Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:6624 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 19-03-2026 (C/13/776887 / HA RK 25-354)

Rechtbank Amsterdam
Summary

Verzoek voorlopige bewijsverrichtingen te bevelen. Artikel 196 Rv. Verstrekken van afschriften van bescheiden. Gedeeltelijk toegewezen.

How it connects

Full text

RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer / rekestnummer: C/13/776887 / HA RK 25-354 Beschikking van 19 maart 2026 in de zaak van GINKGO ADVISOR IBERIA S.L. , gevestigd te Madrid (Spanje), verzoekende partij, advocaat: mr. C.C. Rooijakkers, tegen 1 FINOM PAYMENTS B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. PNL FINTECH B.V. , gevestigd te Amsterdam, verwerende partijen, advocaat: mr. F.M.A. 't Hart. Partijen worden hierna Ginkgo, Finom en PNL genoemd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift van 9 oktober 2025, met producties 1 tot en met 10, - de herziene versie van het verzoekschrift van 10 oktober 2025, - de aanvullende producties 11 en 12 van Ginkgo, - het verweerschrift zonder producties, - het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het procesdossier bevinden. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Ginkgo is een Spaanse vennootschap die verbonden is aan een investeringsfonds dat onder meer investeert in projecten in het kader van verduurzaming in steden. 2.2. Finom verleent bepaalde betaaldiensten, waaronder – kort gezegd – het aanbieden van betaalrekeningen. Zij is in het bezit van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling. 2.3. Ginkgo is slachtoffer geworden van fraude. Op 24 juli 2025 heeft (een medewerker van) Ginkgo tweemaal opdracht gegeven aan Banco Santander om vanaf haar betaalrekening € 326.770,26 over te boeken naar een bij Finom aangehouden betaalrekening. Onbekende oplichters deden zich voor als Ginkgo haar vaste advocaat en hooggeplaatste personen binnen het bedrijf en de groep van vennootschappen waar zij deel van uitmaakt en bewogen (een medewerker van) Ginkgo daartoe. De bij Finom aangehouden betaalrekening, stond op naam van “Atera Solutions Limited” (hierna: Atera). 2.4. Op 25 juli 2025 heeft Finom een zogeheten “SEPA-recall” ontvangen van Banco Santander, om de overschrijvingen te herroepen, en heeft Finom de rekening van Atera geblokkeerd. 2.5. Op 28 juli 2025 heeft Finom aan Ginkgo een bedrag van € 1.306,28 teruggestort, meer resteerde er niet op de rekening van Atera. 2.6. Finom heeft op 8 augustus 2025 op verzoek van Ginkgo de identiteit van Atera, de NAW-gegevens en een transactieoverzicht verstrekt. Daaruit blijkt dat de gelden op de zelfde dag (grotendeels) zijn doorgezet naar andere betaalrekeningen. 2.7. Ginkgo heeft op 15 augustus 2025 Finom gesommeerd om meer informatie over Atera te delen. Dat heeft zij niet gedaan. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. Ginkgo verzoekt – na wijziging van haar verzoek en samengevat – om binnen vijf werkdagen na betekening van de beschikking, althans binnen een door de rechtbank redelijk geachte termijn primair (digitaal) afschrift te verstrekken van; subsidiair inzage te verschaffen in; I. de cliëntenadministratie die Finom heeft verzameld en/of heeft verkregen over de fraudeurs die op naam van Atera een betaalrekening hebben geopend bij Finom, bestaande uit: a. de rechtsvorm, de statutaire naam, de handelsnaam, het adres met huisnummer, de postcode, de plaats van vestiging en het land van statutaire zetel van de fraudeurs althans Atera, met daarbij: 1. betrouwbare en in het internationale verkeer gebruikelijke documenten uit onafhankelijke bron; of 2. documenten, gegevens of inlichtingen die bij wet als geldig middel voor identificatie zijn erkend in de staat van herkomst van de cliënt; waarmee Finom de identiteit van Atera heeft geverifieerd; b. de