Skip to content
Case Law · Rechtbank Gelderland ·ECLI:NL:RBGEL:2026:7939 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Gelderland, 12-10-2026 (05/063176-26)

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Summary

Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 254 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met aftrek en 240 uur taakstraf voor actieve omkoping van een ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee. Verdachte wordt vrijgesproken van uitlokking van computervredebreuk en uitlokking van schending van het ambtsgeheim van die ambtenaar.

Full text

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/063176-26 Datum uitspraak : 12 oktober 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] (Armenië), wonende aan [adres] in [woonplaats] . Raadsman: mr. J.C. Herrewijnen, advocaat in Rotterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging De rechtbank stelt vast dat het dossier twee niet in persoon betekende dagvaardingen op 12 augustus 2026 bevat, waarin met betrekking tot feit 2 en 3 verschillende pleegperioden zijn vermeld. De rechtbank gaat, gelet op het verhandelde ter terechtzitting, uit van de tenlastelegging zoals hieronder is opgenomen. Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een ambtenaar, te weten [medeverdachte 1] , werkzaam als ambtenaar bij de Koninklijke Marechaussee, een gift en/of belofte heeft gedaan en/of een dienst heeft verleend en/of aangeboden, te weten het betalen en/of in het vooruitzicht stellen van een of meer geldbedragen dan wel verstrekken of in het vooruitzicht stellen van drugs en/of goederen, met het oogmerk om voornoemde [medeverdachte 1] te bewegen in zijn bediening iets te doen en/of na te laten, te weten het verstrekken van vertrouwelijke persoonsgegevens, strafvorderlijke gegevens en/of kentekengegevens; 2 dat een persoon, te weten [medeverdachte 1] , op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, als ambtenaar, te weten als [functie] bij de Koninklijke Marechaussee (KMar) met behulp van een of meer valse sleutels en/of door het aannemen van een of meer valse hoedanigheden en/of het onbevoegd gebruik van een gebruikersnaam en/of wachtwoord-combinatie, is binnengedrongen in één of meer (delen van) geautomatiseerde werken, te weten één of meer (delen van) servers van de politie en/of de KMar, namelijk door (telkens) op onbevoegde wijze gebruik te maken van een gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of door zich met een gebruikersnaam en/of wachtwoord toegang te verschaffen tot (delen van de) servers van de politie en/of de KMar met een ander doel dan waarvoor die gebruikersnaam en/of dat wachtwoord ter beschikking stond en/of waarvoor hem die toegang was toegestaan, door (telkens) met behulp van het hem bij de KMar toegekende of ter beschikking staande Defensieaccount, te weten ‘ [account 1] ’ en/of ‘ [account 2] ’, in te loggen in de beveiligde digitale [omgeving] van Defensie en/of de politie, en zich vervolgens toegang te verschaffen tot de systemen [systeem 1] en/of [systeem 2] en/of tot die (delen van) servers waarop genoemde systemen/applicaties waren geplaatst, en/of (vervolgens) gegevens die waren opgeslagen en/of verwerkt en/of overgedragen door middel van (delen van) die geautomatiseerde werken (voor zichzelf) over te nemen en/of te reproduceren en/of inzichtelijk te maken en/of de inhoud daarvan aan een daartoe niet-gerechtigde persoon/derde te verstrekken en/of te openbaren, en die systemen/applicaties (telkens) te gebruiken voor niet-werkgerelateerde bevragingen, althans met een ander doel dan waarvoor hem zijn gebruikersaccount ter beschikking was gesteld en waarvoor hem de toegang tot die systemen/applicaties was toegestaan, waaronder bevragingen met betrekking tot vertrouwelijke informatie, waaronder persoonsgegevens van derden, (bijvoorbeeld strafvorderlijke gegevens, antecedenten en kentekengegevens, terwijl die [medeverdachte 1] door het begaan van het strafbare feit een bijzondere ambtsplicht heeft geschonden en/of bij het begaan van het strafbare feit gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door die [medeverdachte 1] in zijn woning te ontvangen en drugs, goederen en/of geldbedragen te geven en/of in het vooruitzicht te stellen en/of persoonsgegevens te verstrekken; 3 dat een persoon, te weten [medeverdachte 1] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam, althans