Skip to content
Case Law · College van Beroep voor het bedrijfsleven ·ECLI:NL:CBB:2026:338 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 09-07-2026 (AWB 24/1015)

College van Beroep voor het bedrijfsleven
Summary

8:29-beslissing. Beperking kennisname van persoonsgegevens en een e-mailadres. Beperking is gerechtvaardigd.

Full text

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/1015 beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen 1. [naam 1] Zaden B.V. te [vestigingsplaats 1] ([naam 1]), 2. [naam 2] B.V. te [vestigingsplaats 2] ([naam 2]), (gemachtigden: J. Blokland en B. van den Hemel) en de Raad voor plantenrassen (de raad) (gemachtigde: mr. R. van der Straten) Procesverloop [naam 1] en [naam 2] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 15 oktober 2024. De raad heeft de vertrouwelijke versie van een brief van de Europese Commissie van 15 maart 2024 (brief) aan het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ingezonden en meegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van dit stuk. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. M.L. Noort opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen. 2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een betrokkene onevenredig schaden, terwijl de raad er belang bij heeft ook in de toekomst informatie aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft. 3 De raad heeft het College verzocht om ten aanzien van de weggelakte gegevens in de brief te oordelen dat de beperking van de kennisneming door [naam 1] en [naam 2] gerechtvaardigd is. Het gaat om de namen van ambtenaren van de Europese Commissie en om de naam en een e-mailadres van een ambtenaar van het ministerie. Volgens de raad zijn er gewichtige redenen om de weggelakte gegevens niet aan [naam 1] en [naam 2] te verstrekken, namelijk het belang van goede interstatelijke betrekkingen en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken ambtenaren. Bij een verzoek van het ministerie aan de Europese Commissie om toestemming voor het overleggen van de brief in de beroepsprocedure is namens de Europese Commissie te kennen gegeven dat er geen bezwaren bestaan tegen het overleggen van de gelakte versie. Het lakken van de persoonsgegevens is een uitdrukkelijke wens van de Europese Commissie. Zou de raad deze gegevens wel verstrekken, dan zou dat de betrekkingen met de Europese Commissie kunnen schaden, aldus de raad. Daarnaast vindt de raad dat bij de afweging tussen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en openbaarheid meespeelt of een ambtenaar uit hoofde van zijn functie in de openbaarheid treedt. 4 [naam 1] en [naam 2] hebben op 22 mei 2026 in een schriftelijke reactie op het verzoek meegedeeld dat zij geen bezwaar hebben tegen (toewijzing van) het verzoek om beperkte kennisneming. 5 De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming voor wat betreft de persoonsgegevens van de ambtenaren van de Europese Commissie gerechtvaardigd is. De rechter-commissaris begrijpt dat het de wens is van de Europese Commissie dat de namen van de ambtenaren niet bekend worden, gelet op de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Verder acht de rechter-commissaris het belang om de (goede) banden met de Europese Commissie te behouden begrijpelijk. Daarbij komt dat het hier gaat om persoonsgegevens van ambtenaren die niet uit hoofde van hun functie bij deze procedure betrokken zijn, terwijl [naam 1] en [naam 2] door de beperkte kennisneming niet worden beperkt in hun mogelijkheden om hun standpunten adequaat naar voren te brengen. 6 Wat betreft de naam en het e-mailadres van de ambtenaar van het ministerie oordeelt de rechter-commissaris dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de naam en het e-mailadres eveneens gerechtvaardigd is. Daarbij acht de rechter-commissaris van belang dat deze ambtenaar niet uit hoofde van zijn/haar functie betrokken is bij deze procedure. Om die reden zou kennisneming van deze informatie door alle partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkene kunnen leiden. De rechter-commissaris weegt daarbij mee dat [naam 1] en [naam 2] hebben aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben dat deze (persoons)gegevens voor hen niet inzichtelijk zijn. 7 Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. [naam 1] en [naam 2] hebben die toestemming in hun schriftelijke reactie van 22 mei 2026 al verleend, wat betekent dat het College mede op grondslag van de volledige inhoud van de brief van 15 maart 2024 uitspraak kan doen. Beslissing De rechter-commissaris: - beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de brief van 15 maart 2024 gerechtvaardigd is. Deze beslissing is genomen op 9 juli 2026 door mr. M.L. Noort, in aanwezigheid van mr. A.C. van Helvoort, griffier. w.g. M.L. Noort w.g. A.C. van Helvoort De rechter-commissaris is verhinderd deze beslissing te ondertekenen.

Similar Content