Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:10059 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 13-10-2026 (13-228008-26)

Status Not cited by any decision here yet

Judgment

Summary

Pools executie-EAB. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is niet van toepassing. Overlevering toegestaan.

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-228008-26 Datum uitspraak: 13 oktober 2026 UITSPRAAK op de vordering van 12 augustus 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 15 juni 2026 door the Circuit Court in Sosnowiec , Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] (Polen), inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres] , nu gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 september 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. V.G. Kraal, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3. Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis van the District Court in Dąbrowa Górnicza van 28 maart 2018, met kenmerk II K 278/18. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren en drie maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze straf resteert nog in zijn geheel. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. De hiervoor genoemde veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Standpunt van de raadsman De raadsman heeft aangevoerd dat onderdeel d) van het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon is verschenen bij de zittingen (“trials”) die tot de beslissing hebben geleid. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat dat hij voor twee verschillende feiten is veroordeeld en slechts bij één zitting aanwezig is geweest. Gelet hierop heeft de raadsman verzocht nadere vragen te stellen aan de Poolse autoriten over de uitoefening van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaring van de opgeëiste persoon geen aanleiding geeft te twijfelen aan de informatie in onderdeel d) van het EAB, waaruit volgt dat hij bij de zitting aanwezig was. Daarbij heeft de officier van justitie erop gewezen dat alle feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht op dezelfde dag zijn gepleegd. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De enkele betwisting van de opgeëiste persoon, die niet is onderbouwd, is onvoldoende om twijfelen aan de juistheid van de informatie in het EAB. Daarom is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing. Het verweer van de raadsman wordt verworpen. 5 Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten niet aangeduid als lijstfeiten. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat voor de feiten een vrijheidsstraf van ten minste vier maanden is opgelegd aan de opgeëiste persoon en de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: medeplegen van mishandeling; medeplegen van bedreiging met brandstichting; diefstal door twee of meer verenigde personen; medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. 6 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 7 Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 47, 285, 300, 350 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. 8 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Sosnowiec, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mr. E. de Rooij en mr. L. Sanders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier. en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 oktober 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Zie artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW.