# Rechtbank Noord-Holland, 25-03-2026 (K/4101/11996724)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Noord-Holland
- Identifier: ECLI:NL:RBNHO:2026:13781
- Date: 2026-03-25
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBNHO%3A2026%3A13781
- Canonical: https://overview.legal/posts/603751

## Summary

De kantonrechter verwijst deze AVG-zaak zaak naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken

## Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11996724 \ CV EXPL 25-4729 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: J. Morsink tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Het geschil 2.1. [eiser] vordert, kort gezegd, dat de kantonrechter: (i) verklaart voor recht dat [gedaagde] handelt in strijd met de artikelen 12 en 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG): (ii) [gedaagde] op straffe van een dwangsom veroordeelt tot het verstrekken van volledige inzage in alle op [eiser] betrekking hebbende persoonsgegevens waarover [gedaagde] beschikt; (iii) [gedaagde] veroordeelt tot het betalen van een immateriële schadevergoeding; (iv) [gedaagde] veroordeelt tot het vergoeden van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. 2.2. [gedaagde] is niet verschenen in de procedure. 3 De beoordeling 3.1. Deze zaak gaat over de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). [eiser] grondt zijn vorderingen op de stelling dat [gedaagde] niet voldoet aan haar uit artikel 15 AVG voortvloeiende verplichting om [eiser] tijdig volledige inzage te geven in alle op [eiser] betrekking hebbende persoonsgegevens waarover [gedaagde] beschikt. 3.2. Indien [eiser] meent dat [gedaagde] deze verplichting niet is nagekomen, dient [eiser] zich door het indienen van een verzoekschrift te wenden tot (een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van) de rechtbank . De kantonrechter stelt vast dat [eiser] hieraan niet voldoet. In plaats van een verzoekschrift bij de rechtbank in te dienen, heeft [eiser] [gedaagde] gedagvaard voor de kantonrechter. 3.3. De kantonrechter zal daarom op de voet van artikel 69 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering deze zaak - in de stand waarin deze zich thans bevindt - verwijzen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank om te worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure. 3.4. De verwijzing ziet op alle door [eiser] in deze procedure ingestelde vorderingen. De wet (o.a. de Uitvoeringswet AVG) verzet zich daar niet tegen en de verschillende vorderingen hangen zo nauw met elkaar samen dat deze uit oogpunt van proceseconomie gezamenlijke behandeling behoeven. 3.5. De kantonrechter wijst partijen erop dat zij zich in de verzoekschriftenprocedure niet hoeven te laten bijstaan door een advocaat. 3.6. De kantonrechter wijst [eiser] erop dat hij na verwijzing niet opnieuw griffierecht verschuldigd is. 3.7. De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat hij griffierecht verschuldigd zal worden, indien hij ervoor kiest om in de verzoekschriftenprocedure een verweerschrift/ zienswijze in te dienen. [gedaagde] is geen griffierecht verschuldigd als alleen mondeling verweer wordt gevoerd. De hoogte van dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl. 3.8. [gedaagde] dient uiterlijk binnen twee weken na heden de rechtbank schriftelijk te berichten over de vraag of zij in de verzoekschriftenprocedure wenst te verschijnen en verweer wenst te voeren. Indien [gedaagde] in de verzoekschriftenprocedure verschijnt en verweer wenst te voeren zal hij van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota ontvangen met betaalinstructies. Als [gedaagde] het griffierecht niet op tijd betaalt, kan de rechtbank beslissen het eventueel gevoerde verweer inhoudelijk niet in behandeling te nemen. Dit doet niet af aan de verschuldigdheid van het griffierecht. 3.9. Na verwijzing zal om proceseconomische redenen de dagvaarding als verzoekschrift worden aangemerkt. Na ontvangst van het in 3.8. genoemde bericht, zal [eiser] en, indien zij in de verzoekschriftenprocedure is verschenen, [gedaagde] bericht ontvangen over het verdere verloop van de verzoekschriftprocedure. Partijen dienen er rekening mee te houden dat als een mondelinge behandeling moet plaatsvinden, de rechtbank daarvoor maandag 1 juni 2026 en maandag 8 juni 2026 heeft gereserveerd. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1. verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de verzoekschriftenprocedure van een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Alkmaar, 4.2. wijst partijen erop dat zij zich in de verzoekschriftenprocedure niet hoeven te laten bijstaan door een advocaat, 4.3. geeft [gedaagde] de gelegenheid om uiterlijk binnen twee weken na heden de griffier van de rechtbank schriftelijk te berichten over de vraag of hij in de verzoekschriftenprocedure wenst te verschijnen en verweer wenst te voeren, 4.4. wijst [gedaagde] erop dat hij na indienen van een verweerschrift/ zienswijze griffierecht is verschuldigd waarvoor [gedaagde] in dat geval een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR, 4.5. bepaalt dat de griffier van de rechtbank partijen na ontvangst van het 3.8. genoemde bericht partijen schriftelijk zal berichten over het verdere verloop van de verzoekschriftenprocedure. Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op de hiervoor genoemde datum. Zie artikel 35 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (hierna Uitvoeringswet AVG) Zie artikel 34 lid 4 Uitvoeringswet AVG

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/603751 · 2026-10-22