in Nederland, een geheim waarvan hij, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep en/of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt en/of beroep, te weten [functie] bij de Koninklijke Marechaussee (in de rang van opperwachtmeester), verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, door (telkens) opzettelijk, in strijd met die geheimhoudingsplicht, vertrouwelijke informatie, hem ambtshalve bekend en/of door hem verkregen na raadpleging van politie- en/of Defensie-informatiesystemen en/of -applicaties, waaronder [systeem 2] en/of [systeem 1] en/of [systeem 3] , zoals raadplegingen of bevragingen rond personen en/of kentekens, dan wel screenshots van beeldschermen waarop deze vertrouwelijke informatie zichtbaar was, te delen met en/of te verstrekken of openbaren aan één of meer daartoe (niet-gerechtigde) derden, welk feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging en/of misleiding en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door die [medeverdachte 1] in zijn woning te ontvangen en drugs, goederen en/of geldbedragen te geven en/of in het vooruitzicht te stellen en/of persoonsgegevens te verstrekken. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde en heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 en 3 tenlastegelegde. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte [medeverdachte 1] heeft aangezet de bevragingen in de politiesystemen te doen en hij [medeverdachte 1] dus heeft uitgelokt om deze feiten te plegen. Beoordeling door de rechtbank Feit 1 Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen ten aanzien van alle feiten: - het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 089-090; - het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0127-0139; - het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0157-0159; - het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. PD [nummer] 0158-0172; - het proces-verbaal transacties, p. VGL 0294-0296; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 september 2026. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat [medeverdachte 1] te Spijkenisse als ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) op verzoek van verdachte in de periode van 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2026 meerdere bevragingen heeft gedaan in de politiesystemen via de applicatie [systeem 1] op zijn diensttelefoon en dat hij vertrouwelijke persoonsgegevens, strafvorderlijke gegevens en kentekengegevens heeft verstrekt aan verdachte. Verdachte wist daarbij van de cocaïneverslaving van [medeverdachte 1] . Verdachte heeft naar oordeel van de rechtbank blijkens de bewijsmiddelen vol opzet gehad op het doen van giften aan [medeverdachte 1] in de vorm van cocaïne en geldbedrage met het oogmerk [medeverdachte 1] te bewegen hem vertrouwelijke gegevens uit de politiesystemen te verstrekken. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte het feit in nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen heeft gepleegd. Feiten 2 en 3 De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of sprake is geweest van uitlokking door verdachte om [medeverdachte 1] computervredebreuk te laten plegen en het ambtsgeheim te schenden. Van uitlokking is sprake als iemand een ander heeft aangezet tot het begaan van een strafbaar feit waarvoor die ander zelf kan worden gestraft. Voor een bewezenverklaring van uitlokking dient het volgende te worden bewezen: het opzet van de uitlokker, welke moet zijn gericht op zowel het aanzetten van een ander het delict te begaan als op de bestanddelen van dat delict; het aanzetten van een ander (de uitgelokte); gebruik van één of meer uitlokkingsmiddelen; het uitgelokte delict moet zijn gevolgd; de uitgelokte moet deswege strafbaar zijn. De uitlokker moet aldus een ander op het idee hebben gebracht (doen besluiten) het delict te begaan. Dit behoeft niet uit te sluiten dat andere omstandigheden dan (het gebruik van) het uitlokkingsmiddel meewerken tot dat besluit, maar het uitlokkingsmiddel moet wel de doorslag geven. Als bij de ander reeds het plan bestond voordat de uitlokker in actie kwam, kan van strafbare uitlokking geen sprake zijn. Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 1] , reeds voorafgaand aan de eerste bevraging op verzoek van verdachte, meerdere keren op eigen initiatief zichzelf, personen in zijn privéomgeving en op verzoek van medeverdachte [medeverdachte 2] andere personen heeft bevraagd in de politiesystemen. Bovendien heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte 1] tegen hem heeft gezegd dat hij via zijn werktelefoon voor hem informatie kon opzoeken in politiesystemen. [medeverdachte 1] wilde volgens verdachte graag geld verdienen en hij heeft voor verdachte een aantal keren in de systemen gekeken in ruil voor geld. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij niet van de daken schreeuwde dat hij in politiesystemen mensen kon bevragen in ruil voor geld of cocaïne, maar dat het onbewust zo is gelopen. Gelet op het voorgaande spreekt de rechtbank verdachte vrij van uitlokking tot computervredebreuk en het schenden van een ambtsgeheim, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [medeverdachte 1] hiertoe heeft uitgelokt. Uit het dossier blijkt immers dat [medeverdachte 1] op eigen initiatief al meerdere bevragingen in de politiesystemen had gedaan in zijn privéomgeving alsook voor medeverdachte [medeverdachte 2] in de periode voorafgaand aan de bevragingen ten behoeve van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat, gelet hierop, niet kan worden vastgesteld dat verdachte [medeverdachte 1] op het idee heeft gebracht om de bevragingen te doen en hem er dus in eerste instantie toe heeft aangezet. Ook de verklaring van [medeverdachte 1] , dat hij niet van de daken schreeuwde dat hij in politiesystemen mensen kon bevragen in ruil voor geld of cocaïne, maar dat het onbewust zo is gelopen, duidt niet op opzet van verdachte tot aanzetten van [medeverdachte 1] van het plegen van computervredebreuk en schenden van het ambtsgeheim, maar past veeleer bij de verklaring van verdachte dat [medeverdachte 1] hem heeft gezegd dat hij bevragingen voor verdachte kon doen. Het dossier noch het verhandelde ter terechtzitting bevat voor het overige aanknopingspunten dat verdachte [medeverdachte 1] ertoe heeft aangezet (en dus heeft uitgelokt) bevragingen voor hem te doen en daarmee computervredebreuk te plegen en zijn ambtsgeheim te schenden. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ( telkens ) opzettelijk een ambtenaar, te weten [medeverdachte 1] , werkzaam als ambtenaar bij de Koninklijke Marechaussee, een gift en/of belofte heeft gedaan en/of een dienst heeft verleend en/of aangeboden , te weten het betalen en/of in het vooruitzicht stellen van een of meer geldbedragen en het dan wel verstrekken of in het vooruitzicht stellen van drugs en/of goederen , met het oogmerk om voornoemde [medeverdachte 1] te bewegen in zijn bediening iets te doen en/of na te laten , te weten het verstrekken van vertrouwelijke persoonsgegevens, strafvorderlijke gegevens en /of kentekengegevens. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd . 5 De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat geen gevangenisstraf van langere duur dient te worden opgelegd dan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, omdat verdachte slechts een tussenpersoon is geweest en omdat verdachte zijn leven weer meer op orde heeft. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan actieve omkoping van [medeverdachte 1] , een ambtenaar van wie hij wist dat deze werkzaam was bij de KMar en die in een positie verkeerde waarin hij personen kon bevragen in de politiesystemen. In totaal heeft verdachte zichzelf en een groot aantal anderen laten bevragen door [medeverdachte 1] over een periode van ruim een jaar. Dergelijke feiten schaden in ernstige mate het vertrouwen van de samenleving in politie en justitie. Het gedrag van verdachte is daarmee ook schadelijk voor de rechtsstaat. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk. Bovendien blijkt uit het dossier dat verdachte een belangrijke rol heeft gespeeld bij het verstrekken van de informatie aan derden zonder te weten waar die informatie uiteindelijk terecht zou komen. Verdachte heeft verklaard dat hij op Snapchat door onbekenden werd benaderd om vertrouwelijke en strafvorderlijke informatie op te zoeken en dat hij [medeverdachte 1] dat liet doen. Vervolgens heeft hij foto’s gemaakt van de werktelefoon van [medeverdachte 1] met de resultaten van de bevragingen. Daarnaast zijn er advertenties aangetroffen met foto’s en filmpjes van deze bevragingen door [medeverdachte 1] . Deze foto’s en filmpjes zijn gemaakt door verdachte. Hij kreeg