# Rechtbank Amsterdam, 13-10-2026 (13-120062-26)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:10063
- Date: 2026-10-13
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A10063
- Canonical: https://overview.legal/posts/603760

## Summary

Executie-EAB uit Polen. Overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW.

## Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-120062-26 Datum uitspraak: 29 september 2026 UITSPRAAK op de vordering van 20 juli 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 9 februari 2026 door the Warsaw Regional Court VIII Penal Division , Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] (Polen), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting 2 september 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 2 september 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden tot de zitting van 29 september 2026 om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de vertaling van de op 1 september 2026 door de uitvaardigende justitiële autoriteit met het oog op de toetsing aan artikel 12 OLW verstrekte aanvullende informatie aan het dossier toe te voegen. Zitting 29 september 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, M.A.C. de Vilder-van Overmeire, en door een tolk in de Poolse taal. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis van the District Court of Grodzisk Mazowiecki van 20 mei 2022, met referentienummer II K 35/22. Uit onderdeel d) van het EAB blijkt dat er hoger beroep is ingesteld tegen dit vonnis. Op 13 oktober 2022 heeft the Warsaw Regional Court arrest gewezen. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde arrest en hij moet deze straf ondergaan in Polen. Deze straf resteert volgens het EAB nog geheel. De hiervoor genoemde veroordeling ziet op het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Inleiding Onderdeel d) van het EAB vermeldt: “No, the person did not appear in person at the trial resulting in the decision. (…) the person was not summoned in person but by other means actually received official information of the scheduled date and place of the trial which resulted in the decision, in such a manner that it was unequivocally established that he or she was aware of the scheduled trial and was informed that a decision may be handed down if he or she does not appear for the trial. (…) The defendant did not attend the trial date of 18 May 2022. Nobody attended the pronouncement of the judgement on 20 May 2022. Correspondence sent to [de opgeëiste persoon] to an address notified by him was not called for on time, under article 133 para. 2 of the Code of Penal Procedure, a writ of summons for the hearing date has been considered duly served. On 24 May 2022, bis defense attorney filed a notice of appeal, and then an appeal. On 26 May 2022, a public prosecutor filed a notice of appeal, and then an appeal. By means of a judgement of the Warsaw Regional Court [Sąd Okręgowy w Warszawie] of 13 October 2022, the judgment of Court of Grodzisk Mazowiecki in the case II K 35/22 of 20 May 2022 bas been modified. (...).” Het Internationaal Rechtshulpcentrum van het Openbaar Ministerie (IRC) heeft op 28 juli 2026 aanvullende informatie opgevraagd bij de uitvaardigende justitiële autoriteit over de wijze waarop de opgeëiste persoon in de procedure in hoger beroep zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. Het IRC heeft op 14 augustus 2026 gerappelleerd. Op 1 september 2026 is aanvullende informatie door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekt. Deze aanvullende informatie is in de Poolse taal opgesteld. Mede op verzoek van de rechtbank heeft het IRC vervolgens meermaals aan de uitvaardigende justitiële autoriteit verzocht om de vertaling van deze aanvullende informatie. Een vertaling van die aanvullende informatie is niet ontvangen. Standpunt van de raadsvrouw Primair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW. Gelet op de inhoud van het dossier kan niet van deze weigeringsgrond worden afgezien. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de behandeling opnieuw aan te houden in afwachting van de vertaling. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling moet worden aangehouden om de vertaling van de aanvullende informatie af te wachten, nu daarvoor nog ruimte bestaat binnen de beslistermijn. Oordeel van de rechtbank Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de beslissing in de laatste van die procedures relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom het arrest van the Warsaw Regional Court van 13 oktober 2022 toetsen aan artikel 12 OLW. De rechtbank stelt vast dat de overlevering van de opgeëiste persoon is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een beslissing in hoger beroep. De rechtbank kan echter op basis van de beschikbare informatie niet vaststellen of de opgeëiste persoon aanwezig is geweest bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Ook is niet gebleken dat sprake is van een van de situaties zoals bedoeld in artikel 12 onder a tot en met d OLW. De rechtbank kan in dit geval de overlevering weigeren. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren om de navolgende reden. Op grond van het EAB kan de rechtbank niet beoordelen of de opgeëiste persoon, terwijl hij op de hoogte was of moest zijn van de procedure in hoger beroep, al dan niet stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht bij het proces dat heeft geleid tot het arrest van the Warsaw Regional Court van 13 oktober 2022. Evenmin kan worden vastgesteld of hij al dan niet kennelijk onzorgvuldig heeft gehandeld met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor de Poolse justitiële autoriteiten. De rechtbank kan zich er daarom niet van verzekeren dat overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon inhoudt. Aangezien de uitvaardigende justitiële autoriteit ruimschoots in de gelegenheid is gesteld om een vertaling van de aanvullende informatie te verschaffen en gelet op de omstandigheid dat de beslistermijn op 14 oktober 2026 verstrijkt, ziet de rechtbank geen aanleiding de behandeling van de zaak nogmaals aan te houden in afwachting van de vertaling. De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is en dat er geen reden is om van toepassing van de weigeringsgrond af te zien. 5 Slotsom De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Daarom wordt de overlevering geweigerd. 6 Toepasselijke wetsbepalingen Artikel 12 OLW. 7 Beslissing WEIGERT de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Warsaw Regional Court VIII Penal Division , Polen voor het feit zoals dat is omgeschreven in onderdeel e) van het EAB. HEFT OP de (geschorste) overleveringsdetentie van [de opgeëiste persoon] . Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mr. E. de Rooij en mr. L. Sanders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier. en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 september 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/603760 · 2026-10-22
