Athena; (iii) het doen of laten doen van commerciële uitingen over Lawbooks, haar onderneming, producten, diensten, prijzen, kwaliteit, betrouwbaarheid, of bedrijfsvoering die kwalificeren als ongeoorloofde (vergelijkende) reclame, ofwel omdat zij misleidend zijn, schade aan de goede naam van Lawbooks toebrengen of een kleinerende uitlating betreffen; II. gedaagden te bevelen om binnen 48 uur na betekening van het vonnis alle door hen beheerste of redelijkerwijs door hen te verwijderen online uitingen die in strijd zijn met het onder I gegeven bevel, nadat zij zijn gekopieerd of anderszins bewaard ten behoeve van het exhibitiebevel onder IV, te verwijderen en verwijderd te houden, waaronder begrepen dergelijke uitingen in door Athena beheerde WhatsApp-groepen, sociale-media-accounts, websites en andere digitale communicatiekanalen; III. gedaagden te gebieden om binnen 48 uur na betekening van het vonnis in alle hierna nader gepreciseerde bestaande door gedaagden georganiseerde en gebruikte communicatiekanalen een rectificatie te publiceren, waar mogelijk bovenaan en vastgemaakt (pinned), gedurende drie maanden, zonder toevoegingen, commentaar of andere uitingen die aan het doel of de strekking daarvan afbreuk doen, of enigerlei handelwijze die het effect van deze rectificatie ondermijnt, met de navolgende inhoud (uitgesplitst naar communicatiekanaal): WhatsApp-groepen gericht op studenten (consumenten) In alle WhatsApp-groepen gericht op studenten waarin zij zich heeft bediend van de in deze dagvaarding omschreven gewraakte handelwijzen, waarbij Athena een telefoonnummer aan de betreffende groep toevoegt met gebruikersnaam “AthenaStudies”, die enkel het volgende vastgemaakte (pinned) bericht plaatst: “RECTIFICATIE. De rechter heeft ons bevolen om jullie in deze appgroep te informeren dat wij, van Athena ([aan te vullen met de relevante Athena-entiteit(en)]), deze appgroep hebben opgezet en in deze appgroep gebruik hebben gemaakt van nepaccounts en gescripte dialogen. We hebben ons voorgedaan als verschillende ‘studenten’ die zogenaamd objectieve en positieve ervaringen met Athena uitwisselden, en zogenaamd slechte ervaringen met concurrenten zoals Lawbooks uitwisselden. Dat deden wij of lieten wij doen met gebruik van de volgende telefoonnummers: [aan te vullen]. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat dit misleidend is en onrechtmatig jegens Lawbooks.” althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen tekst, op een door de voorzieningenrechter te bepalen wijze, Aan alle individuele leden uit die betreffende groepen een afzonderlijk en persoonlijk bericht wordt gestuurd: “Je hebt deelgenomen aan de WhatsApp-groep [aan te vullen]. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft ons bevolen om jou persoonlijk te informeren dat wij, van Athena ([aan te vullen met de relevante Athena-entiteit(en)]), deze appgroep hebben opgezet en in deze appgroep gebruik hebben gemaakt van nepaccounts en gescripte dialogen. We hebben ons voorgedaan als verschillende ‘studenten’ die zogenaamd objectieve en positieve ervaringen met Athena uitwisselden, en zogenaamd slechte ervaringen met concurrenten zoals Lawbooks uitwisselden. Dat deden wij of lieten wij doen met gebruik van de volgende telefoonnummers: [aan te vullen]. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat dit misleidend is en onrechtmatig jegens Lawbooks.” althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen tekst, op een door de voorzieningenrechter te bepalen wijze, WhatsApp-groepen gericht op werknemers en opdrachtnemers (ambassadeurs) In alle WhatsApp-groepen gericht op werknemers en opdrachtnemers: “RECTIFICATIE. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft ons bevolen om alle leden in deze appgroep te informeren dat het uitvoeren van verhuld gescripte dialogen door werknemers, student-ambassadeurs, al dan niet met gebruik van gefingeerde studentenaccounts misleidend en onrechtmatig is. Wij, van Athena, zijn bevolen jullie te instrueren hier direct mee te stoppen.” althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen tekst, op een door de voorzieningenrechter te bepalen wijze, Websites van de verschillende Athena-entiteiten Bovenaan, gedurende drie maanden, duidelijk en volledig leesbaar, zonder toevoegingen, op de homepagina’s van de websites van gedaagden: “De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van [datum] geoordeeld dat [aan te vullen met de betreffende Athena-entiteit] jegens Lawbooks onrechtmatig heeft gehandeld door op misleidende en ongeoorloofde wijze in door Athena beheerde Whats-App-groepen verhuld reclame te maken voor Athena, door het plaatsen van nep-testimonials en door het coördineren van gescripte gesprekken, en daarbij gebruik te maken van niet als zodanig herkenbare opdrachtnemers of nepaccounts die zich voordeden als onafhankelijke studenten, en bovendien door verzonnen negatieve ervaringen met Lawbooks op deze wijze te verspreiden. De voorzieningenrechter heeft [aan te vullen met de betreffende Athena-entiteit] bevolen deze gedragingen te staken en gestaakt te houden. [De betreffende Athena-entiteit]” althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen tekst, op een door de voorzieningenrechter te bepalen wijze, Ten aanzien van alle rectificaties gedaagden te bevelen aan Lawbooks (per adres van haar behandelend advocaat) onverwijld afschriften van alle rectificaties te verzenden; IV. Gedaagden te bevelen aan Lawbooks (door digitale toezending aan haar behandelend advocaat) om binnen zeven (7) dagen na betekening van het in dit kort geding te wijzen vonnis, goed leesbare en waar mogelijk in oorspronkelijk elektronisch en doorzoekbaar formaat vervaardigde afschriften te verstrekken van de volgende gegevens: (a) alle gegevens, waaronder in ieder geval begrepen, WhatsApp-groepsexports, groepsinformatie, deelnemers- en beheerdersgegevens en interne overzichten betreffende WhatsApp-groepen voor rechtenstudenten aan Nederlandse universiteiten waarin vanaf 1 januari 2021 door of ten behoeve van gedaagden één of meer van de in het lichaam van deze dagvaarding omschreven Ambagames, verhulde commerciële uitingen, nep-testimonials of negatieve uitingen over Lawbooks zijn geplaatst of uitgevoerd; (b) alle gegevens, waaronder in ieder geval begrepen, accountlijsten, nummerlijsten, registraties, WhatsApp-profielgegevens, interne correspondentie en overige administratieve gegevens waaruit blijkt welke telefoonnummers en profielen vanaf 1 januari 2021 door of ten behoeve van gedaagden in de onder (a) bedoelde groepen zijn gebruikt als door of ten behoeve van gedaagden in de onder (a) bedoelde groepen zijn gebruikt als niet als zodanig herkenbaar Athena-account, geïnstrueerd student-opdrachtnemer, gefingeerd studentenprofiel of aanvalaccount; (c) alle gegevens, waaronder in ieder geval begrepen, WhatsApp-chatexports of andere opgeslagen gegevens waarin de berichten zijn opgenomen die vanaf 1 januari 2021 met de onder (b) bedoelde accounts in de onder (a) bedoelde WhatsApp-groepen zijn geplaatst (d) alle gegevens, waaronder in ieder geval begrepen, scripts, draaiboeken, PowerPoint-presentaties, instructies, opdrachten en interne berichten waarin vanaf 1 januari 2021 Ambagames of andere vooraf afgestemde of gecoördineerde gesprekken voor Whats-Ambagames of andere vooraf afgestemde of gecoördineerde gesprekken voor WhatsApp-groepen van rechtenstudenten zijn voorbereid, verdeeld, opgedragen of geëvalueerd; (e) alle gegevens, waaronder in ieder geval begrepen, WhatsApp-chatexports of andere opgeslagen chatgegevens van interne groepen waarin werknemers, opdrachtnemers of ambassadeurs van gedaagden vanaf 1 januari 2021 zijn geïnstrueerd of aangestuurd om in WhatsApp-groepen voor rechtenstudenten Ambagames, nep-testimonials, verhulde commerciële uitingen of negatieve uitingen over Lawbooks te plaatsen; (f) alle gegevens, waaronder in ieder geval begrepen, arbeidsovereenkomsten, opdrachtovereenkomsten, ambassadeursovereenkomsten, accountregistraties, nummerregistraties, interne toewijzingen, correspondentie en overige administratieve gegevens waaruit blijkt welke werknemer, opdrachtnemer, ambassadeur of andere voor gedaagden handelende persoon gebruik heeft gemaakt van, verantwoordelijk was voor of de beschikking had over de onder (b) bedoelde telefoonnummers en accounts; waarbij gedaagden persoonsgegevens van studenten die geen betrekking hebben op de in deze procedure omschreven handelwijzen mogen anonimiseren of onleesbaar maken, met dien verstande dat niet mogen worden weggelakt de gegevens die noodzakelijk zijn om de identiteit van de hiervoor bedoelde accounts, de betrokken WhatsApp-groep, het tijdstip en de context van de relevante communicatie en de betrokkenheid van gedaagden of voor hen