# Rechtbank Overijssel, 09-10-2026 (ak_26_1432)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Overijssel
- Identifier: ECLI:NL:RBOVE:2026:6068
- Date: 2026-10-09
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBOVE%3A2026%3A6068
- Canonical: https://overview.legal/posts/603757

## Summary

Afwijzing aanvraag voor dubbele kinderbijslag. Er is niet voldaan aan de voorwaarde dat op vier van de tien beoordelingspunten een score wordt behaald.

## Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 26/1432 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (hierna te noemen: [eiseres]), en de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de SVB [eiseres] terecht vanaf het eerste kwartaal van 2026 niet langer in aanmerking heeft gebracht voor dubbele kinderbijslag voor haar zoon [naam 1]. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. [eiseres] krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2.1. [eiseres] heeft een aanvraag voor dubbele kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) ingediend voor haar zoon [naam 1]. De SVB heeft deze aanvraag met het besluit van 11 februari 2026 afgewezen. Het bezwaar van [eiseres] heeft de SVB met het bestreden besluit van 7 april 2026 ongegrond verklaard. 2.2. De rechtbank heeft het beroep van [eiseres] op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiseres] en namens de SVB [naam 2] en [naam 3]. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit 3.1. [naam 1] is de zoon van [eiseres]. Hij is geboren op [geboortedatum] 2017. Er is een ernstig vermoeden dat bij [naam 1] sprake is van een psychiatrische aandoening. Hier wordt nog (nader) onderzoek naar gedaan. 3.2. Op 5 augustus 2020 heeft [eiseres] voor het eerst dubbele kinderbijslag voor [naam 1] aangevraagd. Met een besluit van 3 november 2020 is dubbele kinderbijslag toegekend vanaf het derde kwartaal van 2020. Tot en met het jaar 2025 heeft [eiseres] voor [naam 1] dubbele kinderbijslag ontvangen. 3.3. Omdat de geldigheidstermijn van het eerder afgegeven advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) bijna was verlopen, heeft de SVB [eiseres] er op 2 december 2025 op gewezen dat zij een nieuwe aanvraag moest indienen als zij opnieuw in aanmerking wilde komen voor dubbele kinderbijslag voor [naam 1]. Op 2 december 2025 heeft [eiseres] voor de periode vanaf het eerste kwartaal van 2026 een aanvraagformulier ingezonden. Op 31 december 2025 heeft zij aanvullende medische informatie ingezonden. De SVB heeft daarna een nieuw advies van het CIZ gevraagd, dat het CIZ op 5 februari 2026 heeft afgegeven. Volgens dit advies voldoet [naam 1] niet meer aan de voorwaarden voor dubbele kinderbijslag. 3.4. Met het primaire besluit van 11 februari 2026 heeft de SVB de aanvraag afgewezen, omdat er geen sprake zou zijn van een ziekte of stoornis in de zin van het Besluit uitvoering kinderbijslag. Tegen dit besluit heeft [eiseres] bezwaar gemaakt. In de bezwaarschriftprocedure is nader advies gevraagd aan het CIZ. De medisch adviseur van het CIZ heeft in een advies van 2 april 2026 opnieuw geconcludeerd dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor dubbele kinderbijslag. De SVB heeft daarna het nu bestreden besluit op bezwaar genomen. Het standpunt van de SVB 3.5. De SVB heeft zich gebaseerd op de adviezen van het CIZ. In bezwaar is alsnog vastgesteld dat er sprake is van het ernstige vermoeden van een diagnose bij [naam 1], wat ook door de huisarts en de school wordt onderschreven. Het CIZ heeft vervolgens beoordeeld of [naam 1] intensieve zorg nodig heeft en voor twee van de tien in dat kader te beoordelen zorgonderdelen een punt toegekend: een punt voor ‘lichaamshygiëne’ en een punt voor ‘alleen thuis zijn’. Voor het toekennen van dubbele kinderbijslag is echter vereist dat op minimaal vier van de tien zorgonderdelen een punt wordt gescoord. De medisch adviseur van het CIZ heeft in het advies van 25 juni 2026 uitvoerig gereageerd op het beroepschrift en toegelicht waarom het recht op dubbele kinderbijslag voor [naam 1] vanaf het