geslachtsnamen, de voornamen en de geboortedatums, alsmede de adressen en de woonplaatsen (of plaats van vestiging van de cliënt), van de rechtsgeldige vertegenwoordigers van Atera, met daarbij: 1. een afschrift van de identiteitsbewijzen van de betreffende vertegenwoordigers; of 2. de aard, het nummer en de datum en plaats van uitgifte van het document aan de hand waarvan de verificatie van de identiteit heeft plaatsgevonden; c. de identiteit, waaronder ten minste de geslachtsnamen en voornamen van de uiteindelijke belanghebbenden, alsmede de nationaliteit, geboortedatum, adressen en woonplaatsen van natuurlijke personen met >25% direct of indirecte eigendom of zeggenschap in Atera, met daarbij: 1. de gegevens en documenten die zijn vergaard op basis van de redelijke maatregelen die zijn genomen om de identiteit van de uiteindelijke belanghebbende te verifiëren; d. een beschrijving van de aard van de relatie met Atera; e. een overzicht van de eigendom- en zeggenschapsstructuur, inclusief een bewijs van de herkomst van geldmiddelen van Atera; f. het transactieprofiel/-patroon dat Finom van Atera heeft opgesteld (zie artikel 2a Wwft); en g. de risicoclassificatie, en onderbouwing daarvan, die Finom aan Atera heeft/had gegeven op grond van de Wwft (zie artikel 2b Wwft); II. de overeenkomst tussen Finom en Atera op basis waarvan Finom een IBAN-betaalrekening aan Atera heeft aangeboden; III. de opzeggingsbrief (of soortgelijk document) waarmee Atera de overeenkomst met Finom heeft beëindigd, of andersom; IV. een overzicht met alle transacties (bij- en afschrijvingen) die in de periode 1 januari 2024 tot en met 15 augustus 2025, dan wel – indien korter – in de periode tussen het openen van de rekening tot en met 15 augustus 2025 hebben plaatsgevonden op de betaalrekening die de fraudeurs op naam van Atera aanhielden bij Finom; V. een overzicht van alle meldingen (alerts) die de interne transactie- en/of fraudemonitoringssystemen van Finom in de periode 1 januari 2024 tot en met 15 augustus 2025 hebben gegenereerd ten aanzien van de betaalrekening en/of ten aanzien van enige andere betaalrekening die de fraudeurs op naam van Atera aanhielden bij Finom en/of ten aanzien van de rekening houder zelf. 3.2. Finom te veroordelen tot betaling van een dwangsom van telkens € 5.000 voor elke dag (een gedeelte van een dag voor een hele gerekend), dat zij aan het onder I tot en met V vermelde bevel/verzochte, geen of niet volledig gehoor geeft, met een maximum van € 500.000 aan totale dwangsom, vermeerderd met proceskosten. 3.3. Ginkgo verzoekt de rechtbank om op grond van artikel 196 Rv voorlopige bewijsverrichtingen te bevelen, inhoudende het verstrekken van afschriften van voornoemde bescheiden. Ginkgo kan op basis van die bescheiden haar rechtspositie in het kader van een procedure tegen Atera en de aan haar verbonden (natuurlijke) personen (bestuurders, vertegenwoordigers en UBO’s) alsmede tegen Finom inschatten. In het kader van de mogelijke procedure tegen Atera en de aan haar verbonden (natuurlijke) personen op grond van een onrechtmatige daad, verzoekt zij de informatie zoals weergeven onder I a t/m e, II (de overeenkomst) en III (de opzeggingsbrief) (hierna: de Atera-informatie). In het kader van de mogelijke procedure tegen Finom op grond van (onder meer) schending bijzondere zorgplicht jegens haar als derde, verzoekt zij om de overige informatie die ziet op de relatie met de betaaldienstverlener (hierna: de Finom-informatie). 3.4. Finom verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. 