Rechtbank Den Haag, 07-07-2026 (12156440 \ RP VERZ 26-50366)
ontslag op staande voet onterecht, heimelijk onderzoek naar in- en uitlogtijden in strijd met AVG, transitie- en billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging.
Full text
RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Den Haag Zaaknummer: 12156440\RP VERZ 26-50366 Beschikking van 7 juli 2026 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats], verzoekende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. F.J. van der Schrier, tegen ECONTROLS EUROPE B.V. , te Delfgauw, verwerende partij, hierna te noemen: EControls, gemachtigde: mr. S.M. Rosier en mr. S.J. Kroes. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met bijlage 1 t/m 13, - het verweerschrift, met bijlage 1 t/m 25, - de mondelinge behandeling van 9 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. EControls is een technologiebedrijf met 20 medewerkers. 2.2. [eiser], geboren [geboortedatum] 1980, is sinds [datum] 2022 in dienst bij EControls. De functie van [eiser] is [functienaam] met een loon van € 7.257,00 bruto per maand voor 38,75 uur, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, en een gemiddelde bonus van € 1.431,22 per maand. 2.3. Partijen zijn overeengekomen dat [eiser] maandag tot en met donderdag 8 uur werkte en vrijdag 6 uur en 45 minuten. 2.4. Tijdens het personeelsgesprek van 19 december 2024 was de manager van [eiser], de heer [de manager], tevreden over het functioneren van [eiser]. 2.5. De partner van [eiser] heeft in de periode juni 2025 een behandeltraject tegen borstkanker ondergaan en is tot op heden bezig met een medisch hersteltraject. [eiser] en zijn partner hebben twee kinderen van 3 en 7 jaar. 2.6. In een gesprek op 27 juni 2025 heeft [de manager], aan [eiser] aangegeven zich zorgen te maken over een aantal slordigheden in de uitvoering van de werkzaamheden van [eiser]. In reactie daarop heeft [eiser] aangegeven hoge werkdruk te ervaren. In het gespreksverslag (een e-mail van gelijke datum van [de manager] aan [eiser]) staat daarover het volgende: “ Hierbij een korte samenvatting van ons gesprek van zojuist. Ik heb je verteld dat ik me zorgen maak om een aantal slordigheden in de uitvoering van jouw werkzaamheden. Hierover hebben we ook in december gesproken, maar ik zie vooralsnog te weinig verbetering. Zeker gezien de kritische blik van de amerikaanse collega’s is het van groot belang dat werkzaamheden nauwkeurig worden uigevoerd, en dat je de door jouw aangeleverde gegevens en cijfers controleert op juistheid. Onnodige fouten en slordigheden leiden tot extra werk bij collega’s maar ook bij jezelf. Je hebt aangegeven dat de belangrijkste oorzaak de werkdruk is, met name door de vereiste (en steeds uitgebreidere) rapportages naar de US en de vele vragen van de auditors van GT. Ik ben van mening dat het in de eerste plaats van belang is dat de output correct is. Als je daardoor niet de tijd heb om alle werkzaamheden uit te voeren dan moet je dit tijdig bij mij aangeven en dan kunnen we kijken wat we hieraan kunnen doen. Als iets niet lukt, vraag dan om hulp. Daarnaast hebben we gesproken over veelvuldig en onregelmatig thuiswerk. In december is dit ook besproken, en toen heb je gezegd dat je in 2025 van plan was meer op de zaak aanwezig te zijn. Dit lijkt vooralsnog niet te lukken. Ik heb in principe geen probleem met (beperkt) thuiswerken, maar ik wil wel dat dit in overleg en zoveel mogelijk volgens een vast stramien gebeurt, zodat ik en de naaste collega’s ook weten waar we aan toe zijn. Bijvoorbeeld thuiswerken op maandag- en donderdagmiddag.” 