hiervoor geld van degenen aan wie hij deze informatie vervolgens doorstuurde. Verdachte heeft als het ware als een ‘informatiemakelaar’ opgetreden en de vertrouwelijke informatie niet alleen bereikbaar gemaakt voor zichzelf, maar ook voor anderen. Verder bevat het dossier meerdere aanwijzingen dat verdachte [medeverdachte 1] ook voor de tenlastegelegde periode bevragingen heeft laten doen. De rechtbank rekent verdachte zijn handelen zwaar aan. De rechtbank heeft acht geslagen op het voortgangsrapport van de reclassering van 7 september 2026. Hieruit blijkt het volgende. Verdachte heeft vanaf jonge leeftijd politie- en justitiecontacten en werd reeds meerdere malen veroordeeld. Er kan echter niet worden gesproken van een delictpatroon door de diversiteit aan delicten en het lange tijdsbestek tussen het plegen van de delicten. Hoewel verdachte deels heeft bekend, heeft de reclassering weinig zicht op het exacte aandeel van verdachte, de omvang van de zaak en zijn contacten in het criminele milieu. Verdachte geeft hier namelijk weinig informatie over. De reclassering ziet aanwijzingen voor een crimineel netwerk, waarbij zij risico’s zien als verdachte zijn contacten blijft aanhouden. Verdachte heeft in de gesprekken gesteld dat hij enkel één keer een fout heeft gemaakt en dat dit zich niet zal herhalen. Daarnaast constateert de reclassering antisociale gedragingen, beginnend op jonge leeftijd, hetgeen delictgerelateerd lijkt. Verder is er geen stabiliteit op meerdere leefgebieden, omdat verdachte sinds lange tijd geen werk heeft en omdat hij hoge schulden heeft. De rechtbank heeft meegewogen dat verdachte een groot aantal bevragingen heeft laten doen in een periode van ruim een jaar. De rechtbank vindt het ook strafverzwarend dat door toedoen van verdachte advertenties zijn geplaatst waarin de mogelijkheid werd geboden bevragingen te laten doen en dat verdachte [medeverdachte 1] daadwerkelijk bevragingen heeft laten doen nadat hij daar zelf door onbekenden toe werd benaderd op Snapchat. Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 254 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met aftrek van de voorlopige hechtenis en een proeftijd van 3 jaar en 240 uur taakstraf passend en geboden. 8 De beoordeling van het beslag Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de cocaïne en de ponypacks dienen te worden onttrokken aan het verkeer en dat de telefoon verbeurd dient te worden verklaard. Standpunt verdediging De raadsman heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Beoordeling door de rechtbank Omdat de in beslag genomen cocaïne een middel is als bedoeld in artikel 2 van de Opiumwet, zal de rechtbank bevelen dat deze op grond van artikel 13a van de Opiumwet wordt onttrokken aan het verkeer. De rechtbank zal beslissen dat de in beslag genomen ponypacks worden onttrokken aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. De rechtbank zal de in beslag genomen telefoon met behulp waarvan feit 1 is begaan en voorbereid verbeurd verklaren. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straffen is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36d, 63 en 177 van het Wetboek van Strafrecht. 10 De beslissing De rechtbank:  spreekt verdachte vrij van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten;  verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 254 (tweehonderdvierenvijftig) dagen;  bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 180 (honderdtachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;  beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;  legt op een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;  verklaart verbeurd telefoon met voorwerpnummer [nummer] ;  beveelt de onttrekking aan het verkeer van de cocaïne met voorwerpnummer [nummer] en de ponypacks met voorwerpnummer [nummer] . Dit vonnis is gewezen door mr. Y. van Wezel (voorzitter), mr. R.M.H. Pennings en mr. H.M. Stratenus, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 oktober 2026. Mr. R.M.H. Pennings is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Rijksrecherche, opgemaakte processen-verbaal van voorgeleiding, raadkamers pro-forma en persoonsdossiers, onderzoek 28Tuba met onderzoeksnummer 20250097, gesloten op de data genoemd in de dossiers en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van de dossiers zoals vermeld in het dossier, tenzij anders vermeld.