handelende personen daarbij vast te stellen; althans gedaagden te bevelen inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken van zodanige bestaande gegevens en op zodanige wijze als de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht. V. te bepalen dat gedaagden voor iedere overtreding van de onder I tot en met IV uitgesproken geboden en verboden een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeuren van € 10.000 per overtreding, alsmede € 2.500 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de betreffende overtreding voortduurt, met een maximum van € 500.000, althans zodanige bedragen en zodanig maximum als de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht; VI. gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten en, indien gedaagden deze kosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis hebben voldaan, met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het verstrijken van die termijn tot aan de dag der algehele voldoening. 3.2. Kort gezegd komt het erop neer dat Lawbooks vordert Athena te verbieden nog langer gebruik te maken van misleidende handelspraktijken en haar te gebieden (i) alle misleidende uitingen die zij heeft gedaan, te verwijderen, (ii) rectificaties te plaatsen waarin zij duidelijk maakt dat zij door de voorzieningenrechter is teruggefloten en (iii) gegevens te verstrekken waaruit de omvang van de misleidende handelspraktijken blijkt, alles op straffe van dwangsommen en met veroordeling van Athena in de proceskosten. 3.3. Aan haar vordering legt Lawbooks ten grondslag, kort gezegd, dat Athena na de uitspraak van de RCC niet alleen is doorgegaan met haar misleidende handelspraktijken, maar daar nog een schepje bovenop heeft gedaan door in de chatgroepen gebruik te maken van nepprofielen die zich negatief uitlaten over producten/diensten van Lawbooks, door haar “aanvalsprofielen” genoemd. Lawbooks heeft screenprints overgelegd van verschillende groepschats uit het huidige studiejaar waarin volgens haar door verschillende, deels nepaccounts “toneelstukjes” zijn opgevoerd waarbij terloops producten/diensten van Athena onder de aandacht worden gebracht. Dat Athena daarachter zit, leidt Lawbooks af uit het feit dat de profielen actief zijn aan meerdere universiteiten, van internet geplukte foto’s als profielfoto hebben, telefoonnummers uit dezelfde series hebben (bijvoorbeeld beginnend met 06-51 dan wel 06-13) en dat de sommige van de teksten die door deze profielen zijn geplaatst overeenkomsten met elkaar vertonen. 3.4. Athena voert verweer, dat samengevat op het volgende neerkomt. Athena erkent dat zij in het verleden de mist is ingegaan, maar stelt dat zij haar werkwijze sinds de uitspraak van de RCC heeft aangepast en aan studenten duidelijk maakt dat zij een commerciële partij is. Zij betwist dat de uitlatingen waarop Lawbooks zich beroept, zijn gedaan in haar opdracht of aan haar zijn toe te rekenen. Voor zover [naam 4] (een medewerker die regelmatig voorkomt in de door Lawbooks overgelegde chats) in het verleden vanuit een privé- of werknummer heeft gereageerd op vragen van studenten en daardoor mogelijk onduidelijkheid heeft bestaan over de hoedanigheid waarin zij reageerde, is zij daarop aangesproken. Sinds die mogelijkheid bestaat, gebruikt zij de ‘lid-tag’ “Unihulp – Athena” wanneer ze namens Athena actief is. Het ambassadeurschap waarover [naam 3] heeft verklaard, dateert van vóór de uitspraak van de RCC. Hij is bovendien partijgetuige, want werkte de afgelopen twee jaar als freelancer voor Lawbooks. Athena stelt dat de overige accounts waarop Lawbooks zich beroept, haar onbekend zijn. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna ingegaan, voor zover van belang. ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De vorderingen van Lawbooks zijn in kort geding toewijsbaar als voorshands aannemelijk is dat de bodemrechter ze zal toewijzen en als niet van Lawbooks kan worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. 4.2. Lawbooks beroept zich op de bepalingen over oneerlijke handelspraktijken (artikelen 6:193 a tot en met j van het Burgerlijk Wetboek (BW)) en op de algemene onrechtmatige daadbepaling van artikel 6:162 BW. Voor een succesvol beroep op deze bepalingen is vereist dat Lawbooks schade ondervindt van de gestelde praktijken. Dat is de eerste hobbel die Lawbooks moet nemen. Zij slaagt daarin niet. Lawbooks stelt wel dat zij aanzienlijke schade lijdt door het handelen dat zij Athena verwijt, maar heeft geen gegevens overgelegd waaruit dat blijkt. Op een vraag van de voorzieningenrechter naar deze schade antwoordde zij dat het gedrag van Athena schadelijk was voor de studenten die kennisnemen van de uitingen van Athena, maar bij voorkoming van die schade heeft Lawbooks niet zonder meer belang. 