2.7. In reactie daarop heeft [eiser] bij e-mail van 10 juli 2025 het volgende aan [de manager] geschreven: “Dank voor je samenvatting. Ik wil enkele belangrijke aanvullingen en correcties aanbrengen voor een evenwichtige en correcte weergave van ons gesprek: Betreffende slordigheden: je hebt zorgen uitgesproken over de kwaliteit van mijn werk. Ik heb toegelicht dat de werkdruk aanzienlijk is toegenomen door: - De forse uitbreiding van rapportages naar de VS, - Het intensievere auditproces waarbij ik als [functienaam] door meerdere auditors tegelijk benaderd word, ook buiten werktijd, - De stijgende hoeveelheid informatieverzoeken vanuit de US-collega’s. Deze factoren hebben geleid tot een toename in werklast en complexiteit, zonder structurele verlichting van taken. Dit is nadrukkelijk méér dan een kwestie van “om hulp vragen”. Betreffende thuiswerken: De suggestie dat ik ‘veelvuldig en onregelmatig” thuiswerk is niet correct. Al geruime tijd houd ik een vast patroon aan: maandag- en donderdagmiddag werk ik remote. Dit is consistent. Daar waar extra afwezigheid nodig was (bijvoorbeeld in verband met opvang), is dat gemeld. Sterker nog, vergeleken met eerdere jaren ben ik vaker op kantoor aanwezig — bijvoorbeeld op donderdagen, die voorheen volledig remote waren. Verbeterinspanningen: Sinds december heb ik niet stilgezeten. Juist met toenemende werklast heb ik de uitvoering van mijn kerntaken gehandhaafd, ondanks dat dit soms leidt tot het verschuiven van niet-kritische werkzaamheden. Dit heb ik ook aangegeven, Ik vind het jammer dat deze context in de samenvatting ontbreekt.” 2.8. Op 12 december 2025 heeft een personeelsgesprek plaatsgevonden. [de manager] heeft in het Formulier Personeelsgesprek het volgende opgenomen over [eiser]: “ Agenda punten leidinggevende Sinds ons gesprek in juli heb je, ondanks uitdagende omstandigheden thuis, een aantal zaken goed opgepakt en heb ik de indruk dat er minder fouten worden gemaakt. Ga zo door! Samenwerking met [naam] is goed. (…) Salaris Per 01-01-2026 verhoging met 3,1% van €7.038 naar €7.257” 2.9. EControls heeft op 1 januari 2026 het Thuiswerkbeleid EControls Europe vastgesteld. 2.10. Op 11 februari 2026 heeft een medewerker van [bedrijfsnaam] een mail gestuurd aan [eiser], met [de manager] in cc. In dit bericht staat: “Goedemorgen [eiser], Ik hoop dat alles goed met je gaat! Ik begreep van het team dat zij op dit moment niet verder kunnen, omdat zij in afwachting zijn van diverse documenten. Ik heb je net getracht te bellen om af te stemmen wanneer wij deze kunnen verwachten. Wij dienen begin maart te rapporten aan de groepsaccountant. Om deze deadline te kunnen halen, zouden wij graag uiterlijk eind deze week de openstaande punten ontvangen, zodat we deze volgende week kunnen verwerken en vervolgvragen bij jullie kunnen uitzetten. In de bijlage vind je een overzicht van de openstaande punten per heden. Deze zijn ook terug te vinden in de portal. Ik verneem graag of het haalbaar is om de openstaande punten deze week aan te leveren, zodat wij hier in onze planning rekening mee kunnen houden.” 2.11. Op 17 februari 2026 heeft EControls een brief gekregen van het CBS. In deze brief staat het volgende: “Onderwerp: Investeringen 2025 - herinnering Datum: 17 februari 2026 The information about this survey is available in English at www.cbs.nI/investments. Geachte heer/mevrouw, In de brief van 5 januari 2026 vroeg ik u om voor het onderzoek Investeringen 2025 gegevens aan te leveren. Ik heb uw gegevens nog niet ontvangen. Hieraan wil ik u herinneren. Heeft u in de tussentijd al aangeleverd? Hartelijk dank! Waarover gaat het onderzoek? De Nederlandse economie wordt mede bepaald door de investeringen van bedrijven. Informatie hierover is van groot belang voor beleidsmakers en brancheorganisaties. Daarom publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hier jaarlijks cijfers over. Voor deze cijfers vraag ik u om de vragenlijst Investeringen 2025 in te vullen. Ook voor uw bedrijf levert dit onderzoek nuttige informatie op. Op basis van de cijfers kunt u uw bedrijf vergelijken met andere bedrijven in uw branche of bedrijfstak. Op www.cbs.nl/investeringen vindt u de laatste resultaten. Wat vraag ik u? Vul vóór 7 maart 2026 de online vragenlijst in. U bent wettelijk verplicht uw gegevens aan te leveren. Wees op tijd, dan voorkomt u een boete of dwangsom.