# Rechtbank Gelderland, 12-10-2026 (05-023138-26)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Gelderland
- Identifier: ECLI:NL:RBGEL:2026:7919
- Date: 2026-10-12
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBGEL%3A2026%3A7919
- Canonical: https://overview.legal/posts/603743

## Summary

De militaire kamer veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met aftrek en bijzondere voorwaarden voor het meermalen plegen van passieve omkoping, computervredebreuk en schending van het ambtsgeheim. Daarnaast wordt verdachte voor vijf ontzet van het recht tot uitoefening van het beroep van ambtenaar voor de (Rijks)overheid in elke vorm.

## Full text

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/023138-26 Datum uitspraak : 12 oktober 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige militaire kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] . Raadsvrouw: mr. R.G.M. Rijkhoff, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1 hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam en/of Den Haag en/of Apeldoorn, in ieder geval in Nederland, als ambtenaar, te weten als [functie] bij de Koninklijke Marechaussee, giften, beloften en/of diensten, te weten één of meer geldbedragen en/of drugs heeft aangenomen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze drugs en/of geldbedragen, giften, beloften en/of diensten hem, verdachte, werden gedaan, verleend en/of aangeboden teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen en/of na te laten, te weten het (aan derden) verstrekken van (vertrouwelijke) informatie (waaronder persoonsgegevens en/of strafvorderlijke gegevens en/of kentekengegevens); 2 hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam en/of Den Haag en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, als ambtenaar, te weten als [functie] bij de Koninklijke Marechaussee (KMar), met behulp van een of meer valse sleutels en/of door het aannemen van een of meer valse hoedanigheden en/of het onbevoegd gebruik van een gebruikersnaam en wachtwoord-combinatie, is binnengedrongen in één of meer (delen van) geautomatiseerde werken, te weten één of meer (delen van) servers van de politie en/of de KMar, namelijk door (telkens) op onbevoegde wijze gebruik te maken van een gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of door zich met een gebruikersnaam en/of wachtwoord toegang te verschaffen tot (delen van de) servers van de politie en/of de KMar, met een ander doel dan waarvoor hem die gebruikersnaam en/of dat wachtwoord ter beschikking stond en/of waarvoor hem die toegang was toegestaan, door (telkens) met behulp van het hem bij de KMar toegekende of ter beschikking staande Defensieaccount, te weten ‘ [account 1] ’ en/of ‘ [account 2] ’, in te loggen in de beveiligde digitale [omgeving] van Defensie en/of de politie, en zich vervolgens toegang te verschaffen tot de systemen [systeem 1] en/of [systeem 2] , en/of tot die (delen van) servers waarop genoemde systemen/applicaties waren geplaatst, en/of (vervolgens) gegevens die waren opgeslagen en/of verwerkt en/of overgedragen door middel van (delen van) die geautomatiseerde werken (voor zichzelf) over te nemen en/of te reproduceren en/of inzichtelijk te maken en/of de inhoud daarvan aan een daartoe niet-gerechtigde persoon/derde te verstrekken en/of te openbaren, waarbij verdachte die systemen/applicaties (telkens) gebruikte voor niet-werkgerelateerde bevragingen, waaronder bevragingen met betrekking tot vertrouwelijke informatie, waaronder persoonsgegevens van derden, strafvorderlijke gegevens en kentekengegevens; terwijl hij door het begaan van het strafbare feit een bijzondere ambtsplicht heeft geschonden en/of bij het begaan van het strafbare feit gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken; 3 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam en/of Den Haag en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een geheim waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van zijn ambt, beroep en/of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt en/of beroep, te weten als [functie] bij de Koninklijke Marechaussee, verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, door (telkens) opzettelijk, in strijd met die geheimhoudingsplicht, vertrouwelijke informatie, hem ambtshalve bekend en/of door hem verkregen na raadpleging van politie- en/of Defensie-informatiesystemen en/of -applicaties, waaronder [systeem 2] en/of [systeem 1] , zoals raadplegingen of bevragingen rond personen en/of met betrekking tot kentekens, danwel screenshots van beeldschermen waarop deze vertrouwelijke informatie zichtbaar was, te delen met en/of te verstrekken of openbaren aan één of meer (daartoe niet-gerechtigde) derden. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de militaire kamer. Beoordeling door de militaire kamer Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen ten aanzien van alle feiten: - het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 089-090; - het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0117-0126; - het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0140-0147; - het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0160-0168; - het proces-verbaal van bevindingen, p. VGL 0177-0190; - het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. PD [nummer] 051-067; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 september 2026. Uit de onderlinge samenhang van de bewijsmiddelen blijkt het volgende. Feit 1 Verdachte heeft als [functie] van de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) vanaf beging 2021 tot zijn aanhouding op 31 maart 2026 op verzoek van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bevragingen in politiesystemen gedaan onder andere via de [systeem 1] applicatie op zijn werktelefoon. Verdachte heeft gezocht naar informatie zoals persoonsgegevens en adressen van personen, onder andere met het doel om na te gaan of er ten aanzien van die personen sprake was van een aandachtsvestiging, signalering of betrokkenheid bij incidenten. Ook heeft hij gezocht naar de tenaamstelling van kentekens om deze personen vervolgens te bevragen. In ruil hiervoor heeft verdachte cocaïne en geld aangenomen van medeverdachten. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat het geld en de cocaïne hem werden aangeboden in ruil voor het verstrekken van vertrouwelijke informatie aan derden waar hij zich als medewerker van de KMar via zijn diensttelefoon toegang tot verschafte. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan passieve omkoping door het aannemen van giften, terwijl deze giften hem werden gegeven teneinde hem vertrouwelijke informatie te laten verstrekken. Feit 2 Verdachte heeft als [functie] van de KMar vanaf begin 2021 tot zijn aanhouding op 31 maart 2026 bevragingen gedaan naar gegevens met betrekking tot personen in zijn privéomgeving, waaronder hijzelf. Verder heeft verdachte toen bevragingen op verzoek van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gedaan. Deze bevragingen heeft verdachte gedaan met een ander doel dan waarvoor de gebruikersaccount hem als [functie] ter beschikking was gesteld. De militaire kamer overweegt dat bij ieder gebruik van de [systeem 1] applicatie de gebruiker door middel van teksten wordt gewaarschuwd dat ongeautoriseerd gebruik van de systemen niet is toegestaan en strafbaar is. Zowel verdachte als [medeverdachte 1] hebben verklaard dat verdachte deze vertrouwelijke informatie heeft laten zien aan [medeverdachte 1] . Vervolgens heeft [medeverdachte 1] foto’s en video’s gemaakt van de resultaten van de bevragingen die te zien waren op de werktelefoon van verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij op de hoogte was van de vertrouwelijkheid van de door hem geraadpleegde informatie. Hij wist dat het verboden was om de politie-informatiesystemen te raadplegen en gebruiken, voor zover dat gebruik niet relevant was voor de uitoefening van zijn werkzaamheden. Met zijn handelen heeft verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de beveiliging van de politie-informatiesystemen doorbroken met een ander doel dan het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Verdachte is geautomatiseerde werken binnengedrongen met behulp van een valse sleutel en heeft zich schuldig gemaakt aan de onder feit 2 tenlastegelegde computervredebreuk. Feit 3 Verdachte heeft de via zijn werktelefoon opgevraagde vertrouwelijke informatie verstrekt aan derden door deze aan medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te laten zien en vervolgens gelegenheid te geven hier foto’s en video’s van te maken. Hiermee heeft hij zijn geheimhoudingsplicht geschonden die hij uit hoofde van zijn ambt als [functie] bij de KMar heeft. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij wist dat hij deze geheimhoudingsplicht had en dat hij die plicht opzettelijk heeft geschonden. Conclusie De militaire kamer acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De bewezenverklaarde feiten bestaan uit één feitencomplex, waarbij de drie feiten zodanig met elkaar zijn verweven en zozeer in elkaar opgaan dat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt. De militaire kamer constateert daarom dat sprake is van eendaadse samenloop. De militaire kamer zal verdachte ten aanzien van alle feiten partieel vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte de feiten in nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen heeft gepleegd. 3 De bewezenverklaring Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1 hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam en/of Den Haag en/of Apeldoorn, althans in ieder geval in Nederland, als ambtenaar, te weten als [functie] bij de Koninklijke Marechaussee, giften , beloften en/of diensten , te weten één of meer geldbedragen en /of drugs heeft aangenomen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze drugs en /of geldbedragen , giften, beloften en/of diensten hem, verdachte, werden gedaan, verleend en/of aangeboden teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen en/of na te laten , te weten het ( aan derden ) verstrekken van ( vertrouwelijke ) informatie ( waaronder persoonsgegevens en /of strafvorderlijke gegevens en /of