Rechtbank Midden-Nederland, 24-06-2026 (C/16/607183 / FO RK 26-200)
De rechtbank verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoeken tot wijziging van zijn gegevens in de BRP en nietigverklaring van het huwelijk
Full text
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Utrecht zaaknummer: C/16/607183 / FO RK 26-200 Wijziging gegevens BRP en nietigverklaring huwelijk Beschikking van 24 juni 2026 in de zaak van [de man] , wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de man, advocaat mr. J.P. Sanchez Montoto, tegen DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND , van de gemeente [gemeente] , hierna te noemen: de ABS. 1 De procedure 1.1 De rechtbank heeft op 17 februari 2026 een verzoekschrift met bijlagen van de man ontvangen. 1.2 De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling gehouden op 20 mei 2026. Daarbij waren de man en zijn advocaat aanwezig. Namens de gemeente [gemeente] is niemand verschenen. 2 De feiten 2.1 De man is geboren op [geboortedatum 1] 1984 in [geboorteplaats 1] , [geboorteland] . 2.2 In de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) van de man staat dat de man op [datum huwelijk] 2007 is gehuwd met [de vrouw] , geboren op een onbekende dag in [geboorteplaats 1] , [geboorteland] (hierna: de vrouw). 2.3 Verder blijkt uit de BRP-registratie van de man dat hij een kind heeft: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats 2] . 2.4 De man heeft de Nederlandse nationaliteit. De nationaliteit van de vrouw is onbekend. 3 De verzoeken 3.1 De man verzoekt de rechtbank om: I. de persoonlijke staat van hem te wijzigen van ‘gehuwd’ naar ‘ongehuwd’; II. het huwelijk van de man nietig te verklaren; III. te bepalen dat voormelde vaststellingen/wijzigingen geschieden doordat de ABS een latere vermelding toevoegt ex artikel 1:20 BW. 3.2 De ABS heeft geen verweer gevoerd. 4 De beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht 4.1 Deze rechtbank is bevoegd om van de verzoeken kennis te nemen omdat de man in Nederland woont. Welk recht van toepassing is zal de rechtbank per onderwerp beoordelen. Wijzigen gegevens in de BRP 4.2 De rechtbank zal de man niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek en dit hierna toelichten. 4.3 De man heeft verklaard dat hij primair verzoekt om wijziging van zijn gegevens in de BRP. Op dit moment staat de man als gehuwd geregistreerd, maar hij wil dit wijzigen naar ongehuwd. Op grond van artikel 1.4 van de Wet Basisregistratie personen (hierna: Wet Brp) is niet de rechtbank bevoegd om een wijziging in de registratie van een gemeente met betrekking tot de burgerlijke staat van een persoon te gelasten, maar is het college van burgemeesters en wethouders verantwoordelijk voor het bijhouden van de persoonsgegevens in de BRP overeenkomstig afdeling 1 van hoofdstuk 2 van de wet. Op grond van de Wet Brp kan de man een verzoek tot doorhaling van de registratie van het huwelijk indienen bij de burgerlijke stand. Indien dit verzoek wordt afgewezen kan hij hiertegen bezwaar maken en eventueel beroep instellen bij de bestuursrechter. De familierechter is in dit geval niet bevoegd om een dergelijk verzoek te beoordelen. Nietigverklaring huwelijk 4.4 De rechtbank zal de man ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek om het huwelijk nietig te verklaren. Hierna legt de rechtbank uit waarom. 4.5 Het subsidiaire verzoek van de man strekt ertoe dat de rechtbank het huwelijk van de vrouw en de man nietig verklaard, omdat er kort samengevat sprake is van dwaling als bedoeld in artikel 1:71 BW. De man stelt dat ten onrechte in de BRP is geregistreerd dat hij met de vrouw is gehuwd. Volgens de man heeft hij bij de gemeente ten onrechte verklaard dat hij gehuwd is, omdat de tolk dat volgens hem verkeerd heeft doorgegeven. 4.6 Voor toewijzing van een verzoek tot nietigverklaring van een huwelijk is in ieder geval vereist dat er tussen de man en de vrouw een rechtsgeldig huwelijk tot stand is gekomen. Gelet op de internationale aspecten van de zaak dient de rechtbank daarom eerst te beoordelen welk recht toegepast dient te worden op het verzoek van de man. Op het verzoek is het Verdrag inzake de voltrekking en de erkenning van de geldigheid van huwelijken van toepassing. Op grond van dit verdrag wordt een huwelijk dat rechtsgeldig tot stand is gekomen volgens het recht van de staat waar het is voltrokken als zodanig beschouwd. Dit brengt met zich mee dat de vraag of het huwelijk rechtsgeldig tot stand is gekomen en in het verlengde daarvan of het huwelijk nietig verklaard kan worden, beoordeeld dient te worden naar het recht van de staat waar het huwelijk is voltrokken. 4.7 Nu de man stelt dat hij niet met de vrouw is gehuwd en ook niet is gebleken dat er een huwelijksverklaring van een bevoegde autoriteit is afgegeven, kan de rechtbank niet vaststellen dat er een rechtsgeldig huwelijk tussen de man en de vrouw tot stand is gekomen. Er zijn ook geen andere bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat de man is gehuwd en in welk land dit huwelijk zou zijn voltrokken. Omdat de rechtbank het huwelijk niet kan erkennen, kan de man niet worden ontvangen in zijn verzoek om een niet rechtsgeldig huwelijk nietig te verklaren. De rechtbank zal de man daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk. De enkele omstandigheid dat het huwelijk in de BRP is geregistreerd, maakt het oordeel niet anders. De registratie van een huwelijk in de BRP vindt namelijk plaats zonder verdere toetsing (behoudens een schijnhuwelijk) en heeft verder geen rechtsgevolgen. Toevoeging latere vermelding 4.8 Nu de man niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken onder I en II, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van zijn verzoek om de ABS opdracht te geven om een latere vermelding toe te voegen ex artikel 1:20 BW. Dit verzoek wijst de rechtbank dan ook af. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1 verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoeken tot wijziging van zijn gegevens in de BRP en tot nietigverklaring van het huwelijk; 5.2 wijst het verzoek onder III. af. Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026. Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. Artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) Verdrag van 14 maart 1978 te 's-Gravenhage, Tractatenblad, jaargang 1987/nr. 137 Zie de brief van oud-minister Dekker voor Rechtsbescherming van 11 februari 2019 in antwoord op de gestelde Kamervraag over het al dan niet automatisch erkennen van een kind huwelijk als beide partners 18 jaar of ouder zijn. TK 2018-2019, 32175, nr. 65