4 De beoordeling Bevoegde rechter 4.1. Omdat Ginkgo in Spanje is gevestigd, zal de rechtbank eerst beoordelen of zij rechtsmacht heeft. De rechter die in een eventuele hoofdzaak bevoegd zal zijn, is bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. De rechtbank onderscheidt twee mogelijke hoofdzaken. Voor wat betreft de tegen Finom te voeren hoofdzaak, is deze rechtbank op grond van de hoofdregel van artikel 4 Brussel Ibis bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. Voor zover het verzoek betrekking heeft op de tegen Atera te beginnen hoofdzaak, baseert de rechtbank haar bevoegdheid om (ook van dit gedeelte) van het verzoek kennis te nemen uit overwegingen van een goede rechtsbedeling op artikel 8 lid 1 Brussel Ibis. Toepasselijk recht 4.2. Ginkgo baseert haar verzoek op artikel 196 Rv. Omdat het gaat om een bepaling van formeel procesrecht, is op grond van artikel 10:3 BW Nederlands recht van toepassing. De inhoud van het verzoekschrift 4.3. In artikel 197 Rv staan de eisen van de inhoud van het verzoekschrift waaraan moet zijn voldaan. In het verzoekschrift van Ginkgo staat een kernachtige omschrijving van het geschil en noemt zij ook de gronden van het verzoek. Uit het verzoekschrift volgt voldoende duidelijk op welk feitencomplex het informatieverzoek betrekking heeft. Dit zijn feiten die zich lenen voor bewijs en die relevant zijn voor de beoordeling van eventuele vorderingen van Ginkgo. Verder heeft Ginkgo gemotiveerd uiteengezet waarom zij nog niet weet wie (naast Finom) belanghebbenden zijn bij haar informatieverzoek (hierna: de fraudeurs). Van oproeping van deze personen heeft de rechtbank afgezien nu dit in het onderhavige geval geen redelijk doel dient. Aan de overige vereisten van artikel 197 lid 2 en lid 3 sub d Rv is voldaan. Voorwaarden van artikel 194 Rv 4.4. Voor het recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens moet verder aan de (materiele) voorwaarden van artikel 194 Rv zijn voldaan. Een partij bij een rechtsbetrekking heeft recht op afgifte tegenover degene die over deze gegevens beschikt. De informatie moet voldoende bepaald zijn en deze partij moet voldoende belang hebben bij het verzoek (lid 1). Degene die over de gegevens beschikt, hoeft de gegevens niet te verstrekken als hij een beroep kan doen op een verschoningsrecht of andere gewichtige redenen zich verzetten tegen het verstrekken van de informatie (lid 2). Verlangde informatie is voldoende bepaald 4.5. Finom kan worden gevolgd in haar standpunt dat in het informatieverzoek de vereiste voldoende nauwkeurige afbakening onder aanduiding van het geschil of het feitencomplex met het oog waarop met het oog waarop de informatie wordt opgevraagd, niet (voor ieder stuk) aanwezig was. Deze toelichting is tijdens de zitting wel gegeven, waartegen verder geen bezwaar is gemaakt. Daarmee is voldaan aan voornoemde vereisten als het gaat om de voldoende bepaalbaarheid. Voldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting 4.6. De rechtbank stelt voorop dat Ginkgo terecht heeft betoogd dat een partij die om inzage verzoekt, niet eerst voldoende aannemelijk hoeft te maken dat zij een vorderingsrecht heeft. Uit de Memorie van Toelichting volgt dat de inzet van een procedure ook juist kan bestaan in de vraag of tussen partijen al dan niet een rechtsbetrekking bestaat. Vaak zijn bepaalde feiten die van belang zijn voor het bestaan, de inhoud of de omvang van een rechtsbetrekking nog niet helder. Precies om die reden kan een partij aanspraak maken op bepaalde gegevens waarover zij niet zelf beschikt, maar een ander wel. 4.7. In deze zaak gaat het om twee rechtsbetrekkingen. Voor wat betreft de rechtsbetrekking met de fraudeurs is niet in geschil dat deze bestaat en dat Ginkgo voldoende belang heeft bij haar verzoek. Dit vormt dus geen reden om de Atera-informatie niet te hoeven verstrekken (zie verder vanaf 4.12). Als het gaat om de mogelijke rechtsbetrekking met Finom en om de gevraagde Finom-informatie, zijn partijen het erover eens dat op Finom als betaaldienstverlener een bijzondere zorgplicht rust. De reikwijdte