# Rechtbank Gelderland, 12-10-2026 (05-105377-26)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Gelderland
- Identifier: ECLI:NL:RBGEL:2026:7912
- Date: 2026-10-12
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBGEL%3A2026%3A7912
- Canonical: https://overview.legal/posts/603741

## Summary

Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en 150 uur taakstraf met aftrek voor actieve omkoping van een ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee. Verdachte wordt vrijgesproken van uitlokking van computervredebreuk en uitlokking van schending van het ambtsgeheim van die ambtenaar.

## Full text

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/105377-26 Datum uitspraak : 12 oktober 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] . Raadsman: mr. C.Y. Kekik, advocaat in Rotterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1 hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een ambtenaar, te weten [medeverdachte] , werkzaam als ambtenaar bij de Koninklijke Marechaussee, een gift en/of belofte heeft gedaan en/of een dienst heeft verleend en/of aangeboden, te weten het betalen en/of in het vooruitzicht stellen van een of meer geldbedragen en/of het verstrekken of in het vooruitzicht stellen van drugs en/of goederen, met het oogmerk om voornoemde [medeverdachte] te bewegen in zijn bediening iets te doen en/of na te laten, te weten het verstrekken van vertrouwelijke persoonsgegevens, strafvorderlijke gegevens en/of kentekengegevens; 2 dat een persoon, te weten [medeverdachte] , op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam en/of Den Haag en/of Apeldoorn, in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, als ambtenaar, te weten als [functie] bij de Koninklijke Marechaussee (KMar) met behulp van een of meer valse sleutels en/of door het aannemen van een of meer valse hoedanigheden en/of het onbevoegd gebruik van een gebruikersnaam en/of wachtwoord-combinatie, is binnengedrongen in één of meer (delen van) geautomatiseerde werken, te weten één of meer (delen van) servers van de politie en/of de KMar, namelijk door (telkens) op onbevoegde wijze gebruik te maken van een gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of door zich met een gebruikersnaam en/of wachtwoord toegang te verschaffen tot (delen van de) servers van de politie en/of de KMar met een ander doel dan waarvoor die gebruikersnaam en/of dat wachtwoord ter beschikking stond en/of waarvoor hem die toegang was toegestaan, door (telkens) met behulp van het hem bij de KMar toegekende of ter beschikking staande Defensieaccount, te weten ‘ [account 1] ’ en/of ‘ [account 2] ’, in te loggen in de beveiligde digitale [omgeving] van Defensie en/of de politie, en zich vervolgens toegang te verschaffen tot de systemen [systeem 1] en/of [systeem 2] en/of tot die (delen van) servers waarop genoemde systemen/applicaties waren geplaatst, en/of (vervolgens) gegevens die waren opgeslagen en/of verwerkt en/of overgedragen door middel van (delen van) die geautomatiseerde werken (voor zichzelf) over te nemen en/of te reproduceren en/of inzichtelijk te maken en/of de inhoud daarvan aan een daartoe niet-gerechtigde persoon/derde te verstrekken en/of te openbaren, en die systemen/applicaties (telkens) te gebruiken voor niet-werkgerelateerde bevragingen, althans met een ander doel dan waarvoor hem zijn gebruikersaccount ter beschikking was gesteld en waarvoor hem de toegang tot die systemen/applicaties was toegestaan, waaronder bevragingen met betrekking tot vertrouwelijke informatie, waaronder persoonsgegevens van derden, (bijvoorbeeld strafvorderlijke gegevens, antecedenten en kentekengegevens, terwijl die [medeverdachte] door het begaan van het strafbare feit een bijzondere ambtsplicht heeft geschonden en/of bij het begaan van het strafbare feit gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door die [medeverdachte] in zijn woning te ontvangen en drugs, goederen en/of geldbedragen te geven en/of in het vooruitzicht te stellen en/of persoonsgegevens te verstrekken; 3 dat een persoon, te weten [medeverdachte] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam en/of Den Haag en/of Apeldoorn, in ieder geval in Nederland, een geheim waarvan hij, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep en/of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt en/of beroep, te weten [functie] bij de Koninklijke Marechaussee (in de rang van opperwachtmeester), verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, door (telkens) opzettelijk, in strijd met die geheimhoudingsplicht, vertrouwelijke informatie, hem ambtshalve bekend en/of door hem verkregen na raadpleging van politie- en/of Defensie-informatiesystemen en/of -applicaties, waaronder [systeem 2] en/of [systeem 1] en/of [systeem 3] , zoals raadplegingen of bevragingen rond personen en/of kentekens, dan wel screenshots van beeldschermen waarop deze vertrouwelijke informatie zichtbaar was, te delen met en/of te verstrekken of openbaren aan één of meer daartoe (niet-gerechtigde) derden, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door die [medeverdachte] in zijn woning te ontvangen en drugs, goederen en/of geldbedragen te geven en/of in het vooruitzicht te stellen en/of persoonsgegevens te verstrekken. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [medeverdachte] niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs, omdat de verklaringen, mede gelet op zijn middelengebruik, niet betrouwbaar zijn. [medeverdachte] heeft veel gesproken over het vermoeden dat hij had in plaats van over feiten en hij heeft zijn verklaringen steeds bijgesteld. Ten aanzien van feit 1 is er te weinig wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het ten laste gelegde in die periode heeft gepleegd. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor uitlokking van computervredebreuk en uitlokken van het schenden van de geheimhoudingsplicht door [medeverdachte] . Beoordeling door de rechtbank Ambtenaar Medeverdachte [medeverdachte] was in de ten laste gelegde periode werkzaam als [functie] bij de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar). Bewijsmiddelen ten aanzien van de periode 1 januari 2021 tot en met 8 november 2022 Verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte] in 2021 en 2022 via zijn diensttelefoon een paar bevragingen in de politiesystemen heeft laten doen naar hemzelf en dat [medeverdachte] hem heeft verteld wat de resultaten van deze bevragingen waren. Ook [medeverdachte] heeft hierover verklaard. Hij heeft met zijn diensttelefoon bevragingen gedaan in de politiesystemen op verzoek van verdachte; de eerste keer was in 2021 of 2022. [medeverdachte] heeft daarnaast verklaard dat hij in ruil voor het doen van de eerste bevraging vijf pakketjes cocaïne van verdachte heeft ontvangen. Daarna kreeg [medeverdachte] € 200,00 voor het doen van een bevraging. De Rijksrecherche heeft onderzoek gedaan naar de bevragingen die [medeverdachte] heeft gedaan naar verdachte. Hieruit blijkt dat [medeverdachte] vanuit Spijkenisse tussen 10 maart 2021 en 8 november 2022 op elf verschillende momenten bevragingen naar verdachte heeft gedaan en dat hij drie bevragingen naar een kenteken van een auto op naam van verdachte heeft gedaan. Ook heeft [medeverdachte] tussen 11 juni 2021 en 1 januari 2022 vanaf een onbekend gebleven locatie bevragingen gedaan naar verdachte. Tussen 26 februari 2022 en 8 november 2022 heeft hij veelvuldig bevragingen gedaan naar verdachte vanaf locaties in Spijkenisse, Terneuzen, Hoek van Holland, Pernis, Rotterdam en onbekend gebleven locaties. Verder heeft [medeverdachte] in de periode tussen 27 april 2021 en 29 april 2022 bevragingen gedaan naar andere personen dan verdachte vanaf het adres van de ouders van verdachte in [plaats] . Zowel verdachte als [medeverdachte] hebben verklaard dat ze samen chillden op het adres van de ouders van verdachte. Verdachte heeft tot 15 mei 2023 op dat adres gewoond. Daarnaast heeft [medeverdachte] verklaard dat hij de bevragingen op verzoek van verdachte bij verdachte thuis deed, in zijn woning in [woonplaats] . De rechtbank verwerpt de verklaring van verdachte dat hij alleen zijn eigen gegevens heeft laten bevragen en dat dit slechts twee, drie of vier keer is gebeurd. Immers, uit het procesdossier blijkt dat [medeverdachte] tussen 27 april 2021 en 30 april 2021 vanaf het adres van de ouders van verdachte drie bevragingen naar [persoon 1] en één bevraging naar zowel [persoon 2] als [persoon 3] heeft gedaan. Daarnaast heeft [medeverdachte] vanaf hetzelfde adres op 18 en 19 mei 2021 bevragingen gedaan naar [persoon 4] , met gebruik van verschillende initialen. Voorts blijkt uit onderzoek in de computer van verdachte dat onder andere [persoon 1] en [persoon 3] als contacten zijn opgenomen in de contactenlijst in de computer van verdachte. