Rechtbank Rotterdam, 16-10-2026 (12140073 CV EXPL 26-6853)
Status Not cited by any decision here yet
Judgment
Grondroerderszaak. Incident tot inzage ogv artikel 194 Rv. Vordering pas op de zitting ingetrokken, eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Full text
RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 12140073 CV EXPL 26-6853 datum uitspraak: 16 oktober 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eiseres in de hoofdzaak en in het incident, gemachtigde: mr. F.J. van Velsen, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident, gemachtigde: mr. S. de Wit. De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘de gemeente’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: - de dagvaarding van 17 februari 2026, met bijlagen; - de conclusie in het incident van [eiser] , met bijlagen; - het antwoord in het incident, met bijlagen; - de aanvullende bijlage van de gemeente; - de akte met aanvullende bijlagen van [eiser] . 1.2. Op 7 oktober 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig namens [eiser] mr. A.E. Hezius, mevrouw [persoon A] (schadeopnemer) en mevrouw [persoon B] en namens de gemeente mr. M.M. de Jonge-Wolff en de heer [persoon C] . 2 De hoofdzaak 2.1. [eiser] stelt in de hoofdzaak dat op 5 juni 2025 is geconstateerd dat in Ruigoord, Rotterdam ter hoogte van nummer [nummer X] - [nummer K] schade is ontstaan aan een onderdeel van het ondergrondse drinkwaternet en dat deze schade is veroorzaakt door grondroerende werkzaamheden die zijn uitgevoerd door de gemeente. [eiser] stelt dat de gemeente aansprakelijk is voor deze schade, omdat de gemeente bij haar werkzaamheden de zorgplichten die voortvloeien uit de CROW 500-richtlijn (hierna: ‘de Richtlijn’) heeft geschonden. [eiser] vordert schadevergoeding van € 10.241,49 met wettelijke rente en kosten ter vaststelling en verhaal van de schade van € 800. De gemeente heeft nog geen verweer gevoerd in de hoofdzaak. 3 Het incident – inzage in informatie 3.1. [eiser] heeft na het uitbrengen van de dagvaarding bij conclusie in het incident gevorderd dat de gemeente inzage geeft in onder meer informatie in het kader van de Richtlijn. Daarbij heeft [eiser] verzocht om een mondelinge behandeling te bepalen in het incident. De gemeente heeft verweer gevoerd tegen de vordering tot inzage en heeft aangegeven dat een zitting wat haar betreft niet nodig is. Gezien het verzoek van [eiser] heeft de kantonrechter een zitting bepaald. Op de zitting heeft [eiser] de vordering tot inzage ingetrokken. Wel vordert [eiser] nog dat de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De gemeente is het hier niet mee eens. Zij stelt dat het incident en de zitting niet nodig waren en vindt dat de proceskosten voor rekening van [eiser] moeten komen. 4 De beoordeling De proceskosten in het incident 4.1. Omdat [eiser] de vordering tot inzage heeft ingetrokken, gaat het in dit incident alleen nog om de vraag voor rekening van welke partij de proceskosten moeten komen. De kantonrechter is van oordeel dat de proceskosten voor rekening van [eiser] moeten komen. De kantonrechter overweegt daartoe allereerst dat op grond van artikel 194 Rv ook een buitengerechtelijk inzageverzoek kan worden gedaan en dat de gemeente heeft aangegeven dat zij zo’n verzoek in behandeling zou hebben genomen. Als [eiser] deze route had gevolgd, had dit incident dus waarschijnlijk kunnen worden voorkomen. Daarnaast heeft [eiser] de mondelinge behandeling nodeloos aangewend. [eiser] heeft tijdens de zitting vrijwel direct de vordering tot inzage ingetrokken, waardoor een inhoudelijke behandeling van de vordering niet meer aan de orde was. De gemeente heeft aangevoerd dat zij zich wel op een inhoudelijke behandeling had voorbereid. Daarom wordt [eiser] veroordeeld in de kosten van het incident. De gemeente heeft op de zitting aangegeven dat de kosten aan haar zijde op nihil begroot mogen worden en de kantonrechter ziet geen aanleiding om anders te beslissen. Het vervolg in de hoofdzaak 4.2. De gemeente heeft nog niet gereageerd op de dagvaarding. Dat mag zij nog doen. De hoofdzaak wordt daarom verwezen naar de hierna bij de beslissing genoemde rolzitting, zodat de gemeente op die rolzitting een conclusie van antwoord in de hoofdzaak kan indienen. 4.3. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De kantonrechter: in het incident 5.1. veroordeelt [eiser] in de kosten van dit incident, die aan de kant van de gemeente worden begroot op nihil; in de hoofdzaak 5.2. verwijst de hoofdzaak naar de rolzitting van donderdag 19 november 2026 om 11.30 uur voor conclusie van antwoord aan de zijde van de gemeente. 5.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. I. van Drongelen en in het openbaar uitgesproken. 68254 De Richtlijn ‘CROW 500 Schade voorkomen aan kabels en leidingen - Richtlijn zorgvuldig grondroeren van initiatief- tot gebruiksfase’