van die zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval. In het kort, brengt deze bijzondere zorgplicht mee dat Finom gehouden is tot actie als zij weet dat op één van haar rekeningen ongebruikelijke transacties worden verricht die mogelijk een gevaar voor Ginkgo of andere derden meebrengen. Het moet gaan om “subjectieve wetenschap” van ongebruikelijke activiteiten en van het daaraan verbonden gevaar (zie ECLI:NL:HR:2015:3399). Finom heeft terecht aangevoerd dat van haar als betaaldienstverlener buiten de gevallen van wetenschap of serieuze aanwijzingen voor onregelmatigheden, in principe niet kan worden verlangd dat zij (nader) onderzoek doet naar mogelijke fraude. Partijen zijn het erover eens dat voornoemde subjectieve wetenschap in ieder geval bestond na de melding van de Spaanse bank (zie 2.4). Het is verder niet in geschil dat Finom hierna, met het SEPA-verzoek en de beëindiging van de contractsrelatie, adequaat heeft gehandeld. Het verzoek van Ginkgo is erop gericht om te achterhalen of Finom reeds voor de betalingen door Ginkgo op de hoogte was van ongebruikelijke transacties op de rekening van Atera en om die reden gehouden was tot onderzoek of maatregelen, en vanwege het uitblijven daarvan mogelijk aansprakelijk is jegens Ginkgo. Zij wil om die reden inzicht in – kort gezegd – de overeenkomst tussen Finom en Atera, een transactieoverzicht van een bepaalde periode, een overzicht van alle meldingen die de interne transactie dan wel fraudemonitoringssystemen van Finom in een bepaalde periode hebben gegenereerd ten aanzien van de betaalrekening van Atera, het door Finom opgestelde transactieprofiel van Atera en de door Finom gegeven risicoclassificatie op grond van de Wwft en onderbouwing daarvan. 4.8. Hoewel het verzoek daarmee naar de letter lijkt te stroken met de voornoemde verruiming van het inzagerecht, waarbij de verzoeker de rechtsbetrekking niet meer voldoende aannemelijk hoeft te maken, zou dat betekenen dat Finom als betaaldienstverlener gehouden is om verregaande inzage te verstrekken in financiële gegevens van één van haar voormalige klanten en over haar bedrijfsvoering. 4.9. Op vragen van de rechtbank op grond waarvan Ginkgo vermoedt dat Finom al eerder wetenschap had van ongebruikelijke transacties, heeft zij aangevoerd dat het aantal klanten van Finom binnen één jaar is verdubbeld en dat zij zich in het verlengde daarvan afvraagt of elk nieuw klantdossier wel de nodige aandacht heeft gehad. Verder is het volgens Ginkgo bijzonder dat een bedrijf dat is gevestigd in Ierland (Atera) een rekening nodig heeft in Nederland. Ook zit er tussen de oprichting van Atera en het openen van de rekening bij Finom weinig tijd, aldus Ginkgo. De rechtbank is het met Finom eens dat het verzoek voor wat betreft de Finom-informatie daarmee is gebaseerd op een summier onderbouwd vermoeden van Ginkgo dat Finom mogelijk al eerder wetenschap van verdachte transacties had. Finom heeft hier bovendien een uitleg bij gegeven, die deze vermoedens weerlegt. 4.10. Voor zover Ginkgo niet reeds om die reden onvoldoende belang bij de gevraagde bescheiden heeft, merkt de rechtbank op dat de afwijzingscriteria geen van elkaar afgescheiden criteria vormen, maar min of meer in elkaar overlopen en om die reden naast elkaar van toepassing kunnen zijn. De rechter kan aan de hand van de vijf criteria bij de beslissing op het verzoek om informatie verschillende aspecten in zijn oordeel meewegen, zoals de aard van het geschil, de aard en hoeveelheid van de verzochte informatie, de beschikbaarheid ervan, de kosten, de moeite die het kost om de informatie te verzamelen en te verstrekken, de vertrouwelijkheid van bepaalde informatie en de hoedanigheid van partijen en van eventuele derden. 