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [medeverdachte] in ruil voor geld en/of cocaïne, naast bevragingen naar hemzelf ook bevragingen heeft laten doen naar [persoon 1] , [persoon 2] , [persoon 3] en [persoon 4] . Anders dan de verdediging acht de rechtbank de verklaring van [medeverdachte] wel betrouwbaar. [medeverdachte] heeft ten aanzien van het ten laste gelegde consistent en authentiek verklaard en zijn verklaring vindt bovendien steun in objectieve bewijsmiddelen, zoals de gegevens uit de analyse van de logfiles uit zijn diensttelefoon, met betrekking tot de bevragingen die hij heeft gedaan. Ook weegt de rechtbank hierin mee dat [medeverdachte] zichzelf fors heeft belast met zijn verklaringen. Er zijn verder geen aanknopingspunten voor het feit dat het cocaïnegebruik van [medeverdachte] van invloed is geweest op danwel de betrouwbaarheid heeft aangetast van de door hem afgelegde verklaringen. Dit klemt temeer nu het functioneren van [medeverdachte] als wachtmeester bij de Kmar, naar tevredenheid van de KMar is verricht. Bovendien is [medeverdachte] op 22 december 2025 nog bevorderd naar de rang van opperwachtmeester en geplaatst bij de brigade [naam] . Bewijsmiddelen ten aanzien van de periode 9 november 2022 tot en met 31 maart 2026 Verdachte heeft ten aanzien van de periode tussen 2023 en 2026 verklaard dat hij geen enkel contact met [medeverdachte] heeft gehad en heeft ontkend dat [medeverdachte] in die periode bevragingen op zijn verzoek heeft gedaan. De rechtbank ziet in het dossier aanknopingspunten die deze verklaring van verdachte ondersteunen. Zo heeft [medeverdachte] verklaard dat hij in de jaren na 2022 op zoek was naar het adres van verdachte, omdat hij nog geld van verdachte moest krijgen. Blijkens de analyse van de logfiles uit de diensttelefoon van [medeverdachte] heeft [medeverdachte] op 16 januari 2023 vanuit Rotterdam en op 22 oktober 2024 vanaf een onbekend gebleven locatie meerdere bevragingen gedaan naar verdachte. Ook heeft [medeverdachte] op 8 januari 2026 vanaf diverse locaties in Spijkenisse bevragingen naar verdachte gedaan, waarbij [medeverdachte] 31 keer een andere geboortedatum heeft ingevuld omdat hij, naar eigen zeggen, niet meer precies wist wanneer verdachte was geboren. De bevragingen van [medeverdachte] tussen 2023 en 2026, op locaties die niet in verband kunnen worden gebracht met de verdachte, waaronder het 31 keer invullen van (niet kloppende) geboortedata van verdachte, ondersteunen de verklaring van [medeverdachte] dat hij op zoek was naar verdachte. Daarnaast ondersteunt het de verklaring van verdachte dat hij in de bewuste periode geen contact meer had met [medeverdachte] . Ook zijn in de logfiles geen andere bevragingen in de hiervoor genoemde periode te zien die in verband kunnen worden gebracht met verdachte. Zo zijn de bevragingen die terug te vinden zijn in de logfiles in de bewuste periode ofwel niet gedaan vanaf het adres van verdachte of zijn ouders ofwel is überhaupt onbekend vanaf welke locatie de bevragingen zijn gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank is in het dossier en tijdens het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende bewijs naar voren gekomen dat [medeverdachte] op verzoek van verdachte bevragingen heeft gedaan in de periode 9 november 2022 tot en met 31 maart 2026 in ruil voor cocaïne en/of geld. Weliswaar zijn in de contactenlijst van de computer van verdachte meerdere contactgegevens van personen aangetroffen die door [medeverdachte] zijn bevraagd in de hiervoor genoemde periode, maar deze bevragingen kunnen, gelet op de locaties waar ze zijn gedaan, niet met verdachte in verband worden gebracht. Verder blijkt uit het financieel onderzoek naar verdachte dat tussen 2023 en 2026 geen transacties hebben plaatsgevonden tussen verdachte en [medeverdachte] noch met personen aangetroffen in de contactenlijst van de computer van verdachte. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken van het ten laste gelegde ten aanzien van de periode tussen 9 november 2022 en 31 maart 2026. Feit 1 De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat [medeverdachte] als [functie] van de KMar op verzoek van verdachte in de periode tussen 10 maart 2021 en 8 november 2022 via de applicatie [systeem 1] op zijn diensttelefoon bevragingen heeft gedaan in de politiesystemen en dat hij vertrouwelijke persoonsgegevens, strafvorderlijke gegevens en kentekengegevens heeft verstrekt aan verdachte. Verdachte heeft naar oordeel van de rechtbank blijkens de bewijsmiddelen vol opzet gehad op het doen van giften aan [medeverdachte] in de vorm van cocaïne en geldbedragen met het oogmerk [medeverdachte] te bewegen hem vertrouwelijke gegevens uit de politiesystemen te verstrekken. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte het feit in nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen heeft gepleegd. Feiten 2 en 3 De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of sprake is van strafbare uitlokking door verdachte om [medeverdachte] computervredebreuk te laten plegen en het ambtsgeheim te schenden. Van uitlokking is sprake als iemand een ander heeft aangezet tot het begaan van een strafbaar feit waarvoor die ander zelf kan worden gestraft. Voor een bewezenverklaring van uitlokking dient het volgende te worden bewezen: het aanzetten van een ander (de uitgelokte); het opzet van de uitlokker, welke moet zijn gericht op zowel het aanzetten van een ander het delict te begaan als op de bestanddelen van dat delict; gebruik van één of meer uitlokkingsmiddelen; het uitgelokte delict moet zijn gevolgd; de uitgelokte moet deswege strafbaar zijn. De uitlokker moet aldus een ander op het idee hebben gebracht (doen besluiten) het delict te begaan. Dit behoeft niet uit te sluiten dat andere omstandigheden dan (het gebruik van) het uitlokkingsmiddel meewerken tot dat besluit, maar het uitlokkingsmiddel moet wel de doorslag geven. Als bij de ander reeds het plan bestond voordat de uitlokker in actie kwam, kan van strafbare uitlokking geen sprake zijn. Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte] reeds voorafgaand aan de eerste bevraging naar verdachte op 10 maart 2021 op eigen initiatief zichzelf en anderen in zijn privéomgeving meerdere keren heeft bevraagd in de politiesystemen. Verder blijkt uit de verklaring van [medeverdachte] dat hij de eerste bevraging voor verdachte deed als vriendendienst en dat hij naar een manier zocht om aan cocaïne te komen zonder dat het zichtbaar was op zijn bankrekening, omdat zijn vriendin niet op de hoogte mocht zijn van zijn cocaïnegebruik. [medeverdachte] heeft daarnaast verklaard dat hij pas wist dat verdachte over cocaïne beschikte toen hij na de eerste bevraging vijf pakketjes cocaïne in zijn handen gedrukt kreeg. Ook heeft [medeverdachte] verklaard dat hij niet van de daken schreeuwde dat hij mensen kon bevragen in ruil voor geld of cocaïne, maar dat het onbewust zo is gelopen. Verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte] in zijn KMar uniform in de wijk heeft zien lopen en dat [medeverdachte] tegen hem heeft gezegd dat hij met zijn diensttelefoon dingen op kon zoeken voor hem. [medeverdachte] liep volgens zijn eigen verklaring niet in zijn gehele uniform, maar wel soms met een blauwe broek en kisten aan door de wijk. Verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte] verzocht hem in de politiesystemen op te zoeken, omdat hij een akkefietje in het verkeer had gehad en hij benieuwd was hoe het ervoor stond met het oog op de door hem aangevraagde VOG voor het beroep van taxichauffeur. De rechtbank spreekt verdachte vrij van uitlokking tot computervredebreuk en het schenden van een ambtsgeheim, omdat op grond van het bovenstaande niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [medeverdachte] hiertoe heeft uitgelokt. De rechtbank overweegt dat [medeverdachte] reeds bevragingen had gedaan in zijn privéomgeving voorafgaand aan de bevraging voor verdachte. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte] hem vertelde dat hij bevragingen kon doen en heeft [medeverdachte] verklaard dat hij dit aanvankelijk als een vriendendienst zou hebben gedaan. Uit de verklaringen van [medeverdachte] blijkt verder niet dat verdachte hem in eerste instantie heeft verzocht en hem er dus toe heeft aangezet bevragingen te doen. Ook de verklaring van [medeverdachte] , dat hij niet van de daken schreeuwde dat hij in politiesystemen mensen kon bevragen in ruil voor geld of cocaïne, maar dat het onbewust zo is gelopen, duidt niet op opzet van verdachte tot aanzetten van [medeverdachte] van het plegen van computervredebreuk en schenden van het ambtsgeheim, maar past veeleer bij de verklaring van verdachte dat [medeverdachte] hem heeft gezegd dat hij bevragingen voor verdachte kon doen. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier ook overigens geen aanknopingspunten dat verdachte [medeverdachte] ertoe heeft aangezet (en dus heeft uitgelokt) bevragingen voor hem te doen en daarmee computervredebreuk te plegen en zijn ambtsgeheim te schenden. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 2 en 3 ten laste gelegde. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 10 maart 2021 tot en met 8 november 2022 31 maart 2026 te Spijkenisse en /of Rotterdam , althans en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ( telkens ) opzettelijk een ambtenaar, te weten [medeverdachte] , werkzaam als ambtenaar bij de Koninklijke Marechaussee, een gift en/of belofte heeft gedaan en/of een dienst heeft verleend en/of aangeboden , te weten het betalen en/of in het vooruitzicht stellen van een of meer geldbedragen en /of het verstrekken of in het vooruitzicht stellen van drugs en/of goederen , met het oogmerk om voornoemde [medeverdachte] te bewegen in zijn bediening iets te doen en/of na te laten , te weten het verstrekken van vertrouwelijke persoonsgegevens, strafvorderlijke gegevens en /of kentekengegevens. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd . 5 De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat rekening dient te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verder dient de rechtbank rekening te houden met de beslissing van de raadkamer, namelijk dat het recidivegevaar ontbreekt. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan actieve omkoping van [medeverdachte] , een [functie] van wie verdachte wist dat deze werkzaam was bij de KMar in een positie waarin hij personen kon bevragen in de politiesystemen. Verdachte en [medeverdachte] kenden elkaar van vroeger. Ze zaten bij elkaar op de basisschool en hadden een goede verhouding. In totaal heeft verdachte zichzelf en vier anderen laten bevragen door [medeverdachte] waardoor vertrouwelijke informatie uit politiesystemen ongeautoriseerd bij derden terecht is gekomen. Dergelijke feiten schaden in ernstige mate het vertrouwen van de samenleving in politie en justitie. Het gedrag van verdachte is daarmee ook schadelijk voor de rechtsstaat. De rechtbank neemt dit verdachte kwalijk. De rechtbank heeft, naast de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het tijdsverloop tussen de bewezenverklaarde periode en het moment van het doen van uitspraak meegewogen. Ook heeft de rechtbank meegewogen dat er in de tenlastegelegde periode sprake is geweest van vijf bevragingen, waaronder bevragingen naar verdachte zelf. Alles overwegende acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 3 jaar en 150 uur taakstraf met aftrek van de voorlopige hechtenis passend en geboden. 8 De beoordeling van het beslag Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de computer Microsoft Surface dient te worden teruggegeven aan verdachte en dat de computer Apple laptop rose terug dient te worden gegeven aan de rechthebbende, namelijk de partner van verdachte. Standpunt verdediging De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het beslag. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank zal de teruggave van de computer (Microsoft Surface) met voorwerpnummer [nummer] en de telefoon met voorwerpnummer [nummer] aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. De rechtbank zal de teruggave van de computer (Apple laptop rose) met voorwerpnummer [nummer] aan de rechthebbende, de partner van verdachte [persoon 5] geboren op [geboortedag] 1994, gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. Verdachte heeft namelijk verklaard dat de laptop eigendom van zijn partner is. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straffen is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 177 van het Wetboek van Strafrecht. 10 De beslissing De rechtbank:  spreekt verdachte vrij van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten;  verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;  bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;  legt op een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;  beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;  gelast de teruggave van de computer (Microsoft Surface) met voorwerpnummer [nummer] en de telefoon met voorwerpnummer [nummer] aan verdachte;  gelast de teruggave van de computer (Apple laptop rose) met voorwerpnummer [nummer] aan de rechthebbende, namelijk [persoon 5] geboren op [geboortedag] 1994 (de partner van verdachte). Dit vonnis is gewezen door mr. Y. van Wezel (voorzitter), mr. R.M.H. Pennings en mr. H.M. Stratenus, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 oktober 2026. Mr. R.M.H. Pennings is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Rijksrecherche, opgemaakte processen-verbaal van voorgeleiding, raadkamers pro-forma en persoonsdossiers, onderzoek 28Tuba met onderzoeksnummer 20250097, gesloten op de data genoemd in de dossiers en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van de dossiers zoals vermeld in het dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 089-090. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 september 2026. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] , p. PD [nummer] 0153. Het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0118 en 0185. Het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0145-0147. Het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0142-0144; Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. PD [nummer] 055-056. Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 september 2026. Het proces-verbaal van vierde verhoor [medeverdachte] van 10 april 2026, p. [nummer] 0158. Het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0184. Het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0143. Het proces-verbaal van bevindingen, p. PF 0703-0704. Het proces-verbaal van getuige [getuige] van 29 april 2026, p. [nummer] 033. Het proces-verbaal werkzaamheden [medeverdachte] , p. VGL 087.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/603741 · 2026-10-22
