Skip to content
Case Law · Rechtbank Rotterdam ·ECLI:NL:RBROT:2026:8782 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Rotterdam, 17-07-2026 (C/10/720714 - KG ZA 26-531)

Rechtbank Rotterdam
Summary

kort geding - inzagevordering na conservatoir bewijsbeslag - afwijzing - geen spoedeisend belang

Full text

RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/720714 / KG ZA 26-531 Vonnis in kort geding van 17 juli 2026 in de zaak van ZIGGO B.V. te Utrecht, eisende partij, hierna te noemen: Ziggo, advocaat: mr. M.E.A.M. Lommen, tegen 1 KPN B.V.te Rotterdam, 2. SMARLET B.V.te Schiedam, 3. FONKY B.V.te Utrecht, 4. CALLSOLUTION B.V.te Nijkerk, 5. 2-CONTACT DIRECT MARKETING B.V.te Haarlem, gedaagde partijen, hierna samen te noemen: KPN c.s., hierna afzonderlijk te noemen: gedaagde sub 1: ‘KPN’, gedaagde sub 2 t/m 5: ‘de saleskantoren’, advocaat: mr. A. van der Ploeg. 1 Waar gaat deze zaak over? Ziggo stelt dat KPN en de saleskantoren een grootschalige campagne hebben gehouden waarin stelselmatig misleidende mededelingen zijn gedaan over de diensten van Ziggo. Ook werd gebruik gemaakt van agressieve verkooptechnieken. Ziggo onderzoekt haar rechtspositie en heeft in dat kader conservatoir bewijsbeslag laten leggen, met als doel relevante gegevens over de campagne en de benadering van Ziggo-klanten veilig te stellen. Ziggo vordert in deze procedure inzage in die gegevens. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Ziggo geen spoedeisend belang heeft bij de vordering, die daarom wordt afgewezen. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 3 juni 2026, met producties 1 tot en met 33; de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 7; de aktes overlegging producties van Ziggo, met producties 34 tot en met 47; de akte overlegging producties van KPN c.s., met producties 8 tot en met 18. de mondelinge behandeling gehouden op 3 juli 2026; de pleitnota van Ziggo; de pleitnota van KPN c.s. 3 De feiten 3.1. Ziggo heeft op 7 mei 2026 bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank verlof gevraagd voor het leggen van bewijsbeslag en de gerechtelijke bewaring van de in beslag te nemen gegevens, met de aanstelling van een gerechtelijk bewaarder. Hieraan is het volgende ten grondslag gelegd (geciteerd uit de in 3.2 genoemde beschikking van de voorzieningenrechter): “ 2.2.1. Ziggo heeft in maart 2026 aangekondigd haar algemene voorwaarden per mei 2026 te wijzigen. Klanten kregen daarbij de mogelijkheid hun overeenkomst met Ziggo kosteloos te beëindigen. 2.2.2. KPN is na de in 2.1. bedoelde aankondiging gestart met een campagne (de KPN campagne) waarbij zij gebruik heeft gemaakt van intermediairs, gedaagden 2 tot en met 7 (hierna de saleskantoren) althans daar zijn volgens Ziggo concrete aanwijzingen voor. In het kader van die campagne heeft KPN stelselmatig onjuiste informatie verspreid over Ziggo en haar diensten en aldus getracht klanten van Ziggo te bewezen om over te stappen naar KPN. Opzeggingen zijn, aldus Ziggo, in vergelijking met de periode voor de in 2.1. bedoelde aankondiging vertienvoudigd. 2.2.3. Ziggo heeft in april 2026 naar aanleiding van telefoontjes van klanten en een opvallend hoog aantal opzeggingen een uitvraag onder medewerkers gedaan en gevraagd of zij meer wisten over de KPN-campagne. Daarop zijn ongeveer 50 reacties gekomen. Een aantal daarvan heeft Ziggo, deels geanonimiseerd, bij het beslagrekest gevoegd. 2.2.4. Uit de reacties volgt volgens Ziggo dat stelmatig onjuiste informatie wordt verstrekt over het netwerk en de prijzen van Ziggo. Daarbij is sprake van agressieve verkooptactieken waarbij verkopers namens klanten bellen, zich soms voordoen als klant en, zo begrijpt de voorzieningenrechter, steeds een bepaald script lijken te volgen. 2.2.5. Ziggo stelt dat het in de rede ligt dat KPN scripts en instructies heeft verstrekt in het kader van de KPN-campagne althans heeft KPN nagelaten toezicht te houden op de saleskantoren of het handelen van die saleskantoren heeft toegestaan en daarvan profiteerde. Voor de saleskantoren heeft te gelden dat zij zich, zo blijkt ook uit nabellen van een aantal door de uitvraag bekend geworden telefoonnummers die in de campagne gebruikt zijn, maken zich uitsluitend kenbaar als vertegenwoordigers van KPN. 2.2.6. Het belang is volgens Ziggo te kunnen vaststellen of en in hoeverre KPN de campagne heeft aangestuurd. Met de verzochte informatie kan Ziggo vaststellen of zij tegen een of meer van KPN en de saleskantoren vorderingen kan en wil instellen. De vrees voor verduistering volgt volgens Ziggo uit de beperkte duur en het aflopen van de campagne en de verwachting dat het gaat om operationele informatie die in de praktijk slechts tijdelijk wordt gebruikt en niet duurzaam wordt vastgelegd. ” 3.2. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken bij beschikking van 18 mei 2026 toegewezen, met inachtneming van de in de overwegingen van die beschikking geformuleerde voorwaarden en beperkingen/afwijzingen. 3.3. Op 20 mei 2026 is bewijsbeslag gelegd bij KPN en de saleskantoren. De betreffende gegevens en zaken zijn in gerechtelijke bewaring gegeven bij gerechtsdeurwaarder mr. G. Bakker van Equilibristen Gerechtsdeurwaarders (hierna: de gerechtelijk bewaarder). 4 Het geschil 4.1. Ziggo vordert – kort gezegd – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: KPN c.s. te bevelen afschrift en/of inzage te verstrekken aan Ziggo van (een selectie van) de stukken, voor zover die vallen binnen de categorieën genoemd in paragraaf 3.6 en 3.7 van de dagvaarding, met inachtneming van de in paragraaf 3.8 omschreven waarborgen; KPN c.s. te veroordelen te gedogen en al datgene te doen wat nodig is, zoals het verstrekken van inloggegevens, om mogelijk te maken dat Ziggo inzage verkrijgt in de in het vonnis omschreven stukken; de gerechtelijk bewaarder te machtigen, al dan niet met behulp van de door hem ingeschakelde IT-specialist(en), de in dit vonnis omschreven stukken op doelmatige wijze te selecteren en aan Ziggo ter beschikking te stellen; te bepalen dat het in deze zaak te wijzen vonnis door de KPN c.s. tot aan een opheffing van het beslag zal moeten worden nageleefd; te bepalen dat het gelegde bewijsbeslag niet wordt opgeheven bij een eventuele (gedeeltelijke) afwijzing van de vorderingen (en een dergelijke beslissing dus niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren), gelet op de mogelijkheid van hoger beroep van Ziggo, zodat het beslag in stand blijft tot onherroepelijke uitspraak is verkregen; KPN c.s. te veroordelen tot betaling van een dwangsom indien zij niet voldoen aan het gevorderde onder I. en II. 4.2. Aan de vordering ligt het volgende ten grondslag. Ziggo heeft in maart en april 2026 een zeer agressieve bel- en huis-aan-huiscampagne gehouden (hierna: de KPN-campagne). Die campagne heeft geleid tot een aanzienlijke toename van opzegging bij Ziggo en overstappen naar KPN. De schade loopt dagelijks op en manifesteert zich in het verlies van klanten en omzet, reputatieschade en kosten om het onrechtmatig handelen, dat tot op heden voortduurt, te bestrijden. Ziggo wil hiertegen op korte termijn beschermingsmaatregelen treffen. Ook is zij voornemens spoedig vorderingen tot schadevergoeding in te stellen tegen KPN en/of de saleskantoren. Ziggo heeft daarom, ter bepaling van haar rechtspositie, spoedig inzage nodig in de beslagen gegevens. Die spoedige inzage is ook noodzakelijk omdat het beslagen (digitale) bewijsmateriaal beperkt houdbaar is. 4.3. KPN voert verweer en concludeert dat Ziggo niet ontvankelijk is in haar vordering dan wel dat de vordering moet worden afgewezen, met veroordeling van Ziggo in de proceskosten. 5 De beoordeling 5.1. Een van de vereisten voor de toewijzing van een vordering in een kort geding is dat de partij die de ordemaatregel vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft te worden afgewacht. De voorzieningenrechter is van oordeel dat aan dit vereiste niet is voldaan en licht dit hierna toe. Beschermingsmaatregelen 5.2. Ziggo stelt in de eerste plaats dat spoedige inzage noodzakelijk is, zodat zij aan de hand van de betreffende gegevens op korte termijn beschermende maatregelen kan treffen tegen het (voortdurend) onrechtmatig handelen door KPN en/of de Saleskantoren. Ziggo heeft hierover tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij overweegt in kort geding een verbodsactie in te stellen. 5.