eerste kwartaal van 2026 niet langer wordt toegekend. Het standpunt van [eiseres] 3.6. [eiseres] begrijpt niet waarom [naam 1] eerder wel aan de voorwaarden voldeed en nu niet meer. Het is op momenten juist pittiger nu [naam 1] ouder is. Hij volgt inmiddels speciaal onderwijs. Thuis is er ondersteuning vanuit de gemeente en van praktijk Forza te Hengelo. Dit duidt er volgens [eiseres] op dat er wel iets aan de hand is. Om het weekend gaat [naam 1] naar Outdoorcare Boekelo om het gezin te ontlasten. Dat is allemaal niet voor niets. Tijdens het telefoongesprek met het CIZ wilde [eiseres] nadere uitleg geven, maar ze werd telkens in de rede gevallen en heeft haar verhaal nooit kunnen doen. Op de zitting heeft [eiseres] (nader) toegelicht welke problemen er spelen die volgens haar hadden moeten leiden tot een score. Het oordeel van de rechtbank 4. Het voor deze zaak relevante beoordelingskader is als bijlage bij de uitspraak gevoegd. 4.1. De peildatum die hier belangrijk is, is 1 januari 2026. Op deze datum was [naam 1] acht jaar. 4.2. Om in aanmerking te komen voor dubbele kinderbijslag moet een kind op de peildatum intensieve zorg nodig hebben . Om dat vast te stellen is een positief advies van het CIZ nodig. Voor een kind van tussen de zes en negen jaar, zoals [naam 1], geldt dat intensieve zorg nodig is als op minimaal vier van de tien te beoordelen zorgonderdelen een zware zorgbehoefte wordt aangenomen (vier punten). Dit staat in de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (hierna: de Regeling). 4.3. Bij de beoordeling of voor een zorgonderdeel een punt kan worden toegekend, hanteert het CIZ het Beoordelingskader DKIZ 2025. In dit beoordelingskader is voor ieder zorgonderdeel uitgewerkt wanneer een punt wordt toegekend en ook wanneer geen punt wordt toegekend. Het is vaste rechtspraak dat dit Beoordelingskader een vaste gedragslijn is en als uitgangspunt voor de beoordeling kan worden genomen . De beoordeling 4.4. De rechtbank wijst er allereerst op dat het enkele feit dat voor [naam 1] voorheen wel dubbele kinderbijslag werd verstrekt, niet maakt dat dit zo moet blijven. Een advies van het CIZ is niet onbeperkt geldig. Als het advies afloopt, zoals hier het geval was, moet een nieuwe aanvraag worden gedaan. Bij die nieuwe aanvraag moeten de zorgonderdelen weer opnieuw worden beoordeeld aan de hand van de dan aan de orde zijnde medische situatie. Dat kan leiden tot een andere uitkomst. Een negatief besluit wil evenmin zeggen dat ervan wordt uitgegaan dat [naam 1] hetzelfde kan als andere kinderen van zijn leeftijd of dat er geen sprake is van een hogere zorgbehoefte. Er wordt dan echter niet voldaan aan het criterium ‘intensieve zorg’ in de zin van de Regeling. 4.5. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek van het CIZ zorgvuldig is geweest. Uit de adviezen van 2 april 2026 en 25 juni 2026 blijkt dat het onderzoek van het CIZ heeft bestaan uit het bestuderen van alle (medische) informatie uit het dossier en het inwinnen van informatie bij [eiseres] en de school van [naam 1]. Op basis van deze informatie heeft het CIZ naar het oordeel van de rechtbank een duidelijk beeld kunnen krijgen van de intensiteit van de benodigde zorg. [eiseres] heeft in haar beroepschrift gesteld dat zij tijdens het onderzoek nooit haar verhaal heeft kunnen doen omdat zij continu in de rede werd gevallen. Op de zitting bij de rechtbank heeft zij toegelicht dat zij het CIZ daardoor niet alles heeft kunnen vertellen wat zij wilde vertellen over de situatie van [naam 1]. De rechtbank stelt echter vast dat [eiseres] op 24 juni 2026 de gelegenheid heeft gekregen om de situatie (opnieuw) toe te lichten en dat zij dit toen ook heeft gedaan. Er is daarbij niet gebleken van nieuwe informatie die eerder in het onderzoek was gemist. Omdat aan de adviezen van het CIZ een zorgvuldig onderzoek ten grondslag heeft gelegen, heeft de SVB heeft zich op deze adviezen mogen baseren. 4.6. Het CIZ heeft getoetst of er bij [naam 1] op het peilmoment sprake was van een zware zorgbehoefte op de tien zorgonderdelen. Het CIZ heeft voor twee onderdelen een zware zorgbehoefte aangenomen, namelijk voor ‘alleen thuis zijn’ en ‘begeleiding buitenshuis’. In de adviezen van 2 april 2026 en 25 juni 2026 is per onderdeel gemotiveerd waarom [naam 1] al dan niet in aanmerking komt voor een punt op dat onderdeel. Volgens [eiseres] had [naam 1] meer dan twee punten moeten krijgen, net als in het verleden, omdat de zorg voor [naam 1] eerder is toe- dan afgenomen. Op de zitting heeft [eiseres] toegelicht welke problematiek van [naam 1] volgens haar ook tot een score zou moeten leiden, naast de al toegekende punten op de onderdelen ‘alleen thuis zijn’ en ‘begeleiding buitenshuis’. De rechtbank bespreekt die punten hieronder. Lichaamshygiëne 4.7. [eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat [naam 1] nog steeds aan de voorwaarden voor een score op dit onderdeel voldoet, omdat hij dagelijks hulp nodig heeft met tandenpoetsen, douchen en aankleden. Op de zitting heeft [eiseres] uiteengezet dat zij - wanneer [naam 1] moet douchen - met hem mee naar boven gaat, hem onder de douche zet, bij hem wacht tot hij klaar is, hem afdroogt en zijn kleding klaarlegt. Volgens het Beoordelingskader gelden voor een score op het onderdeel lichaamshygiëne de als volgt geformuleerde voorwaarden: - Er is volledige hulp nodig. Meewerken of meehelpen door het kind is niet of slechts in geringe mate mogelijk, of; - Kan een aantal handelingen fysiek weliswaar zelf, maar niet zonder continue aanwezigheid en/of continue aansturing van een ander. Daarbij zijn bij (vrijwel) alle handelingen aanwijzingen en/of hulp nodig. Het CIZ heeft in het advies van 2 april 2026 voor de rechtbank inzichtelijk gemotiveerd waarom uit de aanwezige informatie niet kan worden geconcludeerd dat aan een van deze voorwaarden wordt voldaan. Het is duidelijk dat [naam 1] behoefte heeft aan aansturing, herhaling en controle bij zijn persoonlijke verzorging, maar ook dat hij in staat is een deel van de persoonlijke verzorging zelfstandig te doen. Dit volgt bijvoorbeeld uit de informatie die de school heeft verstrekt over het omkleden voor de gymles. Het gaat daarom niet om ‘volledige hulp’ in de zin van het Beoordelingskader. Het SVB heeft dan ook terecht, in navolging van het CIZ, geen score op dit onderdeel toegekend. Bezig houden/handreikingen 4.8. [eiseres] heeft op dit punt naar voren gebracht dat [naam 1] de hele dag aansturing en structuur nodig heeft en dat zij 24/7 aan het zorgen is. Volgens het Beoordelingskader wordt een punt toegekend wanneer als gevolg van een ziekte of stoornis: - er een noodzaak is tot het aanbieden van een volledige, complete dagstructuur met voortdurende individuele aandacht en activering, of; - het kind zich geheel niet alleen kan vermaken of bezig kan zijn, of; - alle activiteiten binnenshuis georganiseerd en begeleid moeten worden, of; - sprake is van volledige aanpassing en sterke inperking van de levensstijl. De medisch adviseur heeft vastgesteld dat [naam 1] behoefte heeft aan structuur, voorbereiding, begrenzing en nabijheid. Uit de medische informatie volgt echter niet dat [naam 1] behoefte heeft aan een volledige, complete dagstructuur met voortdurende individuele aandacht en activering. Ook blijkt niet dat alle activiteiten binnenshuis georganiseerd en begeleid moeten worden. Uit de aanwezige informatie valt juist op te maken dat [naam 1] in enige mate in staat is zich thuis zelfstandig te vermaken en op school zelfstandig te werken. Om die reden is ook geen sprake van een ‘volledige aanpassing en sterke inperking van de levensstijl’ van het hele gezin, in de zin van het Beoordelingskader. Voor de rechtbank is op deze wijze inzichtelijk gemotiveerd waarom niet aan de voorwaarden voor een score wordt voldaan. Eten en drinken 4.9. Volgens [eiseres] moet dit onderdeel ook gescoord worden. Zij moet altijd naast [naam 1] zitten en hem continu aansporen om te eten. Hij kan zijn eigen boterham niet snijden en niet opscheppen. Haar andere kinderen konden dit wel op die leeftijd, wat duidelijk