´ 2.12. EControls heeft rond 20 februari 2026 onderzoek gedaan naar de in- en uitloggegevens van [eiser] in de periode 20 januari 2026 tot en met 20 februari 2026 door middel van een analyse van de opgeslagen systeemmeldingen op de centrale server van het bedrijfsnetwerk. 2.13. Tijdens een gesprek tussen EControls en [eiser] op 23 februari 2026 is [eiser] op staande voet ontslagen. In de brief van gelijke datum, waaraan een print met de in- en uitlogtijdens van [eiser] in de periode 20 januari 2026 t/m 20 februari 2026 is gevoegd, schrijft EControls het volgende: “De reden voor dit ontslag is dat is gebleken dat u structureel aanzienlijk minder uren heeft gewerkt dan de in de arbeidsovereenkomst met u overeengekomen arbeidsomvang, terwijl u wel salaris ontving voor deze uren. Daarbij komt dat u niet eerlijk bent geweest hierover. (…) Naar aanleiding van uw zeer regelmatige afwezigheid op kantoor(thuiswerken), het niet behalen van deadlines ten behoeve van controle- en eindejaarsaudits door de accountant, uw uitlatingen dat u te veel werk en te weinig tijd zou hebben en het afschuiven van werkzaamheden op uw collega’s is bij ons ernstige twijfel ontstaan over de mate waarin u daadwerkelijk de overeengekomen arbeidstijd besteedde aan uw werkzaamheden als manage Finance en IT. Naar aanleiding hiervan hebben wij onderzoek verricht naar de in- en uitlogtijden van uw gebruikersaccount binnen het bedrijfsnetwerk over de periode van 20 januari t/m 20 februari 2026. (…) Uw werkzaamheden kunnen vrijwel uitsluitend op de computer uitgevoerd worden, (…). Voor toegang tot de voor uw werkzaamheden benodigde gegevens is een verbinding met het bedrijfsnetwerk vereist. Op basis hiervan kunnen de dagelijkse aanvangs- en eindtijden van uw werkzaamheden worden vastgesteld, en daarmee de maximale feitelijk gewerkte arbeidsduur, indien de in- en uitlogtijden van uw gebruikersaccount bekend zijn. Dit betekent dat als u niet ingelogd bent op het bedrijfsnetwerk u hoogstwaarschijnlijk niet werkzaam bent geweest voor EControls. Uit dit onderzoek is op vrijdagmiddag 20 februari 2026 gebleken dat u in de periode 20 januari t/m 20 februari 2026 tenminste 29 uur minder heeft gewerkt dan het aantal uren dat met u is overeengekomen en waarvoor u salaris ontvangt.” 2.14. Bij brief van 6 maart 2026 heeft de gemachtigde van [eiser] namens hem bezwaar gemaakt tegen het gegeven ontslag op staande voet. 2.15. Op 20 maart 2026 is de functie van [eiser], [functienaam], door EControls opengesteld en op LinkedIn geplaatst. 2.16. EControls heeft op 9 mei 2026 opdracht gegeven aan het extern forensisch onderzoeksbureau FORCYD om vaststellen in hoeverre werknemer actief geweest is op zijn zakelijke laptop. Dit bureau heeft onderzoek gedaan naar de in- en uitloggegevens van [eiser] in de periode 20 januari 2026 tot en met 20 februari 2026. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [eiser] verzoekt - zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - voor recht te verklaren dat het door EControls op 23 februari 2026 aan [eiser] gegeven ontslag niet rechtsgeldig is en EControls te veroordelen tot betaling aan [eiser] van: - het bedrag van € 2.944,52 bruto aan saldo opgebouwde maar niet opgenomen vakantiedagen, - het bedrag van € 3.868,61 bruto aan toegekende bonus over het vierde kwartaal van 2025, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% over dit bedrag, - het bedrag van € 4.908,75 bruto aan vakantietoeslag, - het bedrag van € 1.101,51 bruto aan pro rato 13 maand, - een billijke vergoeding van € 90.000,00 bruto, - een vergoeding van € 11.544,34 bruto wegens onregelmatige opzegging, - een transitievergoeding van € 12.066,95 bruto, - EControls