Skip to content
Case Law · Rechtbank Den Haag ·ECLI:NL:RBDHA:2026:20443 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Den Haag, 22-07-2026 (NL24.28909)

Rechtbank Den Haag
Summary

Inwilligend asielbesluit maar beroep tegen de leeftijdsvaststelling. De minister heeft het vermoeden van de minderjarigheid voldoende ontzenuwd. Beroep ongegrond.

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL24.28909 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], V-nummer: [nummer], eiseres (gemachtigde: mr. F. van Dijk), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. D.A.M. Frieser). Procesverloop 1. Bij besluit van 24 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiseres op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet (Vw) een verblijfsvergunning asiel verleend voor de periode van 21 december 2023 tot 21 december 2028. 1.1. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiseres voert aan dat de minister is uitgegaan van een onjuiste geboortedatum en om die reden asielmotief 1, betreffende haar identiteit, nationaliteit en herkomst, ten onrechte deels geloofwaardig heeft gevonden. 1.2. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van de minister heeft aan de zitting deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht van verhindering, niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten. Overwegingen 2. De rechtbank zal het beroep met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ongegrond verklaren en overweegt daartoe het volgende. 3. In het bestreden besluit stelt de minister zich op het standpunt dat hoewel eiseres stelt dat zij is geboren op [geboortedatum], uit de gegevens van Eurodac blijkt dat zij in Italië geregistreerd staat met geboortedatum [geboortedatum] De minister stelt zich in dit verband verder op het volgende standpunt: ‘Kijkend naar WI 2023/6 Leeftijdsbepaling zijn de gegevens die blijken uit een Eurodac hit in beginsel leidend. Daarbij is zowel uit de leeftijdsschouw van de KMar als de IND gebleken dat u evident meerderjarig bent. Tot op heden hebt u geen originele, identificerende documenten overgelegd waaruit anders blijkt. Hierdoor wordt er uitgegaan van de in Italië geregistreerde persoonsgegevens: [naam], geboren op [geboortedatum] in Eritrea . 3. Eiseres geeft in haar beroep aan dat ze inmiddels in het bezit is van de originele doopakte en het schoolrapport en verzoekt deze door Bureau Documenten te laten beoordelen. 3.1. Eiseres voert verder aan dat de IND niet heeft aangegeven dat eiseres evident meerderjarig, maar slechts heeft aangegeven dat er twijfel is over de opgegeven leeftijd en dat enkel alleen op basis van rimpels als kenmerk dat zou kunnen wijzen op een meerderjarige leeftijd. Alle andere gerapporteerde lichamelijke kenmerken dan wel gedragskenmerken kunnen volgens eiseres niet worden aangemerkt als kenmerken die een meerderjarige leeftijd onderbouwen. Daarnaast stelt eiseres dat er van de door de KMar uitgevoerde schouw geen rapportage of proces verbaal in het dossier aanwezig is, zodat niet duidelijk is op grond waarvan zou zijn geconcludeerd dat eiseres evident meerderjarig is. gelet hierop betoogt eiseres dat de minister volledig afgaat op de registratie in Italië. 3.2. Eiseres stelt dat haar geboortegegevens in Italië niet juist zijn genoteerd, door de stress aldaar en omdat anderen zich ermee bemoeiden. Eiseres betoogt dat ze telkens door anderen is geholpen en geadviseerd met betrekking tot het opgeven van haar geboortedatum en leeftijd die haar minderjarigheid zou verhullen en dat haar dat niet mag worden tegengeworpen. Eiseres wijst in dit verband ook op foto’s van een registratiekaart van de UNHCR, die de vreemdelingenpolitie aantrof op de telefoon van eiseres, en op het verslag van een zwangerschapstest, die zij in Libië heeft laten afnemen. Uit beide blijkt dat eiseres zelf bij de UNHCR heeft verklaard dat zij is geboren in 2000 en bij de kliniek heeft aangegeven 22 jaar oud te zijn. Verder stelt eiseres dat gezien de situatie in Eritrea, niet van haar kan worden verwacht dat zij op een andere manier bewijs levert of kan leveren van de door haar gestelde geboortedatum. 