Rechtbank Den Haag, 22-04-2026 (NL25.64005 en NL25.64006)
Asiel, Togo, beroep gegrond, gedwongen uithuwelijking, tegenstrijdigheden met visumdossier.
How it connects
Related across sources
Full text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummers: NL25.64005 (beroep) NL25.64006 (voorlopige voorziening) V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres] , geboren op [geboortedag] 1996, van Togolese nationaliteit, hierna: eiseres (gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes), en de minister van Asiel en Migratie, hierna: de minister (gemachtigde: mr. M. van Boheemen). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en haar verzoek om een voorlopige voorziening. 1.1. Eiseres heeft op 27 november 2025 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 24 december 2025 (hierna: het bestreden besluit) afgewezen als kennelijk ongegrond . 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn verschenen. Eiseres is bijgestaan door de tolk A.D. Azumah in de taal Ewe. De minister is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en het verzoek om een voorlopige voorziening aan de hand van de beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd. 2.1. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het asielrelaas 3. Eiseres heeft verklaard dat haar vader sinds 2017 wil dat zij trouwt met een vriend van hem, genaamd [persoon 1] . Haar vader en [persoon 1] kennen elkaar, omdat zij beiden in de ‘voodoo sector’ zitten. In 2021 is eiseres zonder het medeweten van haar vader traditioneel getrouwd met [persoon 2] . Deze man is in 2023 komen te overlijden door een motorongeluk, waarna eiseres weer teruggegaan is naar haar ouderlijk huis. Tussen maart en mei 2025 is haar vader opnieuw begonnen over de gedwongen uithuwelijking met zijn vriend [persoon 1] . Zonder het medeweten van eiseres heeft [persoon 1] spullen aan haar vader gegeven als bruidsschat, waardoor zij in de Togolese samenleving als getrouwd stel gezien worden. Drie maanden voordat eiseres uit Togo vertrok is zij meegenomen naar een kamer en daar vier dagen opgesloten. Hier is zij door [persoon 1] seksueel misbruikt. Zij heeft weten te vluchten en heeft bij haar oom verbleven. Haar oom heeft ervoor gezorgd dat zij een visum kreeg voor Nederland en het land heeft kunnen verlaten. Bij terugkeer vreest eiseres mishandeld te worden door [persoon 1] . Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. De gedwongen uithuwelijking. 4.1 De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De gedwongen uithuwelijking wordt niet geloofwaardig geacht. 4.2. Eiseres heeft volgens de minister geen oprechte inspanning geleverd om haar aanvraag te staven. Eiseres heeft verklaard over een overlijdensakte van haar partner en over een document van de politie, maar heeft geen inspanning verricht om deze documenten te overleggen. 4.3. Daarnaast vormen de verklaringen volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres vertelt namelijk tegenstrijdig over haar huwelijk en haar gezinssituatie. Tijdens het nader gehoor zegt zij dat zij alleen met [persoon 2] is getrouwd, maar volgens officiële documenten in het visumdossier is zij eerder getrouwd met een andere man en heeft zij ook een kind. Tevens verklaart eiseres wisselend over of zij voor of na haar vlucht naar [persoon 2] haar moeder en zussen hiervan op de hoogte heeft gebracht. Daarnaast zijn haar verklaringen over de periode na haar ontsnapping niet goed met elkaar te rijmen. Zo heeft zij verklaard dat haar vader en [persoon 1] machtige mannen zijn met veel invloed, maar dat zij toch niks hebben ondernomen nadat zij gevlucht was. Ook heeft eiseres eerst tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat zij de laatste maand voor haar vertrek niet ergens anders heeft gewoond. Dit is tegenstrijdig aan haar verklaring tijdens het nader gehoor dat ze voor haar vertrek bij haar oom heeft verbleven. 