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Ziggo onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat inzage in de beslagen gegevens noodzakelijk is om op korte termijn beschermende maatregelen te treffen. De in beslag genomen gegevens dateren uit de periode van half maart tot half mei 2026 en zien op de beweerdelijke KPN-campagne. Met die term bedoelt Ziggo de wervingscampagne die KPN volgens haar (Ziggo) is begonnen, nadat KPN ervan op de hoogte geraakte dat Ziggo-klanten tot 1 mei 2026 kosteloos konden overstappen omdat Ziggo haar algemene voorwaarden had gewijzigd. Die uiterste datum voor kosteloos overstappen is inmiddels voorbij. Zo bezien ligt niet zonder meer voor de hand dat de in beslag genomen gegevens relevant zijn voor de onderbouwing van een verbodsactie met het oog op de toekomst. Hierbij komt dat onvoldoende onderbouwd is het standpunt van Ziggo dat de KPN-campagne ook na 1 mei is doorgegaan en dat het patroon van misleidende mededelingen en agressieve verkooptechnieken zich tot op heden voortzet. Ziggo stelt in dat verband dat acht interne meldingen dateren van na 1 mei 2026. Van de meeste van die acht meldingen is echter onduidelijk of de klachten betrekking hebben op de periode waarin de beweerdelijke KPN-campagne plaatsvond (in maart en april 2026) of daarna. Bij deze stand van zaken valt niet in te zien dat Ziggo voldoende spoedeisend belang heeft bij inzage in de beslagen gegevens om daarmee een verbodsactie te onderbouwen. Bodemprocedure 5.4. Ziggo stelt in de tweede plaats dat spoedige inzage noodzakelijk is, zodat zij haar rechtspositie kan bepalen in het kader van een aanhangig te maken bodemprocedure waarin vergoeding wordt gevorderd van de (oplopende) schade door de beweerdelijke KPN-campagne. 5.5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Ziggo onvoldoende heeft toegelicht dat zij in dit verband belang heeft bij een spoedvoorziening, gelet ook op de verstrekkendheid van de inzagevordering. Partijen zijn het erover eens dat het inzageproces moet worden voorzien van de nodige waarborgen. Zij hebben ieder voor zich in hun stukken een methode omschreven die ervoor moet zorgen dat de eventuele inzage recht doet aan het doel van de door Ziggo in gestelde vordering, terwijl de belangen van KPN c.s. op het gebied van eerlijke concurrentie en ook de bescherming van persoonsgegevens en bedrijfsgeheimen worden gerespecteerd. De door partijen beschreven waarborgen zijn zeer uitgebreid en voorzien mede in een rol van de voorzieningenrechter als toezichthouder op het verloop van het inzageproces. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter past een dergelijk complex en tijdrovend inzageproces lastig binnen het bestek van een kortgedingprocedure. Het ligt in beginsel meer voor de hand dat de inzagevordering ter beoordeling wordt voorgelegd aan de bodemrechter, die de zaak inhoudelijk beoordeelt en binnen dat kader regie kan voeren op de (eventuele) inzage in de beslagen gegevens. 5.6. Tegen deze achtergrond bestaat alleen dan aanleiding dit inzageproces bij wijze van voorlopige voorziening in gang te zetten als sprake is van klemmende omstandigheden die meebrengen dat van Ziggo niet kan worden gevergd die inzage binnen het kader van de bodemprocedure te vorderen. Dergelijke omstandigheden zijn niet gebleken. Houdbaarheid bewijsmateriaal 5.7. Ziggo stelt in de derde plaats dat spoedig inzage noodzakelijk is vanwege de beperkte houdbaarheid van het beslagen (digitale) bewijsmateriaal. De voorzieningenrechter volgt dit betoog niet. Uitgangspunt is dat het bewijsbeslag de relevante gegevens over de beweerdelijke KPN-campagne (waaronder de instructies, scripts, interne aansturing en klachtenafhandeling van KPN c.s.) met betrekking tot de periode maart en april 2026 heeft veiliggesteld. Ziggo heeft niet concreet gemaakt dat die gegevens beperkt houdbaar zijn. Uit niets blijkt dat de betreffende (digitale) gegevens context en bruikbaarheid verliezen naar mate meer tijd verstrijkt. Het kan zo zijn dat betrokkenen op een later moment mogelijk minder goed kunnen verklaren over de beslagen gegevens, maar dat levert op zichzelf geen spoedeisend belang op, ook niet omdat aangenomen kan worden dat een inzagevordering als deel van een bodemprocedure binnen afzienbare termijn kan worden beoordeeld. 5.8. Al het voorgaande maakt dat de vordering van Ziggo wordt afgewezen. Proceskosten 5.9. Ziggo krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van KPN c.s. worden begroot op: - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 1.177,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.101,00 6 De beslissing De voorzieningenrechter 6.1. wijst de vorderingen van Ziggo af, 6.2. veroordeelt Ziggo in de proceskosten van € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Ziggo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.3. verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026. 3820/1980 Het beslagrekest had betrekking op nog twee andere saleskantoren dan die in dit kort geding zijn betrokken.

Similar Content