maakt dat bij [naam 1] wel degelijk een zorgbehoefte aanwezig is. Volgens het Beoordelingskader wordt voor de functie eten en drinken een score toegekend als: - het kind sondevoeding krijgt (al dan niet aanvullend op gewoon eten), of; - het kind moet worden geholpen bij het nuttigen van de maaltijd vanwege ziekte of stoornis; of - er sprake is van een door kinderarts/psychiater vastgestelde duurzaam (langer dan een jaar) aanwezige en/of therapieresistente eetstoornis, of; - er is permanent toezicht nodig is vanwege aspiratierisico, of; - er noodzaak is tot toezicht en observatie met betrekking tot het voldoende gezond eten en drinken gedurende het etmaal. Het gaat bijvoorbeeld om: o een medisch noodzakelijk afwijkend voedingspatroon of dieet (bijvoorbeeld hoogcalorische intake bij cystic fibrosis, of ketogeen dieet bij epilepsie) of handelingen met betrekking tot diabetes; o het aansporen of afremmen van het kind in verband met psychiatrische aandoeningen en/of (geobjectiveerde) gedragsproblematiek. In het advies van het CIZ is navolgbaar toegelicht dat geen sprake is van sondevoeding, verslikkingsgevaar of een eetstoornis en dat ook niet kan niet worden vastgesteld dat hulp nodig is bij het nuttigen van een maaltijd of het aansporen of afremmen van [naam 1] in verband met een gedragsstoornis. Uit de aanwezige informatie, waaronder ook de informatie van de school, blijkt dat [naam 1] op zichzelf kan eten en drinken maar daarbij wel geholpen moet worden met praktische handelingen zoals opscheppen, vlees snijden en brood smeren en soms aansporing nodig heeft omdat hij wordt afgeleid. Dit is echter onvoldoende om te kunnen komen tot een score. Op de zitting is op dit punt door de SVB uiteengezet dat voor een score bijvoorbeeld sprake moet zijn van het aanreiken van eten. Dat is niet aan de orde. Gedrag 4.10. [eiseres] is van mening dat er ten onrechte geen rekening wordt gehouden met het gedrag van [naam 1]. Dat vindt zij onbegrijpelijk, omdat er wel ondersteuning wordt gegeven om het gezin te ontlasten. Op grond van het Beoordelingskader wordt het zorgonderdeel ‘Gedrag’ gescoord als er permanent toezicht moet zijn in verband met door de gehele dag heen voorkomende of dreigende gedragsproblemen en escalaties. De rechtbank begrijpt uit de stukken dat de gedragsproblemen van [naam 1] gezien zijn en worden erkend door het CIZ en de SVB, maar ook dat er geen situatie is waarin permanent toezicht vereist is. Dit is in de adviezen van het CIZ navolgbaar toegelicht. Communicatie 4.11. Ook dit onderdeel is volgens [eiseres] ten onrechte niet meegenomen. Zij wijst er daarbij op dat [naam 1] een taalontwikkelingsachterstand heeft. Op grond van het Beoordelingskader wordt het zorgonderdeel ‘communicatie’ gescoord als sprake is van: - onvermogen tot spreken, of; - spraak die door vrijwel niemand begrepen wordt of alleen door naaste verzorgers/ouders, of; - slechts met gebaren en losse woorden communiceren, of; - als gevolg van een aandoening (vrijwel) nooit op aanwijzingen en vragen reageren of alleen met gebaren of (ondersteunende) gebaren en losse woorden, waarbij nagenoeg geen communicatie mogelijk is, of; - een ander helemaal niet of vrijwel niet begrijpen als gevolg van een aandoening. Het CIZ heeft in het advies vermeld dat dit bij [naam 1] niet aan de orde is. Hij heeft logopedie gehad en is inmiddels communicatief voldoende zelfredzaam. [naam 1] maakt contact en kan zich voldoende verstaanbaar maken, zo volgt ook uit de informatie die [eiseres] zelf heeft gegeven aan het CIZ en uit de informatie van school. Het is de rechtbank ook uit de toelichting van [eiseres] tijdens de zitting niet gebleken dat deze conclusie onjuist is. De conclusie van de rechtbank 5.1. De rechtbank concludeert dat het CIZ begrijpelijk en navolgbaar heeft gemotiveerd dat op twee van de tien onderdelen sprake is van een zware zorgbehoefte en op de overige acht onderdelen niet. Dit is onvoldoende voor een positief advies. De SVB heeft de aanvraag van [eiseres] voor dubbele kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2026 dan ook terecht afgewezen. 