4.11. De rechtbank constateert met Finom dat het om een ingrijpend inzageverzoek gaat. Zo heeft Finom aangevoerd dat het onder andere vertrouwelijke informatie over haar werkwijzen, detectiemethode en risicobeoordelingen betreft. Finom en haar rekeninghouders hebben belang bij geheimhouding van deze gegevens en processen, alsmede bij de hiermee gediende bescherming van het betaalsysteem van Finom. Dit raakt ook in bredere zin de integriteit van het betalingsverkeer. Een verstrekking zou verder leiden tot het prijsgeven van bedrijfsgevoelige en toezichtrechtelijk beschermde informatie, aldus Finom. Daar komt bij dat het gaat om informatie waarvan Ginkgo niet weet of deze ook echt bestaat, namelijk of er interne waarschuwingen waren over eerdere transacties van Atera. De rechtbank zet het voorgaande af tegen het feit dat Ginkgo haar vermoeden dat binnen deze informatie te vinden is dat Finom mogelijk al eerder op de hoogte was van verdachte transacties summier heeft onderbouwd. Dat raakt in deze zaak zowel het vereiste om te motiveren dat Ginkgo voldoende belang heeft bij de stukken maar weegt ook mee bij de gewichtige redenen die Finom heeft aangevoerd tegen verstrekking van deze informatie. Over dit laatste merkt de rechtbank op dat financiële gegevens en vertrouwelijke bedrijfsinformatie in ieder geval kwalificeren als gewichtige redenen die zich tegen verstrekking van de informatie verzetten. Het zal steeds van de concrete omstandigheden afhangen in hoeverre een gewichtige reden van degene die over informatie beschikt, zwaarder moet wegen dan het belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt en partijen over alle relevantie informatie beschikken die van belang is voor de oplossing van hun geschil. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen op zowel de motivering van het belang bij de verstrekking van de Finom-informatie alsmede vanwege de daartegen aangevoerde gewichtige redenen van Finom. Bij die stand van zaken bespreekt de rechtbank niet of er daarnaast sprake is van de door Finom aangevoerde misbruik van bevoegdheid. Gewichtige redenen tegen vestrekking Atera-informatie 4.12. De verzochte Atera-informatie bestaat – samengevat – uit het volgende. Informatie over Atera en documenten waarmee Finom de identiteit van Atera geverifieerd heeft. Informatie die ziet op rechtsgeldige vertegenwoordigers van Atera, met documenten waarmee Finom de identiteit van de rechtsgeldige vertegenwoordigers van Atera geverifieerd. Informatie die ziet op de uiteindelijke belanghebbenden van Atera, met de gegevens en documenten waarmee Finom de identiteit van de uiteindelijke belanghebbenden heeft geverifieerd. Een beschrijving van de aard van de relatie met Atera en een overzicht van de eigendom- en zeggenschapsstructuur, inclusief een bewijs van de herkomst van geldmiddelen van Atera, de overeenkomst en de opzeggingsbrief (of soortgelijk document) waarmee Atera de overeenkomst met Finom heeft beëindigd, of andersom. 4.13. Finom heeft zich met gewichtige redenen verzet tegen verstrekking van de Atera-informatie. Volgens Finom bestaat de verzochte Atera-informatie uit persoonsgegevens die zij uitsluitend heeft verzameld op grond van haar verplichtingen uit de Wwft waar een strikt doelbindingsregime voor geldt (geconcretiseerd in artikel 34a Wwft) dat aan toewijzing van het verzoek in de weg staat. Ginkgo heeft daar tegenover gesteld dat zij een gerechtvaardigd belang heeft bij verstrekking van deze informatie. 