3.3. Eiseres betoogt verder, onder verwijzing naar enkele uitspraken van de rechtbank Den Haag, dat niet de schouwen, maar de verklaringen van eiseres bepalend dienen te zijn bij de vaststelling van haar leeftijd. De minister heeft deze echter niet of onvoldoende betrokken in zijn besluitvorming. 4. De minister heeft gedurende de onderhavige beroepsprocedure Bureau Documenten gevraagd onderzoek te doen naar de door eiseres overgelegde doopakte en cijferlijst. 4.1. Bureau documenten heeft aangaande de doopakte vastgesteld dat dit geen officieel bewijs van geboorte is en dat er een wijziging is aangetroffen in de doopnaam. De oorspronkelijke tekst is verwijderd middels correctievloeistof en is vervolgens overgeschreven. De wijziging is niet voorzien van een waarmerk. De conclusie is dat er geen uitspraak kan worden gedaan over de echtheid, de opmaak en afgifte van het document en of het document inhoudelijk juist is. 4.2. Ten aanzien van de cijferlijst is vastgesteld dat er een wijziging is aangetroffen in het schooljaar. Hierbij is het schooljaar aangepast middels een andere inktsoort van 2010-2011 naar 2018-2019. Deze wijziging is niet voorzien van een waarmerk. De conclusie is dat de cijferlijst niet in deze (gewijzigde) staat is opgemaakt en afgegeven en dat niet kan worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. 5. De rechtbank overweegt eerst dat de minister heeft erkend dat het bestreden besluit motiveringsgebreken bevat. Waar wordt gesproken over de door de KMar uitgevoerde schouw, is bedoeld de schouw die door AVIM is uitgevoerd op 21 december 2023, waarbij is geconcludeerd dat eiseres evident meerderjarig is. De minister heeft het verslag van deze schouw alsnog aan het dossier toegevoegd. Verder is in het bestreden onjuist weergegeven dat de IND heeft geconcludeerd dat eiseres evident meerderjarig is: De conclusie van de schouw die door de IND bij het aanmeldgehoor van 24 december 2023 is uitgevoerd, is dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. In zoverre slaagt de beroepsgrond van eiseres die hierop betrekking heeft. De minister heeft verder de motivering van het bestreden besluit in het verweerschrift van 5 augustus 2025 aangevuld, gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 9 oktober 2024. 5.1. De rechtbank zal in deze uitspraak de motiveringsgebreken met toepassing van artikel 6:22 van de Awb passeren, omdat de minister naar het oordeel van de rechtbank heeft mogen uitgaan van de geboortedatum van eiseres zoals deze in Italië staat geregistreerd. De rechtbank overweegt daarover verder het volgende. 6. De rechtbank overweegt eerst dat niet in geschil is dat het beleid van de minister, zoals dat is uitgewerkt in Werkinstructie 2025/1 op een zorgvuldige wijze is vormgegeven en redelijk is. De rechtbank is verder van oordeel dat de aanvullende motivering van de minister zoals is weergegeven in het verweerschrift van 5 augustus 2025 deugdelijk is en het bestreden besluit kan dragen. De rechtbank overweegt hierover het volgende. 6.1. Vast staat dat de conclusies van de schouwen van de AVIM en de IND niet met elkaar overeenkomen. Waar de AVIM tot de conclusie is gekomen dat eiseres evident meerderjarig is, heeft de IND twijfel. Op grond hiervan was het doen van nader onderzoek naar de leeftijd van eiseres nodig. Uit de onder 5 genoemde uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024 volgt dat de minister daarbij moet uitgaan van de minderjarigheid van eiseres en dat het aan haar is om het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. 6.2. Vast staat dat de minister bij de Italiaanse autoriteiten navraag heeft gedaan. Naar aanleiding van het verrichte onderzoek is de minister in het bestreden besluit uitgegaan van [geboortedatum] als geboortedatum van eiseres, omdat ze met die leeftijd in Italië staat geregistreerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in zijn nadere motivering deugdelijk aangegeven welk gewicht hij aan de Italiaanse registratie toekent en waarom, en waarop die registratie is gebaseerd. Daarbij heeft de minister ook de verklaringen van eiseres over de totstandkoming van de registratie in Italië, die alleen op haar eigen verklaring is gebaseerd, betrokken. Ook is de minister ingegaan op de schouwen en de door eiseres overgelegde documenten. 