te veroordelen tot het, binnen twee dagen na de betekening van de in deze te wijzen beschikking, deugdelijke (loon)specificaties aan [eiser] te verstrekken ter zake de bedragen waarin EControls tot betaling aan [eiser] is veroordeeld, waaruit de bruto naar netto berekening uit blijkt, op straffe van een dwangsom van € 350,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat EControls daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 7.000,00. - EControls in alle gevallen te veroordelen tot betaling aan [eiser] van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening, - EControls te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, het salaris van de gemachtigde daaronder begrepen. Tijdens de zitting heeft [eiser] bedrag van € 2.944,52 bruto aan niet-opgebouwde vakantiedagen verminderd tot een bedrag van € 1.369,28 bruto. 3.2. [eiser] berust in het ontslag, maar voert het volgende aan. [eiser] heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een dringende reden omdat er een onduidelijke reden voor ontslag is gegeven, er geen correct proces van hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden, EControls zich enkel op aannames baseert ten aanzien van het [eiser] verwetene en er geen beleid binnen EControls is waaruit volgt dat een werknemer ingelogd moet zijn. Voorts wil niet ingelogd niet zeggen dat er niet is gewerkt. Als gevolg van de ziekte van zijn partner werkte [eiser] na de operaties in de zomer van 2025 met instemming van en in samenspraak met de directie van EControls voornamelijk thuis. Op eigen initiatief is [eiser] steeds meer op kantoor gaan werken. Met instemming van EControls werkte [eiser] laatstelijk op maandag- en donderdagmiddagen vanaf 14:00 uur thuis. EControls gaf [eiser] ook vanwege de thuissituatie volledig de ruimte om gedeeltelijk thuis te werken. Er is geen beleid dat het bij thuiswerken verplicht is om voortdurend ingelogd te zijn op het bedrijfsnetwerk. [eiser] heeft nooit een slechte beoordeling gekregen altijd neutraal tot positief. Bonusbedragen zijn hem altijd toegekend, laatstelijk nog de bonus over het vierde kwartaal van 2025. Het is voorts niet juist dat de werkzaamheden van [eiser] vrijwel uitsluitend op de computer kunnen worden uitgevoerd. Dit blijkt ook uit de functieomschrijving behorende bij de vacature van zijn functie. Zijn werk bestaat voor een belangrijk deel ook uit analyse, planning, overleg en aansturing. Daarvoor is niet altijd een computer nodig. Het door EControls gedane onderzoek is in strijd met de wet, meer in het bijzonder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Er is geen toestemming van [eiser] gevraagd en is er evenmin een gerechtvaardigd belang voor het uitvoeren van een heimelijk onderzoek. Daarnaast is dit onderzoek niet onafhankelijk en ook niet volledig gedaan. Zo zijn de sms- en Whatsappberichten van [eiser] niet meegenomen in het onderzoek. Dat hij niet eerlijk is geweest tijdens het gesprek op 23 februari 2026, wordt door [eiser] weersproken. Hij wist niet waar dit gesprek over ging en hij ging uit van regulier werkoverleg. Bij aanvang van het gesprek kreeg hij direct te horen dat hij op staande voet was ontslagen vanwege dagdieverij. [eiser] was geschokt en kon de rest van het gesprek niet meer helder nadenken door de stress. Er zijn voorts meer passende en minder zware reacties van een werkgever als er twijfels leven over het uitvoeren van werkzaamheden, zoals het niet langer toestaan van thuiswerken, het schrijven van tijd, het geven van een waarschuwing, een verbetertraject danwel een loonsanctie. Andere maatregelen zijn niet overwogen door EControls. Dit is EControls aan te rekenen, mede vanwege de ziekte van de partner van [eiser] en de gevolgen van een ontslag op staande voet bij het aanvragen van een uitkering bij het UWV. Omdat er geen dringende reden is aan de zijde van [eiser], is [eiser] geen gefixeerde schadevergoeding of andere vorm van schadevergoeding aan EControls verschuldigd. Omdat EControls bewust heeft gekozen voor de zwaarste maatregel en een niet goed onderbouwd ontslag, moet dit tot uiting komen in de billijke vergoeding. 