4.4. Eiseres kan volgens de minister ook niet in grote lijnen als geloofwaardig worden beschouwd. De combinatie van officiële documenten met afwijkende persoonsgegevens en een gebrek aan een duidelijke verklaring hierover, maakt dat er volgens de minister sprake is van ernstige onduidelijkheden rondom haar gezinssituatie en burgerlijke staat. 4.5. De minister heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw, omdat zij verklaringen heeft afgelegd die de minister heeft beschouwd als kennelijk inconsequent en tegenstrijdig, kennelijk vals en duidelijk onwaarschijnlijk. Samenhangende en aannemelijke verklaringen 5. Eiseres stelt dat de minister niet had mogen tegenwerpen dat haar verklaringen tijdens het nader gehoor geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Volgens eiseres haalt de minister hierbij ook enkel verklaringen aan die geen betrekking hebben op de kern van haar asielrelaas. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De rechtbank zal hieronder ingaan op de door de minister genoemde tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiseres. 5.2. De rechtbank overweegt allereerst dat de minister niet heeft kunnen tegenwerpen dat eiseres wisselend heeft verklaard over wanneer zij haar moeder en zus heeft verteld over [persoon 2] en haar plannen om het huis te verlaten. Op pagina 12 van het rapport van het nader gehoor staat het volgende: ‘ En uw moeder en uw zussen, waren zij wel op de hoogte? Ze wisten wel dat ik omging met iemand. Wat wisten ze er precies over? Mijn moeder en zussen heb ik wel verteld dat ik met iemand omging en dat ik ging vluchten om bij die man te wonen. Maar ze mochten hier niks over vertellen waar ik was, als mijn vader het zou vragen. Wat vonden zij hiervan dat u dat deed? Ze waren wel blij voor me. Ze zagen ook hoe mijn vader omging met mij in het huis. Begrijp ik goed dat u vooraf al vertelde aan uw moeder en zussen dat u van plan was te gaan vluchten? Nee, ik ben eerst gevlucht, daarna heb ik het verteld. Ze wisten er niet van. ’ De rechtbank overweegt dat de minister niet zomaar heeft kunnen concluderen dat eiseres zichzelf hier tegenspreekt over het moment waarop zij haar moeder en zus heeft verteld over haar vlucht naar [persoon 2] . Vrijwel direct na haar eerdere antwoorden over wat zij aan haar moeder en zus heeft verteld stelt de gehoormedewerker hierover een verduidelijkingsvraag, kennelijk omdat hij zich afvraagt of hij haar goed heeft begrepen. Eiseres geeft daarop de gevraagde verduidelijking en legt uit dat zij haar moeder en zus pas na haar vlucht de details hierover heeft gegeven. Dit kan niet zonder meer als een tegenstrijdigheid worden aangemerkt. 5.3. Daarnaast overweegt de rechtbank dat de minister het niet zomaar als ongerijmd heeft kunnen aanmerken dat de vader van eiseres en [persoon 1] , als machtige en invloedrijke mannen, niet naar eiseres op zoek zijn gegaan nadat zij naar haar oom was gevlucht. Eiseres heeft aangegeven wat zich feitelijk heeft voorgedaan en dat haar oom haar heeft verzekerd dat zij niet voor haar vader en [persoon 1] hoefde te vrezen. Eiseres heeft verklaard dat zij niet weet waarom haar vader en [persoon 1] haar in die periode niet zijn komen opzoeken. De rechtbank overweegt dat de minister ook niet zomaar van eiseres mag verwachten dat zij weet waarom andere mensen op een bepaalde manier handelen. 