Rechtbank Amsterdam, 09-07-2026 (1308683726)
EAB België; de officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat het EAB is ingetrokken.
How it connects
Related across sources
Full text
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-086837-26 Datum uitspraak: 25 juni 2026 UITSPRAAK op de vordering van 16 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 4 maart 2026 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, België, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] , inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [BRP-adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting van 10 juni 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 10 juni 2026, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn advocaat, mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voor bepaalde tijd aangehouden, om het openbaar ministerie in de gelegenheid te stellen verder te onderzoeken of er sprake is van overlap tussen de feiten waarvoor zijn overlevering (ten behoeve van vervolging) wordt gevraagd in het EAB en de feiten waarvoor de opgeëiste persoon vervolgd wordt in de Nederlandse strafzaak (met parketnummer: 10-149481-25) . Zitting 25 juni 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda. De rechtbank heeft vervolgens direct uitspraak gedaan. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft per brief van 23 juni 2026 meegedeeld dat het EAB op diezelfde datum is ingetrokken. De officier van justitie heeft daarom ter zitting gevorderd dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard. De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB inmiddels is ingetrokken. 4 Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering ex artikel 23 van de OLW van 13 april 2026. HEFT OP de – geschorste – overleveringsdetentie van [de opgeëiste persoon] . Deze uitspraak is gedaan door mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter, mrs. E. van den Brink en L. Baroud, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. C.W. van der Hoek en E.H. Wisgerhof, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 juni 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.