5.2. De rechtbank merkt nog wel het volgende op. Het is de rechtbank duidelijk dat [naam 1] veel behoefte heeft aan ondersteuning en ook dat hij op meerdere gebieden een zwaardere zorgbehoefte heeft dan andere kinderen van zijn leeftijd. De rechtbank heeft ook gezien dat dit veel vraagt van zijn moeder. De rechtbank kan er echter niet aan voorbij gaan dat er strenge voorwaarden gelden om voor dubbele kinderbijslag in aanmerking te komen en dat het CIZ aannemelijk heeft gemaakt dat op dit moment niet aan die voorwaarden is voldaan. Op de zitting heeft de SVB toegelicht dat een nieuwe aanvraag mogelijk is als nieuwe (medische) informatie daartoe aanleiding geeft. De SVB neemt die aanvraag dan weer in behandeling. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing in stand blijft en dat [eiseres] geen gelijk krijgt. Zij krijgt daarom het griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. N.P. Heisterkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Ernens, griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels Algemene Kinderbijslagwet (AKW) Artikel 7a 1. Een verzekerde heeft voor een tot zijn huishouden behorend kind dat drie jaar is of ouder, maar nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, genoemd in artikel 12, eerste en tweede lid, indien het kind is aangewezen op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen mate van intensieve zorg. (…) Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK) (tekst per 1 januari 2026) Artikel 11. 1. Van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet is sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard. 2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop vastgesteld wordt of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in het eerste lid. Artikel 12. 1. Om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, ontvangt de Sociale verzekeringsbank een op medische gegevens gebaseerd advies van het Centrum indicatiestelling zorg, genoemd in artikel 7.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg: a. op verzoek van de Sociale verzekeringsbank; of b. ambtshalve, indien sprake is van ambtshalve verstrekking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9.1.3a, eerste lid, van de Wet langdurige zorg. 2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd. Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (Regeling) Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: - advies: een op medische gegevens gebaseerd advies als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Besluit uitvoering kinderbijslag; (…). Artikel 2 1. De SVB kan vaststellen dat er sprake is van intensieve zorg, indien het advies positief luidt. 2. Het advies luidt positief indien: a. het kind blijkens een geldig indicatiebesluit als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg is aangewezen op permanent toezicht of op 24 uur per dag zorg in de nabijheid; of b. het kind blijkens de beoordeling van het CIZ intensieve zorg nodig heeft. Artikel 3 1. De beoordeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, komt tot stand aan de hand van de volgende items: lichaamshygiëne; zindelijkheid; eten en drinken; mobiliteit; medische verzorging; gedrag; communicatie; alleen thuis zijn; begeleiding buitenshuis; bezig houden, handreikingen. 2. Indien het CIZ oordeelt dat er sprake is van een zware zorgbehoefte op een item, kent het CIZ op dit item een punt toe. 3. Het kind behoeft intensieve zorg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, indien: a. het 3-5 jaar is en het CIZ minimaal 5 punten toekent; b. het 6-9 jaar is en het CIZ minimaal 4 punten toekent; c. het 10-17 jaar is en het CIZ minimaal 3 punten toekent. (….. ) Dit staat in artikel 7a, lid 1, van de AKW. Als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling. Bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van beroep van 12 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:87.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/603757 · 2026-10-22