4.14. Het verstrekken van de gevraagde Atera-informatie is een verwerking van persoonsgegevens in de zin van artikel 4 de AVG. Verwerking van persoonsgegevens is slechts rechtmatig indien aan tenminste een van de voorwaarden van artikel 6 lid 1 AVG is voldaan . Bij de beantwoording van de vraag of gewichtige redenen bestaan – waar Finom zich op beroept – als bedoeld in artikel 194 lid 2 Rv, moet daarom mede artikel 6 lid 1 sub f AVG worden betrokken. Dat artikel bepaalt dat de verwerking van persoonsgegevens ten aanzien van een natuurlijke persoon rechtmatig is als de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van een derde en de belangen van degene van wie de gegevens worden verwerkt niet prevaleren. Ginkgo heeft een gerechtvaardigd belang 4.15. Ginkgo heeft belang bij het verkrijgen van deze informatie om de identiteit van de aan Atera verbonden (natuurlijke) personen te achterhalen voor eventuele beslaglegging op vermogensbestanddelen in het buitenland en het aanhangig maken van gerechtelijke procedures. De reeds verstrekte NAW-gegevens van Atera zijn volgens Ginkgo daarvoor ontoereikend (zie 2.6). Uit die gegevens blijkt (na deze gegevens te hebben geraadpleegd in het Iers handelsregister) dat Atera is ingeschreven bij een postadres waarop meerdere bedrijven zijn ingeschreven. Dat biedt volgens haar onvoldoende aanknopingspunten voor verhaal en daarom is het relevant om te weten welke (natuurlijke) personen achter de vennootschap zitten. Deze personen hebben de fraude in praktijk uitgevoerd. Niet gebleken is verder van vermogensbestanddelen van de vennootschap waarop verhaal mogelijk is, aldus Ginkgo. Het gerechtvaardigd belang van Ginkgo bij de gegevensverwerking is gelet op het voorgaande voldoende onderbouwd. Noodzakelijkheid van de gegevensverwerking 4.16. Vervolgens moet worden getoetst of de gegevensverwerking ook noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigd belang van Ginkgo. De gegevensverwerking is noodzakelijk als het gerechtvaardigd belang van Ginkgo redelijkerwijs niet even doeltreffend kan worden bereikt met andere middelen die in mindere mate afbreuk doen aan de grondrechten en vrijheden van de betrokkenen (de rechtsgeldige vertegenwoordigers en de uiteindelijke belanghebbenden van Atera). 4.17. Volgens Finom is de reeds aan Ginkgo verstrekte informatie voldoende en kan Ginkgo de Atera-informatie op andere manieren verkrijgen. Zo heeft Ginkgo met de verstrekte informatie strafrechtelijke vervolging van Atera kunnen instellen in Spanje en in Nederland. Finom heeft volledige medewerking verleend aan de Spaanse opsporingsautoriteiten die deze zaak (nog steeds) onderzoeken. Verder kan een Ierse deurwaarder op pad gaan met de reeds verstrekte adresgegevens van Atera. Ginkgo heeft daartegen onweersproken aangevoerd dat zij geen inzage heeft in de gegevens die de Spaanse autoriteiten hebben en dat in het Ierse handelsregister alleen generieke informatie te vinden is. Omdat de NAW-gegevens van Atera haar client niet helpen bij verhaal halen, verzoekt zij om de gegevens van de wettelijk vertegenwoordigers van Atera. Daarom wordt ook verzocht om de overeenkomst die Finom met Atera heeft gesloten, alsmede de opzeggingsbrief. 4.18. De rechtbank overweegt als volgt. Finom heeft terecht aangevoerd dat de verzochte gegevens die betrekking hebben op de uiteindelijke belanghebbenden van Atera te vinden zijn in het Ierse UBO-register wat Ginkgo nog niet heeft geraadpleegd. Ginkgo heeft dit erkend en niet weersproken dat deze informatie in dit register terug te vinden is, zodat die gegevensverwerking in ieder geval niet noodzakelijk is om het belang van Ginkgo te behartigen. De verzochte informatie genoemd onder 3.1 nummer I sub c en e kan daarom niet worden toegewezen. Voor de Atera-informatie die ziet op de vertegenwoordigers geldt dat Ginkgo voldoende heeft onderbouwd dat er geen minder vergaande middelen zijn om de informatie te verkrijgen en dat zij deze concrete informatie in ieder geval nodig heeft, zodat de gegevensverwerking noodzakelijk is om de identiteit van deze personen te achterhalen voor eventuele beslaglegging op vermogensbestanddelen in het buitenland en het aanhangig maken van gerechtelijke procedures. In de gegeven omstandigheden