3.3. EControls voert verweer en stelt dat de verzoeken moet worden afgewezen met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. EControls voert ‑ samengevat - het volgende aan. EControls baseert zich op artikel 7:678 lid 1 BW jo 7:678 lid 2 BW. [eiser] heeft zijn plichten uit de arbeidsovereenkomst grovelijk veronachtzaamd. Het handelen van [eiser] kwalificeert zonder meer als dringende reden. EControls was erg geschrokken van de twee berichten van Grand Thorton en CBS. Dit strookte niet met het goed vervullen van de kerntaken door [eiser]. De reden voor het onderzoek naar de in- en uitlogtijden van [eiser] was, naast deze twee berichten, concrete reeds langer bestaande zorgen die bij EControls over een langere periode waren opgebouwd en die, in onderlinge samenhang bezien, een gerechtvaardigd vermoeden deden ontstaan dat [eiser] de overeengekomen arbeidstijd niet nakwam, zoals verwoord in de ontslagbrief. De dringende reden is [eiser] duidelijk kenbaar gemaakt tijdens het gesprek. Alle drie de elementen zijn onverwijld aan [eiser] medegedeeld tijdens het gesprek, maar ook in de brief van op 23 februari 2026. Er heeft hoor en wederhoor plaatsgevonden tijdens het gesprek op 23 februari 2026, maar [eiser] heeft geen verklaring kunnen geven voor de discrepanties tussen enerzijds de in- en uitlogtijden en anderzijds zijn arbeidsomvang. Uit het onderzoek van de externe onderzoeksbureau dat EControls na het ontslag heeft laten verrichten volgt dat er 27 uur (in plaats van 29 uur) te weinig is gewerkt. Dat is nog steeds substantieel te weinig. EControls heeft in de ontslagbrief aanspraak gemaakt op de gefixeerde schadevergoeding, en aangekondigd dat die wordt verrekend met de eindafrekening. Ook heeft EControls geen salaris betaald over de niet gewerkte uren. De nog uit te betalen Overdrive bonus over 2025 is verrekend met de gefixeerde schadevergoeding. 4 De beoordeling 4.1. [eiser] heeft berust in het aan hem op 23 februari 2026 gegeven ontslag. Daarmee is de arbeidsovereenkomst tussen partijen beëindigd. Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [eiser] een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding toekomt vanwege het aan [eiser] gegeven ontslag. Daarnaast heeft [eiser] betaling gevorderd van vakantiedagen, vakantietoeslag, bonus, een pro rato dertiende maand en een verklaring voor recht dat het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven. 4.2. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet 23 februari 2026 niet rechtsgeldig is gegeven. Hierna wordt uitgelegd hoe tot dit oordeel is gekomen. 4.3. Of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven, moet worden getoetst aan de criteria van artikel 7:677 lid 1 BW: er moet sprake zijn van een dringende reden en de opzegging moet onverwijld zijn gegeven, met gelijktijdige mededeling van de dringende reden voor dat ontslag aan de werknemer. Voor de werkgever worden als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (artikel 7:678 lid 1 BW). De aanwezigheid van een dringende reden moet met zeer grote terughoudendheid worden aangenomen en gebaseerd zijn op bewijsbare feiten. De stelplicht en bewijslast van de gestelde dringende reden rusten op de werkgever. Onvoldoende reden voor (heimelijk) onderzoek naar in- en uitlogtijden 4.4. De reden voor het onderzoek naar de in- en uitlogtijden van [eiser] genoemd in de ontslagbrief luidt: ‘Naar aanleiding van uw zeer regelmatige afwezigheid op kantoor(thuiswerken), het niet behalen van deadlines ten behoeve van controle- en eindejaarsaudits door de accountant, uw uitlatingen dat u te veel werk en te weinig tijd zou hebben en het afschuiven van werkzaamheden op uw collega’s is bij ons ernstige twijfel ontstaan over de mate waarin u daadwerkelijk de overeengekomen arbeidstijd besteedde aan uw werkzaamheden als manage Finance en IT.’ Deze reden(en) zijn door [eiser] gemotiveerd weersproken. 4.5. Dat [eiser] bekend was met het feit dat er gecontroleerd kon worden op in- en uitlogtijden heeft hij gemotiveerd weersproken. EControls heeft daarop niet inhoudelijk gereageerd. Uit het per 1 januari 2026 vastgestelde Thuiswerkbeleid EControls Europe volgt dit ook niet. [eiser] hoefde daarom geen rekening te houden met een controle, zonder dat daarvoor een gerechtvaardigd belang als bedoeld in de AVG bestond danwel zonder dat dit vooraf met hem zou worden besproken. 4.6. Vast staat dat het [eiser] toegestaan was om thuis te werken, mede vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, zoals de zorg van zijn jonge kinderen tijdens de ziekte van zijn partner. Thuiswerken kan dan ook niet de reden zijn geweest voor het onderzoek van EControls. De omstandigheid dat er twee algemene herinneringsbrieven zijn gestuurd, is niet direct aanleiding om tot een (heimelijk) onderzoek over te gaan zoals door EControls is geïnitieerd. De brief van de accountant is niet heel dringend van aard en geeft [eiser] nog een termijn om de gegevens te kunnen verstrekken. Op grond hiervan is niet vast te stellen dat er uiterst noodzakelijke processen door [eiser] niet worden uitgevoerd en ook niet dat hij zijn uren niet werkt. Dat geldt ook voor de herinneringsbrief van CBS. Op grond van deze brief staat niet vast dat CBS deze gegevens niet al binnen had. Dat hij de deadlines niet haalde staat op basis van deze stukken daarom niet vast. Ook staat vast dat [eiser] goed functioneerde, zoals nog kort voor het ontslag was vastgesteld tijdens een personeelsgesprek. 4.7. Op grond van het hiervoor overwogene staat vast dat EControls geen gerechtvaardigd belang had voor een heimelijk onderzoek naar de in- en uitlogtijden van [eiser]. Aan het onderzoek dat EControls heeft uitgevoerd, had dan ook een gesprek met [eiser] moeten vooraf gaan. Dit temeer [eiser] al had gewezen op de door hem ervaren hoge werkdruk en gezien de bij EControls bekende persoonlijke omstandigheden aan de zijde van [eiser], wat ook een verklaring voor de discrepantie tussen in- en uitlogtijden en de arbeidsomvang zou hebben kunnen geven. Ter zitting heeft de leidinggevende van [eiser] verklaard dat er is afgezien van een gesprek omdat EControls bang was dat [eiser] zijn gedrag zou aanpassen als EControls een gesprek zou aangaan met [eiser]. Deze verklaring is opmerkelijk omdat het aanpassen van mogelijk niet correct gedrag toch juist het doel van de werkgever zou moeten zijn (geweest). Een gesprek is daarvoor het eerste en meest voor de hand liggende middel. EControls heeft daarmee bewust gekozen om deze optie niet in te zetten maar om te kiezen voor een veel zwaarder middel, namelijk het heimelijk monitoren van in- en uitlogtijden van haar werknemer en dat is haar te verwijten. Overzicht in- en uitlogtijden 4.8. Dat [eiser] structureel aanzienlijk minder uren heeft gewerkt dan in de arbeidsovereenkomst met hem was overeengekomen, wat EControls hem verwijt en als reden is gegeven in de ontslagbrief, is gemotiveerd weersproken door [eiser]. Uit het onderzoek van EControls kan niet worden afgeleid dat [eiser] structureel aanzienlijk minder heeft gewerkt en dit blijkt ook niet uit het nadien gedane onderzoek door FORCYD. In beide onderzoeken is slechts gekeken naar de in- en uitlogtijden van [eiser]. Het in- en uitloggen kan echter niet zonder meer gelijk worden gesteld aan het begintijd en de eindetijd van de door [eiser] verrichte werkzaamheden. Dit schrijft EControls ook zelf in haar ontslagbrief: “ Dit betekent dat als u niet ingelogd bent op het bedrijfsnetwerk u hoogstwaarschijnlijk niet werkzaam bent geweest voor EControls.”