Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:10152 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 15-09-2026 (13-094619-26)

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Summary

Overlevering. EAB uit Frankrijk. Einduitspraak na tussenuitspraak incl. aanhouding artikel 11 lid 2 OLW (ECLI:NL:RBAMS:2026:8372). Geen wijziging van omstandigheden m.b.t. detentieomstandigheden. De rechtbank geeft geen gevolg aan het EAB en de officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-094619-26 Datum uitspraak: 15 september 2026 UITSPRAAK op de vordering van 4 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 25 maart 2026 door de Procureur de la République près le Tribunal Judiciaire de Lille (Openbaar aanklager bij de Justitiële rechtbank te Lille), Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] (voormalig Sovjet-Unie), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting van 10 juni 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 10 juni 2026, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R.H. Lagerweij, advocaat in Hoofddorp. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. Tussenuitspraak van 24 juni 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank onder overweging 7 van die uitspraak geformuleerde vraag omtrent de detentieomstandigheden aan de Franse autoriteiten te stellen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd en gelijktijdig de (geschorste) gevangenhouding verlengd met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Zitting 30 juli 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw. Tussenuitspraak van 13 augustus 2026 In de tussenuitspraak van 13 augustus 2026 heeft de rechtbank geoordeeld dat voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar bestaat van schending van zijn grondrechten wegens de detentieomstandigheden in de detentie-instelling in Lille-Annoeullin of Lille-Sequedin , als de overlevering zou worden toegestaan. Het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd aangehouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW om bij de volgende zitting na te gaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vierde lid sub c, OLW met zestig dagen verlengd en gelijktijdig de (geschorste) gevangenhouding verlengd met zestig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Zitting 15 september 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. G.J.A.M. Rasker, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en direct uitspraak gedaan. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Tussenuitspraak van 24 juni 2026 In de tussenuitspraak van 24 juni 2026 heeft de rechtbank reeds geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (overweging 3), de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW (overweging 4), de strafbaarheid van het feit (overweging 5) en de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (overweging 6). Deze overwegingen moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd. 4 Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden Inleiding De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar overweging 7 van de tussenuitspraak van 24 juni 2026 en overweging 4 van de tussenuitspraak van 23 augustus 2026. Deze overwegingen moet hier eveneens als herhaald en ingelast worden beschouwd. De rechtbank moet op dit moment beslissen of een wijziging in de omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 19 augustus 2026 concrete vragen aan de Franse autoriteiten gesteld over de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon na een eventuele overlevering. Bij e-mail van 24 augustus 2026 is namens de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende informatie verstrekt: “I have taken note of your additional requests. However, I am unable to provide you with any further information. The letter of assurance that was sent is as precise as possible regarding detention conditions, particularly with regard to the calculations for cell sizes and sanitary facilities. This letter was drafted in consultation with the Ministry (the Office of International Mutual Legal Assistance responsible for extraditions) and the Prison Administration Directorate.” Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De aanvullende informatie neemt het vastgestelde individuele gevaar voor de opgeëiste persoon niet weg. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat met de door de Franse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie van 24 augustus 2026 het vastgestelde algemene gevaar niet is weggenomen voor de opgeëiste persoon. De Franse autoriteiten hebben slechts meegedeeld dat zij geen nadere informatie kunnen verstrekken. Van een wijziging in de omstandigheden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 11, tweede lid, OLW is geen sprake. De rechtbank zal daarom geen gevolg geven aan het EAB, gelet op het bepaalde in artikel 11, eerste lid, OLW en zal op grond van artikel 11, vierde lid, juncto artikel 28, derde lid, OLW de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Daarmee is de overleveringsprocedure beëindigd. 5 Beslissing GEEFT met toepassing van artikel 11, eerste lid, OLW geen gevolg aan het EAB; VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB; HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter, mrs. E. van den Brink en L. Baroud, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 september 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ECLI:NL:RBAMS:2026:6494. ECLI:NL:RBAMS:2026:8372.