weegt het belang van Ginkgo dus zwaarder. Gelet op wat hiervoor is overwogen is voldaan aan het proportionaliteit- en subsidiariteitsbeginsel. Laatstgenoemd beginsel brengt wel mee, dat ten aanzien van de overeenkomst en de opzeggingsbrief enkel de daarin vermelde gegevens van aan Atera verbonden personen gedeeld hoeven te worden. Verstrekking in strijd met doeleinden AVG? 4.19. Het gaat in deze zaak om een verdere verwerking waarvoor het toetsingskader van artikel 6 lid 4 AVG geldt. Naast voornoemde grondslag voor rechtmatige verwerking, moet de verwerking voldoen aan de in de AVG opgenomen beginselen. Onder andere aan het beginsel van doelbinding, dat inhoudt dat eenmaal verzamelde gegevens niet verder mogen worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met die doeleinden (artikel 5 lid 1 sub b AVG). Daar beroept Finom zich op, maar gaat de rechtbank niet in mee. De verdere verwerking voor een ander doel is in dit geval toegestaan op grond van artikel 6 lid 1 sub f AVG (zie hiervoor), omdat de verwerking berust op een lidstaatrechtelijke bepaling (te weten artikel 194 Rv) die in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel vormt ter waarborging van de in artikel 23 lid 1 AVG bedoelde doelstellingen (waaronder de bescherming van rechten van anderen en de inning van civielrechtelijke vorderingen). Daarom wordt aan de verenigbaarheidstoets van artikel 6 lid 4 AVG niet toegekomen en wordt Finom in haar standpunt niet gevolgd. 4.20. De conclusie van dit alles is dat (alleen) de verzochte Atera-informatie die ziet op de vertegenwoordigers aan Ginkgo verstrekt moeten worden. Dat is de informatie weergegeven in 3.1 onder I sub a en b alsmede onder II en III, voor zover het gaat om daarin vermelde gegevens van aan Atera verbonden personen. Dwangsom 4.21. Ginkgo heeft verzocht om een dwangsom te verbinden aan de verplichting om inzage te geven in bovengenoemde bescheiden. Gelet op het door Finom gevoerde verweer, ziet de rechtbank hier geen aanleiding toe. Finom heeft mede vanwege de gevoelige aard van de gevraagde bescheiden geweigerd afschrift hiervan te verstrekken, maar heeft verklaard hiertoe over te gaan als zij daartoe door de rechtbank wordt veroordeeld. Kosten verstrekking 4.22. Finom heeft verzocht om de vergoeding van kosten. Voor vergoeding komen alleen in aanmerking de noodzakelijke kosten voor het verstrekken van de verlangde informatie. Tot deze kosten behoren in ieder geval de kosten die moeten worden gemaakt om de gevraagde informatie op te sporen en daarvan inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken. In de beslissing zal worden bepaald dat Ginkgo deze kosten moet vergoeden. Proceskosten 4.23. De rechtbank kan op grond van artikel 289 Rv een veroordeling in de proceskosten uitspreken. Ginkgo heeft echter om veel meer informatie verzocht dan Finom gehouden is om te verstrekken. Anderzijds heeft Finom zich ten onrechte verzet tegenverstrekking van een gedeelte van de Atera-informatie. Dat maakt dat de rechtbank aanleiding ziet om de proceskosten te compenseren. 5 De beslissing De rechtbank 5.1. veroordeelt Finom om binnen twee weken na betekening van de beschikking aan Ginkgo afschrift van de in 4.20 genoemde bescheiden te verstrekken, 5.2. bepaalt dat Ginkgo de hiertoe gemaakte kosten als genoemd in 4.22 moet vergoeden aan Finom, 5.3. compenseert de proceskosten in die zin dat ieder de eigen kosten betaalt, 5.3 wijst het meer of anders gevorderde af. Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.F. de Groot, rechter, bijgestaan door mr. L.M. Garritsen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026. Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Kamerstukken II 2019/20, 35498, nr. 3, p. 47 Kamerstukken II 2019/20, 35498, nr. 3, p. 57 Kamerstukken II 2019/20, 35498, nr. 3, p. 57

Similar Content