. Voorts kan niet kan worden uitgesloten dat [eiser] ook offline werkzaamheden heeft verricht in de gemeten periode. Dat offline werken kan naar het oordeel van de kantonrechter echter niet het geheel aan niet ingelogde uren van in totaal 27 uur verklaren. Vast staat immers dat [eiser] zijn werkzaamheden voor het grootste gedeelte via het netwerk van EControls moest doen. Daarmee staat vast dat [eiser] niet een voldoende verklaring heeft gegeven voor alle uren dat hij niet was ingelogd op het netwerk. Echter, dat [eiser] structureel aanzienlijk minder uren heeft gewerkt dan in de arbeidsovereenkomst met hem was overeengekomen, blijkt hier niet uit. Het onderzoek van EControls behelst een relatief korte periode van 4,5 week en ziet omgerekend op ongeveer iets meer dan 1 uur per werkdag. EControls had daarom kunnen en moeten volstaan met een minder zware maatregel dan het gekozen ontslag op staande voet. Ook dit is aan EControls te verwijten. 4.9. Het hiervoor overwogene leidt tot de conclusie dat voor het aan [eiser] gegeven ontslag geen dringende reden bestond. Het onderzoek naar de in- en uitloggegevens van [eiser] heeft EControls niet rechtmatig uitgevoerd en de resultaten van dit onderzoek leidt niet tot de conclusie dat er structureel aanzienlijk minder uren door [eiser] zijn gewerkt. Dat [eiser] niet eerlijk is geweest tegen EControls tijdens het gesprek op 23 februari 2026 is geen zelfstandige grond voor ontslag op staande voet. [eiser] was niet op de hoogte van de reden van het gesprek. Evenmin wist hij dat hij verantwoording zou moeten gaan afleggen over zijn werkuren in de afgelopen maand. Dat hij tijdens het gesprek zijn uren niet kon verantwoorden, is daarmee niet ongeloofwaardig. De verzochte verklaring voor recht dat het aan [eiser] op 23 februari 2026 door EControls gegeven ontslag niet rechtsgeldig is gegeven, is daarom toewijsbaar. 4.10. In beginsel heeft [eiser] door het onregelmatig gegeven ontslag recht op een transitievergoeding en een vergoeding bij onregelmatige opzegging. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn, te weten € 11.544,34. Daarbij wordt uitgegaan van het loon inclusief gemiddelde bonus, omdat deze bonus een vast onderdeel uitmaakt van het loon van [eiser]. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 23 februari 2026. 4.11. Het verzoek om EControls te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer. Maar bij gebreke van een dringende reden en gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [eiser]. Dat betekent dat de transitievergoeding verschuldigd is. EControls wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, die € 12.462,68 bedraagt, uitgaande van een dienstverband van [datum] 2022 tot 23 februari 2026. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 24 maart 2026. 4.12. Het verzoek van [eiser] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt. 4.13. Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen. 4.14. De kantonrechter ziet aanleiding om aan [eiser] een billijke vergoeding toe te kennen. De wijze waarop EControls [eiser] van de ene op de andere dag op straat heeft gezet met toepassing van de zwaarst mogelijke arbeidsrechtelijke sanctie is zeer ernstig verwijtbaar, zoals hiervoor onder 4.7 en 4.8. overwogen. Dat de arbeidsovereenkomst hoe dan ook op korte termijn op rechtmatige wijze zou eindigen, heeft EControls niet aannemelijk gemaakt. Verder staat vast dat [eiser] goed functioneerde. Bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding wordt verder in aanmerking genomen dat [eiser] ook recht heeft op een transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding, zodat de financiële gevolgen van het ontslag daarmee beperkt zijn. [eiser] is voorts een man van bijna 46 jaar, met een goed arbeidsverleden en de arbeidsmarkt biedt meerdere vacatures voor functies op zijn niveau, zodat er vanuit gegaan kan worden dat hij binnen een redelijk tijd een andere functie heeft. Als compensatie voor het ernstig verwijtbaar handelen van EControls zal aan [eiser] een billijke vergoeding van ongeveer 6 maanden salaris, te weten een bedrag van € 60.000,00 bruto worden toegekend. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking. 4.15. EControls heeft aangevoerd een bedrag van € 5.049,28 bruto aan [eiser] verschuldigd te zijn ter zake van vakantietoeslag in plaats van het door [eiser] berekende bedrag van € 4.908,75. Dit hogere bedrag heeft [eiser] als juist erkend en zal worden toegewezen. 4.16. EControls heeft aangevoerd een bedrag van € 2.727,05 bruto aan [eiser] verschuldigd te zijn ter zake van vakantiedagen in plaats van het door [eiser] berekende bedrag van € 2.944,52 bruto. Dit lagere bedrag heeft [eiser] als juist erkend en zal worden toegewezen. 4.17. De bonus van € 3.868,61 bruto heeft EControls betaald, zodat [eiser] geen belang meer heeft bij deze vordering. Dat geldt ook voor de daarover gevorderde wettelijke verhoging. 4.18. De door [eiser] gevorderde pro rato dertiende maand wordt afgewezen, omdat deze vergoeding geen vast onderdeel uitmaakt van het loon van [eiser], maar valt onder de discretionaire bevoegdheid van EControls, zoals verwoord in artikel 18 van de arbeidsovereenkomst. 4.19. EControls heeft gezien het hiervoor overwogene geen recht op de gefixeerde schadevergoeding van € 7.257,00 en ook niet op het bedrag van € 1.357,77 bruto ter zake van loon. Deze verrekeningen dienen dan ook ongedaan gemaakt te worden. 4.20. [eiser] heeft belang bij een bruto-netto specificatie van het hiervoor toegewezene. Er is echter geen goede grond voor het toewijzen van een dwangsom. Dat er gegronde vrees is dat EControls niet of niet tijdig zal nakomen is niet gesteld of gebleken. 4.21. De proceskosten komen voor rekening van EControls, omdat EControls overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van EControls. De proceskosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op € 1.762,00 (€ 753,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. verklaart voor recht dat het aan [eiser] op 23 februari 2026 door EControls gegeven ontslag niet rechtsgeldig is gegeven, 5.2. veroordeelt EControls om aan [eiser] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 11.544,34, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 23 februari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.3. veroordeelt EControls om aan [eiser] een transitievergoeding te betalen van € 12.066,95, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.4. veroordeelt EControls om aan [eiser] een billijke vergoeding te betalen van € 60.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling, 5.5. veroordeelt EControls om aan [eiser] te betalen: - een bedrag van € 1.369,28 bruto ter zake van vakantiedagen, met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening, - een bedrag van € 5.049,28 bruto terzake van vakantietoeslag met wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedrag tot aan de dag der algehele voldoening. 5.6. veroordeelt EControls om aan [eiser] een deugdelijke bruto-nettospecificatie te verstrekken van alle onder 5.2.-5.5 genoemde bedragen binnen 14 dagen na deze beschikking, 5.7. veroordeelt EControls in de proceskosten van € 1.762,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als EControls niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 5.8. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad , 5.9. wijst af het meer of anders gevorderde. Deze beschikking is gegeven door mr. F.A.M. Veraart en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026. Artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW. Kamerstukken I , 2013-2014, 33 818, nr. C, pag. 99 en 113. Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 ( New Hairstyle ). Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.