4.3. De tweede hobbel is de toerekenbaarheid van de gestelde handelspraktijken aan Athena. De stellingen van Lawbooks berusten op een mix van ervaringen uit het verleden en aannames over de huidige werkwijze van Athena. Harde gegevens waaruit blijkt dat Athena haar opdrachtnemers vraagt in de chats te verhullen dat zij voor haar werken, of dat zij achter de “aanvalsprofielen” zit, ontbreken, zoals Athena terecht heeft aangevoerd. 4.4. Het zou wel kunnen dat Athena is doorgegaan met misleidende praktijken. Uit de door Lawbooks overgelegde chats blijkt dat dezelfde, volgens haar verdachte accounts deelnemen aan chats aan verschillende universiteiten. Je kunt je afvragen of het wel logisch is dat (met name) eerstejaars studenten ook op zoek gaan naar gratis hulp en kortingscodes bij andere universiteiten, zoals Athena stelt. De accounts die Lawbooks benoemt als verdacht, hebben verder allemaal van internet geplukte foto’s als profielfoto. Het kan toeval zijn dat alle personen met die accounts hun eigen gezicht niet als profielfoto willen, maar ook niet. Opvallend is in ieder geval wel dat de volgens Lawbooks verdachte accounts op enig moment van naam zijn veranderd (bijvoorbeeld van “[naam 5]” naar “[naam 6]” en van “[naam 7]” naar “[naam 8]”) en telefoonnummers uit dezelfde series hebben. Volgens Athena kan dat laatste worden verklaard doordat nummers kunnen zijn uitgegeven aan familieleden of studenten uit hetzelfde huis, maar dat ligt minder voor de hand, omdat de series bestaan uit tot tien nummers, veel meer dan een gemiddeld gezin, en omdat studenten veelal een mobiele telefoon hebben voordat zij gaan studeren. De gelijkenis in berichten die zich volgens Lawbooks voordoet, is weer veel minder sprekend. Zij noemt alleen het volgende voorbeeld van twee berichten aan eerstejaars rechtenstudenten: [naam 4] (Athena): “Holaa, [naam 4] hier! Ik zag dat je aankomend (eerstejaars) rechtenstudent bent. We hebben een groep gemaakt waar we aankomende alvast de samenvatting van week 1 in zullen delen en waar verder o.a. werkgroepantwoorden, tips en hulp in komen te staan. (…)” [naam 9] (onbekend): “Heeyy! Ik zag dat je aankomend (eerstejaars) rechtenstudent bent. We hebben een groep gemaakt waar o.a. gratis samenvattingen, werkgroepantwoorden, tips en hulp in komen te staan. (…)” De gelijkenis in dit ene bericht is echter onvoldoende om te concluderen dat [naam 9] dus ook wel voor Athena zal werken. 4.5. Al met al vergt het antwoord op de vraag of de uitlatingen waarop Lawbooks zich beroept aan Athena kunnen worden toegerekend een nader onderzoek naar de feiten, waarvoor in kort geding geen ruimte bestaat. Voor het treffen van de gevraagde voorzieningen, met daaraan forse dwangsommen verbonden, biedt het overgelegde materiaal onvoldoende basis. 4.6. Daar komt nog bij dat Lawbooks ook niet duidelijk maakt welke voorziening moet worden opgelegd aan welke vennootschap. Zij gooit gedaagden op één hoop, terwijl in ieder geval vast staat dat PallasAthena Group een holding zonder personeel is. 4.7. Lawbooks wil de gevraagde gegevens ontvangen om te kunnen controleren of het op te leggen verbod wordt nageleefd en om te kunnen bepalen binnen welke kanalen de gevolgen van de onrechtmatige handelspraktijken moeten worden gerectificeerd. Er zal echter geen verbod worden opgelegd en er hoeven ook geen rectificaties te worden geplaatst. 4.8. De slotsom is dat alle gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd. 4.9. Lawbooks is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Athena worden begroot op: - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 1.177,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.101,00 5 De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. weigert de gevraagde voorzieningen, 5.2. veroordeelt Lawbooks in de proceskosten van € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend, 5.3. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2026. Overgenomen uit het leesexemplaar van de dagvaarding. Coll: GR