6.3. De minister heeft deugdelijk vastgesteld dat de geboortedatum in Italië inderdaad op haar eigen verklaring is gebaseerd, dat eiseres aldaar geen documenten ter onderbouwing van haar identiteit heeft overgelegd en dat er in Italië geen leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden. De minister heeft verder deugdelijk gemotiveerd dat eiseres in het aanmeldgehoor, de correcties en aanvullingen en in haar beroepschrift wisselende verklaringen heeft gegeven voor de afwijkende registratie als meerderjarige in Italië, als gevolg waarvan de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres hiervoor geen plausibele verklaring heeft gegeven en dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van haar verklaringen. Ook heeft de minister zich gelet op het voorgaande op het standpunt kunnen stellen dat de verklaringen van eiseres dat zij door anderen is geadviseerd of dat de Italiaanse autoriteiten een willekeurig geboortejaar hebben ingevuld, niet aannemelijk zijn. 6.4. De minister heeft voorts op deugdelijke wijze op de conclusies van het onderzoek van Bureau documenten naar de doopakte en de cijferlijst, zoals beschreven onder rechtsoverweging 4, gewezen. Ook heeft de minister zich op basis hiervan op het standpunt kunnen stellen dat dit onderzoek afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres over haar gestelde geboortedatum en minderjarigheid. 6.5. Verder faalt het betoog van eiseres dat niet van haar kan worden verwacht dat zij op een andere manier bewijs levert of kan leveren van de door haar gestelde geboortedatum. De minister heeft in dit verband deugdelijk gemotiveerd dat uit het Algemeen Ambtsbericht Eritrea van december 2023 blijkt dat er voor minderjarige kinderen wel degelijk mogelijkheden zijn om zich te identificeren, bijvoorbeeld door middel van een ‘family residence card’ of een ‘tassiera’. 6.6. De minister heeft verder in het nadeel van eiseres mogen betrekken dat zij bij de UNHCR staat geregistreerd met geboortedatum [geboortedatum], omdat uit jurisprudentie van de Afdeling kan worden afgeleid dat de UNHCR documenten niet louter op basis van verklaringen van vreemdelingen opstelt. Verder zijn op de telefoon van eiseres ook andere geboortedata aangetroffen op grond waarvan moet worden vastgesteld dat eiseres meerderjarigheid is. De stelling van eiseres dat zij door anderen is geadviseerd deze geboortedata te gebruiken, faalt ook in dit verband. 6.7. De minister heeft ook de wisselende verklaringen van eiseres over haar schoolperiode ten nadele van eiseres mogen betrekken in de besluitvorming. 6.8. Tot slot faalt ook de beroepsgrond van eiseres dat de schouw van de IND enkel op een waargenomen rimpel zou zijn verricht. Uit de schouw van de IND blijkt dat is acht geslagen op meerdere uiterlijke kenmerken, als ook op het gedrag van eiseres en haar verklaringen. Datzelfde geldt voor de schouw die door AVIM verricht is. Daarom heeft de minister ook de conclusies van de schouwen in zijn oordeelsvorming mogen meenemen. 6.9. De minister heeft gelet op al het voorgaande in zijn verweerschrift van 5 augustus 2025 een deugdelijke motivering gegeven waarin de minister het vermoeden van minderjarigheid voldoende heeft ontzenuwd. De minister heeft dus mogen aannemen dat eiseres is geboren op [geboortedatum] en dus meerderjarig is. Conclusie en gevolgen 7. De minister heeft de geboortedatum van eiseres mogen vaststellen op [geboortedatum] en gelet daarop asielmotief 1 in het bestreden besluit deels geloofwaardig kunnen vinden. Het beroep is daarom met toepassing van artikel 6:22 van de Awb ongegrond. 8. Vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb, heeft eiseres recht op vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelt deze op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,-, één punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde van € 934,- per punt. De rechtbank ziet geen aanleiding om meer punten toe te kennen, omdat het indienen van de nadere gronden van eiseres verband houdt met het nader onderzoek dat de minister heeft laten uitvoeren vanwege het door eiseres pas in de beroepsprocedure overleggen van originele documenten. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 934,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. ECLI:NL:RVS:2024:3992. Bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2022:245.

Similar Content