5.4. Ook volgt de rechtbank de minister niet in zijn tegenwerping dat eiseres wisselend heeft verklaard over waar zij heeft verbleven in de maand voor haar vertrek uit Togo. De rechtbank overweegt dat haar verklaring tijdens het aanmeldgehoor dat ze altijd in Lome heeft gewoond niet tegenstrijdig is aan haar verklaring tijdens het nader gehoor dat zij voor haar vertrek bij haar oom heeft verbleven. Eiseres heeft immers uitgelegd dat haar oom ook in Lome woont. De minister heeft ook niet zomaar kunnen tegenwerpen dat eiseres tijdens het aanmeldgehoor ook heeft verklaard dat zij altijd op hetzelfde ‘adres’ heeft gewoond in Lome. Het valt de rechtbank namelijk op dat waar de gehoormedewerker het tijdens het aanmeldgehoor heeft over een ‘adres’, eiseres in haar antwoorden nooit spreekt over een specifiek ‘adres’ in Lome. Ze verklaart slechts dat ze altijd in Lome heeft gewoond. Als er tijdens het nader gehoor aan eiseres gevraagd wordt waarom zij tijdens het aanmeldgehoor heeft verklaard altijd op hetzelfde ‘adres’ te hebben gewoond en nu verklaart dat zij voor haar vertrek bij haar oom was, dan antwoordt eiseres ook dat er tijdens het aanmeldgehoor alleen is gevraagd of ze in een ander land verbleven heeft. Deze beroepsgrond slaagt. Het visumdossier 6. Eiseres stelt tevens dat de minister ten onrechte heeft aangenomen dat de informatie uit het visumdossier juist is. De tegenstrijdigheden tussen haar verklaringen tijdens het nader gehoor en de inhoud van het visumdossier hadden dan ook niet tegengeworpen mogen worden. Op geen enkele wijze heeft de minister onderbouwd of aannemelijk gemaakt dat de stukken uit het visumdossier als echt en authentiek zijn aan te merken en daarom van de inhoud van die stukken kan worden uitgegaan. Geenzins blijkt dat voor de aanvraag van het visum originelen documenten werden aangeleverd en dat deze op echtheid zijn onderzocht. Daarnaast heeft de Kmar contact opgenomen met het bedrijf dat genoemd wordt in het visumdossier en hieruit blijkt dat het betreffende bedrijf eiseres nooit heeft uitgenodigd. 6.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiseres als ongeloofwaardig kunnen worden aangemerkt, omdat bij de aanvraag van het visum documenten zijn overgelegd waaruit een ander adres en burgerlijke stand volgt en waarin staat dat eiseres een kind heeft. De rechtbank merkt op dat eiseres tijdens het nader gehoor uitgebreid, gedetailleerd en in grote lijnen consistent heeft verklaard. De voornaamste reden voor de minister om het asielrelaas toch ongeloofwaardig te achten zijn de tegenstrijdigheden tussen de verklaringen van eiseres en de inhoud van het visumdossier. Dit terwijl eiseres heeft uitgelegd dat het visum is geregeld door haar oom en dat zij, ook tijdens het nader gehoor, niet op de hoogte was van de inhoud van dit dossier. Zij heeft verteld dat het haar niet bekend was hoe haar oom dit visum geregeld heeft en dat haar oom het dossier enkel heel vluchtig aan haar heeft laten zien. Bovendien is het de rechtbank ambtshalve bekend dat visumdossiers vaak worden geconstrueerd. De minister dient tevens terughoudend te zijn met het betrekken van verklaringen die zijn afgelegd om het land van herkomst te verlaten als dit vertrek is ingegeven door vluchtmotieven. In het licht van de samenwerkings- en onderzoeksplicht overweegt de rechtbank daarom dat het op de weg van de minister had gelegen om nader onderzoek te doen naar de stukken die ten grondslag lagen aan de visumaanvraag. Nu de minister dit heeft nagelaten kan hij de inhoud van het visumdossier niet zonder meer tegenwerpen. Deze beroepsgrond slaagt. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken. 8. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen. 9. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.802, - omdat de gemachtigde van eiseres een beroep- en verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.64005, verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL25.64006, - wijst het verzoek af. De rechtbank, in alle zaken, - veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.802, -. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. D.G.T. de Hoop, griffier. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw. Artikel 31, zesde lid, onder a, van de Vw. Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. Artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw. Rapport nader gehoor, pagina 20. Rapport nader gehoor, pagina 20. Koninklijke Marechaussee. Rapport nader gehoor, pagina’s 24 en 25.