Skip to content
Case Law · Raad van State ·ECLI:NL:RVS:2026:4165 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Raad van State, 15-07-2026 (202500556/1/A3)

Raad van State
Summary

Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard het verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen afgewezen. Op 16 en 21 juli 2020 heeft [appellant] zich onder de naam [naam] tegenover een ambtenaar van De Dienst Regionale Recherche, afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) geïdentificeerd met een Nigeriaans paspoort. De AVIM heeft met dactyloscopisch onderzoek aan de hand van gegevens in de landelijke dactyloscopische datatbank voor vreemdelingen vastgesteld dat de persoon die zich bij hen identificeerde als [naam] in de brp ingeschreven stond als [appellant]. De AVIM heeft het college daarop verzocht de naamswijziging in de administratie door te voeren. Het college heeft daar geen vervolg aan gegeven. [appellant] heeft op 18 juli 2022 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp. Het gaat om de wijziging van zijn voornamen en geslachtnaam van [appellant] naar [naam], zijn geboortedatum van 1985 naar [geboortedatum] 1982 en zijn geboorteplaats en -land van Ganta, Liberia naar Aba, Nigeria.

How it connects

Full text

202500556/1/A3. Datum uitspraak: 15 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 december 2024 in zaak nr. 24/928 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard. Procesverloop Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. Bij besluit van 11 december 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 december 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 25 maart 2026, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. H.H.R. Bruggeman, advocaat in Leiderdorp, en [persoon], is verschenen. Overwegingen Inleiding 1. Op 16 en 21 juli 2020 heeft [appellant] zich onder de naam [naam] tegenover een ambtenaar van De Dienst Regionale Recherche, afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) geïdentificeerd met een Nigeriaans paspoort. De AVIM heeft met dactyloscopisch onderzoek aan de hand van gegevens in de landelijke dactyloscopische datatbank voor vreemdelingen vastgesteld dat de persoon die zich bij hen identificeerde als [naam] in de brp ingeschreven stond als [appellant]. De AVIM heeft het college daarop verzocht de naamswijziging in de administratie door te voeren. Het college heeft daar geen vervolg aan gegeven. 1.1. [appellant] heeft op 18 juli 2022 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp. Het gaat om de wijziging van zijn voornamen en geslachtnaam van [appellant] naar [naam], zijn geboortedatum van 1985 naar [geboortedatum] 1982 en zijn geboorteplaats en -land van Ganta, Liberia naar Aba, Nigeria. [appellant] heeft bij zijn verzoek een ‘attestation of birth letter’ overgelegd, afgegeven door de National Population Commission van Nigeria. Het document is door Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op echtheid beoordeeld, waarbij de echtheid van het document positief is beoordeeld maar niet kon worden vastgesteld of dit inhoudelijk juist was. 1.2. Het college vindt dat de in de attestation of birth letter genoemde persoonsgegevens niet de juiste gegevens zijn. Het is het college niet duidelijk geworden hoe de afgevende autoriteit de identiteit van [appellant] heeft vastgesteld en hoe de inhoud van het document tot stand is gekomen. Het college heeft daarom het verzoek tot rectificatie van de gegevens in de brp bij het besluit van 1 mei 2023 afgewezen. In bezwaar heeft [appellant] een ‘statutory declaration of age’ en een ‘letter of proof of nationality’ overgelegd. Dit zijn naar gesteld een verklaring van de broer van [appellant] en een verklaring van de Nigeriaanse ambassade dat het Nigeriaanse paspoort van [appellant], gesteld op de naam [naam], het bewijs van zijn nationaliteit is. Het college heeft in deze documenten geen aanleiding gezien de gegevens in de brp te wijzigen en is bij het besluit van 11 december 2023 bij de afwijzing van het verzoek gebleven. Oordeel van de rechtbank 2. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt mocht stellen dat de statutory declaration of age naar objectieve maatstaven gemeten niet op betrouwbare gegevens is gebaseerd, omdat niet blijkt dat degene die voor de verkrijging van dit document de verklaring heeft afgelegd daadwerkelijk de broer van [appellant] is en dat die kan verklaren over gegevens over de geboorte. Er ontbreken identiteitsgegevens zoals een geboortedatum of een foto van de broer. Aan de attestation of birth, die is afgegeven op basis van de statutory declaration of age, komt daarom volgens de rechtbank ook geen betekenis toe. Andere overgelegde documenten dateren van ver voor de attestation of birth en zijn niet in origineel overgelegd, waardoor de documenten niet door het Bureau Documenten zijn beoordeeld. Ook zal een vingerafdrukonderzoek volgens de rechtbank geen uitsluitsel bieden over de vraag of [appellant] de persoon is waarvan hij wenst dat de persoonsgegevens worden opgenomen in het brp. De rechtbank weegt daarin mee dat [appellant] sinds zijn vestiging in Nederland herhaaldelijk, en bij zijn eerste inschrijving onder ede, heeft verklaard dat zijn gegevens in de brp juist zijn en hij vele jaren met deze gegevens aan het maatschappelijk leven heeft deelgenomen. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat een met de AVIM besproken verzoek tot wijziging van persoonsgegevens buiten de omvang van het geding vallen. Wettelijk kader 3. De voor deze zaak van belang zijnde bepalingen zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak. Hoger beroep 4. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat hij documenten heeft ingediend die naar objectieve maatstaven gemeten op betrouwbare gegevens zijn gebaseerd. De statutory declaration of age wordt ondersteund en bevestigd door verschillende door [appellant] overgelegde identiteitsdocumenten. Dat die documenten door de Nigeriaanse autoriteiten eerder zijn afgegeven dan de statutory declaration of age maakt juist dat die documenten inhoudelijk juist zijn. De documenten kunnen als extra bron voor de persoonsgegevens die vermeld zijn in de statutory declaration of age worden gezien. De oudere documenten zijn, anders dan de rechtbank heeft overwogen, in origineel overgelegd en op echtheid beoordeeld door een documentonderzoeker van de vreemdelingenpolitie. [appellant] wijst erop dat hij heeft voorgesteld een vingerafdrukonderzoek te doen en het ligt volgens hem op de weg van het college om [appellant] in staat te stellen zijn identiteit ook op deze wijze aan te tonen. Het oordeel van de rechtbank dat een vingerafdrukonderzoek geen uitsluitsel zal bieden is volgens [appellant] niet juist. Ook heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat het verzoek van de AVIM geen onderdeel uitmaakt van de procedure, aldus [appellant]. Beoordeling 5. In haar uitspraak van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4980, heeft de Afdeling haar beoordelingskader, zoals uiteengezet in de uitspraak van 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1198, verder gewijzigd of verduidelijkt. De Afdeling zal hierna het hoger beroep van [appellant] behandelen aan de hand van de uitspraak van 22 oktober 2025. Uit de uitspraak van 22 oktober 2025, onder 7.2 tot en met 7.5, volgt dat het uitgangspunt bij echt bevonden paspoorten is dat behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden en de gegevens juist zijn. Als het college zich op het standpunt stelt dat kennelijk geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden, moet het dit aannemelijk maken. Het draagt daarvoor dus de bewijslast. 5.1. De Afdeling stelt vast dat, naast de statutory declaration of age en de attestation of birth, zich ook twee Nigeriaanse paspoorten, een Nigeriaans rijbewijs, een Zweedse identiteitskaart, een Spaanse verblijfvergunning en een Spaans rijbewijs in het procesdossier bevinden. Het gaat om een Nigeriaans paspoort geldig van 29 januari 2013 tot 29 januari 2018 en een Nigeriaans paspoort ter vervanging daarvan, geldig van 7 februari 2018 tot 6 februari 2023. Het college betwist dat [appellant] deze ook ter onderbouwing van zijn aanvraag aan het college heeft overgelegd. Het college heeft deze daarom niet kunnen voorleggen aan Bureau Documenten om op echtheid te beoordelen. Dat maakt volgens de Afdeling in dit geval echter niet dat niet van de gegevens in de paspoorten mag worden uitgegaan. [appellant] heeft zich met deze documenten geïdentificeerd ten overstaan van de AVIM. Voor de Afdeling weegt het zwaar dat de AVIM met behulp van dactyloscopisch onderzoek heeft vastgesteld dat de persoon die voor hen verscheen met documenten en zich identificeerde als [naam], dezelfde persoon is als die in het systeem staat als [appellant]. Ook zijn de paspoorten en de Spaanse verblijfsvergunning door een deskundige van de AVIM beoordeeld en echt bevonden. Het college zal onder deze omstandigheden aannemelijk moeten maken dat kennelijk geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden of de gegevens in de paspoorten onjuist zijn. Het college heeft dat niet gedaan. Het college heeft slechts het standpunt ingenomen dat de paspoorten niet zijn beoordeeld door Bureau Documenten en daarvan geen originelen zijn overgelegd. 