kentekengegevens); 2 hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam en/of Den Haag en/of Apeldoorn , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, als ambtenaar, te weten als [functie] bij de Koninklijke Marechaussee (KMar), met behulp van een of meer valse sleutel s en/of door het aannemen van een of meer valse hoedanigheden en/of het onbevoegd gebruik van een gebruikersnaam en wachtwoord-combinatie , is binnengedrongen in één of meer (delen van) geautomatiseerde werken, te weten één of meer (delen van) servers van de politie en /of de KMar, namelijk door ( telkens ) op onbevoegde wijze gebruik te maken van een gebruikersnaam en /of wachtwoord en /of door zich met een gebruikersnaam en /of wachtwoord toegang te verschaffen tot (delen van de) servers van de politie en /of de KMar, met een ander doel dan waarvoor hem die gebruikersnaam en /of dat wachtwoord ter beschikking stond en /of waarvoor hem die toegang was toegestaan, door ( telkens ) met behulp van het hem bij de KMar toegekende of ter beschikking staande Defensieaccount, te weten ‘ [account 1] ’ en/of ‘ [account 2] ’, in te loggen in de beveiligde digitale [omgeving] van Defensie en /of de politie, en zich vervolgens toegang te verschaffen tot de systemen [systeem 1] en /of [systeem 2] , en /of tot die (delen van) servers waarop genoemde systemen/applicaties waren geplaatst, en /of ( vervolgens ) gegevens die waren opgeslagen en/of verwerkt en/of overgedragen door middel van (delen van) die geautomatiseerde werken (voor zichzelf) over te nemen en/of te reproduceren en/of inzichtelijk te maken en /of de inhoud daarvan aan een daartoe niet-gerechtigde persoon /derde te verstrekken en /of te openbaren, waarbij verdachte die systemen/applicaties ( telkens ) gebruikte voor niet-werkgerelateerde bevragingen, waaronder bevragingen met betrekking tot vertrouwelijke informatie, waaronder persoonsgegevens van derden, strafvorderlijke gegevens en kentekengegevens; terwijl hij door het begaan van het strafbare feit een bijzondere ambtsplicht heeft geschonden en /of bij het begaan van het strafbare feit gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken; 3 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2026 te Spijkenisse en/of Rotterdam en/of Den Haag en/of Apeldoorn , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ( telkens ) een geheim waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van zijn ambt , beroep en/of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt en/of beroep , te weten als [functie] bij de Koninklijke Marechaussee, verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, door ( telkens ) opzettelijk, in strijd met die geheimhoudingsplicht, vertrouwelijke informatie, hem ambtshalve bekend en/of door hem verkregen na raadpleging van politie- en /of Defensie-informatiesystemen en /of -applicaties, waaronder [systeem 2] en /of [systeem 1] , zoals raadplegingen of bevragingen rond personen en /of met betrekking tot kentekens, danwel screenshots van beeldschermen waarop deze vertrouwelijke informatie zichtbaar was, te delen met en /of te verstrekken of openbaren aan één of meer ( daartoe niet-gerechtigde ) derden. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feiten 1, 2 en 3: de eendaadse samenloop van als ambtenaar een gift aannemen, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem aangeboden wordt teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen, meermalen gepleegd ; en computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd ; en enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt verplicht is het te bewaren, opzettelijk schenden, meermalen gepleegd . 5 De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6 De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest, een proeftijd van drie jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De officier van justitie heeft als bijkomende straf gevorderd dat verdachte voor de duur van vijf jaar uit het recht wordt ontzet om als ambtenaar te werken. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft verbleven. Deze straf kan worden opgelegd in combinatie met de maximale taakstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een proeftijd langer dan drie jaar met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en als bijkomende straf een beroepsverbod. De beoordeling door de militaire kamer De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde als militair en [functie] werkzaam was bij de brigade [naam] , de brigade [naam] en het eskadron [naam] . Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim vijf jaar schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van passieve omkoping, computervredebreuk en schending van zijn ambtsgeheim door het ongeautoriseerd raadplegen van verschillende politie-informatiesystemen en deze informatie vervolgens door te geven aan anderen in ruil voor geld en cocaïne. Hier is slechts door ingrijpen door de politie, namelijk door de aanhouding van verdachte, een einde aan gekomen. Dergelijke handelingen schaden niet alleen de privacy van burgers maar ook het vertrouwen van de samenleving in een integere overheid en de werkzaamheden van de KMar in het bijzonder. De militaire kamer weegt zwaar mee dat verdachte werkzaam was bij de KMar in functie van opperwachtmeester, omdat de KMar een bijzondere rol heeft binnen het Nederlandse opsporingsapparaat. Het is een gevaar voor de democratische rechtstaat in Nederland als de overheid en burgers niet meer op ambtenaren kunnen vertrouwen. Verdachte heeft heel lichtzinnig vertrouwelijke informatie gedeeld met derden zonder na te gaan bij wie die informatie terecht zou komen. Daarnaast heeft verdachte door het aan zijn medeverdachten verstrekken van informatie over criminelen en derden, direct gevaar voor die personen en de samenleving als geheel veroorzaakt. Door zo te handelen heeft hij er onder andere voor gezorgd dat criminelen uit handen van justitie kunnen blijven. Voorts weegt de militaire kamer mee dat verdachte regelmatig in zijn uniform rondliep in de omgeving van zijn woning in [woonplaats] , wat hem extra kwetsbaar maakte voor benaderingen door criminelen. De militaire kamer vindt het ook zorgelijk dat het voor verdachte kennelijk volstrekt normaal was geworden om informatie over contacten uit zijn privéleven op te zoeken. De militaire kamer gaat in het geheel niet mee in de verklaring van verdachte dat hij de feiten heeft gepleegd in de waas van zijn cocaïneverslaving. Verdachte heeft meerdere bewustwordingsgesprekken gehad met zijn leidinggevende, waarin hij heeft gelogen over zijn verslaving en zijn handelen. Die gesprekken boden hem de mogelijkheid open kaart te spelen en zijn handelen te stoppen, maar hij heeft er niets mee gedaan. Het feit dat verdachte zelf naar de Militaire GGZ is gegaan heeft niet bijgedragen aan een oplossing, nu verdachte daar heeft gelogen dat hij slechts kampte met een alcoholverslaving. De militaire kamer heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies van 11 september 2026. Hieruit blijkt het volgende. De reclassering ziet het middelengebruik van verdachte als primaire criminogene factor. Verdachte kampt sinds vijf jaar met een cocaïneverslaving en mogelijk spelen psychosociale klachten een rol bij de verslaving. De reclassering maakt zich zorgen om de contacten van verdachte in het criminele circuit. De medeverdachten wonen dichtbij verdachte en het is niet uitgesloten dat hij in de toekomst opnieuw benaderd zal worden. Temeer omdat verdachte inmiddels in [werkplaats] werkt bij [afdeling] . Ondanks de langdurige verslavingsproblematiek is de schade op de leefgebieden van verdachte beperkt. Hij heeft stabiele huisvesting, geen schulden, een partnerrelatie en nieuw werk gevonden. Het verlies van zijn baan bij defensie, de strafrechtelijke vervolging en het beschadigde vertrouwen hebben echter hun tol geëist op de psychische gezondheid van verdachte. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft verdachte een gemotiveerde en meewerkende houding laten zien en hij heeft geen positieve urinecontroles gehad. De reclassering ziet een gemiddeld risico op recidive en de huidige interventies zijn toereikend om de risico’s te verminderen en de motivatie voor gedragsverandering te benutten. De reclassering adviseert de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling met de mogelijkheid van een kortdurende opname, een verbod op het gebruik van verdovende middelen inclusief alcohol, een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte 1] en een inspanningsverplichting voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. Naar het oordeel van de militaire kamer is, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, enkel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend. De militaire kamer ziet in de door de raadsvrouw genoemde omstandigheden geen reden hiervan af te zien. Het geopperde alternatief van een forse voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf zou in het geheel recht doen aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten. Alles overwegende acht de militaire kamer een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met aftrek van de voorlopige hechtenis en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, te weten een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling met de mogelijkheid van een kortdurende opname, een verbod op het gebruik verdovende middelen inclusief alcohol, een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte 1] en een inspanningsverplichting voor het vinden en behouden van betaald werk passend en geboden. De militaire kamer bepaalt de duur van de proeftijd op drie jaren. De militaire kamer vindt, anders dan de reclassering, een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte 2] ook passend en geboden. Deze straf wijkt af van de eis van de officier van justitie. De reden daarvan is gelegen in het feit dat de militaire kamer de ernst van de feiten zwaarder weegt dan de officier van justitie. Op grond van artikel 9 lid 1 onder b Sr kan de militaire kamer ontzetting van bepaalde rechten als bijkomende straf opleggen. Computervredebreuk (artikel 138ab Sr) wordt niet vermeld in artikel 152 Sr. Daarnaast is in boek 2 titel XVII, waarin schending van een ambtsgeheim (artikel 272 Sr) is opgenomen, geen artikel opgenomen waardoor er geen grondslag is voor het opleggen van een ontzetting van bepaalde rechten. Het ontzetten van bepaalde rechten op grond van bewezenverklaring van artikel 363 Sr is echter wel mogelijk op grond van artikel 29 Sr. Verdachte wordt veroordeeld voor het plegen van een ambtsmisdrijf als [functie] van de KMar. De militaire kamer ziet daarin reden om aan verdachte een beroepsverbod op te leggen, inhoudende dat verdachte voor de duur van 5 jaar wordt ontzet van het recht tot de uitoefening van het beroep van ambtenaar voor de (Rijks)overheid in elke vorm. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8 De beoordeling van het beslag Blijkens de beslaglijst en het dossier zijn de volgende telefoons in beslag genomen: 1. voorwerpnummer [nummer] : iPhone A2105 wit; 2. voorwerpnummer [nummer] (tevens vermeld in het dossier met voorwerpnummer 43252): Samsung SM973F (R10); 3. voorwerpnummer [nummer] : iPhone A2105 zwart; 4. voorwerpnummer [nummer] : iPhone 14; 5. voorwerpnummer [nummer] : iPhone 15; 6. voorwerpnummer [nummer] : OnePlus. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen OnePlus telefoon en de Samsung telefoon verbeurd dienen te worden verklaard en dat de in beslag genomen iPhones terug dienen te worden gegeven aan de rechthebbende, namelijk het Ministerie van Defensie. Standpunt verdediging De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de telefoons die eigendom zijn van het Ministerie van Defensie gerefereerd aan het oordeel van de militaire kamer en heeft verzocht enkel de OnePlus telefoon en de Samsung telefoon terug te geven aan verdachte. Er is op deze telefoons informatie aangetroffen die ziet op de ten laste gelegde handelingen, maar de feiten zijn niet gepleegd door gebruik van deze telefoons. Verder staat er veel informatie met emotionele waarde op deze telefoons. Beoordeling door de militaire kamer De militaire kamer zal de OnePlus telefoon en de Samsung telefoon op de beslaglijst met de voorwerpnummers [nummer] en [nummer] met betrekking tot welke de feiten zijn begaan verbeurd verklaren. De militaire kamer zal de teruggave van de iPhones op de beslaglijst met de nummers [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer] aan de rechthebbende, namelijk het Ministerie van Defensie, gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 28, 29, 31, 33, 33a, 55, 63, 138ab, 272 en 363 van het Wetboek van Strafrecht. 10 De beslissing De militaire kamer:  verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;  stelt als bijzondere voorwaarden dat: - verdachte zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen een week na ommekomst van zijn onvoorwaardelijke gevangenisstraf bij Fivoor Reclassering op het adres Westerstraat 5-9, 3016 DG Rotterdam of op het telefoonnummer 088-1785210; - verdachte laat zich behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavings- en psychische problematiek en het afnemen van diagnostiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/ observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing; - verdachte gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet en geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek, ademonderzoek en speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd; - verdachte zoekt of heeft op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met de medeverdachte: [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag] 1990; - verdachte zoekt of heeft op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met de medeverdachte: [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag] 1994; - verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur;  stelt als overige voorwaarden dat: - verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; - verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;  geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;  beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;  ontzet verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van ambtenaar voor de (Rijks)overheid in elke vorm voor de duur van 5 (vijf) jaren;  verklaart verbeurd de telefoons OnePlus (voorwerpnummer [nummer] ) en Samsung (voorwerpnummer [nummer] );  gelast de teruggave van de iPhones met de voorwerpnummers [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] aan de rechthebbende, namelijk het Ministerie van Defensie. Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings (voorzitter), mr. Y. van Wezel, rechters, en Kolonel mr. H.M. Stratenus, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 oktober 2026. Mr. R.M.H. Pennings is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Rijksrecherche, opgemaakte processen-verbaal van voorgeleiding, raadkamers pro-forma en persoonsdossiers, onderzoek 28Tuba met onderzoeksnummer 20250097, gesloten op de data genoemd in de dossiers en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van de dossiers zoals vermeld in het dossier, tenzij anders vermeld.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/603743 · 2026-10-22