5.2. Naar het oordeel van de Afdeling zijn de paspoorten, gelet op wat zich bij de AVIM heeft voorgedaan, daarom brondocumenten. De Afdeling wijst er hierbij op dat uit de informatie vanuit de AVIM volgt dat buiten redelijke twijfel is dat de gegevens in de paspoorten juist zijn. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet onderkend. Het college heeft hier verder, ook in verweer bij de Afdeling, geen standpunt over ingenomen en is ook niet op de zitting verschenen. Ook heeft het college zich niet op het standpunt gesteld dat er verschillen zijn in uiterlijke kenmerken op de documenten, wat betekent dat ervan uit mag worden gegaan dat de paspoorten betrekking hebben op [appellant]. Vergelijk hiervoor de uitspraak van 22 oktober 2025, onder 18.3. De gegevens over zijn naam, geboortedatum en geboorteplaats moeten dus in de brp worden gewijzigd. Het betoog slaagt. 5.3. De Afdeling komt gelet op bovenstaande niet meer toe aan een beoordeling van de statutory declaration of age en de attestation of birth. Conclusie 6. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep gegrond verklaren en het besluit van 11 december 2023 vernietigen. De Afdeling ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en het besluit van 1 mei 2023 te herroepen. De Afdeling zal het college opdragen om de bestaande inschrijving binnen vier weken na verzending van deze uitspraak in de brp te wijzigen zoals hierna bepaald. De Afdeling zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. 7. Het college moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 december 2024 in zaak nr. 24/928; III. verklaart het beroep gegrond; IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard van 11 december 2023, kenmerk Z/23/202948; V. herroept het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard van 1 mei 2023, kenmerk Z/22/169375; VI. draagt het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak de bestaande inschrijving van [appellant] te wijzigen in: [naam], geboren op [geboortedatum] 1982 in Aba, Nigeria; VII. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit; VIII. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het bezwaar, beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 5.068,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; IX. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 476,00 vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. J. Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier. w.g. Drop lid van de enkelvoudige kamer w.g. Bossmann griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026 314-1104 BIJLAGE Wet basisregistratie personen Artikel 2.8 (…) 2. De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e: a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand; b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan; c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld; e. een verklaring over het desbetreffende feit die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend. (…) Artikel 2.10 (…) 2. Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, d of e, alsmede artikel 2.8, derde lid, worden geen gegevens ontleend, voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in deze geschriften vermelde feiten. 3. Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder d en e, worden geen gegevens ontleend, indien aannemelijk is dat de gegevens onjuist zijn. (…) Artikel 2.58 1. Het verzoek waarmee betrokkene met betrekking tot de basisregistratie het recht uitoefent op rectificatie van gegevens, bedoeld in artikel 16 van de verordening, of op wissing van gegevens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de verordening, bevat de aan te brengen wijzigingen. 2. Het college van burgemeester en wethouders geeft aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, uitvoering met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling. (…) Artikel 2.60 Een beslissing van het college van burgemeester en wethouders om: a. aan een aangifte geen of slechts ten dele gevolg te geven; b. een gegeven over de burgerlijke staat niet op te nemen, dan wel een geschrift daarover dat als akte is aangeboden niet als zodanig aan te merken; c. een gegeven over de nationaliteit niet op te nemen; (…) g. niet te voldoen aan een verzoek als bedoeld in de artikelen 2.55 tot en met 2.59, wordt gelijkgesteld met een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Similar Content